3-9 Zaandijk

Gisterenavond at ik in Hindeloopen in hetzelfde restaurant waar ik de eerste avond ook at, want dat leek me een leuke afronding. Ik at zelfs hetzelfde, namelijk de eendenborstfilet en die smaakte niet zo als ik het mij herinnerde. Kortom, dat kun je dus beter niet doen. 

Het woei vannacht behoorlijk en er kwamen voortdurend kleine buitjes over die op het toch al heftig klapperende tentdoek neerkletterden. En toch sliep ik daar goed op, in de wetenschap dat ik lekker droog lag. Om kwart voor zeven trek ik mijn regenkleding aan en fiets naar het toiletgebouw. Daarna ontbijt ik in de tent en pak rustig in, terwijl het langzaam droger wordt. Dat alles nog zo nat is, geeft niet meer, vanavond slaap ik droog in mijn eigen bedje. Of ik daar naar verlang? Eigenlijk niet bijzonder, mijn slaapzak en matje zijn inmiddels ook heel vertrouwd geworden. Als je tegen mij zou zeggen, Frans, ik fiets morgen naar Parijs, ga je mee? Dan zou ik wel ja willen zeggen, maar ik zou teveel uut te leggen hebben aan Mayke en aan diverse bestuursleden. Dus ik ga gewoon naar huis, geen fratsen. 

Ik doe 40 minuten over de 8 kilometer naar Stavoren, er staat een strakke zuidwestenwind langs de dijk, de lucht is loodgrijs en af en toe slaat er wat regen in mijn gezicht. Dat belooft nog wat voor vanmiddag, mopper ik in mezelf, niks fluitend in het zonnetje naar Zaandijk maar kromgebogen over het stuur tegen de wind. Enfin, u begrijpt mijn gemoedstoestand.

Een laatste blik op Stavoren met op de voorgrond een kunstwerk in het water, ik vermoed een vliegtuigvleugel

In Stavoren doe ik boodschappen voor de lunch en drink snel een cappuccino met oranjekoek, want op de veerboot is de koffie bedroevend, dat weet ik uit ervaring.

Kijk daar staat de trein al klaar in Enkhuizen, maar die neem ik natuurlijk niet. Louter hoon zou mijn deel zijn.

In Enkhuizen neem ik nog een koffie en bestel een broodje bij een cafe dat een combinatie is van restaurant en tweedehands platenzaak. De eigenaar is meer bezig met plaatjes draaien dan met bedienen, dus ik ben heel benieuwd hoe lang hij het daar uithoudt. Dan pomp ik de banden nog één keer strak op en rij naar Hoorn. Ik fiets zoveel mogelijk tussen de bebouwing om uit de wind te blijven, op de open stukken ga ik niet sneller dan 11 kilometer per uur.

In Lutjebroek staat een alles behalve luttele katholieke kerk met een monument voor een gevallen zouaaf. Dat ze die laatste zin moesten toevoegen, kan alleen maar duiden op kritische geesten in de gemeenschap.

In Hoorn drink ik thee met de secretaris van het Honig Breethuis, die met haar zoon (de school is dicht vanwege een studiedag) naar het Museum van de 20e eeuw is geweest. Ze heeft een goede vraag: of ik niet blij ben dat ik vanavond weer in mijn eigen bed slaap. Nou, kan ik zeggen, daar heb ik over nagedacht en eigenlijk niet. Wacht maar tot morgenochtend, is haar antwoord. 

Na Hoorn pak ik de weg naar Oosthuizen, die is het met de wind opzij nog te doen. Daarna fiets ik in de beschutting van het riet langs de Purmerringvaart naar Hobrede en Purmerend.

Purmerend in optima forma

Dan hoef ik alleen nog maar via Neck die hele lange weg door de Wijde Wormer af

dan langs de Kalverpolder, langs de Hercules,

over de brug en opeens rijd ik mijn straat in,  tik, tik,  tik,   tik,   thuis. 

Ach, heeft niemand naar de tuin omgekeken?

Volgt morgen de epiloog.

Afstand: 60,3

Tijd: 4:53

2-9 Hindeloopen

Ik at gisteren avond op de camping, want een restaurant was in de verste verte niet te bekennen. Waarom niet nog één keertje gevulde pasta, dacht ik bij mezelf. Het waarom niet bleek even later onder het koken.  De pasta viel uit elkaar en de vulling verdween in het kookwater. 

