2026 Naar de frontlijn

Een klein rondje Oostzee

27 april 2026

Goed nieuws! Ik gebruik geen Tumblr meer met zijn hinderlijke popups en reclameboodschappen. Voortaan lees je mijn verhalen gewoon op mijn website. Die kan ik ook vanaf mijn mobiel bijwerken. Het is een beetje experimenteren, maar de enige grote verandering lijkt te zijn, dat je nu het meest recente bericht onderaan vindt, dus des te langer ik weg ben, des te meer u, lezer, moet scrollen.

Bloeiend koolzaad in de Engewormer

29-5 Zaandijk

Nog tweeëneenhalve week voordat ik aan mijn nieuwe trip begin. Ik heb de route tot en met Riga al helder, maar het stuk naar Tallinn nog niet. Ah, denkt u nu, dat bedoelt ie met Naar het frontlijn. Er wordt misschien nog niet gevochten, maar lang zal dat toch niet meer duren. En voordat de gevechten daar losbarsten, wil ik er nog even een kijkje nemen.

De route naar Riga heb ik al bijna helemaal uitgedacht, dat was niet zo moeilijk, want er zijn leuke boekjes voor. Maar waar die boekjes geen rekening mee houden, is dat je niet meer zomaar door Kaliningrad heen kunt. Althans, je komt er misschien wel in, maar kom je er ook weer uit? En hoe kun je daar betalen als Europese creditcards en bankpassen geblokkeerd zijn? Toch is het blijkbaar niet zo moeilijk om een visum te krijgen. Je kunt een zogeheten e-visum aanvragen, dat doe je gewoon op je telefoon. Dat doe je pakweg twee weken voordat je Kaliningrad in wil. Als je toestemming krijgt, mag je er maximaal 4 weken blijven. Het grootste risico dat ik kan bedenken, is dat ik wordt opgepakt met een smoes en vervolgens deel uit maak van een gevangenenruil. En dat ik dan vrij kom na anderhalf jaar Siberië. Natuurlijk is ook dat een onvergetelijke ervaring, maar ik wil toch niet op mijn geweten hebben, dat vanwege een vakantiepleziertje een Russische geheim agent op vrije voeten komt. Dus tenzij ik in enorme tijdnood geraak en niet op tijd in Riga kan zijn, fiets ik wel een paar dagen om.

Hoezo tijdnood, je bent toch met pensioen? Op 1 augustus moet ik in Riga zijn, dan komt Mayke aan op het vliegveld met haar fiets. Samen fietsen we dan naar Tallinn, nemen de boot naar Helsinki, fietsen langs de Finse zuidkust naar Turku en pakken daar de boot naar Stockholm. Vanaf Stockholm is het nog drie dagen fietsen naar het, voor de trouwe lezer, bekende Linköping, vanwaar Mayke weer terugvliegt naar Amsterdam.

Maar waarom eigenlijk de Baltische staten? Om te beginnen heb ik zo’n rondje nog niet gefietst, ik kwam niet verder dan Berlijn. Maar de belangrijkste reden is dat ik er vrijwel niets vanaf weet. Terra incognita voor mij, behalve uit de geschiedeniscolleges, maar daar werden er ook niet veel woorden aan vuil gemaakt. Het zijn landen die maar weinig onafhankelijkheid gekend hebben, waren het niet de Denen of de Zweden, dan waren het wel Duitsers of Russen die er de dienst uitmaakten. Hun glorietijd lag misschien wel in de late middeleeuwen, toen het welvarende landen waren die goed verdienden aan de Hanze. Veel oog voor de Baltische cultuur hadden die latere overheersers niet, vooral de Sovjets hebben enorm hun best gedaan om er Russische deelstaten van te maken.

Om een beetje in de stemming te komen, heb ik alvast Baltische zielen van Jan Brokken op mijn e-reader gezet, dat kan ik dan ‘s avonds voor mijn tentje lezen.

9 -6 Zaandijk

Het is nog precies een week voor vertrek. Ik heb de meeste zaken wel geregeld en alle spullen in huis, op een fatsoenlijke kaart van het zuiden van Finland na. Die komt morgen met de post.

Het wisselvallige weer van de afgelopen dagen nodigt uit tot een vooruitblik naar volgende week. En wat zie ik dan

Windfinder 9-6

Ik vertrek met een zacht briesje in de rug, kom in Friesland aan met drukkend en benauwd weer en aan het eind van de dag krijg ik een pittig onweer toe. Gelukkig kan er in een week nog een hoop gebeuren in de atmosfeer, ik maak me nog geen zorgen.

13-6 Zaandijk

Ook als je al een complete en beproefde uitrusting hebt, zie je naarmate je vertrek dichterbij komt, steeds meer ruimte voor verbetering. Dus vandaag ga ik naar Amsterdam om een snellaadstekker voor de iphone te kopen (dan hoeft ie niet meer de hele avond in het washok te liggen opladen) en een powerbank voor dat ene zeldzame geval dat ik zoveel tegenwind heb dat ik mijn iphone op de fiets niet kan bijladen tussen twee nachten van wildkamperen in. Dat laatste klinkt heel stoer, maar dat heb ik al jaren niet meer gedaan. Dus waarom schaf je je die dingen dan aan, zult u zich afvragen. Ik denk dat dat een mix is van het verlangen naar nieuwe spullen en een soort van padvinderachtig verlangen op alles voorbereid te zijn.

O ja, hoe zien de weersvoorspellingen er nu uit? Die kijken niet meer op die van een paar dagen terug.

Hoe ziet die beproefde uitrusting er dan uit? Zo’n vraag blijft een beetje hangen, dus ik denk dat het leuk is om een keer de hele mikmak op de foto te zetten. Ik begin met het thema slapen, eten en verteren.

Wat zien we hier nu? Het grootste object is de donzen slaapzak, rechts daarvan ligt de tent en daarnaast het matje, een stoeltje, een kussen, lakenzak en footprint (een soort zeil onder de tent). Uiterst rechts pakriemen, een dunne staalkabel met slotje, wc-rol, knijpers, een verloopstekker voor het elektrapaaltje op de camping en afvalzakjes. Op de onderste rij Opinelmes, bordje, kommetje, beker, bestek en aansteker, pannetjes met daarin een brander, gastankjes, noodmaaltijden en een felle lamp met wit en rood licht die je op je voorhoofd kunt dragen (superhandig als je in het donker een band moet plakken, de lamp schijnt naar het punt waar je naar kijkt).

Dan moet je natuurlijk voorbereid zijn op kleine calamiteiten.

Het linkerrijtje bestaat uit hulpmiddelen voor de zwakste schakel, het rechterrijtje is voor de fiets. Links zie je muggenspray, norit, o.r.s., pijnstillers, naald en draad (voor het hechten van grote wonden), pleisters, verband, pincetten, sporttape en second skin om blaren mee af te dekken.

Rechts ligt klein gereedschap waarmee je in principe de hele fiets uit elkaar kunt halen en een rol duct-tape. Een schroevendraaiertje, tangetje, houders voor doppen en bitjes, steeksleutel en zadelspanner, een binnenband, elastieken en tie-wraps, remblokjes, plakspul inclusief een buitenbandplakker, een noodspaak en een spakenspanner.

Dit is nog wat klein spul, opladers, snoertjes, een powerbank, gps, koptelefoontje, verrekijkertje en kompas. In principe kan ik alles opladen op de dynamo, maar in de praktijk is die altijd bezig met het op peil houden van de telefoon.

Uiteraard moet je ook nog je tanden poetsen onderweg, smeren tegen de zon en de baardgroei beheersen bijvoorbeeld.

Deze ochtend ben ik al voor achten op stap. Ik heb het fietsplan iets aangepast, want om nu elke dag maar twee of drie uur te fietsen om niet te vroeg in Gdynia aan te komen, voelt ook een beetje raar. Vooral omdat hier voor mij niet zoveel te zien is, geen oude kerkjes om te bekijken, geen interessante musea. Ja als je van rose knuffels houdt of van zwembanden of kettinkjes van nepgoud, ja dan kun je hier jaren doorbrengen. Zelfs de fietsgids komt bij de plaatselijke bijzonderheden niet veel verder dan hier een vuurtoren, daar een rolbrug. Ik fiets gewoon lekker door op zoek naar mooie en interessante plekjes en ik zie dan wel waar ik donderdag ben. Dat kan nooit veel verder zijn dan twee uurtjes rijden met de auto vanaf de ferry. 

En dan gaat er nog kleding mee, fietskleding en kleding voor het flaneren en restaurantbezoek bij temperaturen tussen de tien en dertig graden en bij droog en nat weer.

Als je het bovenstaande allemaal inpakt, krijg je dit.

15-6 Quantified nonsense

In de afgelopen jaren ben ik tot de conclusie gekomen dat het niet mogelijk is om het heilzame effect van lange fietsreizen om te zetten in harde cijfers. In voorgaande jaren heb ik hele betogen opgehangen over de zin en onzin van het meten en wegen voor en na de tocht. Ik mat de omvang van bovenbenen, kuit en buik, woog mezelf etc. Ik zal er dit jaar weinig woorden aan vuil maken, maar omwille van de traditie heb ik vandaag de volgende cijfers genoteerd.

Bloeddruk 134/84

Gewicht 66,7

Vetpercentage 28,3%

Watergehalte 55,3%

Spiermassa 39,9%

We gaan zien waar ik begin september sta.

16-6 Hindeloopen

Gisterenavond aten Mayke en ik in cafe de Slager tegenover de Bleeke Dood een laatste hapje samen. Mayke at gegrilde gamba’s en toe een affogado van sorbetijs en ik nam de coq au vin met een glas Montepulciano en een affogado met roomijs toe. Iets verderop zaten wat bekende leden van de Zaanse fondsenmafia declarabel te dineren, leuk om ze even gedag te zeggen.

Ik ben iets over half acht de deur uit, fiets langs het Honig Breethuis, langs het Weefhuis, langs de Zaandijker sluis met het voetveer om bij het gemaal Het Leven om te keren. Ik voel mijn linkerknie opspelen en denk oh nee, ik ben mijn kniebrace vergeten. Dat is meer dan een medisch hulpmiddel, dat is een talisman. Die is meegeweest naar de Noordkaap. Gelukkig kan ik nog zonder schade omkeren, de boot vertrekt pas om kwart voor een uit Enkhuizen. 

Via Oost-Knollendam fiets ik naar Spijkerboor en met de Jan Hop naar de overkant en langs de ringvaart van de Beemster naar Schermerhorn, Avenhorn en Hoorn.

Om iets over tienen zit ik in het centrum van Hoorn bij de Bagels en Beans aan een soepkom cappuccino en een plak bananenbrood. Overdrijven is ook een kunst, het is op zijn Amerikaans supersize-me. 

Bij de boot staat al een hele groep vakantiefietsers te wachten, bijna allemaal met elektrische fietsen. Dat is toch wel heel snel mode aan het worden. Ik zie maar een enkeling die net als ik gewoon zelf het werk doet. Het lijkt me een hele logistiek om het opladen te plannen en te voorkomen dat je voortijdig met een lege batterij strandt. 

Aan boord eet ik een echte ouderwetse tosti, twee vierkante plakken goed doorgeroosterd witbrood met zwarte strepen en met vierkante plakken kaas en ham er tussen. 

Om twee uur komen we aan in Stavoren en ik fiets langs de dijk naar Hindeloopen. Was het vanmorgen nog fris en grijzig met een pittig tegenwindje, nu schijnt de zon en waait er een verkoelende bries. Wat een weldadige stilte heerst hier achter de dijk, er daalt een heerlijk vredig gevoel in mij neer. Zo zou fietsen altijd moeten zijn. 

Bij de camping van Hindeloopen stop ik, ik vind het wel mooi voor vandaag. Die camping is een dorp op zich, in het hoogseizoen moeten hier duizenden mensen bivakkeren, maar nu is hij vrijwel uitgestorven.

Afstand gefietst: 63 km

Tijd: 4.30

17-6 Olterterp

Gisterenavond at ik filet van eendenborst met portsaus en cranberries, patat, rode kool en witte kool met kummel, verrassend lekker vond ik dat laatste. Toe vroeg ik een stukje 

Tiramisu en daar kwamen dan weer twee bollen stracciatellaijs bij.

Op aanraden van R.S. te Z. lees ik Geleerd van Joop Goudsblom. Het zijn zijn memoires en hij begint bij zijn vroegste jeugd en probeert daarvan zoveel mogelijk herinneringen te noteren en te verifiëren.

Hoewel het eerste deel daardoor een wat rommelig karakter krijgt, want je vroegste herinneringen zijn naar hun aard nogal fragmentarisch, is het toch een interessant boek om te lezen. Het zet je aan het denken over je eigen eerste herinneringen. 

Mijn vroegste herinnering heb ik aan een gebeurtenis als ik net twee ben. Dat is wel heel vroeg, zult u denken, maar lees hem eerst even. Het is begin juli en mijn moeder staat op het punt te bevallen van mijn zusje. Omdat ze mij er even niet bij kunnen hebben, ga ik uit logeren bij de overburen, de familie De Rijk. Tot zover is het reconstructie, maar nu komt de herinnering. Martha, een van de dochters,  opent de deur van de meterkast en zegt, kijk hier slaap jij. U begrijpt, dat maakt indruk op een peuter van twee. Uit logeren gaan is al spannend als je zo klein bent, maar als je dan ook nog in een donkere kast moet slapen? 

Een ander vroege herinnering is om een andere reden interessant. Ik ben iets ouder, waarschijnlijk drie of vier want ik mocht al op straat spelen. De straat werd opengebroken om nieuwe riolering te leggen en je liep op van die houten plankieren langs een enorm diepe gracht waar grote buizen in gelegd werden. Later moest ik lachen om die herinnering, die sleuf leek natuurlijk zo diep omdat ik zo klein was. Totdat ik nog niet zo lang geleden een kaart van het rioolstelsel van Amsterdam in handen kreeg. Daarop zag ik dat er een diepriool door onze oude straat loopt. Dus de herinnering was toch correct!

Ik sliep wat onrustige vannacht, het stikt hier van de kikkers die ‘s nachts kwaken in plaats van te slapen en er was ook een roerdomp actief. 

Het is niet warm als ik vertrek, de zomer is weer vertrokken en het is bewolkt en grijs. Voor vanmiddag worden zelfs flinke buien voorspeld. 

