25-7 Ventspils

Kom laat ik weer eens echt uit eten gaan, dacht ik gisteren en belandde op hip openluchtterras vlak achter het strand. Omdat ze in Letland van grote porties houden, bestelde ik een bietensoep en een salade van tijgergarnalen. Maar dat had ik verkeerd ingeschat. Die salade bestond uit 5 garnalen, 15 blaadjes sla en wat bessen. Ik stond op het punt om er nog wat patat bij te bestellen, toen een steenkoude zeewind over het terras begon te waaien. Wegwezen hier, ik haal nog wel een pot yoghurt in de supermarkt, was mijn reactie. 

Er is een tekort aan bloed in Letland, anders kan ik het gedrag van de muggen hier niet verklaren. Als ze je eenmaal gevonden hebben, blijven ze om je hoofd heen cirkelen totdat je moe wordt van het meppen in de lucht en dan slaan ze genadeloos toe. Als het flink waait, heb je er geen last van, maar vanmorgen was het vrijwel windstil en had zich een klein legertje verzameld op het dak van mijn tent, dat wachtte tot ik naar buiten zou komen. 

Het is de hele dag een beetje van dit landschap

Om iets over achten ben ik weg en wat een verschil met gisteren! De hele weg bestaat uit glad asfalt en ik heb de wind in de rug, dus ik sjees door het lege landschap. Het enige nadeel is het verkeer, dat drukker wordt naarmate de dag vordert. Ik hou een klein statistiekje bij van het volgende. Hoe vaak komt het voor dat een achterop komende en een tegemoetkomende auto elkaar precies ter hoogte van mijn fiets passeren? Dat is ongeveer in 20% van de gevallen. In zulke situaties wijk ik preventief uit naar de berm, die uit een keiharde laag van klein en grit bestaat, dus dat kost me nauwelijks snelheid en geeft me wel zo’n veilig gevoel. 

Aan zee staat een monument, Sails of hope, voor de Letten die aan het eind van de oorlog over zee naar Zweden vluchtten. Zij die die de tocht overleefden, werden gewoon teruggestuurd en door de Russen naar Siberië gedeporteerd. Nooit meer iets van gehoord.

Na 30 kilometer is er een gehucht met een hotel, waar ik koffie drink. Ik wil er wel iets bij eten, maar dan moet ik het hele ontbijt nemen zegt het meisje. Als ik ga kijken waar het ontbijt uit bestaat, zegt ze, ach, er komen toch geen eters meer, pak maar wat, dan doe ik een paar euro bij de rekening.

Verder is het lekker doorrijden en ik luister naar muziek uit de beginperiode van Pink Floyd, Umma Gumma en Meddle. Tegenwoordig zouden we het soundscapes noemen wat ze doen en het past wonderwel bij het landschap en de weg.

Nog een monument, maar voor wie of wat?

Om iets voor tweeën ben ik op de camping van Ventspils, een groot en hypermodern complex. Ze hebben hier hutjes voor een paar tientjes en dat lijkt me met deze harde koude wind wel zo comfortabel.

 Afstand: 72,5 kilometer

Tijd: 4:10

24-7 Pavilosta

Waarom zat er gisteren nou toch een beetje water in de tassen na die hoosbuien? Ik heb dat even opgezocht en wat blijkt, ik doe die tassen al tien jaar verkeerd om dicht. Zo’n tas is in feite een grote zak en door de bovenkanten samen te nemen en een paar keer om te rollen, ontstaat een waterdichte sluiting. Maar je kunt twee kanten oprollen en ik rolde altijd van de fiets af. Dat moet dus naar de fiets toe volgens de deskundigen op Internet. Of het waar is, daar kom ik over een paar dagen wel achter. 

Een correct gesloten tas

Ik at gisterenavond bij MoiMoi, de Mexicaan vlakbij het hotel. Het leken me echte Mexicanen, want ze spraken vloeiend Engels. Ik nam een salade van kip, avocado en met bonen, daaronder zat een dikke laag ijsbergsla met tomaat en van die ouderwetse slasaus.

