12-7 Jastrzębia Góra

Gisteren at ik groenteprut met groene pasta, heel voedzaam. Ik had voor het slapen gaan alles goed ingepakt en de tent goed strak gezet vanwege het aangekondigde onweer, maar dat kwam niet. 

Ik ben wat later weg dan anders, ik hoef toch niet zo ver vandaag, ongeveer 50 kilometer.

Het eerste deel van de route loopt vlak achter het strand en wordt aangekondigd als sometimes sandy en laat dat sometimes maar weg. Ik moet hele stukken lopen omdat de fiets wegzakt in het zand. Op een gegeven moment komt me iemand tegemoet die naar achteren wijst en zegt four kilometers very bad. That side also, zeg ik, terwijl ik naar de weg achter me wijs. 

Overigens had ik ook om kunnen fietsen, maar ik wilde even van de rust genieten die hier heerst. Na zo’n twee uur gedaan te hebben over 15 kilometer, kom ik weer in zo’n klein vakantieoord met kraampjes langs de weg.  Koffie, kawa, is altijd te krijgen, maar als je er iets bij wil, dan is de keuze meestal beperkt tot schepijs of wafels met slagroom en jam. En van de koffie moet je je ook niet teveel voorstellen, de zwarte koffie is een soort oploskoffie en de cappuccino is vooral heel veel schuim. En dat voor Starbucksprijzen.

Na de koffie gaat de route het bos weer in en ik volg de bordjes nauwgezet want het boekje en mijn fietsapp zijn erg vaag over dit stuk. Even later snap ik waarom, want midden in het bos is een enorm bouwterrein aangelegd, waar ze een kerncentrale gaan bouwen. Je mag er overheen fietsen, maar je moet wel op de weg blijven.

Als ik naar de andere fietsers kijk, die ik hier tegenkom, dringt zich een conclusie op. Fietsen met veel bepakking en van die grote Ortliebtassen zoals ik heb, is uit. Wat in is, is bikepacking. Weinig spullen verdeeld over een aantal kleine tasjes, dat is de trend. Dat wil ik ook, een mens moet met zijn tijd meegaan. Stel dat het lukt om mijn hebben en houwen te halveren qua volume en gewicht dan ben ik weer helemaal in voor een nieuwe onderneming.  Ik ga dit najaar eens op onderzoek uit.

Hier in de bossen zie je grote kampementen van de scouting. Er staan telkens 20 of 30 grote tenten met 10 dixies op een rijtje dat doet me denken aan mijn tijd bij de verkenners. Als we op kamp waren, stond de hudo (Houdt Uw Darmen Open) een beetje apart van de andere tenten. Die bestond uit een emmer met wc-bril in een heel klein tentje waar de hele dag de zon zon op stond te bakken. Toiletbezoek was alleen mogelijk als je in staat was om je adem zo lang in te houden.  Als het even kon, plaste en poepte je verderop in het bos, je billen kon je gewoon afvegen met gras of bladeren. En als je echt de sjaak was, dan had je corvee en moest je de emmer legen in een kuil. En dan niet de emmer op de rand zetten en een schop geven in de hoop dat ie op zijn kop in de kuil viel, want zelfs als dat lukte zat toch de hele emmer onder de smurrie en hoe kreeg je dat nou weer goed? En hoe haalde je dan de emmer uit de kuil zonder vieze handen te krijgen? Ik heb daar een hoop geleerd over sanitair. 

De camping die ik had uitgezocht, bestaat uit een paar weilanden in the middle of nowhere. Ook hier staan wat dixies bij wijze van toiletgebouw, douchen is er niet bij. Daar heb ik geen zin in, tien kilometer verderop is er nog eentje. Die heeft weliswaar een prachtige website, maar bij aankomst is het een wat shabby vertoning, de meeste douches missen een slang met sproeikop, het water spuit gewoon uit de muur en de wifi die ze beloven is er niet. 