Het is wel mooi fietsen hier, over oude dijkjes en door tal van kleine dorpjes. Gelukkig is er koffie genoeg te krijgen. In Bolsward drink ik koffie bij een bakker, in Sneek heb ik de keuze tussen de Bagels en Beans en het lokale cafe. 

De waterpoort van Sneek maar nu eens van opzij

Ik kies voor het laatste en krijg een cappuccino uit een Douwe Egbertsautomaat. De volgende keer dus maar wel naar de keten want de koffie is daar echt goed.

In Bolsward zie ik het eerste bewijs dat ik een route van Hanzesteden fiets

In Tirns, tussen Bolsward en Sneek, zie ik een oud kerkje met een raar modern raam. De deur staat open dus ik wip ook even naar binnen, maar veel is er niet te zien.

Kijk eens naar dat rare bovenraam

Met de regen viel het uiteindelijk reuze mee, ik heb misschien een half uur door serieuze regen gefietst (en vier keer mijn regenkleding aan en uit getrokken). 

Fryske humor

Gefietst 90 kilometer

Tijd 6 uur

18-6 Zeegse

Gisterenavond was ik eigenlijk te moe om die 5 kilometer te fietsen naar het restaurant, ik viel steeds bijna in slaap. Maar de honger won en ik nam voor het gemak het driegangenmenu. Dat begon met rillettes van zalm met twee garnaaltjes, daarna kalfsmedaillons met o.a. rabarber, en creme brûlée bereid met vlierbloesem.

Iets over zessen ben ik toch wel wakker. Vanwege het alarmistische weerbericht probeer ik zoveel mogelijk door de bossen te fietsen. Dat is een beetje om maar je blijft er koel bij. Het nadeel dat je dan nergens koffie kunt krijgen. Om half elf heb ik er al dertig kilometer opzitten maar nog niks gezien. Wel bijbelwinkels trouwens, als u s morgens om een bijbel verlegen zit, ga dan naar Haulerwijk. Daar hebben een ruime keuze. Maar denk niet dat u dan op uw gemak Deuteronomium kunt gaan lezen bij een kopje koffie. Daarvoor moet je naar Roden en dat doe ik dus. 

Midden op het fietspad lag een dood meesje

Om half twaalf is het dan eindelijk raak. Naast mij zitten twee dames enorm te roddelen over de ziektes en kwalen van hun vriendinnen. Heel leerzaam om te horen wat je allemaal te wachten staat als je ouder wordt. Ik bespaar u de details.  

De enige zonnende adder die ik ooit zag lag op een fietspad in Zweden

Inmiddels is het behoorlijk warm geworden. Ik doe wat boodschappen voor de lunch bij de Jumbo. De route gaat nu met een lus over Groningen en dan weer omlaag, maar bij deze warmte kun je beter wegblijven uit de stad, dus ik steek door naar Eelde en laat de stad liggen.

Via Glimmen kom ik in Eelde en uiteindelijk op de camping van Zeegse. Buiten staat een groot bord dat deze camping geschikt is voor mensen met EHS (elektrohyperaensitiviteit). O jee, denk ik, geen wifi, maar integendeel. Gewoon wifi en 5G hier en stroom hebben ze ook. 

Het snelfietspad van Groningen naar Assen

De eigenaar geeft me een plekje pal voor twee caravans en hij verzekert me dat ik hier optimale privacy heb. Ik ga maar niet met hem in discussie, het is warm en ik zie mezelf al in de schaduw van die caravans zitten. 

Afstand: 75 km

Tijd: 5 uur

19–6 Steinbild

Gisterenavond at ik nog een keer uit, rib-eye dit keer, maar zonder toetje want ik moet een beetje op mijn gewicht gaan letten. Ik kan niet meer alles ongestraft eten zoals vroeger. De campinggasten van De groene valk leken me geen types die zich zorgen maken om straling. Ik kreeg eerder de indruk dat de meesten semipermanent in een van de schots en scheef geparkeerde caravans woonden. Daartussen werden dan de touristen gepropt, waarvan de meesten in grote campers arriveerden. Toch heerste er een heel rustige sfeer, tot een uur of zes in de ochtend toen de meesten naar hun werk vertrokken. 

In het sanitairgebouw stond trouwens een enorme bibliotheek met van alles, van leerboeken pedagogiek en nederlandse literatuur tot plattelandssaga’s. Dat moesten toch allemaal donaties van voorbijgangers geweest zijn, want de vaste bewoners zien er uit alsof het enige dat ze ter ontspanning vasthouden een fles bier is. 

‘s Nachts begint het vreselijk te onweren en te regenen en wat moet je als 69-jarige als je midden in de nacht wakker wordt? Juist, acuut plassen. Van uitstel kan dan geen sprake zijn dus ik zoek mijn regenjack op en ren naar de WC. (Plassen tegen een boom wilde ik niet, want je kon nergens uit het zicht staan). Teruggekomen is het de kunst om in één beweging je jack uit te trekken, de tent in te stappen, met je kont op het matrasje gaan zitten en het natte goed in de voortent achter te laten. Je voeten moeten uiteraard ook in de voortent blijven totdat je je schoenen uit hebt getrokken. Maar daarna was het best gezellig zo met die bliksemflitsen en het getik van de regen op de tent. 

Kort na mijn vertrek deze ochtend kom ik bij Anloo langs een hunebed met de weinig historische naam D008. Uiteraard staat er een keurig bord met historische uitleg naast. Mijn vader nam ons wel eens mee naar een hunebed toen we klein waren, maar ik heb denk ik in geen 60 jaar meer een hunebed gezien. 

D-008

Is het eerste deel van het traject prachtig fietsen door bossen en langs esdorpen, langzaam wordt het landschap steeds opener en tegen de tijd dat ik in Stadskanaal arriveer is er weinig van de lieflijkheid over. In Stadskanaal drink ik koffie bij een cafe gerund door mensen met een beperking met zelfgebakken appeltaart.

Pieper en hennep, voorzover het oog reikt

Als ik Stadskanaal eenmaal voorbij ben wordt het landschappelijk allemaal weer wat interessanter. In Onstwedde drink ik nog een koffie in een bakkerij met een indrukwekkende Italiaanse koffiemachine maar die blijft uit en ik krijg een nespresso met opgeschuimde melk. 

In Smeerling is een grote theetuin en daar wil ik wel lunchen. Er loopt bediening rond, maar niemand neemt enige notitie van mij. Nou denk ik, graag of niet, ik ga wel picknicken. En ik vind iets verderop een prachtig plekje in de schaduw aan de bocht van een beekje waar enorme libellen rondvliegen. Daar eet ik mijn laatste brood en een stuk uitgezwete kaas op. 

Het is inmiddels ruim 30 graden, gelukkig waait het een beetje en fiets je regelmatig onder de bomen. Het doet me denken aan een vakantie van vier jaar geleden, toen fietste ik in Normandië bij 40 graden. Zolang je de zeewind bleef voelen, was het te doen, maar zodra je landinwaarts ging en de wind wegviel, raakte je je warmte niet meer kwijt. 

Bij Bourtange ga ik de grens over, het stadje zelf laat ik gaan, het is veel te warm om door die schaduwloze straatjes te wandelen.

Historische hittestress

Ik kom wel een keer terug met een busreis als ik oud ben. 

De laatste tien kilometer gaat langs de Ems en in Steinbild stop ik bij de camping. Pas als ik onder de douche sta, dringt langzaam tot me door dat dit niet de camping is, die ik had uitgezocht. Ik had iets gevonden met een prachtige website en allerlei voorzieningen waaronder een restaurant en wifi. Ik sta nu weliswaar vlak aan het water onder de bomen, maar voor mijn neus rijdt de trekker van de boer op en neer en de waterkant zelf is in beslag genomen door een paardenwei. Eigenlijk had ik het moeten snappen toen ik ergens op een schutting een bel vond met een verbleekt papiertje camping en er prompt een roedel honden aansloeg. Maar ik was te zeer door de hitte bevangen om dat vreemd te vinden op een viersterren camping.

Afstand: 80 kilometer

Tijd: 5,5 uur

20-8 Thülsfeld

Ik had dus een mooi plekje onder de bomen gekregen, lekker in de schaduw. Om een uur of half tien keek ik nog een keer naar de buienradar van het KNMI en gelukkig maar, het voorspelde onweer leek aan mij voorbij te gaan. Toch had ik alles goed ingepakt tegen de regen en mijn regenjack klaar gelegd. Ik had alleen niet gedacht aan het vastzetten van de zijscheerlijnen, want daar struikel ik altijd over in het donker. Dus erg stormvast stond de tent er niet bij. Tegen half een begon het enorm te waaien en ik werd wakker van het klapperen van de tent. In de verte hoorde je een zwaar diep aanhoudend geraas dat snel dichterbij kwam. Het is een moeilijk te beschrijven geluid, het is een combinatie van continue donder en harde wind. Net toen ik dacht, heb ik de tent wel goed vast gezet, kwam de eerste tak met een klap naar beneden en viel half op de tent. Toen ik de onweerswaarschuwingen las, had ik al eens schattend omhoog gekeken en niet alle takken van de bomen waar ik tussen sta, zien er even florissant uit. Maar ik verbond er geen conclusies aan.

Maar nu verschoof mijn prioriteit van de tent naar mijzelf, ik sprong uit de tent, ritste hem goed dicht en vertrok naar het toiletgebouw. Daar wachtte ik op een stoel onder het afdak af wat er verder zou gaan gebeuren.

Om de tijd te doden, maakte ik meteen notities over het gedrag van de bui. Zo’n fenomeen maak je immers maar een enkele keer mee in je leven. 

Het begon steeds harder te waaien, maar ver gebeurde er niet veel. De takken van de bomen zwiepten heen en weer, maar ik kon van die afstand niet zien of er veel naar beneden kwam. Het bliksemde nu achter elkaar door en er vielen flinke donderklappen,

Niet recht boven mijn hoofd, maar wat verderop. Net toen de wind een beetje leek te gaan liggen begon het te regenen en nam de wind weer toe, gelukkig viel er alleen regen en bleven de beloofde hagelstenen uit. Na een half uurtje nam de wind weer in kracht af en regende het alleen nog flink. Toch bleef ik nog even zitten tot ik er zeker van was, dat dit het was. En terecht, want toen de bui bijna voorbij was, nam de wind nog één keer flink in kracht toe en je zag de takken van de bomen gaan in het licht van de bliksems. Dan volgden met tussenpozen van 5 minuten nog een paar flinke flitsen met harde klappen en vervolgens werd het stil. Uiteindelijk resteerde alleen nog maar een flinke regenbui en toen die ook wat afnam, was ik er aan toe om te kijken hoe de tent erbij stond. Het had alles bij elkaar een dik uur geduurd. 

Toen ik terugliep, zag ik op een bankje mijn waterfles en ereader, die was ik vergeten op te ruimen voor het slapen gaan. De ereader had er niet onder geleden, hij ging gewoon aan toen ik op het knopje drukte. 

De tent stond er wat scheef bij tussen een hoop dood hout, hij was behoorlijk losgewoeld en zat nog maar op twee hoeken vast. Maar het belangrijkste was, hij was nog heel en binnen was het droog. Ik zet de boel weer vast en kruip uiterst tevreden in mijn slaapzak. Even later hoorde ik de eerste kettingzagen, blijkbaar waren er de nodige bomen omgegaan.

De aanblik in de ochtend

Om zes uur regent het weer flink, pas tegen half negen is het echt droog, maar dan zit ik al op de fiets. 

De magneetbaan kwam er nooit

In Wippingen kom ik weer eens langs de proefopstelling van de magneetbaan (ik heb er al twee keer eerder over geschreven) en in de lokale supermarkt drink ik koffie. Ik vraag eerst cappuccino, ze hebben zo’n automaat met verse melk, maar de mevrouw achter de balie zegt, ik weet niet hoe dat moet. Doet u dan maar zwart, zeg ik vriendelijk. Als ik even later nog een klein roggebrood koop, hoef ik dat niet te betalen. Of dat nu vanwege de melkloze koffie is of omdat ik er als een behoeftige bejaarde uitzie? Daarna volgt een lange rit over rechte wegen door militair terrein naar Börger, het wordt wat heuvelachtig hier, met klimmetjes tot 50 meter. 

In Spahnharrenstätte drink ik nog een koffie in de dorpswinkel, de belegde broodjes zijn helaas al uitverkocht, ik neem er een croissantvormig broodje bij. In de winkel is het hartstikke druk met gezette buurtbewoners die grote hoeveelheden stamppot met worst inslaan, dat maken ze hier vers. 

Buiten staat een ouder echtpaar naar mijn fiets te kijken: Das sieht aus wie Feriën, zegt zij en ze raden me aan om naar de Thülsfelder Talsperrete gaan. Das ist mein Ziel führ heute kan ik antwoorden. 

In Werkte lunch ik bij een bakker en doe research naar de juiste camping. In 2021 stond ik daar op een camping die ik vergeleek met een asielzoekerskamp in Calais. Het zijn allemaal uitgestrekte caravanparken hier met hutjes en schuttingen. Maar die van Alfred Göken heeft ook een mooi trekkersveldje, dus dat wordt m.

Afstand: 59 kilometer

Tijd: 4.15

21-6 Gross Mackenstedt

Het was even zoeken gisteren zoeken maar ik vond tussen alle toeristenrestaurants aan de Stausee een superduits schnitzelparadijs annex biergarten. Binnen was het lekker koel en zaten meer mensen te eten. 

Het eten bestond uit een enorme rumpsteak van pakweg een half pond, gefrituurde toefjes aardappelpuree en aan groente drie plakjes komkommer, een kwart tomaat en een stukje van een blaadje ijsbergsla. Aan toetjes deden ze niet, er was wel koffie trouwens. 

Ik heb in tijden niet zoveel vlees gegeten, maar je snapt dat ik dat niet voor mijn plezier doe maar op medische gronden, het is nl voor de spieropbouw en ter voorkoming van blessures.

Ik maakte een planning voor de komende dagen, het is te heet voor stedentripjes, dus morgen fiets ik naar een camping voor Bremen en maandag door Bremen heen naar een camping ergens tussen Bremen en Hamburg in. In Bremen wil ik wel even naar een buitensportzaak voor nieuwe sandalen, maar daar kom ik vlak langs. 

Ik heb nog helemaal geen andere bikepackers gezien en de trekkersveldjes op de campings zijn nog leeg, ook de campings zelf zijn heerlijk rustig. 