Deze ochtend ben ik rond half negen weg, de In schijnt en het is een stuk warmer dan gisteren. Ik moet eerst door Liepaja heen. Tik, tik, tik. Dat valt niet mee, want de doorgaande wegen zijn in onderhoud en de spoorwegovergang is in gebruik als rangeerterrein zodat je rustig 20 minuten staat te kijken naar een trein die telkens weer voorbij komt. Tot slot moet je over een dubbele draaibrug, die voor mijn neus opengaat. Geen schip te zien, wel een mannetje met een emmer en een kwast die op zijn elfendertigst iets begint in te smeren aan het uiteinde van de brug. De vraag is nu, fiets ik 5 kilometer om of wacht ik het af?

Effe bijkwasten

Ik besluit om eerst maar even te wachten. Na een klein kwartiertje is hij klaar, klautert omlaag, sjokt over een loopbrug, sluit het hek, kijkt een tijdje op zijn telefoon, loopt naar het brugwachtershuis en als je dan denkt, nu mogen wij erover, ja dan komt er nog een coaster door en daarna gaat de brug tergend langzaam weer dicht. 

Let op de lantaarns op de brug

Aan de noordkant van Liepaja staat een enorme orthodoxe kathedraal met in de zon blikkerende koepels midden tussen de flats van een arbeiderwijk. Die flats zijn ooit gebouwd als huisvesting voor Russisch marinepersoneel.

Na een kilometer of vijf kom ik langs het Letse Holocaust monument, dat staat ver buiten de stad. Je moet een kleine kilometer fietsen vanaf de weg richting de kust en daar ligt het pal aan de zee. Het bestaat uit een groot terrein van lage muurtjes in de vorm van een menora met op de koppen teksten uit de Tora.  Ik ben trouwens de enige bezoeker, als ik wegga komt er een engelse auto aan. 

De armen van de menora

De rest van de dag is een lange rit over grindwegen met overal gaten, diepe rijsporen en een wasbordstructuur. Dat zijn van die smalle dwarslopende ribbels die je moet zien te vermijden want je begint enorm te stuiteren.

Een oude Russische radartoren

Dus een beetje doorfietsen zit er niet in vandaag, veel harder dan een kilometer of 10-12 kun je niet en je moet heel erg focussen op de weg om telkens het gladste stukje oo te zoeken.

Bloemetjes in het bos

Aan het eind van de middag kom ik in Pavilosta, en rij richting de Marina Camping. Maar vlak daarvoor is er het Fishermans Camp, dat ziet er wel grappig uit met boten in het gras. De eigenaar zegt: douche, toilet, wasserkocher, 8 euro. Perfect zeg ik.

55,4

4:45

23-7 Liepāja

Gisteravond at ik weer brood met kaas en tomaat omdat ik ‘s middags al warm gegeten had in de vorm van een soort pokebowl, verse tonijn (dit keer), met wortel, edamamebonen, rettich, zeewier en rijst. 

Het weerbericht zegt onweer tot tien uur, daarna zware regen tot de middag en dan droog. Mijn logische plan was dus om aan het eind van de  ochtend te vertrekken. Maar het onweer kwam niet en de regen liet het ook al afweten. Dus om iets over tienen besluit ik om toch maar alvast te vertrekken, ondanks het feit dat ik volgens buienradar middenin het noodweer zat. 

De weg begint nog als een brede gravelweg voor auto’s, maar na een paar kilometer gaat hij over in een bospad. En dan moet je goed opletten want de aanwijzingen in het routeboekje schieten hier schromelijk tekort. Dat zegt zoiets als, fiets door het bos tot je op de verharde weg komt.

Maar het pad zit vol splitsingen en kruisingen, dus ik moet telkens op de kaart kijken of ik nog goed zit. Af en toe zit er een blauw bordje (of de restanten ervan) op een boom, maar lang niet bij elke keuze die je moet maken. 

Je ziet nog net een paar fragmenten van een bordje

De weg door het bos is pittig, je fietst over gras en zand, er zijn heuvels en overal liggen plassen. Een keertje schat ik het niet goed in als ik langs een plas wil en maak een flinke schuiver, de fiets verdwijnt in de plas, maar ik sta nog overeind. 

Eetbaar of niet?

