Waarom zat er gisteren nou toch een beetje water in de tassen na die hoosbuien? Ik heb dat even opgezocht en wat blijkt, ik doe die tassen al tien jaar verkeerd om dicht. Zo’n tas is in feite een grote zak en door de bovenkanten samen te nemen en een paar keer om te rollen, ontstaat een waterdichte sluiting. Maar je kunt twee kanten oprollen en ik rolde altijd van de fiets af. Dat moet dus naar de fiets toe volgens de deskundigen op Internet. Of het waar is, daar kom ik over een paar dagen wel achter.

Ik at gisterenavond bij MoiMoi, de Mexicaan vlakbij het hotel. Het leken me echte Mexicanen, want ze spraken vloeiend Engels. Ik nam een salade van kip, avocado en met bonen, daaronder zat een dikke laag ijsbergsla met tomaat en van die ouderwetse slasaus.
Deze ochtend ben ik rond half negen weg, de In schijnt en het is een stuk warmer dan gisteren. Ik moet eerst door Liepaja heen. Tik, tik, tik. Dat valt niet mee, want de doorgaande wegen zijn in onderhoud en de spoorwegovergang is in gebruik als rangeerterrein zodat je rustig 20 minuten staat te kijken naar een trein die telkens weer voorbij komt. Tot slot moet je over een dubbele draaibrug, die voor mijn neus opengaat. Geen schip te zien, wel een mannetje met een emmer en een kwast die op zijn elfendertigst iets begint in te smeren aan het uiteinde van de brug. De vraag is nu, fiets ik 5 kilometer om of wacht ik het af?

Ik besluit om eerst maar even te wachten. Na een klein kwartiertje is hij klaar, klautert omlaag, sjokt over een loopbrug, sluit het hek, kijkt een tijdje op zijn telefoon, loopt naar het brugwachtershuis en als je dan denkt, nu mogen wij erover, ja dan komt er nog een coaster door en daarna gaat de brug tergend langzaam weer dicht.


Aan de noordkant van Liepaja staat een enorme orthodoxe kathedraal met in de zon blikkerende koepels midden tussen de flats van een arbeiderwijk. Die flats zijn ooit gebouwd als huisvesting voor Russisch marinepersoneel.

Na een kilometer of vijf kom ik langs het Letse Holocaust monument, dat staat ver buiten de stad. Je moet een kleine kilometer fietsen vanaf de weg richting de kust en daar ligt het pal aan de zee. Het bestaat uit een groot terrein van lage muurtjes in de vorm van een menora met op de koppen teksten uit de Tora. Ik ben trouwens de enige bezoeker, als ik wegga komt er een engelse auto aan.

De rest van de dag is een lange rit over grindwegen met overal gaten, diepe rijsporen en een wasbordstructuur. Dat zijn van die smalle dwarslopende ribbels die je moet zien te vermijden want je begint enorm te stuiteren.


Dus een beetje doorfietsen zit er niet in vandaag, veel harder dan een kilometer of 10-12 kun je niet en je moet heel erg focussen op de weg om telkens het gladste stukje oo te zoeken.

Aan het eind van de middag kom ik in Pavilosta, en rij richting de Marina Camping. Maar vlak daarvoor is er het Fishermans Camp, dat ziet er wel grappig uit met boten in het gras. De eigenaar zegt: douche, toilet, wasserkocher, 8 euro. Perfect zeg ik.

55,4
4:45





























