De camping hier in Thülsfeld blijkt ook weer zo’n combinatie van een vluchtelingenkamp en plekken voor reizigers. Ik heb voor de aardigheid wat foto’s gemaakt. 

Het Duitse concept van campingleven is als volgt. Je koopt een tweedehands caravan en die zet je op een perceel van je favoriete camping . Je zet er een voortent tegenaan en over het geheel bouw je een dak van doorzichtige golfplaat. Dan heb je ongeveer een derde tot de helft van je perceel verbruikt De rest betegel je of bestrooi je met grind. Daarop plaats je een of twee schuurtjes voor je koelkasten met bier en de fietsen en een kleine overkapping met laadpaal voor je scootmobiel. Daarna omhein je je territorium met schuttingdelen of coniferen. Tot slot hang je de boel vol met snoeren led-verlichting in alle kleuren. Und jetzt kunnen Sie geniessen. Omdat iedereen zo te werk gaat, krijg je vanzelf straten met allerlei bouwsels hutjemutje op elkaar gepropt.

Het toiletgebouw van de camping Göken zit altijd op slot, daarvoor krijg je een sleutel. Binnen aangekomen ontdek je dat, ik citeer : wij om hygiënische redenen gestopt zijn met het voorzien van de toiletten van wc papier. U kunt papier halen bij de receptie. (Ik kreeg heel gul een hele rol mee voor mijn eentje, terwijl ik eigenlijk verwacht had dat de man de velletjes zou aftellen). Hetzelfde verhaal geldt de afwas: U kunt tegen borg een stop halen bij de receptie. Dat schetst een beetje de bedrijfsvoering op deze verder heel aangename camping. 

De ochtend begint met heerlijk fietsweer, het is bewolkt en het waait een beetje. Onderweg luister ik naar een paar afleveringen van Sprong in het heelal, een hoorspel uit 1955 over een expedite naar Mars. 

In Dötlingen bezoek ik een kerkje en als ik binnen ben, denk ik, maar ik ken dit toch? Ze hebben een balkon met op de balustrade schilderingen van alle apostelen, dat heb ik al eens gefotografeerd. Ik heb deze route vijf jaar geleden ook gefietst, maar toen de andere kant op, het grappige is dat de omgeving daardoor niet bekend voorkomt.

In de middag wordt het weer behoorlijk warm en ik kom niet altijd even goed uit de aanwijzingen van het routeboekje. 

Op het eindpunt aangekomen kan ik kiezen uit twee campings bij de Steller See. Ik kies voor de Märchencamping, die ziet er niet zo massaal uit. En inderdaad, ze hebben een aantal lege weilandjes waar ik zelf mag kiezen. Voor de douches en toiletten kun je het beste de fiets pakken. Omdat het buiten het seizoen is, zijn de cafetaria en het winkeltje dicht. De eigenaar verwijst me niet naar het restaurant van de buren, maar naar het Shell-station. Daar ga ik zo maar eens kijken dan. 

Afstand: 85 kilometer 

Tijd: 6 uur

22-6 Hepstedt

En ik was inderdaad in vijf minuutjes over de snelweg heen en voorbij de KFC en de McDonald‘s vond ik de Shellpomp met restaurant. Ze houden natuurlijk geen rekening met de mogelijkheid dat iemand op de fiets komt, ik moest met de auto’s via de inrit naar de pompen en tegen het verkeer in er weer uit. 

Na mijn vleesfestijn van deze week beperkte ik me heel gewetensvol tot een Griekse boerensalade en een mineraalwater. De salade was ronduit liefdeloos bereid, een enorme hoop sla, tomaten, olijven en groene pepers, bedekt met wat repen feta. Alles dreef in een mengsel van olie en azijn, maar de feta bleek voldoende om de eiwitten aan te vullen. Ik heb in elk geval ‘s nachts geen honger gehad.

De Märchencamping waar ik verbleef, wekt met de naam de verwachting dat je een soort Efteling bezoekt. Maar het enige sprookjesachtige zijn grote hoeveelheden verbleekte tuinkabouters langs de paden die dan Heksenpad etc heten. Verder lopen er vier ezels vrij rond, op zoek naar eten bij de tenten, maar als je Tafeltje dek je, ezeltje strek je, roept, gebeurt er niks. 

Twee van de sprookjesezels

Echter, niets ten nadele van deze camping, want het is een prima plek om te staan. In het midden is het zwembad, 24 uur per dag open zei de eigenaar trots, aan de ene kant is de caravanfavela en aan de andere kant zijn weilandjes gescheiden door hagen, waar je heerlijk rustig staat. Ik stond samen met een Nederlands stel in een tourcaravan op een terrein zo groot als een voetbalveld. Wat ook fijn was, is dat ik ‘s nachts niet de lange gang naar het toiletgebouw hoefde te maken, plassen kan hier gewoon in de heg.

Ik sta wat later op dan normaal, ik moet eerst nieuwe sandalen kopen (van de oude scheuren de bandjes los) en de winkel in het centrum van Bremen gaat pas om 10 uur open. Ik volg zeer nauwgezet de aanwijzingen van het boekje, twee pagina’s tekst met afslagen en kruisingen. Een keer hebben ze de straatnaam verkeerd, maar verder klopt het helemaal en om twee voor tien kom ik aan op de Domshof voor de deur van Unterwegs, wat trouwens een prima naam is voor een buitensportzaak. Juist als ik mijn fiets op slot zet, zwaaien de deuren open en tien minuten later sta ik al weer op straat met mijn nieuwe sandalen. Ik kocht ongeveer dezelfde vanwege de stevige zolen waardoor je de trappers niet voelt, bovendien drogen deze sandalen snel.

Voor de winkel is een modern café, in de vorm van een grote glazen doos. Ze hebben een terras vanwaar ik mijn fiets in de gaten kan houden terwijl ik koffie drink. Uitstekende koffie trouwens en niet duur, ik kan het aanbevelen. Ik hoef nog maar 40 kilometer vandaag, dus ga proberen het rustig aan te doen. 

Het leuke is dat ik nu aan een stuk van de route begin waarvan ik me niets herinner dan stromende regen en kou. Het weer is nu tegenovergesteld, een graad of 25, de zon schijnt en er staat een koel windje. Ik deel mijn traject wel anders in dan de vorige keer met een stop bij Hepstedt en niet in Heinbockel zoals de vorige keer, want dat was wel een hele gare camping. 

Af en toe een open stukje

Het blijkt een prachtig en afwisselend traject, voor een deel langs een riviertje (dat herinner ik me dan wel) en veel door bos. 

De lange arm van de Vereniging De Zaansche Molen

Voor de historische sensatie voert de route af en toe over dit soort wegen

Bij de camping is de receptie dicht, maar er komt een man met een hond aanwandelen en ik spreek hem aan. Hij helpt me aan het telefoonnummer van de eigenaar, een vriendelijke man die een plaatsnummer doorgeeft. Een prima plek met schaduw en een eigen picknicktafel. De man met de hond komt langs als ik de tent opzet en geeft me twee douchemunten, hij wil er niks voor hebben. Als ik onder de douche vandaan kom, staat er een blauw tasje bij mijn tent met daarin het campingreglement, stickers, een pen en nog twee douchemunten. Even later krijg ik een sms met de volgende strekking: ik trof u niet bij uw tent, maar ik heb er een blauw tasje neergezet. Vandaag geen betaling, lieve groeten Sylvana. Tja denk ik, maar wanneer moet ik dan betalen? Dus ik stuur een smsje terug dat ik me zeer welkom voel en of ze wil laten weten hoe ik kan betalen. Het antwoord luidt: Hallo Frans fühl dich herzlich eingeladen… heute ohne Bezahlung… einfach so… genieße den Tag VG Silvana 

Nou dat is ook een once in a lifetime experience! 

Afstand: 53 kilometer

Tijd: 4,5 uur

23-6 Guderhandviertel

Gisterenavond kookte ik weer zelf, gebakken paprika, champignons en tomaat met gevulde pasta en citroenyoghurt toe. Het is hier nogal geïsoleerd, het dichtstbijzijnde restaurant zit op 8 of 9 kilometer volgens de buurman. Dat is een Nederlander die een jaar lang aan een LNG-pijpleiding van de Elbe naar Bremen werkt. Omdat hij geen zin heeft in een hotel, slaapt hij in een zelfgebouwde camper en staat nu een vol jaar op deze camping. 

Het tracé van de pijpleiding

Als ik wegfiets, hoor ik een tik in de rechtertrapper, telkens als ik die belast. Na enig redeneren kom ik op de pedaal uit, die daar al zo’n 10.000 kilometer zit. Typisch een geval van een versleten lager. Ik ben een beetje boos op mijzelf, dat ik er niet aan gedacht heb nieuwe te monteren voor mijn vertrek. 

Leuk zo’n café dat alleen op zondag open is

Wat is wijsheid? Ik wil niet naar Hamburg, maar zou hij het houden tot Lübeck, want de kans is niet groot dat ik tussendoor een fietsenwinkel tref. Je mag hier al blij zijn met een bakker en met zulke gedachten stuit ik na een uur op een fietsenspeciaalzaak in Selsingen. Precies op de kruising waar ik af moet slaan. Ik stap naar binnen en vraag de eigenaar, een jonge uitvoering van Wim Kan met zo’n gepermanent grijs kapsel, naar pedalen. Hij heeft twee soorten, goedkope en dure en ik herken ze meteen, want ik heb in Dieppe ook ooit zo’n stel laten monteren. Die begonnen na drie dagen al te kraken. Maar wie niet waagt, die niet wint, dus doet u mij de dure maar. Het zijn wel een beetje rare dingen, grote zwarte plastic plakken.

Kunt u ze ook monteren, vraag ik? Enigszins aarzelend zegt hij, ja eigenlijk moet dat in de werkplaats maar dan moet u alle bagage van uw fiets afhalen. Komt u anders even achterom met uw fiets. En zo wordt een supersnelle pedaalwissel uitgevoerd in een kwartiertje. 

Betalen is een probleem, met kaart mag, maar dan moet ik twee euro bijbetalen. Alleen lukt dat niet, want hij heeft een goedkoop pincontract en dat accepteert geen buitenlandse kaarten. Gelukkig heb ik nog ergens een briefje van 50 voor noodgevallen als deze en kan ik weer verder. Nah sehen Sie? Bargelt geht immer, zegt de man heel tevreden met zichzelf.

En nu maar duimen dat ze lang genoeg meegaan. 

En wat hoor ik na tien minuten onder mijn rechtervoet? Tik, tik, tik, maar wel veel zachter dan eerst. Hoe kan dat toch? Wat zijn de mogelijke oorzaken?

  1. Slijtage van de trapas, maar die is gloednieuw en ik voel geen speling
  2. Het riemblad voor zit los op de crank, maar daar was evenmin enige speling voelbaar
  3. De pedaal moet nog ingefietst worden, hij draait nl. wat stroef 
  4. Iets wat ik niet kan bedenken, maar u misschien wel. Als u het weet, zet het dan in de opmerkingen of mail het me. 

De route gaat vandaag gelukkig veel door bossen en langs landwegen met grote bomen. Wel is het regelmatig klimmen en dalen op onverharde wegen dus warm krijg ik het toch wel.

Een Duits Hunebed, dan zijn die van ons toch veel groter

De grote hitte blijft me bespaard tot ik in de buurt van Stade kom. Dat is een stedelijk gebied met veel drukke wegen en bijbehorende wegopbrekingen, waar je makkelijk verkeerd fietst. Ik wil eigenlijk om het centrum heen, dat geheel geplaveid is met kinderhoofdjes, maar dat lukt natuurlijk niet. Bovendien moet ik nodig cash pinnen vanwege die gekke Duitse voorliefde voor Bargelt. 

Het laatste stuk fiets ik buitendijks langs de Elbe, heerlijk in de frisse wind.

Gewoon de Elbe

De camping hier wordt gerund door twee stoïcijnse vrouwen van middelbare leeftijd die zich door niets of niemand laten afleiden van hun taak. Elke vraag wordt nauwkeurig overwogen waarna een antwoord met geen woord teveel volgt. Ze zijn niet onvriendelijk, maar ook niet aardig, eerder een soort van volkomen neutraal. 

Afstand: 92 kilometer

Tijd: 6,5 uur

24-6 Egestorf Waldsiedlung

Ik at gisterenavond een hapje op de camping, je kon kiezen uit worst met patat of schnitzel met patat (en nog iets, maar toen ik schnitzel hoorde, zei ik al ja). Even later hoorde ik ze meppen in de keuken, ha! dacht ik tevreden, hier maken ze de echte. Bij de schnitzel krijg je een schep patat en dat is het dan. Leuk detail, je kent die rechthoekige kartonnen bordjes met een gegolfd randje, waar ze in de automatiek de kroketten op serveren. Nou die heb je dus ook in het groot en van porselein. 

Onder het eten raak ik aan de praat met Marijke uit Orvelte en Kees uit Lelystad. Marijke fietst mee met een sponsortocht voor scholen op Haiti en dat doet ze op een elektrische vierwieler met daarachter een houten minicaravan. De tocht gaat vanuit Nederland via Zweden naar Kopenhagen. Omdat ze al in de zeventig is en niet zo veel kilometers per dag kan afleggen met haar voertuig, fietst ze de tocht in haar eigen tempo. Ze is gewoon een paar weken eerder begonnen en dan kont ze toch gelijk met de rest aan op het eindpunt. 

De eenpersoonkaravaan van Marijke

Kees is een klassieke vakantiefietser en gaat via Polen naar Zweden. Hij wilde ook naat Litouwen, maar het Pools verkeersbureau raadde dat af. Hij kijkt er van op als ik vertel dat er in oost Polen een gloednieuw nafuurfietspad is geopend dat je kunt volgen van de kust maar de grens met Litouwen. Nou ik ga ervaren of het pad echt bestaat of dat ze alleen de Europese subsidie voor de aanleg hebben opgestreken. 

Ik sliep slecht vannacht en lag te overdenken dat ik gisteren bij de fietsenmaker natuurlijk heel anders had moeten handelen. In plaats van naar binnen te rennen en om nieuwe pedalen te roepen, had ik ook kunnen vragen, dat tikje, wat denkt u er van? Wie weet was het dan nu wel opgelost. Nou ja, bij de volgende fietsenmaker zal ik die aanpak eens proberen. 