Zodra je afstapt om op de kaart te kijken of de fiets tegen een heuvel op te duwen, wordt je bestormd door muggen, steekvliegen en horzels. Vooral die laatste beesten zijn agressief, ze steken dwars door mijn kleding heen en eentje weet zich in mijn fietshandschoen te werken en begint daar opeens te knagen. Dus even pauzeren is er niet bij, ik moet gewoon de hele bosweg in één keer af.

Ik dacht even te zitten, maar het bleef bij rondjes lopen om de tafel om uit de klauwen van de horzels te blijven.

Na anderhalf uur ploegen raakt het bospad aan een gravelweg, die met een beetje omweg ook naar het volgende dorp gaat. Dankbaar wissel ik van route, want de extra kilometers compenseer ik met een dubbele snelheid, waarbij ik de insecten ook achter me laat.

Als ik dan uit het bos in een dorpje kom met de naam Jurmalciems, zie ik een wegwijzer met Veikals. Dat betekent zoveel als winkel en zonder dat bord zou ik die nooit als zodanig herkend hebben. Het is een gebouwtje van grijze bakstenen met drie kleine raampjes en een stalen deur. Er staat zelfs een picknicktafel naast. 

Ze  verkopen er van alles maar geen plakjes kaas. Wel een stuk van een kilo maar dat hou ik niet goed. Wat ze ook hebben is instant havermout met blauwe bessen, dat was in Noorwegen mijn favoriete ontbijt, dus ik koop er twee om uit te proberen. 

Als ik uit de winkel kom, hoost het opeens, je kunt nog geen 30 meter voor je uitkijken. Voorlopig geen lunch aan deze picknicktafel dus. Dan maar doorfietsen. Het regent zo hard dat het water over mijn gezicht mijn hals in loopt en alles toch nat wordt. Er is nergens een plek om te schuilen, dus ik fiets dapper verder tot het droog wordt. Dan eet ik snel twee boterhammen met de vloeibare pindakaas uit de noodvoorraad. Als het even later in Bernati  opnieuw begint te plenzen, is er gelukkig een bushokje waar ik kan schuilen. Het opvallende aan deze regen is dat de druppels wel twee keer zo dik lijken als die van de Nederlandse regen. Ze landen met ferme tikken op mijn capuchon. 

Het laatste stuk vanaf Bernati bestaat uit een gloednieuw fietspad langs de provinciale weg. En halverwege is er zelfs een hip fietserscafé met wifi, dat er nu een beetje treurig bijstaat. Kan ik toch nog koffie drinken vandaag. 

Ik heb een kamer geboekt in het Sporthotel en voor 40 euro kreeg ik een driepersoonskamer. Die ruimte heb ik wel nodig, want ondanks alle voorzorgen was er toch water in de achterste fietstassen gekomen. Dus alles moest eruit om te drogen.

Verder is het hotel precies wat je je bij deze naam voorstelt, een flat tussen de andere flats in een buitenwijk van de stad. De kamers hebben bordkartonnen wanden en de douche is een plastic cabine in de badkamer. Maar het is er lekker warm en er is zelfs een elektrisch verwarmd handdoekenrek.

Dit komt al in de buurt van brutalisme

Afstand: 44,3 kilometer

Tijd: 4 uur

22-7 Pape

Gisterenavond at ik een paar bruine boterhammen met kaas en tomaat, dat was ruim voldoende na die warme maaltijd tussen de middag 

Mayke heeft besloten om niet haar eigen fiets mee te nemen, maar er eentje te kopen in Riga. Die zetten we in Linköping dan weer te koop. Dat scheelt een hele hoop gedoe bij het vliegen. Maar hoe koop je op afstand een fiets in Riga. De eerste optie is een email sturen naar een grote fietsenwinkel met een engelstalige website en te zeggen wat je wil. Dat heeft ze gedaan, dus nu maar afwachten. Levert dat niks op, dan is de tweede optie naar de Decathlon van Riga te gaan en te hopen dat ze iets geschikts hebben. In dat geval is het wel handig als ik twee dagen eerder in Riga ben om me een beetje te oriënteren.

