Gisterenavond was ik nogal in mineur, vanwege een pijnlijke linkerknie en spieren in mijn onderbeen. Ik zat te puzzelen op de vraag hoe ik de route een beetje kon inkorten en dacht, Karlshamn is maar twee dagen fietsen tegen Trelleborg vijf. Als ik vanaf daar nou eens de veerboot naar Trävemünde neem. Maar tot mijn teleurstelling kan je wel van Trävemünde naar Karlshamn maar omgekeerd gaat niet. Dan moet je zoiets doen als Karlshamn-Klaipeda-Kiel. En dat is ook weer wat overdreven. Dus ik smeerde nog maar eens een dikke laag Voltaren op mijn knie en hoopte er het beste van.
Om kwart over vijf word ik gewekt door de eerste vissers die terugkeren met bootjes vol rivierkreeften. Dat noem je crayfish in het Engels. Toen ik gisterenmiddag samen met een Duits stel hielp de partytent op te zetten, zei de dominee enthousiast: we are going to catch crayfish tonight. Waarop een van de Duitsers zijn bijbelkennis wil tonen en zegt, Just like in the Bible. No, zegt de dominee fijntjes, jews don’t eat them. En dat klopt natuurlijk, joden eten geen schelp- en schaaldieren, maar ik denk dat die Duitser bij het woord crayfish net als ik aan echte vissen dacht en niet aan rivierkreeftjes.

Dus ik ben lekker vroeg weg en tot mijn vreugde fiets ik de eerste 30 kilometer over een oude spoorbaan. Dat is lekker voor mijn knie, die het prima doet, zolang je maar niet teveel kracht hoeft te zetten. De oude baan is bedekt met een flinke laag grit, dat knerpt onder mijn banden. Daardoor hoor ik het gehijg pas, als het naast me is en als ik opzij kijk, wordt ik ingehaald door een wolf met twee zenders om zijn nek, die hinkt met zijn achterpoot. Hij keurt me geen blik waardig, loopt me voorbij en slaat rechtsaf op de kruising met een bospad waar ik rechtdoor moet. Het is maar goed dat ik hem niet eerder hoorde aankomen, want wat moet je doen als ziet dat een wolf achter je aanloopt? Vluchten lijkt me onverstandig, want wie weet wakker je zijn jachtinstinct aan. Trouwens, er valt niks te vluchten op een grindpad met twintig kilo bagage. Stoppen en een foto maken? Lijkt me ook niet verstandig, want als hij ook stopt, moet je iets met elkaar. Dus de beste strategie lijkt me gewoon rustig doorfietsen en negeren. Zo van, we zijn hier nu eenmaal toevallig allebei, ik weet niet waar jij naartoe gaat, maar ik ga naar Torn en wens jou een goede reis. En dan maar hopen dat hij niet zijn familie gaat halen.

Na een uurtje kom ik in Rottne, waar een grote supermarkt staat met een koffiemachine. Verheugd koop ik een kardamombulle in de winkel, maar dan blijkt de koffiemachine eerst gereinigd te moeten worden voordat hij koffie wil geven. Al het personeel bemoeit zich ermee, maar niemand weet, hoe dat moet. Dus geen koffie.

Ik blijf de spoorbaan volgen tot Växjö waar ik langs een paar megasupermarkten kom. Daar moet ik inkopen doen voor vanavond en morgen. De eerste, een Coop, heeft wel gevulde pasta, maar geen naturelkwark. Door naar de ICA, die heeft wel naturelkwark, maar alleen magere, geen normale. Toevallig op dat moment komt de vakkenvuller aan met een kar vol kwark, bosbessen, perziken, vanille, aardbeien, frambozen, citroen, banaan, maar naturel? Ho maar. Bij deze staat het vast, er is een kwark probleem in Zweden, blijft de vraag, waarom en wiens schuld is dat?

In het centrum van Växjö barst het van de Konditoreien, je hebt het maar voor het uitkiezen, dus ik kan daar na dagen weer eens een echte ambachtelijke cappuccino drinken.
Na Växjö volgen nog een paar hellinkjes, maar het is niet meer het geploeter van de vorige dagen. Het lijkt erop dat ik in het vlakkere deel van Zweden ben aangekomen en dat biedt perspectief op een volledige gefietste thuisreis, want al die hellingen zijn funest voor mijn knie.

Ik eindig op de camping van Torne in het blokhus, twee schuurtjes met kleine kamertjes en daartussen een overkapping met tafels. Precies wat ik nodig heb. Wat later voegen zich daar vier Deense motorrijders bij, van de brave soort zo te zien.
Afstand: 71,9
Tijd: 5:17
















