Veel van dit type boerderijen achter de Elbe

Om half acht ben ik weg, de zon is fel, maar de lucht is lekker fris. In Buxtehude drink ik koffie, tegenwoordig bestel ik een milchkaffee, dan krijg je een kom met slappe cappuccino. Heel lekker met dit weer. Drie panden verderop zit trouwens een speciaalzaak in fietsen, maar het duurt nog twee uur voordat die opengaat. Jammer, ze hadden aan me kunnen verdienen. Wie wel aan me verdient is de vrouw met kersen op de markt, ik koop geelrode kersen, heerlijk fris van smaak. 

De route gaat vandaag grote stukken door het bos, dat betekent lekkere schaduw maar ook veel gravel- en zandwegen. En het gebied wordt steeds heuveliger, met klimmetjes tot 110 meter. Dus ik zweet wat af en probeer voldoende te drinken, maar naarmate de dag vordert, worden de wegen steeds steiler en krijg ik het steeds moeilijker.

Ik snap dat ze in de tijd van de Romeinen heel tevreden waren met deze weg, maar nu mag er wel een laagje asfalt overheen van mij.

In Asendorf treedt mijn persoonlijke hitteplan in werking. In plaats van met een boog van 25 kilometer over de Lüneburger heide naar de camping te rijden, maak ik een afkorting zodat ik nog maar de helft hoef af te leggen en verhard kan fietsen.

Evengoed doe ik er uiteindelijk net zo lang over als gisteren, terwijl ik toch 20 kilometer minder heb afgelegd.

Wasdag

Afstand: 76 kilometer

Tijd: 6,5 uur

25-6 Büchen

Er was wel een Imbiss op het campingterrein, maar het leek me beter dat ik zelf zou koken, dan krijg ik tenminste ook wat vezels en vitaminen binnen. Het werd weer de bekende combinatie van gevulde pasta met wat roergebakken groente.  Er zit alles in, het is snel klaar en de groente krijgt geen tijd om af te koelen terwijl je de pasta kookt, want dat duurt maar twee minuten.

Ik had van alles gewassen en in de zon gehangen, waar prompt een dikke wolk voor ging zweven. Aan het eind van de avond was het meeste net niet droog. Dat ging in een plastic zak om de volgende middag weer verder te drogen. 

Ik ben iets over half zes op, ik wil het grootste deel van de route in de ochtend fietsen. Dat lukt aardig, al is het eerste stuk nog best pittig met veel klimmetjes over grindpaden. Tik, tik, tik. Als ik langs een bloeiend aardappelveld kom en stop voor een foto, wordt ik aangevallen door van die grote grijze paardevliegen. Die krengen steken dwars door je kleren heen! Dan maar geen foto, snel wegwezen! Tik, tik, tik.

Om half elf ben ik in Lüneburg, een mooie middeleeuwse stad, maar wat is het warm daar, de lust in koffie vergaat me gewoon. Ik koop wel even nieuwe douchegel van Weleda (wat is dat goedkoop hier) want ik ga er snel doorheen. Ik gebruik zo’n tube voor alles, voor de afwas, de kleren, de fiets en mezelf.

De sfeer van Lüneburg

Het landschap wordt nu aanmerkelijk vlakker en ik volg het Elbe-Seitenkanaal. Tik, tik, tik. Je komt ook langs een scheepslift, maar daar is niet zoveel van te zien. Ze hebben wel een mooi uitkijkpunt aan de hoge kant, vanwaar je over het land richting de Elbe kijkt.

Tik, tik, tik. Om in Lauenburg te komen, moet je over een smalle drukke verkeersbrug over de Elbe met veel vrachtverkeer dat in een file rijdt omdat één rijbaan is afgezet. Halverwege hebben ze ook het fietspad afgesloten wegens werkzaamheden. Het idee is dat je je tussen de rest van het verkeer voegt. En dan merk je dat je in Duitsland bent. Terwijl ik nog sta te delibereren hoe ik zonder ongelukken van de stoep af de rijbaan opkom, stopt een auto en de bestuurder maakt een gebaar van ga maar. En zo rij ik dan op kop van een hele stoet de brug over. Uit dankbaarheid zet ik wel de sokken er even in, voorzover dat nog gaat met deze warmte. Tik, tik, tik. 

Lauenburg

En nu ben ik het zat, dat getik! Is er hier een fietsenmaker? Jazeker, er zijn er drie en de dichtstbijzijnde zit op 200 meter van de route. En pakweg 60 meter hoger want dit stadje is gebouwd op een steile heuvel. Als ik dan geheel bezweet voor de deur sta, zijn ze best bereid om even te kijken. Ze kunnen niks vinden en hun theorie is dat het door de warmte komt, het materiaal zet wat uit en als  de temperatuur daalt, zou het getik vanzelf weg moeten gaan. Ik hoef me volgens hen in elk geval nergens zorgen om te maken. En ik stap weer op de fiets, tik, tik, tik, maar het hindert me een stuk minder.

Daarin is googlemaps niet zo sterk, duidelijke hoogtelijnen

De camping van Bürgen heb ik met zorg gekozen, een camping in het bos, dus voldoende schaduw en dicht bij een dorp met restaurants en winkels. Maar wat een verschil met de vorige. Ze hebben in het bos een grote vlakte gecreëerd en die gevuld met caravans en schuurtjes volgens het bekende recept. Het trekkersveldje is een boomloze strook bij de parkeerplaats. Daar wordt je bij deze temperaturen levend gebraden. Gelukkig heeft de eigenaresse meelijden met me en ze wijst me een groene postzegel in de schaduw toe tussen de garage en een vijvertje. Het is een nogal schuin aflopend perceel, maar ik ga er niet over zeuren.

Afstand: 75 km

Tijd: 5,5 uur

26-6 Rothenhusen

Ik wilde wel weer eens uit eten gisteren, maar veel keuze was er niet. Het was allemaal döner en currywurst wat de klok sloeg op een Griek na. Dus die moest het dan maar worden. Ik nam een lamssouvlaki met ijs toe. Ze kwamen natuurlijk prompt met de ouzofles aanrennen, maar ik vond het te warm voor alcohol. Je kon er buiten aan de straatkant op een kunstgrastapijtje zitten onder een parasol, maar moest wel het autoverkeer voor lief nemen. 

Terug op de camping zocht ik een schaduwplekje om wat te lezen, totdat de tent weer in de schaduw stond. Ik lees nu Estonian Lessons van Ross Allen, voormalig Brits ambassadeur in Tallinn. Hoewel het boek een lange lofzang is op de overheid (zo klein mogelijk) en de economie (vrije marktwerking voor alles), kun je er toch een hoop uit leren over het land. Ik hoef me geen illusies te maken over de mogelijkheid iets van de taal te begrijpen, het Ests is nauw verwant aan het Fins en biedt nauwelijks aanknopingspunten voor Indo-Europeanen zoals ik. Verder houden ze niet van spontaan sociaal contact en regelen ze veel meer dan wij alles online. Ik ben nu bij het hoofdstuk over de natuur, er leven nogal wat bruine beren, wolven en lynxen in de bossen waar we doorheen komen. 

Om zeven uur zit ik op de fiets, tik, tik, tik, het wordt vanmiddag iets van 34 graden, morgen verwachten ze hier 37 graden. Dat haalt het nog niet bij de 41 die ik een paar jaar geleden in Normandie meemaakte. Toen kon ik gelukkig logeren bij Natasha in Dieppe in afwachting van koelere lucht. Hier komt de omslag dit weekend, uiteraard met de nodige onweersbuien. 

Dus ik heb een hotel in Lübeck geboekt voor twee nachten van zaterdag tot en met maandag. (Voor een exorbitante prijs in mijn ogen, want veel hotels zitten vol, maar ik had ook geen zin om eindeloos door te zoeken. Ik heb nu een ruime kamer met airco etc.) Dan kan ik er maandag weer tegenaan met wat redelijker temperaturen. 

Het is trouwens goed voor het lijf en de geest om even fietspauze te nemen. Het gaat best goed tot nu toe, maar ik doe dan ook geen grote afstanden per dag. Mijn linkerknie wordt elk jaar opstandiger, ik fiets met een soepele brace, maar toch protesteert hij bij elke klim. Elke avond smeer ik hem dik in met Voltaren in de hoopt dat het overgaat. Een paar jaar gelden duurde dat een dag of tien, maar inmiddels blijft ie (om specifiek te zijn, de patella) veel zeuren. Maar ik ga door totdat ie niet meer wil.

En de geest mag ook wel een beetje gevoed worden en daar is Lübeck gelegenheid genoeg voor.

In Möln drink ik koffie en koop ik belegde broodjes bij de bakker.

Een schandpaal naar Saksisch model met ijzeren halsband

Als ik de kerk wil bezoeken, klinkt er binnen orgelspel, maar de deur zit op slot. Uit arren moede loop ik een rondje om de kerk en wat zie ik tot mijn stomme verbazing? Het graf (of is het alleen de grafsteen) van Tijl Uilenspiegel. Blijkbaar kreeg hij wel een kerkelijke begrafenis maar wilden ze hem niet in de kerk begraven. Op de steen staat de volgende tekst (prima te begrijpen als je even de tijd neemt): Anno 1350 is düsse sten upgehaven, tile Ulenspegel lent hir under begraven marcket wol und denket dran wat ik gwest si up erden al de hir voröver gan moten mi glick werden. 

Anno 1350 is deze steen opgericht Tijl Uilenspiegel ligt hieronder begraven. Neem er notitie van en bedenk wat ik geweest ben op aarde, allen die hier voorbij gaan, moeten als ik worden. (Deze vertaling kan nog beter denk ik).

Dus morgen een hotel, maar vanavond slaap ik nog in mijn tentje bij de kanovereniging van Rothenhusen. Ze hebben een paar mooie weitjes met wilgenhaagjes. Op de beste plek staat iemand in te pakken, dus ik ga eerst douchen en kleren wassen en daarna zet ik daar mijn tent op. 

Morgen hoef ik maar 20 kilometer en ik kan pas om 15.00 inchecken, dus daar moet ik nog een plannetje voor maken. Laat opstaan als dat lukt (waarschijnlijk niet) heel langzaam fietsen (dat lukt ook nooit) of gewoon lekker lezen op een bankje in de schaduw. 

Afstand: 51 kilometer 

Tijd: 4,5 uur

27-7 Lübeck

Vlak tegenover de camping staat een restaurant aan het water, heel toepasselijk het veerhuis geheten omdat het goede zaken doet met de rondvaartboot op het meer. Je kunt er uitstekend eten en ze hebben een mooie selectie witte wijnen per glas. Het was niet druk en dat lag dus niet aan de kaart, maar aan de keuze om de gasten niet binnen te ontvangen, maar buiten op het terras in de volle zon. Ik had geen echte uitwijkmogelijkheid en vond na enig proberen een tafeltje waar in elk geval mijn hoofd het komende uur uit de zon zou zijn. Ik nam een grote vissoep van garnalen en baars met groenten en een glas Grauburgunder. Toe werd het creme brûlée met een bolletje mangoijs van een perfecte consistentie, zacht en romig met kleine stukjes mango erin, niet keihard bevroren maar met een heerlijke sappige bite.

De camping is van het type self-service en voor alles is een code. Denk aan het toiletgebouw (maar de deur moet open blijven staan vanwege de broedende zwaluwen in de herenplees), de koelkast met Vertrauenskasse (zelf afrekenen wat je pakt), de gemeenschappelijke ruimte etc. 

De nestelende zwaluw

Er staan meer bikepackers hier, en in het huis slaapt een grote groep die weekendje komt kanoën. Als ik om half twee ‘s nachts naar de wc loop, dendert er opeens een hele kolonne wielrenners het terrein op, die rennen naar de wc’s en vullen hun bidons bij. Er is een nachtelijke ploegenwedstrijd gaande in het pikkedonker rond het Ratzeburger meer.  Later wordt ik nog een keer wakker van zo’n voorbijkomende groep. 

Ik heb me duidelijk verkeken op de positie van mijn tent ten opzichte van de zon. Ik dacht gisteren een plek gevonden te hebben met schaduw in de middag en de vroege ochtend, maar om zeven uur vallen de eerste zonnestralen op het tentdoek en begin ik langzaam te stoven. Tot zover het uitslapen, dat heeft precies een uur geduurd.

Ontbijten doe ik in de schaduw op het terras en ik blijf tot een uur of elf daar rondhangen om niet te vroeg in Lübeck te arriveren. Om de tijd te doden begin ik aan het boek Baltische zielen van Jan Brokken, bestaande uit korte geschiedenissen van bekende Balten, van boekhandelaren annex uitgevers tot Sergei Eisenstein (en zijn vader). Rode draad is dat als je na een bloeiend bestaan gedurende het Interbellum niet tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers in een kamp gestopt werd, dat de kans dan groot was dat de Sovjets je naar een werkkamp Siberië stuurden. En de echte pechvogels kregen allebei voor de kiezen. Vandaar dat deze landen een sterk nationalistische inslag hebben, waarvan het spreken van de eigen taal (en het zingen!) de belangrijkste uitdrukking is. 

Dan fiets ik in een dikke anderhalf uur naar het centrum van Lübeck, waar ik snak naar koffie met broodjes. Op dit deel van de route kom je die namelijk niet meer tegen, je rijdt eerst door bos en daarna door sjieke voorstadjes en de laatste 10 kilometer gaat langs de oevers van het riviertje de Wakenitz, dat zich verbreedt tot een meertje en waar overal gezwommen en gesupt wordt.

Teutoonse vandalen hebben de richtingsborden van de paal gerukt. Daar sta je dan op de tweesprong

Na de koffie heb ik nog anderhalf uur voordat ik mag inchecken en ik besluit naar de Domkerk te gaan, het lijkt me lekker koel daar. 

En dat is het ook en tot mijn verrassing zit ie vol met bijzondere beelden en schilderingen. Dat zie je er van buiten niet aan af, want het is een vrij saai gebouw van rode baksteen met een kopergroen dak.

Een enorme zerk van zandsteen ingelegd met zwarte natuursteen

De eerste kerk stond daar al in de 13e eeuw en is in de eeuwen gegroeid en verbouwd en aangebouwd tot de Engelsen in 1942 een raid op het centrum van Lübeck uitvoerden. Een aantal kunstschatten wisten de inwoners nog te redden, maar de torens branden af en kwamen naar beneden. Na de oorlog was er geen geld voor restauratie en midden jaren 50  vielen ook de muren van het schip om. Maar zo saai als de dom van buiten is, zo sfeervol is hij van binnen, met bobbelig stucwerk en gerestaureerde fragmenten van middeleeuwse wandschilderingen.