Onder het koken kwam de man van de vrouw die me zo hartelijk ontving ook nog even langs om een hand te geven. U bent de fietser zei hij, wij fietskamperen ook zelf. Ik ben nog niet eerder zo enthousiast ontvangen op een camping. 

Het was vannacht vochtig en koud, je kan merken dat de herfst in aantocht is. Halverwege de ochtend trok ik er een lange broek bij aan in mijn slaapzak. Die zou comfortabel moeten zijn tot +5 graden, maar zo beleef ik dat niet. Bij +10 word ik al wakker van de kou, al denk ik dat de vochtigheid daar ook een rol in speelt. 

Als ik om half zeven opsta ben ik niet eens de eerste in de wasruimte. Een bejaarde man is me voor, ik sta altijd vroeg op zegt hij, dan heb ik geen last van de rest. 

De camping ligt aan de Compagniesvaart

Iets over achten ben ik onderweg met een natte tent achterop, die droogt vanmiddag wel als ik hem weer opzet. 

Mijn eerste koffiestop is op de markt van Heerenveen, het is pas half toen dus veel is er nog niet open. Wat een verschil toch met Duitsland, waar de bakker om 7 uur open gaan en koffie schenken. Maar bij de Brownies en Downies kan ik terecht, zo steun je meteen het goede doel. 

In Sint Nicolaasga wil ik nog wel een koffie, maar dat kan helemaal niet. De kerk is wel open, gebouwd door een leerling van Cuypers en dat zie je er aan af.

Ik loop er even doorheen, vind een mij onbekende heilige, Sint Isidorus, en brand een kaarsje voor alle overledenen.

Sint Isidorus, beschermheilige van de boeren, herkenbaar aan de schep

Door naar Sloten, daar is maar één ding open en dat zit helemaal vol. Dus door naar Balk en ja, daar kan het wel.

Zo fietsend over het Friese platteland valt me op dat de dorpsgeluiden in Europa overal eender zijn.  Waar je ook komt, grasmaaiers en bladblazers verstoren de landelijke idylle. 

De dorpskerk van Wikel, een maatje te groot voor de camera

Het is weer een hele dag fietsen tegen wind, terwijl af en toe een verdwaalde bui rakelings langszeilt. Het is een mooi land dat Friesland, maar het zou wel wat minder mogen waaien en die meren liggen ook behoorlijk in de weg als je naar Hindeloopen wil.

Misschien kan het kabinet daar wat aan doen, tenslotte zijn ze nog op zoek naar plekken voor nieuwe steden. 

Afstand: 70,1 kilometer 

Tijd: 5:08

1-9 Wijnjeterpverlaat

Gisterenavond had ik de keuze tussen de pizzeria en Albert Heijn. Ik koos voor de laatste en kocht een maaltijdsalade en een toetje. Dat at ik lekker op mijn kamer op, terwijl ik naar Pointless keek op de BBC. Wat een feest!

Deze ochtend krijg ik een persoonlijk ontbijt geserveerd, ze doen hier niet aan een ontbijtbuffet. Het is van alles wat, inclusief verse jus en dat is voor het eerst sinds drie maanden. 

Ik pomp de banden goed hard op vandaag, tot 4 bar. Nu ik uitgevogeld heb dat het probleem in de ventielen zit, ben ik niet bang voor een groeiend lek. Het is nog fris als ik start, maar het voelt veel aangenamer dan gisteren. De beste route naar de camping die ik heb uitgezocht is over Assen (vanwege de kans op goede koffie) en dan Oosterwolde voor de boodschappen.

In de reeks eigenaardige kerktorens: de Adventskerk te Assen

In het centrum van Assen is het even zoeken, maar bij Sijl branden ze zelf hun bonen en ik krijg een perfecte cappuccino in een gedesignede kom. 

De kazerne van de stoottroepen heeft een hek met op elke paal een knots en twee speerpunten

De wind staat overigens nog steeds tegen (en de tik zit nog altijd in de trapas). Via Huis ter Heide kom ik in Veenhuizen en ik besluit om te lunchen in het Gevangenismuseum. Je komt eerst langs allerlei 19e eeuwse huizen met namen die aansporen tot goed gedrag, zoals Vooruit, Helpt elkander of Toewijding.

Het museum zelf is gevestigd in de 19e eeuwse inrichting, een enorm carré met slotgracht en binnenplein. Daar staat ook wat modern materieel opgesteld, zoals arrestantenbussen en van die busjes waarmee ze gevangenen naar de rechtbank rijden en terug. Heel instructief allemaal. 

