13-7 Hel

Het is me gisterenavond gelukt om niet zelf te koken. Op de camping was een bar gespecialiseerd in snoeiharde Poolse schlagers en toen ik vroeg of ze misschien ook eten hadden, tilde de een behulpzame barbrouw een aantal deksels op en ja hoor gebraden kip, brokken varkensvlees in saus, lever, stokvis, gebakken zalmmoten, gebakken aardappelen, patat en onder de laatste deksel zat sla van tomaten en kool. Ik wees een stuk kip aan met aardappels en sla. Het bord werd op een weegschaal gezet en zo werd de prijs bepaald. Als service kreeg ik er nog drie grote zoete augurken van het huis bij.  

Gelukkig was het om negen uur afgelopen met de schlagers en konden de campinggasten gaan slapen. Toen ik wakker  werd, scheen de zon al volop. Wat raar dacht ik, ik moet er ‘s nachts altijd uit en bovendien is het zwaar bewolkt. Een blik op de telefoon vertelde me dat het pas half één was, ik bleek pal ondereen lantaarnpaal te staan. Die had ik ‘s middags niet gezien. 

De bakker
Bij de Zabka, een soort 7/11, hebben ze alles, ook redelijke koffie

Als ik vertrek is het nog steeds alsof je door een wolk fietst, zo nat is de lucht. Mijn bestemming is Hel en ik mag daar één keer lollig over doen. De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens, maar die naar Hel door een blinde stratenmaker. hel ligt aan het einde van een dun, 30 kilometer lang schiereiland. Je hebt het strand, een duinenrij, het spoor, de provinciale weg met fietspad  en tot slot aan de binnenkant campings en surfscholen. 

Het wordt langzaam beter weer, het is niet zo koud meer en je voelt dat de zon achter de wolken zit. In Hel is het nog even zoeken naar de juiste camping. Ik wilde naar Hel Camp, maar je hebt ook Camp Hel, Kamp Hel en Sielski Camp. En nu maar eens uitpuzzelen hoe dat zit met de boten naar Gdansk en Gdynia.

Elk stadje, elk dorp, heeft een kermis. Deze heeft zelfs een 9D cinema.
Als beginnende kermisondernemer werk je met opblaasbare attracties

Afstand: 45 kilometer

Tijd: 3:10

12-7 Jastrzębia Góra

Gisteren at ik groenteprut met groene pasta, heel voedzaam. Ik had voor het slapen gaan alles goed ingepakt en de tent goed strak gezet vanwege het aangekondigde onweer, maar dat kwam niet. 

Ik ben wat later weg dan anders, ik hoef toch niet zo ver vandaag, ongeveer 50 kilometer.

De attractie van Leba

Het eerste deel van de route loopt vlak achter het strand en wordt aangekondigd als sometimes sandy en laat dat sometimes maar weg.

Ik moet hele stukken lopen omdat de fiets wegzakt in het zand. Op een gegeven moment komt me iemand tegemoet die naar achteren wijst en zegt four kilometers very bad. That side also, zeg ik, terwijl ik naar de weg achter me wijs. 

Het is een grijze dag vandaag

Overigens had ik ook om kunnen fietsen, mmaar ik wilde even van de rust genieten die hier heerst. Na zo’n twee uur gedaan te hebben over 15 kilometer, kom ik weer in zo’n klein vakantieoord met kraampjes langs de weg.  Koffie, kawa, is altijd te krijgen, maar als je er iets bij wil, dan is de keuze meestal beperkt tot schepijs of wafels met slagroom en jam. En van de koffie moet je je ook niet teveel voorstellen, de zwarte koffie is een soort oploskoffie en de cappuccino is vooral heel veel schuim. En dat voor Starbucksprijzen.

Een opstelling van liefhebbers van honden groter dan jezelf

Na de koffie gaat de route het bos weer in en ik volg de bordjes nauwgezet want het boekje en mijn fietsapp zijn erg vaag over dit stuk. Even later snap ik waarom, want midden in het bos is een enorm bouwterrein aangelegd, waar ze een kerncentrale gaan bouwen. Je mag er overheen fietsen, maar je moet wel op de weg blijven.

