Het regende gisterenavond flink toen ik naar Mariannelund fietste voor boodschappen. Ik dacht, ik dan net zo goed daar wat eten, als er iets open is. Dat iets was de pizzeria tegenover het winkelcentrum. Het concept werkt als volgt, als je binnenkomt sta je tegenover een balie waarachter ze de pizza’s (en hamburgers) bakken. Je pakt een blikje fris uit de koelkast of je neemt een glas water, je bestelt je pizza, je rekent af en gaat ergens zitten. Na een minuut of tien wordt je pizza naar keuze geserveerd. Ik had een pizza Rimini besteld, die pakte uit als een pizzabodem met daarop een laagje tomatensaus met acht stukjes ananas en acht lijkbleke garnalen ter grootte van een made. Toen ik daarna boodschappen ging doen, nam ik gelijk een stevige pot kwark mee als toetje.
Als ik in de ochtend de sleutels inlever bij de receptie, zegt het meisje achter de balie, nou dan kunnen we ook wel Nederlands spreken. Haar collega, een man van mijn leeftijd, stopt me een kaneelbulle toe en zegt, hier heb je wat extra energie voor onderweg.
Ik fiets eerst langs de konditori voor broodjes en koffie, want ik heb al gezien dat de eerstvolgende koffiemogelijkheid zich bij mijn eindbestemming bevindt. Binnen zitten acht mannen van in de zestig zwijgend aan twee tafels koffie te drinken en acht hoofden draaien mijn kant op als ik binnenkom. Ik val nogal uit de toon in mijn fietsoutfit tussen deze wat ouwelijk geklede leeftijdsgenoten met respectabele buiken.

Het eerste deel van de route gaat lekker vlot en is niet al te steil. Heel geleidelijk wordt je een paar keer naar 300 meter gebracht en dan weer wat omlaag. Halverwege bij Kråkshults verdwijnt het asfalt en wordt het een gravelweg. Die wordt ook meteen een stuk steiler, het is pittig klimmen en hard afdalen en een keertje moet ik afstappen om de fiets naar boven te duwen.

Verder is het een prachtige weg, langs meren en kleine beekjes en het is doodstil hier, ik denk dat ik in twee uur drie auto’s gezien heb. Toch is het geen onbewoonde streek, om de paar kilometer staan plukjes huizen langs de weg.

Onder het fietsen luister ik verder naar de avonturen van Odysseus. Tenminste, helling op luister ik, helling af zet ik de tekst stop, omdat het geraas van de wind langs mijn oren het geluid overstemt. Het leuke van dat luisteren naar die tekst is, dat je patronen in de taal gaat ontdekken, omdat er veel herhalingen in zitten. Als iemand iets indringend zegt, is het: hij gaf vleugels aan zijn woorden. Maar als iemand iets ongepasts zegt, is de repliek: Wat voor woorden ontsnappen er aan de haag van je tanden? De hoofdpersonen krijgen vaste toevoegingen, Odysseus, de godgelijkende, of Telemachos, die heel goed nadacht. Eentje die ook vaak terugkeert is de uitdrukking: ik aarzelde tussen wat ik dacht en wat ik voelde.

En zo beland ik om half drie op de camping van Östanå om te ontdekken dat ik voor boodschappen toch echt vijf kilometer terug moet fietsen. Nou ja, zonder bagage is dat niet zo’n probleem.
Afstand: 51,7
Tijd: 4:14

















