Op de camping wordt ik uiterst hartelijk ontvangen, ik mag zelf een plekje uitzoeken, krijg een picknicktafel aangedragen en vervolgens een dienblaadje met thee en speculaasjes.

Afstand: 64,5

Tijd: 4:57

31-8 Borger

Gisterenavond ging ik naar de Vietnamees die twee jaar geleden nog een Chinees was. Het interieur was nog precies hetzelfde met een forse vijver in het midden van de zaak. Ik nam de Pekingsoep vooraf (een soort van groentesoep), daarna de Saigonsteak (geserveerd op een loeihete ijzeren plaat) en gebakken banaan toe. En ik heb lang gezocht, maar hier weten ze hoe dat moet. Je frituurt hem in een deegkorst, de korst is knapperig en de banaan is lauw maar stevig alsof je hem zo uit de schil eet.

Als ik opsta is het een stralende ochtend, de zon schijnt, er staat weinig wind en de banden doen het goed. Ik krijg het idee dat het probleem in de ventielen zIt, die bestaan uit twee delen een huls en een ingeschroefde kern met daarin weer een dunne stift met een moertje. Blijkbaar is die kern een beetje losgekomen en lekt daar wat lucht uit. Dat verklaart ook waarom ik geen gaatje kon vinden in de band.

Aan het ontbijt zegt de hotelhoudster, omdat u op de fiets bent, mag u wel een paar broodjes smeren om mee te nemen. In ruil vraag ze bij het afrekenen om contant, want dan kan ze kamermeisjes betalen. En zo overleven die kleine dorpshotels.

Ik rij door een veengebied waar alle dorpsnamen eindigen op fehn, Idafehn, Elisabethfehn, Ostrhauserfehn en ga zo maar door. Al die dorpen zijn verbonden door kanalen, waar ze later wegen langs gelegd hebben. Aan de ene kant de provinciale weg, aan de andere kant een ventweg waar je rustig kunt fietsen.

In Westrhauserfehn drink ik koffie met een croissant in een supermarkt. Je ziet steeds meer van die grote bakkersketens en die hebben in bijna elke supermarkt (maar niet in de Aldi, de Penny of de Netto) een inpandige bakkerszaak met lunchroom. 

Als ik in de buurt van Papenburg kom, liggen er her en der replica’s van tjalken en aken in de kanalen. Eerst trap ik er nog in, maar dan valt me op dat de ramen zwarte vlakken zijn en dat de tuigage wel erg summier is uitgevoerd. Bovendien zijn om de kilometer de oevers verbonden met betonnen bruggen, zodat die dingen sowieso met een dieplader en een kraan naar hun ligplaats gebracht moeten zijn. Maar in Papenburg zelf breken ze alle records met een driemaster in een grachtje dat niet veel breder is dan het schip zelf. Onwillekeurig moet ik denken aan dat armetierige schuitje in de Gedempte Gracht in Zaandam. Dan kunnen ze hier nog wat van leren!

Het is verkiezingstijd in Duitsland

Het KNMI belooft regen- en onweersbuien met hagel voor heel Nederland. Een eerste voorproefje krijg ik vlak voor de grens, die bui zit ik uit in een bushokje. In Bourtange volgt de eerste echte onweersbui, ik duik een stukje bos in zodat ik uit de wind sta en trek snel mijn regenkleding aan.

Je kunt de buien al van verre zien aankomen in dit open land, zodat ik steeds op tijd een beschutte plek kan opzoeken. In de loop van de middag neemt de heftigheid af, maar de harde wind blijft. Vooral het stuk van Jipsinghuizen naar Exloo valt me zwaar, ik heb soms het gevoel dat ik niet sneller ga dan een wandelaar. Maar in Exloo volgt de beloning, een prachtig fietspad door het bos naar Borger, helemaal uit de wind.

Het kamperen stel ik nog maar een nachtje uit, morgen wordt het droog en rustiger weer. 

Afstand: 89,8

Tijd: 6:50

30-8 Barssel

Achter het hotel staat een oude vestingkerk, gebouwd in de 11e eeuw
Prachtige grafstenen bij de kerk

De hotelier verwees me voor het avondeten naar de overkant, waar een Grieks restaurant zit. Het was er al aardig vol, maar ze hadden nog wel een plekje voor me. Ik ging zitten en daarna gebeurde er een hele tijd niets, wat mij de kans gaf, om de gang van zaken eens te bestuderen. 