Mijn ontbijt, het woord ba is toch niet zo universeel als ik dacht.

Als ik opsta schijnt de zon, maar die verdwijnt langzaam achter de wolken terwijl ik de tassen aan de fiets hang. Als ik een minuut of tien onderweg ben, valt de eerste bui. Het regent net genoeg om je regenkleding aan te trekken en als de bui over is en je kleding is  voldoende opgedroogd, dan begint het weer. Dus vraag ik me af, hoe gaan de Litouwers hier mee om? Een beetje als de Noren is het antwoord, de ene helft loopt in korte broek en t-shirt en laat zich gewoon natregenen, de andere helft heeft een trui en een regenjas aan. 

Toen ik de eigenaar gedag ging zeggen, raakten we aan de praat over de geschiedenis van Litouwen. Zo kwam ook mijn bezoekje aan de Kruisheuvel ter sprake en hij mopperde wat over de commercialisering van de plek. Voor Litouwers is de heuvel vooral een monument voor de nationale cultuur en het is een goede gewoonte om er op je huwelijksdag naar toe te gaan. Voor Polen is het een bedevaartsoord. En zo kon het gebeuren dat toen hij met familie en vrienden de heuvel beklom om zijn huwelijk te vieren, vanaf de andere kant een touringcar vol Polen kwam aanrijden, die de heuvel op hun knieën beklommen om bovenaan te gaan bidden. Je begrijpt, zegt hij, dat het een wat vreemde situatie werd voor beide partijen.

Omdat ik niet zo ver hoef, doe ik rustig aan en kijk een beetje om me heen. In Palanga drink ik cappuccino en eet een zuurdesem kardemombroodje in een hele hippe tent tegenover de botanische tuin, waar de rij voor de koffie al buiten begint. Voor elk kopje wordt de koffie gewogen en elke handeling wordt met grote precisie uitgevoerd. Maar het blijkt de moeite waard. Daarna bekijk ik de kerk, een bakstenen gevaarte uit 1910, die me qua sfeer een beetje doet denken aan de Dominicuskerk in de Spuistraat in Amsterdam.

Een open biechtstoel, maar hoe voorkom je nu sat iemand meeluistert, terwijl je de verschrikkelijkste dingen opbiecht?

Hier langs de kust zie je veel fietsers en wandelaars, het is een superglad geasfalteerd pad van Karklè tot vlak voor de grens met Letland. 

Ik dacht vanmorgen even dat de Litouwers een hogere mensensoort vormden, wars van kermisattracties en ander plat vermaak. Ik zie ze door de bossen wandelen en fietsen, vlagverovertje spelen en plantjes fotograferen. Maar in Sventoji, de laatste plaats voor de grens, kom ik letterlijk van een koude kermis thuis, het is in deze plaats niet anders dan aan de Poolse kust. Het enige verschil is dat er minder eettentjes zijn en dat de Litouwers aanmerkelijk slanker zijn dan de Polen. 

De routegids stelt voor om de grens met Letland over te steken via het een duinpad, maar daar voel ik niet zoveel voor. Ik volg de officiële bordjes van de R10 wel. Die sturen me de laatste kilometers over een drukke provinciale weg zonder fietspad. Gelukkig kun je vlak na de grens weer richting duinen, ik vind het toch niet zo prettig al die langs scheurende auto’s. 

Maar dan is het gedaan met het mooie fietspad. Ik moet eerst over een zandweg naar de kust en daarna wordt het een karrespoor door het gras net achter de duinenrij. Dan denk je dat je er bijna bent en opeens moet je nog anderhalf uur ploeteren door kuilen en over boomwortels.

Als ik op de camping aankom, waar ik een hutje besproken heb, is het na vijven. Vannacht krijgen we veel regen en voor morgen overdag is er onweer voorspeld. Nou, we gaan het zien, ik ga morgen niet verder dan Liepaja, waar ik een kamer in het Sporthotel geregeld heb. Dat is een kilometer of veertig die ik dan tussen de onweersbuien door kan afleggen. 