Maar wat wel de grootste indruk op mij maakte was een beeldenrij op een meter of acht hoogte over de breedte van het middenschip. In het midden zie je de gekruisigde Christus, daaromheen wenende bijbelse en wereldse figuren.

Van links naar rechts, Adam, Maria, een wereldse vrouw (maar wie?), Jezus aan het kruis, een paus (maar welke?), Jozef en Eva.

Bij het inchecken kom ik er achter dat er geen ontbijt inbegrepen is, ondanks de 45 euro servicekosten bovenop de kamerprijs van 105 per nacht voor een relatief bescheiden hok. Bovendien is de televisie in het hele hotel ook uitgevallen, niks aan te doen zegt de receptionist. De eigenaar is een investeringsmaatschappij ergens in de VS, dus die hoef je ook niet aan te spreken op het feit dat je uit sentiment graag naar Tatort wil kijken. Dan ben je in Noorwegen nog goedkoper uit. En dit hotel Tryp-hotel wordt nog wel aangeraden door Bett und Bike! ontbijt begint morgenochtend om half zeven en duurt tot half elf en ik ga er het maximale uithalen! 

Afstand 20 kilometer

Tijd: 1,5 uur

28-6 Lübeck

Ik had een restaurant in de stad uitgezocht maar laat nu pal naast het hotel een Indiër zitten met de naam Bombay Hut. In deze broeierige hitte geloof ik het wel en stap naar binnen. Op de kaart staan voornamelijk pizza’s, schnitzels en bockwurst, maar ze hebben ook wat Indiase gerechten. Ik neem de papadum met mango chutney en butterchicken met koffie toe. 

Onderwijl valt me op dat je hier vanwege het WK auto’s met van die vlaggen boven de portieren ziet. Ik dacht dat dat een beetje passé was, maar hier blijkbaar niet. Het zijn trouwens altijd kleine auto’s, zoals Corsa’s en Polo’s. Mercedes- en Audirijders zie je er niet mee.

Een van mijn talenten is om niet te ver vooruit te kijken in het leven. Dan blijft het leven verrassend, al is niet elke verrassing even welkom. 

Dus toen ik me gisterenavond wat verder ging verdiepen in het traject langs de Oostzeekust en mijn aanvankelijke plan om via de Green Velo route langs de Poolse oostgrens naar Litouwen te reizen, kwam ik tot de conclusie, dat dat niet realistisch is. 

Om te beginnen is het me niet duidelijk of die route echt al helemaal uitgezet is of dat hij alleen als app bestaat. Dan bestaat het af te leggen deel van deze route uit ongeveer 450 kilometer met veel klimmen en dalen over gravelwegen. Daar doe je dan al snel 5-6 dagen over en dan moet ik nog aan de andere kant van de grens terug. En dan heb ik het probleem van de overnachtingen nog niet eens besproken. Dan kom ik minstens een week te laat aan in Riga. 

Dus ik moet voor Dantzig een keuze maken uit een van de volgende opties. 

  • Met de trein rond Kaliningrad, dat lijkt te kunnen, maar dat doe je niet in een dag (
  • Met de boot van Dantzig naar Zweden en dan naar Litouwen (je vraagt je af of dat niet direct kan, maar blijkbaar is daar geen vraag naar).
  • Toch door Kaliningrad heen, er is een speciaal visum voor in de aanbieding.

Als ik dan toch maar de route door Kaliningrad begin te bestuderen, zoals die beschreven staat in Iron Curtain Trail 2. From Riga to Lübeck (ja inderdaad, die fiets ik achterstevoren) dan lees ik daar het 200 kilometer extra is als je om Kaliningrad heen wil. Dat lijkt me wel heel weinig, maar de auteur is zeer specifiek in de plaatsen en wegnummers (en het lijken me allemaal verharde wegen), dus ik meet dat na op de kaart en kom uit op ongeveer 400 kilometer. Daar moet dan het traject door Kaliningrad nog vanaf en dan klopt het wel ongeveer. Dat betekent dan, afhankelijk van het reliëf en de beschikbaarheid van campings, zo’n drie of vier dagen extra. Nou ja, ik heb nog zo’n tien dagen om tot een besluit te komen. 

Het ontbijt stelt niet veel voor hier, vruchten uit blik, jus uit een automaat, croissants met het formaat van een cashewnoot. Maar ze vragen me niet naar mijn kamernummer, wie weet kom ik er mee weg. 

Onderweg naar de binnenstad drink ik eerst koffie in een ontbijtcafé en daarna begin ik met het Behnhaus-Drägerhaus een koopmanswoning in het oude centrum. Ik denk, leuk, dat kan ik wat inspiratie opdoen voor het Honig Bteethuis. Maar ik kom in een soort van 18e eeuws stadspaleis met een mooie selectie kunst van 1800-1940. Het Honig Breethuis past denk ik precies in de centrale hal.

Er lopen een aantal behulpzame vrijwilligers te patrouilleren, dames van mijn leeftijd, die dolgraag uitleg willen geven, het liefst in het Engels. Ik laat het me allemaal welgevallen. Zowel het huis als de collectie zijn zeer de moeite waard.

Gotthardt Kuehl, Zeilmakerswerkplaats ca 1880

Na een lunch denk ik, doe eens gek, ga naar het Museum of Theatre Puppets. Dat is hartstikke leuk, met zowel klassieke marionetten, als een afdeling voor Mali en een over China. Van alles hebben ze korte films, dus ik vermaak me prima.

Tot slot ga ik nog langs het Museumkwartier Sint Annen.

Dat is een enorm complex bestaande uit een oud klooster en aanpalende huizen. Ze hebben een enorme collectie kerkelijke kunst, tientallen laat-middeleeuwse altaarstukken en  schilderijen waar de kleuren nog vanaf spatten. Daar refereerde Huizinga aan als hij het over de “felheid des levens” in de Middeleeuwen had.

Het oordeel over Adam en Eva

Dat gaat langzaam over in een expositie over de Zijderoute waarna de ontwikkeling van het burgerlijke interieur vanaf de 16e eeuw wordt aangepakt. Langzaamaan begin ik af te haken en denk, ik kom nog wel eens terug. Het wordt tijd om me druk te gaan maken over de weersvoorspelling (meer onweer) en de overnachting morgen. 

29-6 Ostseebad Boltenhagen

Vroeger maakte je je niet druk om onweer. Het enige wat je leerde, was dat als je op de hei door onweer overvallen werd, je niet onder een beuk moest gaan staan, want die trekken de bliksem aan. En met die kennis ging het prima, meer hoefde je niet te weten.

Maar nu omgeef je jezelf met voorzichtigheid en denk je, niet naar buiten gaan tenzij het noodzakelijk is en leer je weer allemaal nieuwe regels. Ga plat op de grond liggen en als dat niet kan, hurk met je voeten aaneengesloten, zodat de bliksem geen vat op je krijgt. Denk om windstoten die je van de weg afblazen, om hagelstenen zo groot als golfballen die je bont en blauw slaan, om overstromingen en modderstromen die je mee kunnen sleuren en ga zo maar door.

Gisterenavond at ik uit pure luiigheid weer bij de Bombay Hut en nu nam ik de vegetarische schotel Veggie Biriyani. Ik werd meteen afgestraft met een een enorme berg gele rijst met drie plakjes winterpeen, wat broccolistronkjes en een sperzieboon. Waarschijnlijk dachten ze, die man vertrekt morgen toch.

Om iets na achten ben ik weg en om half negen begint het te regenen. Dat was dus het front dat afgelopen nacht had moeten overkomen toen ik nog in mijn duurbetaalde bedje lag.

De borden zijn van deze wegwijzer afgevallen

Na een uurtje fietsen, tik, tik, tik, in de regen ben ik wel aan koffie toe, maar dat gaat zo maar niet. Ik ben zojuist de voormalige grens overgestoken en hier is het toch wat kariger. In Dassow is alleen een Penny-supermarkt en die hebben geen inpandige bakker met koffie. Ze hebben zelfs geen bekertjes ijskoffie in het assortiment. Wat ze wel hebben is kleine bekertjes rijstepap, dat is een mooie aanvulling op mijn lunch van twee broodjes kaas. Dus door naar Pötenitz waar een koffietentje moet zitten, maar dat gaat pas om twaalf uur open, dat is nog drie kwartier. Ik rij nog maar even door, ik ga hier niet zo lang zitten wachten in de regen. Bovendien kom ik nog langs legio koffiepunten volgens Google Maps. Van snackbars tot landhuizen met restaurant. Dat klopt ook wel, maar alles is dicht. Pas om half vier, als ik er bijna ben, kan ik ergens koffie krijgen, maar dan hoeft het niet meer voor mij. Gelukkig was de regen al wat eerder gestopt, vanaf een uur of twaalf werd het droog.

Tot het vallen van de muur was de hele kuststrook, waar ik nu langs fiets, verboden gebied. Overal stonden wachttorens en op zee werd permanent gepatrouilleerd, om te voorkomen dat mensen zwemmend of met bootjes zouden ontsnappen. In de jaren 70 werd het hele gebied ontruimd en veel boerderijen werden gewoon afgebroken of ongebouwd tot kazernes. Het resultaat is nu wel dat je door een prachtig natuurgebied fietst vol met vogels. Het is heel veel klimmen en dalen (het heet hier niet voor niets de Hohe Küste) en om de kilometer passeer je een strandslag met picknicktafel en (schone) WC’s. Als de zon eenmaal schijnt ga ik op een omgevallen boom op het strand zitten om weer op te warmen en naar de golfjes te kijken. 

Het bos groeit gewoon tot aan het strand hier, geen schrale Hollandse

Ik zit in een hotel dat duidelijk uit de DDR-tijd stamt. Het is met vier etages de enige hoogbouw in dit kuuroord. De kamers liggen aan een eindeloze gang, je kunt je buren horen praten, de toegangsdeur is niet veel breder dan mijn schouders en aan de kamer is later een douchecabine toegevoegd.

Dus je doucht gewoon in je kamer in een soort nis met een glazen deur, de wastafel is dan weer in de wc. Je kunt voor de glazen douchedeur zelfs nog een gordijntje dichttrekken, waarvan de zin mij ontgaat, het is tenslotte een eenpersoonskamer. Die kamer ligt trouwens op het westen en aan zonwering zijn ze hier nog niet toe, wat als enig voordeel heeft dat mijn natte kleding razendsnel droogt. 

Bij het inchecken blijkt dat ik een Kurkarte moet aanschaffen om de zeelucht in te ademen en de zee in te mogen. Maar invaliden mogen gratis dus de receptioniste moet mij vragen of ik Schwerbehindert ben. Maar mevrouw, wat denkt u zelf, ik kom hier op de fiets aan. Ja maar, is het serieuze antwoord, er zijn ook vormen van Schwehrbehindert sein die je niet ziet. In dat geval, zeg ik, volgens sommigen is deze fietstocht een duidelijk bewijs van mijn geestelijke Schwehrbehinderung. Maar die drie euro moet ik toch betalen. 

Afstand: 66 kilometer

Tijd: 5,5 uur

30-6 Rerik

Na een flinke wandeling op zoek naar een geldautomaat (Duitsers zijn nu eenmaal dol op cash en zelfbedachte regels rondom het gebruik van kaarten) at ik in de tuin van het hotel. Ze hadden een rijtje van die ouderwetse strandstoelen met tafeltjes ervoor neergezet, zodat je lekker in de schaduw kon zitten. Het werd komkommersoep, snoekbaarsfilet met venkel en toe rote grütze. Best lekker, alleen dat toetje was beslist niet van vers fruit gemaakt maar van een soort Tova.

Ik wou dat ik kon schrijven dat het die nacht gestortregend had, maar er is geen druppel gevallen, dus had ik net op goed op de camping kunnen staan, al weer ik niet of dat een onverdeeld genoegen was geweest in dit toeristenoord. Het grappige is dat je vanaf het strand niet ziet wat voor enorme uitgestrekt gebied met hotels restaurants, ijscafés etc.  achter de bomen ligt. Wat dat betreft is het uitstekend geslaagd hier. 

Vanaf de pier zie je alleen maar strans

Kijk ik naar het weerbericht voor vanavond, dan wordt het de hele nacht regen. Wat is wijsheid? Ik heb hoofdpijn en weinig geslapen, in de ontbijtzaal gooi ik per ongeluk een glas jus d’orange over het ontbijtbuffet. Er is geen personeel om te helpen opruimen, er staat alleen een fooienpot naast de sapautomaat. Maar daar komt op deze manier natuurlijk niks in. Er zit weinig anders op dan nog maar een hotelletje te boeken, want ik ga niet in de stromende regen in een tentje liggen met een gloeiende kop.  Ik kies voor Rerik, een klein badplaatsje aan de Baai van Mecklenburg.

In de ochtend zit ik wat koortsig op de fiets, maar het gaat langzaam beter. Er schijnt een zonnetje en er staat een fris briesje vanuit zee. Tegen de tijd dat ik in Wismar ben aangekomen, heb ik al weer zin in koffie met iets lekkers in de Konditorei. Daarna bekijk ik het centrum van dit middeleeuwse stadje en bezoek de Heilig Geestkerk en de Nicolaikerk.

In die laatste kerk zijn ze het orgel aan het stemmen, ik heb er een korte opname van gemaakt. 

Spectaculair plafond van de Heilig Geestkerk
Wandschildering in de Nicolaikerk met figuren uit het Oude Testament
De sfeer van Wismar
Hartje centrum deze geweldige winkel uit de jaren 50

In de loop van de dag wordt het weerbericht steeds beter en tegen de avond wordt er nog maar een paar uur regen voorspeld. Dit weerbericht wordt mede mogelijk gemaakt door booking.com, vermoed ik zo. 

Het is steeds klimmen en dalen door een heuvelig landschap, gelukkig niet al te steil, maar wel pittig. De weg loopt tussen akkers en weilanden en van de zee zie je af en toe een glimp.

Bij Blowatz zie ik een bordje Hofladen en Radlercafé en verdomd ze zijn nog open ook. Het zijn twee grote boerderijen die half op instorten staan, de gaten in de rieten daken zijn met roestige golfplaten afgedekt. Ik verdenk ze ervan dat binnen een caravan hebben staan waar ze in wonen.

Ik neem een bordje maatjesharing met aardappelsalade en compact bruinbrood. Haring is altijd goed als je je niet zo lekker voelt. Dat eet ik buiten tussen de rondrennende kippen en hanen op, die enorm tekeer gaan als ik de tuin inloop. Ze gaan vlak achter me staan en kraaien dan uit volle borst. Maar als ik rustig blijf zitten, kalmeren ze vanzelf.