Het bouwterrein van de toekomstige kerncentrale

Als ik naar de andere fietsers kijk, die ik hier tegenkom, dringt zich een conclusie op. Fietsen met veel bepakking en van die grote Ortliebtassen zoals ik heb, is uit. Wat in is, is bikepacking. Weinig spullen verdeeld over een aantal kleine tasjes, dat is de trend. Dat wil ik ook, een mens moet met zijn tijd meegaan. Stel dat het lukt om mijn hebben en houwen te halveren qua volume en gewicht dan ben ik weer helemaal in voor een nieuwe onderneming.  Ik ga dit najaar eens op onderzoek uit.

Hier in de bossen zie je grote kampementen van de scouting. Er staan telkens 20 of 30 grote tenten met 10 dixies op een rijtje dat doet me denken aan mijn tijd bij de verkenners. Als we op kamp waren, stond de hudo (Houdt Uw Darmen Open) een beetje apart van de andere tenten. Die bestond uit een emmer met wc-bril in een heel klein tentje waar de hele dag de zon zon op stond te bakken. Toiletbezoek was alleen mogelijk als je in staat was om je adem zo lang in te houden.  Als het even kon, plaste en poepte je verderop in het bos, je billen kon je gewoon afvegen met gras of bladeren. En als je echt de sjaak was, dan had je corvee en moest je de emmer legen in een kuil. En dan niet de emmer op de rand zetten en een schop geven in de hoop dat ie op zijn kop in de kuil viel, want zelfs als dat lukte zat toch de hele emmer onder de smurrie en hoe kreeg je dat nou weer goed? En hoe haalde je dan de emmer uit de kuil zonder vieze handen te krijgen? Ik heb daar een hoop geleerd over sanitair. 

De camping die ik had uitgezocht, bestaat uit een paar weilanden in the middle of nowhere. Ook hier staan wat dixies bij wijze van toiletgebouw, douchen is er niet bij. Daar heb ik geen zin in, tien kilometer verderop is er nog eentje. Die heeft weliswaar een prachtige website, maar bij aankomst is het een wat shabby vertoning, de meeste douches missen een slang met sproeikop, het water spuit gewoon uit de muur en de wifi die ze beloven is er niet. 

Hier verkopen ze niet alleen meuk, er zit ook een bakker tussen en een drogist

Afstand: 61 kilometer 

Tijd: 5:15

11-7 Łeba

Gisteren deed ik gewoon boodschappen bij de Aldi, een enorme supermarkt maar met nog minder aanbod aan levensmiddelen dan de gemiddelde buurtsuper hier. Enfin, dan maar weer gyoza gevuld met groente, paprika en uitgebakken spekjes met yoghurt toe. Het was ronduit koud gisteravond, zonder zon en met een stevige noordenwind kwam het niet boven de 14 graden uit. Mayke belde nog met enthousiaste verhalen over haar onderzoek naar Afrikaanse handelaren in China. Morgen komt er een orkaan over Sjanghai waar ze op de campus van de universiteit verblijft, ik ben benieuwd. 

Vanmorgen ben ik om half vijf al wakker, het is licht, de duiven zitten luidruchtig te koeren in de bomen en boven de camping cirkelen woedend krijsende meeuwen. Waar halen die beesten de energie toch vandaan om zoveel herrie te maken? En wat is de zin ervan? Ik dacht altijd dat alles in de natuur een doel heeft, maar voor dat gekrijs kan ik geen zinnig doel bedenken. 

Het eerste deel van de rit gaat door een prachtig natuurgebied, het Slowinski nationaal park. Ik betaal 10 zloty entree en mag dan netjes op de paden blijven. Het is volmaakt stil hier, op het ruisen van de bladeren en het geluid van de zee achter de duinen na.

Als je het park ingaat, zie je dat onderste bord. Ik dacht: niet de wolven voeren, maar het betekent gewoon verboden voor honden

Als ik het park uitkom, gaat de weg over in een karrespoor van onregelmatig gelegde betonblokken, de kunst is om zoveel mogelijk in de berm te blijven, dan kun je nog een beetje doorfietsen, anders stuiter je op en neer en wordt je gedwongen om stapvoets te rijden. Maar aan het einde van het spoor is er zowaar koffie. 

Een naargeestig weggetje

Het valt niet mee om een beetje contact te krijgen met Polen, de mensen van mijn leeftijd spreken drie woorden Duits en dat is het. Zo ook hier bij de koffie, een echtpaar waarvan de man hele verhalen in het Pools afsteekt en wijst op mijn fiets, ik sta maar een beetje te grijnzen en zijn vrouw trekt een gezicht van, dat is mijn man weer, die zo nodig de aandacht moet trekken van die buitenlander. 