Afstand: 61 kilometer 

Tijd: 5:15

11-7 Łeba

Gisteren deed ik gewoon boodschappen bij de Aldi, een enorme supermarkt maar met nog minder aanbod aan levensmiddelen dan de gemiddelde buurtsuper hier. Enfin, dan maar weer gyoza gevuld met groente, paprika en uitgebakken spekjes met yoghurt toe. Het was ronduit koud gisteravond, zonder zon en met een stevige noordenwind kwam het niet boven de 14 graden uit. Mayke belde nog met enthousiaste verhalen over haar onderzoek naar Afrikaanse handelaren in China. Morgen komt er een orkaan over Sjanghai waar ze op de campus van de universiteit verblijft, ik ben benieuwd. 

Vanmorgen ben ik om half vijf al wakker, het is licht, de duiven zitten luidruchtig te koeren in de bomen en boven de camping cirkelen woedend krijsende meeuwen. Waar halen die beesten de energie toch vandaan om zoveel herrie te maken? En wat is de zin ervan? Ik dacht altijd dat alles in de natuur een doel heeft, maar voor dat gekrijs kan ik geen zinnig doel bedenken. 

Het eerste deel van de rit gaat door een prachtig natuurgebied, het Slowinski nationaal park. Ik betaal 10 zloty entree en mag dan netjes op de paden blijven. Het is volmaakt stil hier, op het ruisen van de bladeren en het geluid van de zee achter de duinen na. Als ik het park uitkom, gaat de weg over in een karrespoor van onregelmatig gelegde betonblokken, de kunst is om zoveel mogelijk in de berm te blijven, dan kun je nog een beetje doorfietsen, anders stuiter je op en neer en wordt je gedwongen om stapvoets te rijden. Maar aan het einde van het spoor is er zowaar koffie. 

Het valt niet mee om een beetje contact te krijgen met Polen, de mensen van mijn leeftijd spreken drie woorden Duits en dat is het. Zo ook hier bij de koffie, een echtpaar waarvan de man hele verhalen in het Pools afsteekt en wijst op mijn fiets, ik sta maar een beetje te grijnzen en zijn vrouw trekt een gezicht van, dat is mijn man weer, die zo nodig de aandacht moet trekken van die buitenlander. 

In Kluki bezoek ik het openluchtmuseum. In dit gebied woonde vroeger een Duitstalige minderheid met een eigen taal en klederdracht. Ze hebben een aantal boerderijen nagebouwd en je kunt een beetje over het terrein wandelen en hier en daar naar binnen kijken. Het is binnen weliswaar ingericht, maar omdat er (historisch geheel juist) geen elektrische verlichting is aangebracht, is het moeilijk om er iets van te zien. Het heeft wel een grappig sfeertje en doet me denken aan de Erve Kots in de Achterhoek, waar wij in de jaren zestig regelmatig naar toe gingen als we daar met mijn ouders op vakantie waren. 

Na Kluki wordt je geacht over een wandelpad door de wetlands te fietsen. Dat gaat even goed maar als snel zit het pad zo vol met blubberkuilen, dat er niks anders op zit dan af te stappen en te lopen. Gelukkig is het pad maar een paar kilometer lang, waarna er weer een verharding met betonblokken is gemaakt. Maar om dat te bereiken moet je eerst nog door een beekje waden, dus schoenen uit, broekspijpen opgerold en daar ga ik. Na nog een kilometer is er een splitsing, rechtdoor is het nog 27 kilometer, linksaf nog 22 kilometer naar Łeba. Natuurlijk sla ik linksaf, maar na 50 meter keer ik weer om, het is een totaal dichtgegroeid pad met nog meer modder, zonder klewang kom je hier niet doorheen. Dan maar omfietsen over de betonblokken terwijl mijn nieren langzaam in mijn bekken zakken. En zo hotsebots ik langzaam richting camping Marco Polo.

Afstand: 70 kilometer

Tijd: 5:30