Er liepen ongeveer negen jongens en meisjes druk heen en weer te rennen, de helft van de tijd met lege handen. Sommige gerechten werden maar half uitgeserveerd, zonder de bijgerechten zoals brood of salade. De gasten protesteerden natuurlijk en dan renden er weer twee naar de keuken om het in orde te maken. Daarbij maakten ze elkaar onderling allerlei verwijten, hetgeen natuurlijk ook niet bevorderlijk was voor de teamspirit.

Toen mijn buren zich beklaagden omdat ze de gratis ouzo waren misgelopen, zag ik mijn kans schoon en vroeg ik wat mocht bestellen. Waar komt u nu weer vandaan? was de reactie, deze tafel is gereserveerd. Ja dat klopt, zei ik, maar pas vanaf acht uur en het is nu half zes, terwijl ergens achter mij een bord tegen de vlakte ging. Ik mocht bestellen en kreeg zowaar een gratis glaasje ouzo met een kommetje fijngesneden witte kool en een groene peper uit het zuur. 

Ik had gegrilde aubergine vooraf besteld en lamskoteletjes met rijst als hoofdgerecht en na een minuut of twintig verschenen er twee grote schotels op tafel, waarbij de jongen in het rondkeek, waar de tweede eter dan gebleven was. Toen even later een van de meisjes vroeg of Alles in Ordnung was, zei ik nee, want ik kreeg alles tegelijk. O dat spijt me nu, was het antwoord. Ik wilde het toch weten en zei dat de bediening wat chaotische indruk op me maakte. We zijn pas een week open, zei ze, en het is zo druk. Ik stond op het punt me aan te bieden als coach, want ik had in de tussentijd al tal van manieren bedacht om de boel beter te organiseren, maar bedacht me op tijd, ik ben op vakantie. 

Als ik om acht uur aan het ontbijt verschijn, eerder was niet mogelijk, kijk ik tegen een wat armetierig buffet aan. Een paar broodjes, Fanta in plaats van jus d’orange, muesli zonder yoghurt. Uit de keuken krijg ik twee gebakken eieren waar een flinke dosis zout overheen is gegaan. Als ik een bakje met muesli vul en daar melk bij giet, komt die zo traag uit het pak, dat meteen duidelijk is dat je dat beter niet kunt opeten. 

Als ik de tassen aan de fiets hang, blijkt de achterband ook al zacht, het moet niet gekker worden, de fiets voelt blijkbaar ook dat we er bijna zijn. Maar goed, ik pomp alles weer strak op en begin aan een lange rit tegen de wind in, waarbij de motregen wordt afgewisseld met korte droge periodes. Omdat het zo hard waait, hoef ik geen regenkleding aan te trekken, de wind houdt me droog. Het fietsen gaat maar traag met die wind, gelukkig hoef ik niet zo ver vandaag.

Links zie je nog het restant van een oude windmolen

Om iets voor tienen kom ik langs de Landbäckerei van Schweiburg en neem daar een koffie. Precies op tijd, want de klant die een paar minuten na mij binnenkomt, krijgt te horen, op zondag schenken wij na tien uur geen koffie meer. 

Veel schuilhutten voor wandelaars en fietsers hier

Een uurtje later ben ik in Jaderberg en fiets naar het Hofcafé, daar was ik twee jaar geleden ook, maar het is donker binnen. Dan maar geen koffie meer vandaag.

Nu eens geen monument voor de gevallenen in de Frans-Duitse oorlog of een van de wereldoorlogen, maar voor de Oostfriezen, die in 1457 verslagen werden en waarmee een einde kwam aan hun plundertochten.

Gelukkig wordt het landschap wat minder open, er is steeds meer begroeiing die de wind breekt.

Als ik nog zo’n tien kilometer te gaan heb, worden de regendruppels dikker en moet ik toch mijn regenkleding aan. Het begint al snel te hozen en ik kom druipend aan bij het hotel.

Afstand: 66,2

Tijd: 5:10

29-8 Stadland

Het hotel in Cadenberge had een klein restaurant waar ik de dagschotel nam, tagliatelle met rundvlees bestrooid met heel grof gemalen peperkorrels, mooi al dente. Toe hadden ze alleen ijs of apfelstrudel, die laatste viel dan weer zwaar tegen, met taai deeg.