Mijn hutje en let op de houten dakpannen, die worden vannacht op de proef gesteld

Afstand: 54,3

Tijd: 4:30

21-7 Karklè

Gisterenavond aten we weer pizza bij de Pica Mica, je moet tenslotte een beetje afwisselen. Het zet trouwens wel aan, al dat fastfood. Het wordt weer tijd voor worteltjes en wat beweging.

Om acht uur zitten we in de auto met de fiets achterop en rijden we naar de kruisheuvel bij Šiauliai. Het is een katholieke bedevaartsplaats en vrijheidsmonument in één. Oorspronkelijk was het een plek waar tijdens de opstand tegen de Russen in 1830-1831 zwaar gevochten is. Omdat de lichamen van de opstandelingen niet teruggevonden werden, plaatsten de nabestaanden kruisen op de heuvel. Gedurende de onafhankelijkheid van Litouwen tijdens het Interbellum groeide de heuvel uit tot een bedevaartsoord en een plek waar om vrede gebeden werd. Na de Tweede Wereldoorlog bleef de heuvel een belangrijk symbool voor de Litouwers, een bezoek aan de heuvel en het plaatsen van een kruis was een daad van stil verzet tegen de Russische overheersing. Hoewel de Russen de heuvel een paar keer platgebulldozerd hebben en de kruisen telkens opruimden, bleven de Litouwers nieuwe kruisen plaatsen. 

Het mooie is dat niemand de baas is over de heuvel en dat je van niemand toestemming nodig hebt. Dus iedereen die dat wil, mag er een kruis plaatsen, klein of groot, zelf geknutseld of uit een van de souvenirwinkels, dat maakt niet uit. Er zijn er nogal wat van Franciscaner jeugdgroepen en van Europese legereenheden die in Litouwen gestationeerd zijn. De leukste kruisen zijn natuurlijk de exemplaren die overduidelijk zelf gemaakt zijn, die maken toch meer indruk dan sommige enorme exemplaren die duidelijk door een beeldhouwer vervaardigd zijn. 

Na de heuvel rijden we richting kust. We lunchen in een soort van afhaalrestaurant met bietensoep, aardappels en een paar scheppen fijngesneden wortels en kool. 

Anton zet me af in Karklè, waar ik voor vier tientjes een kamer heb geboekt op een camping. Als we de bagage in de kamer hebben gezet, gaan we nog even naar de zee kijken vanaf de Hollandse klif. 

Maar dan is het luie tripje echt over. Vanaf nu moet ik het weer op eigen kracht doen en morgen begint deel twee van de reis met als doel Riga. 

Kaisiadorys-3

Gisterenavond gingen we laat eten, want we wilden in de open lucht naar de finale van het WK kijken. Dat beperkte de keuze tot pizza of de elementaire Japanse keuken, omwille van de variatie in het dieet werden het de gefrituurde inktvis en garnalen van de Japanner.

Daarna sloten we ons aan bij de plaatselijke jeugd (van 5 tot 18)  die op een grasveldje zat te wachten op de aftrap. Wat ons aan die jeugd opviel, was het gedisciplineerde gedrag, geen geblow, geen drank, hooguit wat jongetjes die stunts oefenden op hun stepjes. Wellicht was de aanwezigheid van de politie daar debet aan, de agenten van dienst stonden achter onze ruggen geparkeerd en keken vanuit de auto vrolijk mee. Het was snel duidelijk waar de sympathie van het publiek lag, niet bij de Argentijnse huurmoordenaars maar bij Spanje, dat overduidelijk veel beter speelde. De wedstrijd werd regelmatig onderbroken doordat het beeld wegviel, maar gelukkig kregen we het doelpunt in de verlenging, waar Spanje mee won, wel mee. Tijdens de laatste minuten van de wedstrijd begon het te regenen, dus iedereen taaide meteen af na het laatste fluitsignaal.

Hoer zien we Tom Cruise een praatje houden

Als we deze ochtend naar het station lopen, giet het van de regen. We zitten doorweekt in de trein, maar tegen de tijd dat we in Vilnius arriveren, stopt de regen en onder het wandelen drogen we langzaam op.

Op weg naar de trein

Dit is een totaal andere stad dan Kaunas, heuvelachtig met veel smalle straatjes en enorme grote tuinen en hoven achter de huizen. Je kunt aan de stad zien dat die al eeuwenlang een belangrijke rol als bestuurscentrum heeft gespeeld, je ziet veel grote gebouwen en hotels.