De Hofladen annex Radlercafé

Dan is het nog een anderhalf uur klimmen en dalen naar Rerik, waar ik de kamersleutel pas krijg na betaling van de rekening. Dat is de standaardprocedure hier, legt de receptioniste me uit.

In de serie bijzondere automaten (in het rijtje heb ik al de binnenbandenautomaat, de kunstautomaat, de kanoautomaat) en de vleeswarenautomaat)

Afstand: 59,7 kilometer

Tijd: 4:15

1-7 Graal Müritz

Na aankomst in het hotel HaffIdyll (Havenidylle, hoe romantisch) gisterenmiddag en de ontvangst van mijn Badekarte maakte ik een wandelingetje door het dorp en over het strand.

De Havenidylle

Wat gaan we vanavond eens eten? Pizza of vis was de keuze maar ik had in geen van beide veel zin. Het is wel leuk, zoveel uit eten gaan, maar hoe kom je nu aan voldoende vezels? Al die restaurants bezuinigen op de groente, want dat is het meeste werk. Uiteindelijk haalde ik bij de supermarkt een groentesalade met ei en rijst, yoghurtjes en een halve liter bietensap. Op een bankje met uitzicht over de lagune had ik een uiterst gezond diner. 

Diner met uitzicht op de haven

‘s Avonds keek ik nog naar een documentaire over het na-oorlogse Berlijn met uiteraard de vluchtende Oostduitse grenswacht, Kennedy (Ich bin ein Berliner) en de aanslag op Rudi Dutschke. Dat laatste kon ik me nog herinneren, dat was in Nederland ook groot nieuws. 

Wat me een beetje tegenvalt, is dat ik tegen een fysieke grens aanloop. Zeker nu het wat pittiger wordt met de hellingen, is zo’n 65 kilometer wel het maximum voor mijn knieën. Dat heeft ook gevolgen voor de planning, want om via de Suwalkicorridor (de smalle grens tussen Polen en Litouwen) te fietsen, is een gemiddelde van 75 een must. Haal ik dat niet, dan moet ik toch wat smokkelen en de route over zee via Zweden nemen. Volgens Anton kun je van Gdansk naar Karlskrona en dan fiets je in een dag naar Karlshamn en pak je daar de boot naar Klaipeda. Dat moet met dit daggemiddelde haalbaar zijn. 

En er is nog een beperking, de hotels worden bevolkt door bejaarde Duitsers die komen om vakantie te vieren en bij te komen van het leven (en dat wellicht te verlengen met zeebaden). Er is voor deze mensen geen enkele reden om vroeg op te staan, want ze hoeven nergens heen, sie wollen einfach geniessen. Dus het ontbijt begint hier op zijn vroegst om half acht of acht uur en daar zijn de actieve bejaarden zoals ik het slachtoffer van. Ik vertrek al snel anderhalf uur later dan normaal en dat scheelt toch iets van 20 kilometer in je bereik. 

Ik ben vanmorgen aan het ontbijt al even bibberig als gisteren en de eerste uurtjes fietsen vallen niet mee. Maar, net als gisteren, gaat het in de loop van de dag steeds beter. Het is bewolkt vandaag en een stuk frisser dan gisteren. Af en toe miezert het een beetje, maar echt regenen doet het pas als ik op de camping onder de douche vandaan kom. 

Om 10 uur ben ik in Kühlungsborn, dat is 5 kilometer aaneengesloten pensions, hotels, restaurants en souvenirwinkels. En een reuzerad en een toeristentreintje natuurlijk. Alles in het chique hoor, daar niet van. Ik begin die Oostzeekust een beetje door te krijgen. Het is een langgerekt badstrand van een paar honderd kilometer en elke gemeente heft toeristenbelasting in de vorm van een verplichte Kurkarte of Badekarte. Dat klinkt toch wat sympathieker. En de toeristen voelen zich goed, want ze zijn niet zomaar op vakantie, nee ze kuren aan zee en daarbij eten ze kuchen en currywurst, likken ze aan ijsjes en drinken ze bier.

In mijn serie eigenaardige kerktorens
Al die mooie oude villa’s leiden aan de Duitse ziekte van de plastic kozijnen

Je hebt hier om de paar kilometer gratis schone WC’s, picknickbanken en alles wat het leven van een fietser aangenaam maakt. En fietsers heb je hier bij de vleet, de meeste rijden op elektrische trekkingfietsen van hotel naar hotel, maar er zitten ook nog wat eigenwijze die-hards tussen die op eigen kracht fietsen. Zelfs de koffiepunten die ik passeer zijn allemaal open vandaag. 

Hotelarchitectuur van vlak na de Wende

In Warnemünde, de toegangspoort tot de haven van Rostock neem ik de pont naar Hohe Düne.

Van de zee krijg ik ook vandaag niet veel te zien, ik rijd de hele dag tussen de bomen of in het bos. Uiteraard had ik weer zorgvuldig onderzoek gedaan naar de campings en deze leek me wel geschikt. Hij zag er sympathiek uit met veel bomen. En dat klopt helemaal en zelfs de wifi is perfect hier. Ik vind een mooie plek en feliciteer me zelf, want het is behoorlijk vol hier. Even later, als de aangeschoten buren tegen hun kinderen beginnen te tieren, begrijp ik waarom. Het is gelukkig maar voor één nacht.

Afstand: 59 kilometer

Tijd: 4:05

Een wachttoren aan de kust uit de DDR-tijd

2-7 Stadt Barth

Gisterenavond herhaalde ik min of meer het diner van de dag ervoor, ik ging naar de Edeka (supermarkt) en schepte bij de saladebar een bak met aardappelsalade, sperziebonen en twee kippepoten. En nam uiteraard yoghurt toe! Dat kon ik dit keer voor de tent opeten. Halverwege de nacht had ik al weer een rammelende maag, blijkbaar had ik in de middag ook maatjesharing met aardappelen moeten eten. 

Later belde ik met Mayke die wel wat verstandigs te melden had over mijn dagafstanden. Ze vond het sowieso al een prestatie dat ik zonder enige vorm van training in het afgelopen jaar tot hier gekomen ben. Dus hoe kon ik dan verwachten om in een heuvellandschap grote afstanden af te leggen? Ik moet toegeven, ze had een goed punt. Mijn optimisme aangaande mijn eigen kunnen leidt wel vaker tot teleurstelling.

Ik merk ook dat ik wat minder gemotiveerd ben dan vroeger, toen ik nog werkte. Dan was die fietstocht van een maand een heerlijke periode van rust en bezinning, waarbij ik lekker kon uitwaaien. Maar uitwaaien kan ik tegenwoordig elke dag. Ik merk het ook in het schrijven, ik betrap me er regelmatig op dat als ik iets opschrijf, dat ik dan denk van, had ik dat niet al eens beschreven? Heb ik die grap niet al eens gemaakt? Er begint een zekere herhaling op te treden of liever gezegd, de grote verwondering begint op te lossen. Been there, done that. En laten we eerlijk wezen, wat kan de reis naar de Noordkaap nog overtreffen? 

Volgens mij is het tijd voor verandering en wordt dit de laatste lange tocht die ik zo (bijna) alleen maak. Fietsen blijft leuk, maar het vraagt om een andere aanpak en daar bedoel ik niet alleen meer trainen of minder bagage mee. 

In de reeks bijzondere automate

Vanmorgen was ik rond acht uur onderweg, tik, tik, tik. (Ja nog steeds, die theorie van de temperatuur is bij deze gefalsifieerd).

In Wustrow drink ik uitgebreid koffie en stuur een reactie naar het PBO (adviesraad) van de Orkaan, waar ik lid van ben. Je ziet, ik kan thuis niet zo goed loslaten. De Orkaan is de regionale online streekomroep voor de Zaanstreek. Die licentie hebben ze een paar jaar geleden verworven ten koste van de vorige streekomroep RTV Zaanstreek (hou dat even in gedachten). Als je streekomroep bent, ontvang je subsidie van de gemeenten die je bestrijkt.

Nu willen twee wethouders van Zaanstad de subsidie (118.000) stopzetten omdat ze het niet eens zijn met de kritische berichtgeving over een deel van het gemeentelijk beleid. 

Ik zou denken, die twee beschikken over een hele afdeling met communicatieadviseurs en medewerkers die minstens het tienvoudige kost van wat de gemeente jaarlijks aan de Orkaan besteedt. In plaats van dat ze zich afvragen hoe het kan dat die afdeling niet in staat is om hun standpunten beter voor het voetlicht te brengen, smoren ze liever de media die ook het andere geluid laten horen.

Saillant detail: een van die twee wethouders was vroeger medewerker bij RTV Zaanstreek, dat zich nog steeds beijvert om de licentie terug te krijgen. 

Waar kennen we dat toch van, machthebbers die kritische media de nek willen omdraaien? Enfin, vanavond debatteert de raad over de kwestie, ben benieuwd wat er uitkomt. 

Het is lekker weer deze ochtend en ik neem de tijd. Ik zit een tijdje lekker in de zon op een mooi strandje, een foto maken van het strand zit er niet in, want er liggen allemaal blote Duitsers om me heen.

Vlak voor Prerow beklim ik de vuurtoren op de punt van het Darsser Ort, jammer dat het dan net gaat regenen.

Het laatste stuk gaat langs een oud spoorlijntje van Prerow naar Stadt Barth met geschiedenis. Aangelegd in 1910, maar de Russen namen de rails mee na de Tweede Wereldoorlog. De Oostduitsers legden weer een deel aan ten behoeve van het leger, maar nu is het een fietspad. 

De oude spoorbrug

Het onbemande hotel dat ik boekte, blijkt een omgekat kantoorpand met een historische voorgevel. Het kost enig gepuzzel met nog twee zojuist aangekomen Duitse vrouwen op de racefiets om binnen te komen (je moet snappen wat jouw sleutelkluisje is en dat de code van jouw sleutelkluisje je kamernummer is met een 0 er voor). Maar de kamer is gigantisch en biedt gelukkig voldoende ruimte voor één of twee fietsen, want de deur van de fietsenberging wil niet open. Bellen heeft geen zin, niemand neemt op en op de mail wordt niet gereageerd. 

En de kerk van Barth zit ook al dicht

Afstand: 65 kilometer 

Tijd: 5 uur

3-7 Stralsund

De boekhandel van Barth is dicht, in de etalage hangt knipkunst van de laatste uitbaatster. En de familie hing dit briefje op de deur.

Mocht u de behoefte bespeuren om op deze plek een boekhandel te beginnen, neemt u dan contact op met de verhuurder van de winkel.

Op zoek naar wat te eten bekeek ik het centrum van Barth, maar halverwege mijn wandeling begon het opeens te stortregenen. En kijk, daar was een Aziatisch restaurantje waar een mevrouw achter de toonbank  tussen enorme vlammen stond te wokken. Dat was een teken, hier moest ik eten. Zonder zich om te draaien, riep ze Ja? En ik riep mijn bestelling van ein grosse springroll und Rindfleisch mit Gemüse. En al na tien minuten riep ze Hallo! en het eten stond klaar op de toonbank. Een echte Hollandse loempia maar dan pittiger en goed gefrituurd en een berg groente met reepjes rundvlees. Geheel voldaan liep ik weer naar buiten om nog een yoghurtje te halen in de supermarkt, want aan toetjes deed ze niet. 

De winkelstraat van Barth

Terug op mijn kamer wilde ik nog wat lezen, het was pas half acht, maar ik viel meteen in een diepe slaap. Om half twaalf schrok ik wakker, poetste mijn tanden en sliep weer.

Als ik opsta is de lucht grijs en het is nog een beetje buiig. Als ik me met mijn fiets door het halletje naar buiten wurm, vliegt de deur uit mijn hand. Zo zeg, het waait! En hoe, het waait niet, het stormt. Volgens de app is het west 7-8, met uitschieters tot windkracht 9. Gelukkig is het west en ik ga naar het oosten. En terwijl de takken om mijn oren vliegen, volg ik de weg richting Stralsund. Het is nog niet zo makkelijk sturen over die smalle paadjes met de windvlagen van schuin opzij. In het begin heb je nog beschutting van bomen, maar al snel fiets je langs de oevers van de lagune en heeft de wind vrij spel. Een stel dat me tegemoet komt, is al afgestapt en gaan lopen, die kwamen niet meer tegen de wind in. 

Slingerend over smalle paadjes terwijl de wind aan je fiets duwt en trekt

Mijn doel is de camping van Stahlbrode, maar ik vraag me af of dat wel zo slim is. 

Rond twaalf kom ik langs een supermarkt met bakker en onder de koffie maak ik een plan. Die camping bestaat uit een aantal grasvelden met kleine heggetjes, zie ik op de foto’s, dus met een beetje pech, sta ik vol op de wind. De wind neemt morgenochtend wel wat af, al blijft het nog een aantal dagen een dikke vijf.  Nou heb ik alle vertrouwen in de tent sinds de laatste onweersbui, maar je hoeft dit soort omstandigheden ook niet op te zoeken, zegt mijn ene helft, terwijl mijn andere helft moppert van hoe zit dat nou, wat is dit voor slap gedoe, gingen we nou kamperen of niet? Uiteindelijk valt het besluit in het voordeel mijn behoudende ik, we doen nog een nachtje hotel. De doorslag geeft de meting van het weerstation in Stralsund, daar is de windkracht inmiddels boven de 8 uitgekomen.

Beter nog maar een nachtje hotel, dan kun je vanaf morgen met iets minder wind wel weer kamperen. Hotel Lindenhof in Stralsund lijkt me wel wat, dat ligt buiten het centrum. Volgens booking.com zijn er geen kamers beschikbaar, maar ze hebben wel een mooie aanbieding gevonden in de buurt. Flauwekul natuurlijk, je moet altijd bellen. En ja hoor, geen probleem, het hotel zit nog niet halfvol. 

Maar eerst ga ik naar het centrum van Stralsund om rond te kijken, het heeft een goed bewaard gebleven historisch centrum, jammer genoeg geheel bestraat met keien.

Ik stuiter door de straten langs de haven naar de Nicolaikerk, een enorme bakstenen kerk uit de 13e eeuw. Als ik binnen ben, start er net een concert voor cello en cimbalom, maar door de enorme nagalm klinkt laatste instrument voortdurend uit de maat. Het publiek heeft er geen problemen mee, dat geeft na elk nummer een ovationeel applaus.