Als ik opsta is het bewolkt en een stuk kouder dan gisteren en de wind is gedraaid, het wordt vandaag zuidwest 4-5. Na een stevig ontbijt, koop ik een paar belegde broodjes bij de bakker naast het hotel en vertrek richting Bad Bederkesa. Daar ben ik twee jaar geleden ook geweest en daar zit een bakker met goede koffie. Het is een nogal saai en open landschap, regen en wind hebben er vrij spel en ik ben blij met de windsingels die her en der langs de wegen staan.

Na een uur begint het te regenen en wordt het tijd voor Black Sabbath, stevige muziek waarop je lekker doortrapt. Tegen de wind in fietsen is tot daar aan toe, maar als het dan ook nog gaat regenen, zit je altijd met de afweging, regenkleding aan of niet? Want als je je zo moet inspannen, dan zweet je ook flink en de vraag is, word ik natter met of zonder regenkleding aan? 

Als ik tegen elf binnenstap bij de bakker, onderdruk ik de neiging om Freunde, ich bin wieder da! te roepen. Ze herkennen me vast niet en ik weet niet of ze de humor er van inzien. Ik bestel de Pflaumenschnitt en een grote Milchcafé.

Als ik dat op heb, is het weer droog geworden en komt er een heel stuk door een bos. Overal lopen mensen met mandjes paddestoelen te zoeken, de herfst is in aantocht, dat kan niet anders. 

Ondanks de wind schiet ik lekker op en ik haal makkelijk de pont over de Weser van twee uur. Althans, ik eindig aan de kade voor een groot bouwhek, hier vertrekt geen pont meer. Er staat geen enkele aanwijzing van hoe en wat, maar op hun website staat dat ze tijdelijk alleen voor voetgangers en fietsers varen en vertrekken van het Willy Brandplein. Dan moet ik me toch nog haasten, maar ik haal het.

In de serie eigenaardige kerktorens

Aan de overkant gekomen, is het nog 20 kilometer tegen de wind en een flinke regenbui, maar dan kom ik toch bij hotel Hülsmann, waar ik een kamer geboekt heb. Ik kijk tegen een groezelig pand tegenover een speelhal aan. Maar de kamers zitten in de nieuwbouw aan de achterkant en zijn prima.

Afstand: 79 kilometer

Tijd: 6:13

28-8 Cadenberge

Gisterenavond zat ik in een dorp in de agglomeratie van Hamburg. Dat wordt doorkruist door hele drukke wegen, die je eigenlijk alleen met goed fatsoen kunt oversteken bij een stoplicht. Kijk je links, dan zie je lieflijke weitjes met houtopstanden, kijk je rechts, dan zie je silo’s, transformatorstations en garagebedrijven die in tweedehands auto’s doen. Het aanbod aan restaurants past daar bij, hamburgers, kebab, pizza en sushi.

Ik koos voor het laatste en nam als voorgerecht de summer rolls, die samen minstens een half pond wogen en daarna een kom met gemengde groenten, rijst, granaatappel en in beslag gefrituurde reepjes rundvlees. Helaas werd het geheel afgemaakt met enorme hoeveelheden vettige saus in bruin en wit, anders was het echt de moeite waard geweest. Het lag me ‘s nachts zwaar op de maag. 

Na het eten rekende ik af met Axel voor het gebruik van de hotelgarage. Ik gaf hem een tientje en ik kreeg twee euro terug en met een lepe blik zei hij, ik heb even geen 50 cent munt, maar eh dat komt nog. Ik kon er niks aan doen, maar moest gewoon lachen om zoveel doorzichtige streken, tenslotte was die garage ook gewoon van het hotel.

A proom with a view

Ik wilde nog wel even tv kijken, maar de batterijen van de afstandsbediening waren leeg. Dus ik toog naar de receptie, die nu wel open was en kreeg na een minuut of tien zoeken nieuwe batterijen. Terug op de kamer kwam ik er achter dat de tv helemaal niet aangesloten was en geen signaal had. Wat moet die receptionist nou gedacht hebben? Als die man batterijen voor de afstandsbediening wil, krijgt hij batterijen? Ik snap niet waarom, maar dat zijn mijn zaken niet. Zoiets? 

Vannacht werd ik wakker van dat zware eten en dacht, ja wat als Axel morgenochtend weer geld vraagt, nu om de schuur open te doen? Maar zo doortrapt was hij nu ook weer niet en om half acht precies staat mijn fiets voor de ingang van het hotel. Ik heb dan al ontbeten op mijn kamer, want ze doen hier niet aan ontbijt voor de gasten.