En overal staan grote en kleine kerken, veel zijn Russisch orthodox of Belarussisch orthodox (vraag me niet naar het verschil). 

Wij bezoeken de wijk Usipis, die een eigen grondwet heeft van 41 artikelen die je in 30 talen kunt lezen, waaronder het Nederlands. Waarom nou precies 41 en niet 40 of een ander getal? Onze theorie is dat de opstellers van de grondwet bekend zijn met het boek The hitchhikers guide to the galaxy, waarin 42 het definitieve antwoord is op de vraag naar de zin van het leven, het universum en alles. Mijn favoriete artikel is 34: Iedereen heeft het recht om niet begrepen te worden, hoewel artikel 13 mij ook wel aanspreekt: Een kat hoeft niet van het baasje te houden, maar in moeilijke tijden moet een kat het baasje wel helpen. 

Omdat we Kaunas nog in de benen hebben, gaan we in de loop van de middag al weer richting hotel. In Kaisiadorys voeg ik nog een bijzondere automaat toe aan mijn collectie, de maden en wurmenautomaat. Blijkbaar zitten hier veel enthousiaste sportvissers.

Let op de lachende regenworm, die weet nog niet dat ie zo aan de haak gaat
Boven de wormen, onder de maden

19-7 Kaisiadorys-2

Je weet pas wat er achter de deur zit, als je hem open doet. Die regel ging gisterenavond ook weer op toen we pizza gingen eten in een appartementencomplex. Je stapt door een wat vale kunststof deur een klein restaurantje binnen.

De pizzeria

Wij zijn gewend aan restaurants met grote ramen, menus op de gevel en reclameborden. Maar hier in Litouwen, en trouwens ook in Polen, is het allemaal wat ingetogener. Van buiten ziet het er naar onze maatstaven niet uit en van binnen blijkt het dan prima verzorgd. Na al dat vlees van de afgelopen dagen, was een vegetarische pizza de enige verstandige keuze. 

We wandelen deze ochtend op ons gemak naar het station, na een ontbijt op de kamer. Het kopen van een treinkaartje in de automaat vraagt enige studie, maar we scoren twee seniorentickets voor twee euro dertig per stuk. De reis duurt een klein half uurtje. Waarbij ons vooral opvalt dat je op de kleine stations gewoon de sporen mag overtreffen om naar het oerron te komen. Er zijn geen lichten of slagbomen, de Litouwers worden geacht zelf goed op te letten. 

In Kaunas drinken we koffie in een overdekte markt vlak bij het station, waar vooral oudere mensen hun inkopen komen doen.

Buiten op de stoep zitten bejaarden met gebruikte boeken en serviesgoed op kleedjes, die ze proberen te verkopen. Later komen we in een gigantisch winkelcentrum waar een totaal ander en Westers gekleed  publiek zijn inkopen doet. Het geeft je een idee van de tweedeling in deze maatschappij, niet iedereen hier heeft geld. 

We lopen eerst naar het Amsterdamse Schoolmuseum, waar je dus niet inkomt als je niet van tevoren online iets geboekt hebt.

Dus we wandelen vrolijk verder door de oude binnenstad, tot we bij de rivier komen. Aan de overzijde is een funiculaire, die naar de top van de heuvel brengt met mooi uitzicht over Kaunas. 

De postbode tilt de bovenste deksel op en verdeelt de post, de ontvanger opent het klepje aan de voorkant met zijn sleutel

Het is een prettige stad om in rond te wandelen, het is een stad in transitie en je leest de geschiedenis in de bebouwing, de periode voor de tweede wereldoorlog, de Russische overheersing en de moderne tijd.

Een rooms-katholieke kerk

In de trein terug kletsen we met een jonge vrouw uit Vilnius, zij is geboren in de jaren 90, haar ouders leerden elkaar kennen tijdens de zgn. singing revolution. We willen natuurlijk weten hoe zij tegen de EU aankijkt en zij ziet vooral de enorme toename van de welvaart dankzij de aansluiting bij het westen.