Een enorme Sint Christoffel

De preekstoel steunt op het hoofd van Mozes
In de kerk liet de familie Kramer een eigen altaar met banken plaatsen. De zijkanten zijn versierd met houtsnijwerk, waaronder deze wachter, een man met een knuppel met onder zijn voeten dit vers: Wer kein Kramer ist, bleibe draussen oder ich schlag ihm auf die Schnauzen (wie geen Kramer is, blijft hier uit, of ik sla hem op zijn snuit. )

Dan is het nog een half uur fietsen naar het hotel, dat helemaal aan de rand van een buitenwijk uit de DDR-tijd ligt, bestaande uit lange rijen flats. Daar zie je in het hotel niks van, dat staat tussen de ruisende bomen van een park. En de kamer is gloednieuw ingericht.

Afstand: 42 kilometer 

Tijd: 3 uur

4-7 Loisin

De receptioniste van Hotel Lindenhof verwees me naar het winkelcentrum om te eten. Het was zo’n grotendeels leegstaand gebouw van twee lagen, tussen de betonnen flats, waarschijnlijk ooit aangeprezen als interessante belegging in opkomende wijk. Binnen zat een winkel in de allergoedkoopste handel zoals plastic emmers en megaverpakkingen waspoeder. Op de eerste, verder uitgestorven, verdieping zat inderdaad een Chinees restaurant met zelfs een vijvertje met koikarpers tussen de tafels. Het concept was simpel, een all you can eat buffet voor 15 euro. Toen ik binnen kwam zaten er misschien drie mensen, dus ik keek wat wantrouwig naar het eten, hoe lang stond het er al? Maar het was vers, lekker klaargemaakt en gevarieerd.

Terwijl ik zat te eten liep de zaak helemaal vol, waarmee mijn laatste restje twijfel verdween.

Vanmorgen zit ik klokslag half zeven aan het ontbijt, ik wil vroeg in Greifswald zijn om naar het museum met werken van Caspar David Friedrich te gaan, de grote Duitse romantische schilder. Met de wind in de rug zit de vaart er lekker in tot Brandshagen, daar verandert het wegdek van asfalt in kleine keitjes en dat over een afstand van 15 kilometer. Je moet wat overhebben voor de historische sensatie. Tenslotte, Goethe en Frederik de Grote hebben ook over zulke wegen gereisd.

Historische keien

In Reinberg is het kerkje open, ze hebben een prachtig 14e eeuws altaar. Als ik binnen kom, heeft de plaatselijke jeugd net muziekles, er zitten vijf koperblazers op een rij. De muzieklerares heeft haar hond mee en die begint blaffen als hij me in de gaten krijgt. Sorry zeg ik, zo kunt u geen les geven, nee nee kijkt u rustig rond en terwijl de hond blaft, zetten de leerlingen weer in. 

In Greifswald neem ik een cappuccino in een hele hippe tent, waar ik door de mand val als ik geen havermelk of amandelmelk wil in plaats van gewone melk. Daarna is het op naar de tentoonstelling over Duitse romantische schilders. Het is een goed opgezette tentoonstelling met in een paar zalen diashows, waarbij ze natuurfoto’s laten overvloeien in schilderijen. Het zijn stuk voor stuk prachtige schilderijen van de nietige mens in de overweldigende natuur, technisch perfect uitgevoerd. Maar ze missen voor mij een bepaalde spanning, je kijkt ernaar maar lang niet altijd komt de scene tot leven.

De ruïne staat vlak bij Greifswald, maar Friedrich schilderde het Reuzengebergte erachter
Zo’n schilderij waar alles klopt, maar het leven ontbreekt (overigens niet van Friedrich)

Iets heel anders, des te oostelijker je komt des te smeriger de belegde broodjes bij de bakker. Gewone broodjes kaas met tomaat zijn niet te krijgen, het is allemaal omelet met spek, gebraden gehakt of Putenbrust en dan dik besmeerd met mayonaise. Je houdt er de hele middag een plakmond aan over. Als hrt zo doorgaat, smeer ik mijn eigen boterhammen wel weer. 

Greifswald

Na Greifswald is het nog een dik uur naar de camping, weer zo’n enorm grote aaneenschakeling van velden. Er is weinig bescherming tegen de wind, maar dat heeft als voordeel dat de handdoek zo droog is. Morgenochtend regent het van vijf tot negen is nu de voorspelling, daarna blijft het droog tot maandagavond en dan regent het aan een stuk door tot woensdagochtend. Dat betekent in elk geval een Pools hotelletje maandagavond, want maandagochtend ga ik de grens over. 

Afstand: 53 kilometer

Tijd: 3:30

5-7 Koserow

Gisteren at ik een Oostzeescholletje op de camping, het beestje was niet oud geworden. Zou hij ooit de kans hebben gehad om vriendjes te maken of verliefd te worden op een ander scholletje ? Er kwamen zoute gebakken aardappelen bij met wat kool. Het was allemaal van het niveau luxe Imbiss, maar de kok kwam heel chique aan elk tafeltje informeren of alles naar wens was. 

‘s Avonds bel ik nog heel kort even met Mayke, die staat in te checken voor haar vlucht naar Sjanghai, ze gaat twee weken lesgeven en onderzoek doen aan de universiteit daar. 

Daarna kwam een heel leuk bericht van Anton uit Zweden. Hij had me gisteren al gepolst of ik in was voor een paar dagen met de auto om Kaliningrad heen. Dat plan heeft nu handen en voeten gekregen, hij komt op 16 juli in de ochtend met de auto op de ferry van Zweden naar Gdynia. Dan gaan we samen vijf dagen Polen en Litouwen verkennen, waarna hij me op 21-7 in Klaipeda dropt en de boot terug neemt. Dat is echt een geweldige actie van hem. Het is sowieso altijd leuk om Anton te zien, maar nu kom ik toch door de Suwalkicorridor, krijg de kans om veel meer te zien van Polen en Litouwen en bovendien zit ik niet twee nachten op de boot naar Zweden op en neer. Ik heb net Baltische zielen van Jan Brokken uit, dus dat ga ik nog eens nalezen op bezienswaardigheden. Het is trouwens wel een erg dramatisch boek, als ik dit van tevoren gelezen had, was ik er nooit naar toe gegaan. Het moeten totaal verknipte volkeren zijn, met trauma’s die van generatie op generatie worden overgedragen. Ze hebben een gemeenschappelijke afkeer van Russen, Duitsers en migranten. Wat ze bindt is hun taal en wie de taal niet spreekt, zoals al die Russische fabrieksarbeiders die voor de onafhankelijheid daar naar toegestuurd zijn door het Kremlin, staat maatschappelijk buiten spel. Waarom gaan die Russen dan niet terug, vraag je je af. Het antwoord is simpel, ze zijn hier beter af dan in Rusland, ze kunnen hardop zeggen wat ze denken, de levensstandaard is hoger en ze hoeven niet naar het front in de Oekraïne. 

Vanaf een uur of vier in de ochtend regent het, in eerste instantie mottert het een beetje, maar langzaam valt er meer. Als de wind weer aantrekt, waait de regen haast horizontaal over het veld. Volgens het weerbericht wordt het na tienen droog, maar als je al om zes uur wakker bent, ga je daar niet op wachten. Ik pak zoveel mogelijk in tussen de buien door, maar uiteindelijk zit ik toch met een natte tent. 

Het blijft de hele ochtend grauw en regenachtig en de weerapp blijft erbij dat vanmiddag de zon doorkomt. Ik moet er maar op vertrouwen. Het is een open landschap hier, zonder veel beschutting, dus ik ben blij met de wind in de rug. Tik, tik, tik. Op een gegeven moment staat aangegeven dat de weg verderop geblokkeerd is en dat je om moet rijden. Daar heb ik weinig zin in. Volgens google maps is de stremming middenin het dorp Frees, dus dat durf ik wel aan. Het zal niet zo zijn dat de ene helft van het dorp de andere niet kan bereiken. En inderdaad, de weg is voor een deel afgegraven, maar voor voetgangers en fietsers is een paadje gemaakt. Als ik na 30 kilometer in Wolgast aankom, is daar dan eindelijk een bakker open met koffie. Mayke is inmiddels geland in Sjanghai en wordt heel attent door een van haar Chinese promovendi opgewacht met een espresso. Zo zitten we dan toch een soort van samen aan de koffie, elk aan een andere kant van de aardbol.

Wie noemt een handendroger nou een Urimat? Zo’n naam nodigt uit tot heel wat anders.

Na Wolgast ga ik over de brug over de Peene richting Peenemünde.

De brug over de Peene

Nu moet ik een kilometer of tien tegen de wind in over een slingerende gravelweg, niet ideaal, maar ik wil graag de plek zien waar in

Aan de Peene wonen heel wat bevers. Je ziet ze niet knagen, want ze weten ook wel dat dat niet mag, maar zodra je voorbij bent, gaan ze gewoon verder.

de oorlog de V2’s gebouwd en getest werden. Nou, dat valt wat tegen, op een paar brokken beton na, is er niks meer van te zien en Peenemünde is een gezellig vakantiedorpje geworden met een jachthaven en een museumpje. 

De restanten van een opslag voor V2-raketten

Ik eindig op de camping van Koserow, een beetje achteraf gelegen ten opzichte van de zee, ik sta heerlijk rustig onder de ruisende dennebomen. En ja, de zon schijnt. 

Afstand: 63 kilometer

Tijd: 4:30

6-7 Międzyzdroje

Gisteren at ik op de camping, bij het inchecken kon ik een pizza bestellen en omdat iets hadden met spinazie en feta, dacht ik, waarom niet. Ik ben deze ochtend toch weer vroeg wakker, er staat een harde koude wind, het is een graad of 15. Maar dankzij die wind is alles hartstikke droog en dat is fijn, want dan hoef ik vanavond op mijn kamer niet de tent nog eens uit te hangen.. 

Het eerste stuk leidt door het bos en dan over een kilometerslange camping die langs de weg achter het strand ligt. Je bent nooit verder dan 50 meter van het strand vandaan, maar de douches, ja die zijn dan 2 kilometer verderop. Er zitten pittige hellingen in de route, ik moet regelmatig afstappen en de fiets omhoog duwen.

Dat bordje Alternative Treppenumfahrung zag ik pas toen ik beneden stond

Vanaf Bansin naar Swinemünde loopt een acht kilometer lange boulevard, aan je linkerhand plantsoentjes met kiosken en aan je rechterhand grote in historische stijl gebouwde villa’s met namen als Villa Germania. Het zijn uiteraard allemaal pensions en hotels. 

Op de grens staat een monument waar je een foto van jezelf kunt nemen, mits je aansluit in de rij. Dat hoeft nou ook weer niet, iets van de weg af staat een grenspaal, die voldoet voor de selfie. Zodra ik over de grens ben, begint het te miezeren. Ik had de regen al zien aankomen, dus vanavond slaap ik in een kamer via airbnb. 

Omdat ik flink de tijd heb, bezoek ik een historisch fort, dort Zachodni. Voor achteneenhalve euro wordt je getrakteerd op een soort van oorlogsmuseum, ze hebben alles van handgranaten en pistolen zeemijnen en luchtafweergeschut. Je mag op dat laatste gaan zitten en dan kun je het kanon draaien en richten en daarna kabam roepen.

Let op het schoeisel

Daarna ga ik op zoek naar een bank met geldautomaat. Hier op straat staan om de paar honderd meter van die commerciële geelblauw atm’s met ongunstige koersen. Je ziet ook overal Wechselstubes, gebührenfrei staat er op het bord (geen commissie). Dat klinkt heel gezellig, zo van kom gemütlich wechseln in meine Stube, maar daar moet je ook niet aan beginnen. Ze geven soms gunstiger koersen dan banken, maar je moet wel meteen een paar honderd euro wisselen. Ik wil gewoon een geldautomaat in een bankgebouw, zoals je dat in Duitsland hebt. Maar die vind ik dus niet. Wat ik wel vind, is een knaloranje automaat met een ING logo erop. Als ik die nou eens neem, ik ben tenslotte ooit als klant begonnen bij de Amsterdamse Gemeentegiro met het rekeningnummer H18472, die is toen samengegaan met de Postgiro, dat werd de Postbank en nu zit ik dan bij de ING. Maar niks geen begroeting op het scherm in de trant van Welkom trouwe klant, wat bent u ver van huis. Voor 500 zloty (125 euro) betaal ik gewoon een tientje commissie en koersopslag. En waarom zit Polen eigenlijk niet bij de euro? 

Nu ik mijn geld heb, kan ik de Swine oversteken. Ik sluit me aan bij een groepje wachtenden in de inmiddels stromende regen en vraag waar ik een kaartje moet kopen. Het is gratis hoor, krijg ik als antwoord. Even later blijkt dat we op de verkeerde plek staan te wachten, de pont ligt honderd meter verderop al klaar. 

Dat is dus wel even wennen dat Pools, dat is hartstikke lastig te begrijpen. Teksten in het Deens en Noors zijn best te begrijpen als je een beetje je best doet, maar met Pools heb ik geen affiniteit.

Van dit soort zandwegen

De route begint mooi, over een prachtig geasfalteerd fietspad, dat glanst van de regen. Maar na drie kilometer staan er grote hekken en een militair voertuig, het fietspad gaat langs de LNG terminal en daar mag je niet meer langs met de Russische dreiging om de hoek. Je moet via het bos en dat betekent grotendeels over rul zand. Omdat de bovenlaag nat is, wordt dat natte zand opgepakt door de banden en verspreid over de tassen, de remmen en de tandriem. Het wordt een anderhalf uur ploegen in een lage versnelling, totdat ik op de plaats van bestemming kom.

In plaats van bordjes beschilderen ze hier de bomen

Mijn hoop dat de regen het zand wegspoelt, wordt niet bewaarheid, het hecht zich overal aan vast. Gelukkig heeft de pensionhoudster een tuin met tuinslang, waarmee ik fiets en tassen fatsoeneer. Zij ontfermt zich over mijn regenkleding, die kan drogen in het warme souterrain. 

Afstand: 43 kilometer

Tijd: 4 uur

7-7 Niechorze

Gisterenavond wilde ik niet uit eten gaan, het pension had een keukentje en omdat ik toch de enige gast op mijn verdieping was, kon ik ook best zelf wat maken. Het was even zoeken naar een supermarkt, de beste keus leek de Biedronka, maar wat een chaos daarbinnen. Hartstikke druk, smalle gangpaden, meterslange koelvitrines met hompen varkensvlees en onbegrijpelijke verpakkingen. Uiteindelijk kwam ik thuis met een bak lunchsalade, een zak met iets wat op gevulde pasta leek, maar het bleek Aziatisch te zijn, (groente in dun deeg) en een bakje vla met vruchtensaus. Het was in elk geval voldoende eten.