Het heeft flink geregend vannacht en de weerberichten zijn dramatisch, onweer en 31 mm regen vandaag. Maar als ik vertrek is het droog en het blijft droog tot de laatste tien kilometer.

De kerktoren van Barnstedt (geen fraaie foto, maar anders verdween hij achter de bomen)

Ik ga via Barnstedt naar Glückstadt en dat gaat verbazend snel vandaag, ik ben daar al iets over elven.

Roerige luchten nabij de Elbe

Ik drink nog een kop koffie op de markt en bezoek de kerk, want die heb ik de vorige keren steeds overgeslagen. Het is binnen hartstikke donker en dat is jammer, want de schotten van de galerijen zijn versierd met tientallen bijbelse taferelen. 

De doopvont in Glückstadt

Daarna ga ik met het veer over de Elbe, op het fietspad haal ik een rennende man in die ook op weg is naar het veer. Sie schaffen dass, roep ik hem toe. Maar helaas, achter mij gaat de slagboom omlaag en als hij daar onderdoor duikt, wordt hij teruggescholden door het personeel. Onder een gesloten boom doorkruipen? Dat is heel Hollands, maar hier pikken ze dat niet. 

De eendjes in de steigerwand van het Elbeveer worden regelmatig vernieuwd. In 2017 stonden er andere.

Dan is het nog iets van 30 kilometer naar Cadenberge door de Duitse polders langs de Elbe. Het is niet warm, maar wel benauwd en je kunt aan de lucht en de opbouw van de wolken zien dat er onweer aankomt. Maar uiteindelijk regent het alleen maar als ik bij het hotel aankom.

Afstand: 83,4 kilometer

Tijd: 5:48

27-8 Henstedt – Ulzburg

Gisterenavond at ik boterhammen met kaas in het park en hing een beetje rond in het centrum. Ik raakte aan de praat met een Duitse fietser die ik onderweg al een paar keer eerder gezien had. Hij zat ook te wachten tot we konden inschepen. Hij had gestudeerd in Maastricht en sprak een woordje Nederlands.  

Toen er een koude wind opstak verkaste ik naar de stationshal. Daar staat een automaat waar je je boardingpas uithaalt en waar je kunt wachten tot je opgehaald wordt om onder begeleiding naar de ferry te gaan.

Dat wachten duurde tot vlak voor de afvaart, zodat ik al bijna dacht dat ze ons vergeten waren. Een kwartier voor tijd ging er een deur open en werden we geroepen door een man in een geel hesje. De drie voetgangers gingen in een bus en wij fietsers reden met zijn vijven er in het donker achteraan. Nou hebben de meeste havens een aparte fietsbaan, maar deze dus niet. Het ging kriskras over de opstelbanen voor de auto’s en tussen de vrachtwagens door, daarna volgde een klimmetje over een stalen roosterbaan en toen waren we op dek 5. Een man met een geel hesje maakte een vaag armgebaar en verdween. Wij keken elkaar aan, wat nu? De meest ondernemende van ons, de enige vrouw in het gezelschap, ging achter hem aan en haalde hem terug. (Dat zie je vaak in dit soort situaties, mannen willen het koste wat kost zelf uitzoeken en vrouwen zijn wat praktischer ingesteld en vragen het gewoon). Zet ze hier maar neer, zei de teruggehaalde deckhand en hij wees naar een leeg vak achter een paar auto’s en verdween weer. Ja wat nu, zeiden de Duitse fietsers. zullen de fietsen niet omvallen? Waarschijnlijk niet,zei ik, zoveel wind staat er niet, maar dat was aan dovemansoren. Iemand suggereerde al om de fietsen plat op het dek te leggen, maar mijn voorstel was om ze dan maar vast te sjorren aan de  pilaren aan de zijkant van het vak. En zo geschiedde. Als het echt slecht weer zou worden en je legt de fietsen plat neer, dan dweilen ze van links naar rechts over het autodek was mijn gedachte.

Ik verdween naar mijn hut, nam een douche en ging slapen. Om kwart voor zes klinkt Here comes the sun door de luidsprekers, wat ik wel kan waarderen. Na een snel ontbijtje, ik heb yoghurt en muesli mee, is er nog net tijd om te zien hoe we afmeren en om tien voor zeven staan we al weer op straat. 