Op de terugreis zitten we in een trein met het thema natuur opgefleurd met opgezette dieren

18-7  Kaisiadorys

Veel eten ging er gisterenavond niet meer in, maar ik wilde wel iets eten om niet midden in de nacht wakker te worden met een lege maag. We vonden een sushirestaurant tussen de woonblokken, een soort huiskamer met een toonbank. Daarop stonden 5 plastic schalen met sushikluiten onder de vershoudfolie. Je kon niks apart bestellen, je moest zo’n schaal kopen en die mocht je dan wel ter plekke opeten. We namen de kleinste schaal met tien rollen van rijst, groente en tonijn uit blik.

Deze ochtend nemen we een weg die parallel aan de grens loopt om naar het drielandenpunt van Polen, Litouwen en Rusland te gaan. De receptioniste van het hotel zegt nog, er wordt aan de weg gewerkt, maar kom, het is zaterdag en dan werken ze niet. Dat klopt wel, maar over een lengte van 26 kilometer zijn er 17 wegversmallingen van enkele honderden meters waarbij ze met stoplichten beurtelings het verkeer van de ene en de andere kant lieten passeren. Van een groene golf hebben ze hier nog nooit gehoord en per verkeerslicht sta je zo vijf minuten te wachten, terwijl we dan ook nog ingehaald worden door gehaaide Polen die precies wisten waar je beter kon wachten en waar je gewoon door kon rijden.

Gehaaide Polen

Na anderhalf uur komen we door een dorpje met een winkel, dus wij stoppen en vragen in onze beste gebarentaal: heeft u koffie? Ja hoor, en ze houden een pot oploskoffie en een pak filterkoffie omhoog. Na een paar minuten heftige roer- en drinkgebaren van onze kant valt het kwartje. Als wij de oploskoffie kopen, krijgen we er twee kartonnen bekertjes met heet water bij. 

Hier maakten ze twee bekers koffie voor ons

Niet veel later bereiken we het drielandenpunt, met een parkeerplaats met ‘seasonal toilets’ (van mei tot en met september in gebruik) en een kraampje waar ze verse koffie en wafels verkopen. Het feitelijke drielandenpunt staat nu achter prikkeldraad, maar je hebt mooi zicht op hoe de drie grenzen bij elkaar komen. Overal staan waarschuwingen, zet geen voet op Russische grond en maak geen foto’s van de Russische hekken. Aan het eerste houden we ons, maar geen foto’s maken?

Het Drielandenpunt
De grens tussen Rusland en Litouwen gezien vanuit Polen

Het meisje van de koffie spreekt goed Engels en is wel in voor een praatje, dus Anton hoort haar een beetje uit over de Europese Unie en wil weten of ze zich zorgen maakt over de Russische dreiging. Volgens haar maken de mensen zich hier nauwelijks druk over de Russen, die zijn veel te druk met Oekraine. 

We zijn nog niet vertrokken of we worden aangehouden door de Poolse grenswacht. Ze willen weten of we buiten de Schengenlanden zijn geweest en alle deuren van de auto moeten open, zodat ze kunnen zien dat er niemand onder de bagage ligt.

Maar dan gaan we toch echt naar Litouwen,

Via de snelweg over de grens en dan via binnenwegen naar ons hotel. Nou ja hotel? Het is een conferentiecentrum annex bowling centrum met wat goedkope kamers. Er is niemand aanwezig, maar de deurcode komt via de mail. Ik probeer ze te bellen om te vragen of de fiets binnen mag staan, maar op het contactnummer neemt niemand de telefoon op. Nou ja, dan moet hij maar achterop de auto blijven zitten, het kettingslot zit strak om de fiets en de drager.

17-7 Goldap

Gisterenavond hadden we nog net plek voor een een Griekse salade op een terras aan het water. Het hotel was een beetje versleten en de beloofde sauna, zwembad en wellness waren wegens herstelwerkzaamheden gesloten. Wel kon je in de zeven pagina’s tellende hotelregels lezen dat je “in case of a fecal incident in the swimmingpool” 15.000 zloty boete moest betalen. Wat voor gasten komen hier eigenlijk?

