Gisterenavond at ik in Hindeloopen in hetzelfde restaurant waar ik de eerste avond ook at, want dat leek me een leuke afronding. Ik at zelfs hetzelfde, namelijk de eendenborstfilet en die smaakte niet zo als ik het mij herinnerde. Kortom, dat kun je dus beter niet doen.
Het woei vannacht behoorlijk en er kwamen voortdurend kleine buitjes over die op het toch al heftig klapperende tentdoek neerkletterden. En toch sliep ik daar goed op, in de wetenschap dat ik lekker droog lag. Om kwart voor zeven trek ik mijn regenkleding aan en fiets naar het toiletgebouw. Daarna ontbijt ik in de tent en pak rustig in, terwijl het langzaam droger wordt. Dat alles nog zo nat is, geeft niet meer, vanavond slaap ik droog in mijn eigen bedje. Of ik daar naar verlang? Eigenlijk niet bijzonder, mijn slaapzak en matje zijn inmiddels ook heel vertrouwd geworden. Als je tegen mij zou zeggen, Frans, ik fiets morgen naar Parijs, ga je mee? Dan zou ik wel ja willen zeggen, maar ik zou teveel uut te leggen hebben aan Mayke en aan diverse bestuursleden. Dus ik ga gewoon naar huis, geen fratsen.
Ik doe 40 minuten over de 8 kilometer naar Stavoren, er staat een strakke zuidwestenwind langs de dijk, de lucht is loodgrijs en af en toe slaat er wat regen in mijn gezicht. Dat belooft nog wat voor vanmiddag, mopper ik in mezelf, niks fluitend in het zonnetje naar Zaandijk maar kromgebogen over het stuur tegen de wind. Enfin, u begrijpt mijn gemoedstoestand.

In Stavoren doe ik boodschappen voor de lunch en drink snel een cappuccino met oranjekoek, want op de veerboot is de koffie bedroevend, dat weet ik uit ervaring.

In Enkhuizen neem ik nog een koffie en bestel een broodje bij een cafe dat een combinatie is van restaurant en tweedehands platenzaak. De eigenaar is meer bezig met plaatjes draaien dan met bedienen, dus ik ben heel benieuwd hoe lang hij het daar uithoudt. Dan pomp ik de banden nog één keer strak op en rij naar Hoorn. Ik fiets zoveel mogelijk tussen de bebouwing om uit de wind te blijven, op de open stukken ga ik niet sneller dan 11 kilometer per uur.

In Hoorn drink ik thee met de secretaris van het Honig Breethuis, die met haar zoon (de school is dicht vanwege een studiedag) naar het Museum van de 20e eeuw is geweest. Ze heeft een goede vraag: of ik niet blij ben dat ik vanavond weer in mijn eigen bed slaap. Nou, kan ik zeggen, daar heb ik over nagedacht en eigenlijk niet. Wacht maar tot morgenochtend, is haar antwoord.
Na Hoorn pak ik de weg naar Oosthuizen, die is het met de wind opzij nog te doen. Daarna fiets ik in de beschutting van het riet langs de Purmerringvaart naar Hobrede en Purmerend.

Dan hoef ik alleen nog maar via Neck die hele lange weg door de Wijde Wormer af

dan langs de Kalverpolder, langs de Hercules,

over de brug en opeens rijd ik mijn straat in, tik, tik, tik, tik, thuis.

Volgt morgen de epiloog.
Afstand: 60,3
Tijd: 4:53
















