De eerste anderhalf uur fiets ik door voorsteden en industrie van Travemünde en Lübeck. Ik drink nog een hele slechte koffie in Lübeck en dan snel verder. Dan verandert het landschap langzaam in Duits platteland, een beetje heuvelig, maar niet te erg. 

In de serie automaten: links koop je vlees voor de barbecue en rechts vette salades
Een uitstekende slogan

Om half twaalf is de voorband opeens weer zacht, althans ik merk het dan en pomp hem weer op tot drie bar. Een tweede plakpoging heeft pas zin als hij snel leegloopt, we zullen zien wanneer het zover is. Ik drink koffie in Bad Oldesloe met een stuk chocoladetaart, geserveerd op een leisteen en versierd met rode bessen. 

Van Bad Oldesloe tot het eindpunt, zo’n 30 kilometer, fiets je over één lang pad

Tegen drie uur ben ik op de plaats van bestemming, het is een self check-in hotel, de receptie is dicht. Ik vraag aan een schoonmaker, die binnen bezig is, waar de Fahrradschuppe is, die was tenslotte beloofd in de bevestiging. Hij trekt een slim gezicht en begint een heel verhaal over alle plekken waar je een fiets zou kunnen stallen. Maar in de schuur? Dat kan wel, maar dan moet ik hem 7,50 betalen. Ik denk er nog even over na.

Afstand: 76,3 kilometer

Tijd: 5:42

26-8 Trelleborg

Gisterenavond at ik nog één keertje gevulde pasta, nu met Karljohanzwam (eekhoorntjesbrood) en truffel en kwark toe. Straks ben ik in Duitsland en daar kan ik weer genieten van de Gutbürgerliche Küche op het platteland van Sleeswijk Holstein. Er kwam niemand meer bij op het tentenveldje, ik denk trouwens dat als ik zeg dat er tien mensen op de hele camping bivakkeerden, dat ik dan al aan de hoge kant zit. De Duitse weerberichten voorspellen weinig goeds voor het weekend, dus ik besteed de avond aan het zoeken naar goedkope hotelletjes die ongeveer 75 kilometer van elkaar liggen. Ik ben nu tot en met zaterdag onder de pannen. Een kleine rekensom leert dat ik in principe maandag in de middag de grens met Nederland bereikt kan hebben. En zo komt het einde van deze reis opeens heel snel dichtbij.

Als ik opsta, heb ik geen haast, want ik hoef pas om 20.00 uur in te checken en hoe eerder ik in Trelleborg ben, des te langer ik daar moet rondhangen. Ik vertrek tegen tienen om na drie meter te constateren dat mijn voorband leeg is. Lekke pijp! Actie! Alle bagage weer van de fiets af, fiets op zijn kop, binnenband eruit en oppompen maar.

Niets te horen en niets te voelen. Dat is ook raar, band terug en oppompen maar. Ik pomp hem op tot de ondergrens van 2,5 bar en vertrek alsnog. Eens zien hoe hard ie leegloopt. 

Iemand, ik noem geen namen, zei me als je eenmaal in Skåne bent, dan wordt het makkelijk, daar is alles vlak. Nou, het tegendeel is waar! De hele weg tot Svarte aan de kust bestaat uit korte steile hellinkjes waar je tegenop moet ploeteren. Bovendien staat er een stevige wind schuin tegen. Ik mopper op mezelf dat ik er niet aan gedacht heb om brood te kopen, want in tegenstelling tot de voorgaande dagen, is er geen winkel te bekennen. Dus de laatste mueslirepen gaan eraan.

Pas als ik de kust bereikt heb, wordt het beter. Hier is het vrijwel vlak en de wind komt nu schuin van achteren. Om half één kom ik langs een restaurant en kan ik eindelijk koffie drinken en een warme lunch nemen. Omdat het de laatste dag in Zweden is en ik bijzonder hongerig ben, neem ik ossehaas met dikke frieten. 

Na het eten controleer ik de bandenspanning en die is nauwelijks afgenomen. Wonderlijk toch! Ik pomp de band nog wat harder op en zo fiets ik kalmpjes over de kustweg naar Trelleborg, hang nog wat rond op een strand en ontdek een teek in mijn arm. Maar daar heb ik wat voor, ik heb al die jaren trouw mijn tekenpincet meegenomen en nu komt ie van pas. Ik bestudeer de gebruiksaanwijzing, verwijder het monster, zet een kruis op de plek en maak een foto. Het is afwachten of er een vlek of kring gaat ontstaan, dan wordt het tijd voor de antibiotica.