‘s Nachts was het nogal onrustig met veel slaande deuren en geschreeuw, maar het ontbijt stond op tijd klaar (om 7 uur) en was prima verzorgd. 

We rijden in een rustig tempo over de binnenwegen naar Biskupiec. Dit deel van Polen is vergeven van de ooievaars, in elk dorp waar we doorheen komen, zitten ze op daken, lantaarnpalen, schoorstenen, alles wat maar een beetje hoog is. En in de omliggende weilanden lopen ze in grote groepen te fourageren.

In Biskupiec bestellen we bij de bakker koffie met een soort Berliner bollen gevuld met marmelade. Als we van de toonbank naar het zitgedeelte lopen, komen we langs een raam, waarachter een mevrouw zit waar je zloty’s kunt wisselen. Amerikaanse dollars, Canadese dollars, Australische dollars, Zwitserse franken, Britse ponden en Tsjechische kronen. Je vraagt je af waarom in een slaperig provinciestadje van net 10.000 inwoners, je naar de bakker gaat om je zloty’s om te zetten in een van deze valuta. En in het halve uurtje dat we koffiedrinken wordt er twee keer geld gewisseld.

We bezoeken de plaatselijke kerk met moderne glas in loodramen, waar ook een raam gewijd is aan Jerzy Popieluszko. Hij was een enorm populaire priester die begin jaren 80 in zijn preken zijn afkeer tegen het communistische regime uitsprak. Die preken werden via Radio Free Europe in heel Polen beluisterd. In 1984 is hij vermoord in opdracht van het Poolse regime, wat tot een enorme verontwaardiging leidde. Zijn begrafenis werd door 250.000 mensen bijgewoond. In 1996 werd hij zalig verklaard. Later vandaag zien we in de kerk van Goldap ook weer een aan hem gewijd raam. 

Het raam in Biskupiec
Het raam in Goldap

En verder gaan we over golvende binnenwegen geflankeerd door enorme eikenbomen. In Wegorzewo lunchen we weer warm met soep en varkensnek met aardappeltjes. 

Als we in Goldap aankomen rijden we eerst naar de grens met Kalininrad, zo’n 50 meter voor de Poolse grenspost, die gebarricadeerd is met hekken, is een rotonde. Als we daar rondjes gaan rijden en foto’s nemen, stapt er een met een machinepistool bewapende grenswacht naar buiten die ons begint te bestuderen.

De boodschap is duidelijk, we gaan naar Goldap om de sfeer van het stadje vast te leggen.

16-7 Olsztyn

Gisteren liep ik vanaf de camping naar de Biedronka voor een maaltijdsalade, mijn gevoel zegt me dat ik de komende dagen vooral in restaurants eet. Op de camping staan nog vier tenten met fietsers en onder het afdak van de barak met kamertjes staan er nog meer. Het is letterlijk een knooppunt, je kunt van hieruit naar het noorden, naar Kaliningrad over de R10 of naar het oosten, richting Suwalki, over de GreenVeloRoute.

Deze ochtend is het een beetje rondhangen en wachten tot Anton komt. Ik raak aan de praat met een Poolse jongen uit Gdynia, die een stukje van de kust gefietst heeft en mij completely crazy vindt, in positieve zin dan. Hij raadt me aan om vandaag het kasteel van Malbork te bezoeken, dat is de moeite waard. Als Anton gearriveerd is en we in de auto zitten, is de vraag waar was dat kasteel ook al weer? Iets met bork, dingesbork. O kijk, daar heb je een wegwijzer, Frombork 30 kilometer, let’s go.

En laat Frombork nu ook een kasteel hebben met een kathedraal en een uitkijktoren gewijd aan Copernicus met een heuse slinger van Foucault.

Als je goed kijkt, zie je de draad van de slinger

Als we dat allemaal tot ons genomen, wordt het tijd voor een lunch met schnitzels. En waar slapen we vanavond? Kijk op de kaart en halverwege Suwalki is een groot merengebied. Eens kijken of er een camping is die ook kamers of hutten verhuurt. En voor je het weet heb je een hotel aan een meer, waar je heerlijk aan het water kunt zitten.