In Kluki bezoek ik het openluchtmuseum. In dit gebied woonde vroeger een Duitstalige minderheid met een eigen taal en klederdracht. Ze hebben een aantal boerderijen nagebouwd en je kunt een beetje over het terrein wandelen en hier en daar naar binnen kijken. Het is binnen weliswaar ingericht, maar omdat er (historisch geheel juist) geen elektrische verlichting is aangebracht, is het moeilijk om er iets van te zien. Het heeft wel een grappig sfeertje en doet me denken aan de Erve Kots in de Achterhoek, waar wij in de jaren zestig regelmatig naar toe gingen als we daar met mijn ouders op vakantie waren. 

Met zo’n zandvloer voelt je bed aan alsof je een dagje naar het strand geweest bent

Na Kluki wordt je geacht over een wandelpad door de wetlands te fietsen. Dat gaat even goed maar als snel zit het pad zo vol met blubberkuilen, dat er niks anders op zit dan af te stappen en te lopen.

Je ziet het pad, dus je weet welke kant je op moet.. Omkeren is niet mogelijk, links en rechts staat water

Gelukkig is het pad maar een paar kilometer lang, waarna er weer een verharding met betonblokken is gemaakt. Maar om dat te bereiken moet je eerst nog door een beekje waden, dus schoenen uit, broekspijpen opgerold en daar ga ik.

Na nog een kilometer is er een splitsing, rechtdoor is het nog 27 kilometer, linksaf nog 22 kilometer naar Łeba. Natuurlijk sla ik linksaf, maar na 50 meter keer ik weer om, het is een totaal dichtgegroeid pad met nog meer modder, zonder klewang kom je hier niet doorheen.

Dan maar omfietsen over de betonblokken terwijl mijn nieren langzaam in mijn bekken zakken. En zo hotsebots ik langzaam richting camping Marco Polo.

Afstand: 70 kilometer

Tijd: 5:30

Een voorwoord bij Frans op de fiets

Ik heb een aantal jaar geleden (2015) het fietsen herontdekt. En dan bedoel ik niet het hardfietsen, maar het langfietsen, of bikepacken zoals je tegenwoordig zegt.

In 2015 fietste ik naar de Loire en terug. Le Grand Plan was mijn eerste serieuze fietstocht.
In 2016 reed ik de route naar Praag volgens het boekje van de Europafietsers en combineerde dat met de Spreeroute naar Berlijn. Dat verhaal noemde ik Der grosse Plan.
In 2017 ging ik naar Zweden in een combinatie van de Jutlandroute en een zelf uitgedachte route van Göteborg naar Linköping. Het heet uiteraard Den Stora Planen.
In 2018 had ik een vriendinnetje zonder fiets en ik dacht dat een vakantie zonder fiets ook wel leuk zou zijn.
In 2019 maakte ik de driehoek af, die ik in 2016 begonnen was en reed de R1 naar Berlijn, je leest erover in Nur ein kleines Plan.
In 2020 was ik druk met mijn nieuwe huisje in Zaandijk, maar ik vond toch een week de tijd om langs de Ems te fietsen, dat heette heel toepasselijk Een mini-plan.
In 2021 maakte ik een rondje Duitsland langs de grote rivieren. Het was niet helemaal mijn gedroomde plan, maar door corona kon ik niet anders, daarom heet het Ein richtig grosses Plan, aber second best.
In 2022 deed ik een klein rondje om het Kanaal, ik had geen tijd om helemaal naar Land’s End te fietsen. Dat heet A big plan with an escape.
In 2023 verslikte ik me een beetje, maar het werd toch een leuke tocht langs de Engelse oostkust onder de titel A slightly overdone plan.
In 2024 ging ik met pensioen en kon ik eindelijk mijn Masterplan uitvoeren, een tocht naar de Noordkaap.
In 2025 hield ik het klein. Ik fietste naar Basel en vanaf daar deed ik een klein rondje in Zwitserland.
En in 2026? Ik maak een trip langs de Oostzeekust naar de Baltische staten en vanaf daar over naar Finland en door naar Zweden. Tenminste, als die Baltische staten dan nog niet bezet zijn door Rusland.

In het begin schreef ik ook nog wel stukjes over dagtochten in Nederland.

O ja, waar zit het menu? Dat zit onder de rode zeshoek met die drie grijze streepjes!

Eindelijk koffie in Mazé