Om iets over vieren ben ik toch echt in Trelleborg en ik ga naar een koffiezaak, zet mijn fiets voor het raam en bestel een thee en een sandwich. 

Afstand: 68,1

Tijd: 4:50

25-8 Sjöbo

Op de camping at ik gisteren een salade uit de saladebar van de supermarkt. Na die warme lunch leek me dat voldoende. Het bleef trouwens rustig vannacht, ik heb niets bemerkt van Zweedse gauwdieven of gespuis. Het was wel koud vannacht, kouder dan ik tot nu toe heb meegemaakt. 

Ik ontbijt aan de picknicktafel bij de keuken in het zonnetje, het is fris, net 12 graden. Een Fries stel met een peuter schuift aan, die blijven een dagje staan want ze hebben pech met hun camper. Hij heeft zijn racefiets mee en beklaagt zich over de Zweedse wegen. Of het is gravel waar je slipt als je in de pedalen gaat staan of je eindigt op de snelweg. Ik vraag hem hoe hij zijn rondjes plant en hij gebruikt daar Komoot voor.

Het begin van de route is makkelijk en vrij vlak. Ik doe inkopen voor de lunch in Everöd. U heeft toch niet toevallig een koffiemachine vraag ik. Nee helaas niet, maar in Degeberga bij de Coop wel. Daar moet ik toch naar toe, dus ik zie nog even af van blikjes ijskoffie. En dan, bij Degeberga (als het woord ‘berg’ in de plaatsnaam zit kun je problemen verwachten) zie ik dat de Coop in een dal ligt en dat de route bovenlangs gaat. Wat te doen? Na een korte overweging overwint de koffiezucht, ik daal af en zie even later een huis met enorme letters op de gevel Café en Bageri.

Yes roep ik wat een goede beslissing was dat van mij. dat is straks de klim waard. Maar, er is altijd een maar in een koffieverhaal, het was binnen donker en de deur potdicht. Dan toch maar naar de Coop waar de ze trotse bezitter zijn van een Senseo apparaat. Bijna loop ik weer weg, maar dan realiseer ik me dat ditwaarschijnlijk de enige kans is vandaag. Ik leg me er bij neer en koop voor 11 kronen een bekertje Senseo. 

Daarna moet ik weer helemaal terug omhoog en nog hoger tot 150 meter. Dat stijgen duurt maar en de zon brandt inmiddels ongenadig op mijn pet, maar als beloning volgt dan een hele lange golvende slingerende weg door de bossen. De weg blijkt een cultuurhistorische route en ik kom langs oude boerderijtjes en schuren, met verklarende bordjes. 

Rond half een kom ik langs een bordje bij een gravelweg met Café. Het zal niet waar zijn. Volgens google is het open, dus ik waag het erop. En ja hoor, in the middle of nowhere is een oude boerderij waar je kunt lunchen De bediening is nogal sloom, je moet hier geen haast hebben. Ik bestel een pot thee en een sandwich met rosbief en terwijl ik zit te wachten wordt ik aangesproken door een Deense man van mijn leeftijd. Hij wil alles weten van mijn ervaringen met de Rohlof hub op mijn fiets (het versnellingssysteem) en hij vertelt dat hij elk jaar in Indonesië gaat fietsen. Hij koopt daar een fiets, voorziet die van zelf meegebrachte kettingbladen en verkoopt hem weer na afloop. 

Als dan mijn sandwich arriveert blijkt het een een klein plakje roggebrood met daarop een plakje rosbief. Nu heb ik net 21 afleveringen van de Odysseia achter de rug en in elke aflevering worden feestmalen aangericht met hele ossen en zwijnen aan het spit, er worden schenkels geofferd en men eet zich ongans. En ik vraag me af hoe Odysseus hierop zou reageren. Hij zou vleugels geven aan zijn woorden en uitroepen dat een dergelijk maal niet alleen een belediging is voor een gast, die zoveel ontberingen heeft geleden, maar dat een dergelijk vertoon van ongastvrijheid ook een belediging is voor de eeuwige goden op de Olympus en hij zou vragen om de rest van de koe. Maar ja, ik ben geen Odysseus, dus ik eet het braaf op en reken af. 

Zo tegen drie uur ben ik op de camping en voorlopig sta ik als enige op het tentenveld.

Afstand: 67,6

Tijd: 4:57