‘s Avonds zette ik de televisie aan, met een aanbod van meer dan 40 Poolse zenders. Ik viel eerst in een nagesynchroniseerde aflevering van Rawhide, uiteraard in zwart wit. Het geluid was dermate goedkoop gedaan, dat je het idee kreeg naar een explicateur te luisteren, een stem uit een geluidgedempt hokje. Je hoorde paarden niet, de woeste rivier stroomde geluidloos voorbij. Uiteindelijk kwam ik bij een basketbalwedstrijd tussen Nederland en Polen uit. Als ik het goed begreep, was het een kwalificatieduel voor het EK. De Nederlanders verloren jammer genoeg met een klein verschil.

Ik ontbijt in de keuken en wacht nog even met vertrekken om niet de hele dag buiten in de regen te zijn. Vrolijk uitgezwaaid door de pensionhoudster stap ik rond half tien op de fiets terwijl de druppels zachtjes beginnen te vallen. De eerste 15 kilometer van de route gaat door bos, door het Woliński nationaal park. Met de ervaring van gisteren in het achterhoofd, denk ik, ja mij niet gezien, ik ga niet weer door het natte zand ploegen, ik neem de provinciale weg wel. Maar dat blijkt een smalle provinciale racebaan waar echt geen plek is voor fietsers. Na een kwartiertje ploeteren door de berm, tik, tik, tik, kom ik bij een toegang van het nationale park. Ik koop voor een euro een kaartje bij twee verregende jongens met een pinapparaat en wat blijkt? Door het bos loopt een prima gravelweg, het is heerlijk fietsen tussen de bemoste bomen terwijl de regendruppels van blad naar blad vallen. 

Ik zie zelfs een keer een troep wilde zwijnen oversteken

In Wiselka, een dorpje van niks, staat een hele chique koffiesalon met zachte fauteuils en gebloemde kleedjes en ze verkopen zelf gebakken taarten. Al die opsmuk kan niet verhullen dat de koffie direct uit de automaat van het gemeentehuis lijkt te komen. Alle taarten zien er van buiten hetzelfde uit, dus ik kies op goed geluk wat en dat blijkt de bramentaart te zijn. 

Het volgende deelvan de route gaat wel langs de provinciale weg, waar inmiddels een fietspad aan toegevoegd is. Het blijft de hele dag regenen, maar met de wind in de rug, voelt het niet vervelend aan. Het is wat anders als de regen de hele dag in je gezicht slaat. 

De weg voert afwisselend door bos en dan weer door kustdorpjes, die er allemaal hetzelfde uitzien. Aan de rand staan grote luxe appartementencomplexen van witgespoten beton en glazen balkons. Het centrum bestaat uit een paar straten met aan weerszijden en kleine huizen en daarvoor kleine houten souvenirwinkeltjes, eettentjes en barretjes. Soms doet het me qua rommeligheid een beetje aan India denken. 

Ik vraag me af hoe al die mensen in godsnaam hiervan kunnen bestaan. In elke kraam zit iemand op een stoel op zijn telefoon te koekeloeren in afwachting van klandizie. Langs de hele Oostzeekust van de Elbe tot aan Tallinn Riga worden zo miljoenen zonnebrillen, sierraden en teenslippers in molenstandaards aangeboden, wachtend op een koper. En langs die winkeltjes sjokken weldoorvoede Polen met hun kinderen, gekleed in joggingpakken en felgekleurde leggings. 

In Trzęsacz moet een ruïne van een 13 eeuwse kerk te bewonderen zijn en dat klopt, al is van de ruime nog maar één muur over, de rest is al in zee gestort. In 800 jaar is een 2 kilometer brede kuststrook in zee verdwenen. Dat is een tempo van tweeëneenhalve meter per jaar, dus dat belooft nog wat voor de rest van het dorp. 

Mijn hotel staat ook aan zo’n gekke drukke straat met ontelbare eettentjes, speelhallen en terrasjes. Maar binnen is het, hoewel wat rommelig, prima georganiseerd. Ik heb een grote kamer en de fiets mag binnen staan in de gang naar de tuin.

Van zulk weer dus vandaag

Afstand: 57 kilometer

Tijd: 4 uur

8-7 Kolobrzeg

Het leek me gisterenavond het eenvoudigst om in het hotel te eten. De serveerster vroeg naar mijn kamernummer en wees naar het buffet. Card, you pay, zei ze erbij. Ik interpreteerde dat als, het buffet is gratis, à la carte eten kost extra. Het buffet bestond uit gekookte aardappels, sperziebonen met bruine korreltjes erop, varkensvlees in een beige saus en nog wat onduidelijke vleesbrokken, die gebakken lever bleken te zijn (of het rund- of varkenslever was, kon ik uit de smaak niet opmaken, want de laatste keer dat ik gebakken lever at, ligt ergens in het vorige millennium). Toe hadden ze plakjes peer en allerlei soorten gebak, ik hield het maar op peer. Verder was er onbeperkt thee, koffie, vruchtensap en water. In elk geval viel de prijs van het hotel me opeens reuze mee, nu bleek dat het inclusief avondeten was. 

Anton schrijft dat in het Zweedse nieuws gesproken wordt over een mogelijke droneaanval van Rusland op Polen, om de reactiebereidheid van de NAVO te testen. Zolang dat bericht de Nederlandse pers niet haalt, maak ik me er maar niet al teveel zorgen om.

Ik las wel dat onze inlichtingen diensten in de luren gelegd zijn door de Russen. Ze beschikten over een zeer waardevolle Russische bron in het Kremlin, die hen verzekerde dat er geen aanval op handen was, terwijl de Russen hun troepen samentrokken bij de grens met Oekraïne. Hoe dat spelletje gespeeld word, vertrouwen opbouwen met kleine brokjes betrouwbare informatie en de wil om daarin te geloven, is 50 jaar geleden al uitstekend beschreven door John LeCarré in Tinker, Taylor, Soldier, Spy. Mundus vult decipi, ergo decipiatur. 

Ik vertrek laat, de was moest nog drogen, en fiets in rustig tempo naar Kolobrzeg. De zon schijnt en er staat een harde noordwestenwind, dus ik hou mijn jas aan. De eerste 20 kilometer zijn prachtig, je fietst door ruisende bossen over stevig gravel.

Maar daarna wordt het weer de bekende aaneenschakeling van vakantiedorpen langs de provinciale weg. Die stalletjes met handel blijven me fascineren, hoe kunnen die toch allemaal bestaan? Zit er ergens een badslipperkoning in een villa in Warschau al die stalletjes te verpachten? Of is het misschien Pools vakantievermaak om zoveel mogelijk stalletjes te bezoeken in een vakantieweek? 

In de reeks bijzondere kerktor

De camping van Kolobrzeg is groot en kent een ver doorgevoerd securitybeleid met pasjes en bewakers. Als ik mijn tent opzet, wordt ik aangesproken door een Pool die 20 jaar geleden van Berlijn naar Pakistan is gefietst. Maar zegt hij, terwijl hij zijn hemd optrekt, titanium en hij wijst daarbij op een groot litteken op zijn rug. Dietsen zit er niet meer in, hij rijdt nu in zo’n mini-autootje waar je geen rijbewijs voor nodig hebt.

Afstand: 44 kilometer

Tijd: 3:30

9-7 Darlowko

Laat ik mijn favoriete gerecht maar weer eens maken, dacht ik gisteren, gevulde pasta met gebakken paprika en tomaat. Dat viel nog niet mee met die harde wind die over de camping joeg. Er was wel een keuken met twee inductiefornuizen, maar ik was natuurlijk weer eigenwijs en wilde in mijn eigen pannetjes koken. Dus ik maakte achter de tent een constructie met de fietstassen om het kookstelletje uit de wind te houden. 

Vandaag is de route wat gevarieerder dan gisteren, ik kom zelfs langs twee oude kerkjes. De eerste in Sarbinowo is open, maar daar zitten allemaal mensen te bidden, dan voel ik toch wat schroom om voor hun neus te gaan staan en foto’s te nemen. Het is hier duidelijk een andere cultuur, een kerk is niet om te bekijken, maar om in te bidden.

Ze hebben hier een relikwie van Maximiliaan Kolbe, een Poolse priester die in Auschwitz vermoord is

De tweede staat in Osieki, daar is alleen het portaal toegankelijk. De kerk zelf is afgesloten met een hek, met daarvoor een knielbankje en een offerblok. Dus die arme gelovigen mogen alleen maar door de tralies naar het altaar staren en dan worden ze toch geacht om te offeren. 

Let op de molenstenen in het metselwerk

Mijn reisdoel is de camping van Darlowo, maar die blijkt gesloten. Dan maar door naar Darlówko (dat scheelt maar één letter), want daar is de volgende. Maar wat een verschil met de camping van gisteren, dit is een oud complex uit de communistische tijd, waar sindsdien weinig aan veranderd is. De receptie is gesloten, er hangt een briefje met een telefoonnummer, maar daar wordt niet opgenomen. Er komt een oude vrouw naar me toe die gebaart, zet je tent maar op, dit komt later wel. En inderdaad, als ik gedoucht heb, is de deur van de receptie open. Daar binnen zit een oude man achter een stalen bureau, die een paar woorden Duits spreekt. Ik krijg een paaltje met een nummer mee, dat moet ik voor mijn tent in de grond planten. 

Maar hoe herken je nou de communistische geschiedenis van zo’n camping? Allereerst aan de naam, Camp 212, een naam die niet bepaald een belofte inhoudt. Dan aan de onderkomens die je hier kunt huren. Er staat een aantal barakken, aangeduid met Sector 12, Sector 13 etc. Die barakken zijn eigenlijk een aaneenschakeling van hokjes met elk een deur aan de voorkant en een raam aan de achterkant. Die hokjes worden bewoond door bejaarde echtparen, ongetwijfeld gepensioneerde werfarbeiders, die hier met vakbondskorting op vakantie zijn.

Dan de douches, die zijn ontworpen met totale minachting voor de gebruiker. Ze zijn zo groot als een bezemkast, hebben geen haakjes voor je kleding noch een schotje om je kleding droog te houden en de vloer ligt op tegenschot, het water loopt niet maar de afvoer maar onder de deur door naar de gang. Dus als je na het douchen je tas met schone kleding uit de gang pakt, is die nat.

Maar het is hier wel lekker rustig.

Afstand: 80 kilometer 

Tijd: 5,5 uur

10-7 Ustka

Darlowsko is een vakantiekolonie. Het is een dorp van niks maar hier zijn duizenden kinderen uit de brugklasleeftijd. Overal staan grote gebouwen met grasvelden, waar ze verblijven. Het doet allemaal zeer ordelijk aan, geen geschreeuw en gedoe en je ruikt nergens weed. Ze hebben allemaal een onderscheidingsteken, zoals een rode pet, een groen shirt etc. 

Brugwachtershuisje van Darlowsko

Als ik boodschappen ga doen in de supermarkt, is het daar stampvol met kinderen die allemaal een flesje cola of een zak snoep willen afrekenen. Lange rijen voor de kassa’s en de self-service kassas blijnben ongebruikt ondanks de aansporingen van het personeel want ze willen allemaal contant betalen. Dat is ergens wel gek, want je kunt  bijna overal pinnen, zelfs in eenvoudige stalletjes langs de weg. Ze zullen wel te jong zijn voor een pinpas.

Ik kocht voor de verandering een magnetron maaltijd van kip met rijst. De rijst bleek nog niet helemaal gaar, maar na vier minuten opwarmen met een scheut water erbij werd het toch eetbaar. Original flavour stond er op de verpakking en daar was geen woord aan gelogen. Voor de groente at ik er een maaltijdsalade bij. 

En waarom ga je niet uit eten? Eigenlijk omdat ik door de bomen het bos niet zie. Als je op weg naar de supermarkt 50 eettentjes passeert met pizza, worst, kebab, etc dan denk je, ik kan beter zelf wat maken, dat is gezonder. Maar dan moet ik geen magnetronmaaltijden gaan opwarmen in een pannetje, dat maakt geen verschil natuurlijk.

Wat me na een paar dagen Polen opvalt is dat er zoveel kinderen zijn, of sturen ze alle kinderen naar de kust in de zomer? 

Wat me ook opvalt, is dat Polen veel te voet doen, je ziet overal mensen wandelen, in de bossen als ze bessen verzamelen, op weg maar het strand, van het ene kustplaatsje naar het andere. Blijkbaar heeft niet iedereen een auto of ze vinden dat wandelen bij de vakantie hoort. 

Vandaag vertrek ik wat laat. Ik heb van de week de Lonely Planets van Polen en van de Baltische staten aangeschaft (op mijn e-reader uiteraard) en ik maakte vanmorgen een begin met Polen. Tegen de tijd dat Anton hier is, moet ik een programma van zes dagen kunnen voorstellen, waarin het maximale eruit halen. Het is wel vermoeiende kost, want er gaat een opgewektheid uit van deze gidsen, die soms wat moeilijk te verteren is. En elke tweede zin begint met een werkwoord, een aansporing tot actie. Dive in, explore, enjoy, learn, be amazed en zo gaat dat maar door. Na een uur ben je helemaal opgeladen voor een onvergetelijke ervaring.

De route gaat vandaag eerst weer langs de kust, maar buigt dan af naar het binnenland. Dat is een welkome afwisseling, je fietst door kleine dorpjes, tik, tik, tik, af en toe een kerkje (altijd op slot) en je klimt en daalt wat.

Op slot uiteraard

Een lang stuk gaat over een oude spoorbaan, deels geasfalteerd en deels van gravel. 

Om drie uur arriveer ik op de camping van Ustka, Camping Morski 101. Overigens is dit nummer wel van een hogere klasse dan die van gisteren.

Afstand: 50 kilometer

Tijd: 3:45

Vanaf hier gaat het verslag verder op de homepage van deze website. U moet zo langzamerhand teveel scrollen om bij te blijven en de app waarmee ik deze pagina bijwerk, trekt het ook niet meer. Dus vanaf 11-7 gaat u naar de homepage en daar vind u het laatste bericht sHet was een mooi experiment, maar geen geslaagd experiment.