2024

Het masterplan

Zomer 2023

De resterende dagen van de vakantie van 2023 heb ik natuurlijk niet in ledigheid doorgebracht. Ik was immers weer lekker ingefietst en begon meteen plannen te maken voor volgend jaar. Is dat niet een beetje vroeg, zult u denken. Nou ik vond van niet. In 2024 ga ik met pensioen en dat betekent dat ik ongeveer half mei op kan stappen en in theorie nooit meer hoef af te stappen. Dat laatste is om een aantal redenen niet mijn plan, maar ik vind wel dat ik dit keer een extra groot plan moet uitvoeren. Het ultieme pensioenplan, zal ik maar zeggen. Tenslotte ben ik nu nog fit genoeg voor een bijzondere onderneming (of twee of drie).

Maar waar gaat een mens dan heen? Aan de zijderoute naar Peking of een rondje Afrika ben ik mentaal nog niet toe, maar een trip van een paar maanden lijkt me wel wat.
Omdat ik vlak voor de zomer vertrek, vallen Midden en Zuid-Europa af. Daar mag je temperaturen boven de veertig graden verwachten met ernstige oververhittingsverschijnselen of uitdroging tot gevolg, als je niet al voor die tijd door een bos- of bermbrand verteerd wordt. Trouwens, het omgekeerde komt daar ook voor, in juli kun je in Italië knock-out geslagen worden of al je botten breken door hagelstenen zo groot als tennisballen. Of verzuipen in de modderstroom van een overgelopen rivier na heftige regenval.
Schotland en Ierland zijn dan meer geschikt qua klimaat, maar weer wat klein voor mijn ambities.
En zo, starend naar de kaart van Europa, viel opeens het kwartje. Natuurlijk, je moet groot denken, Hoving! Scandinavië! Dat is groot, mooi en koel!
En ik had deze woorden nog niet opgeschreven of de storm Hans trok over Noorwegen en Zweden en liet een spoor van vernielingen in de vorm van overstromingen en aardverschuivingen achter zich.

Zo ontstond, al dan niet tegen beter weten in, het volgende plan, pak de Bosatlas er even bij. Ik fiets van Zaandijk naar Hirtshals in het noorden van Denemarken. Daar neem ik de boot naar Kristiansand in Noorwegen. Dan volg ik de Eurovelo 1 langs de westkust naar de Noordkaap. Daar aangekomen maak ik een selfie met het monument en fiets dan via het begin van de Eurovelo 7 (Noordkaap-Malta) door de kop van Finland en dan langs de Sverigeleden 1 naar Haparanda aan de Botnische golf. Vervolgens zak ik af langs de Zweedse Oostkust en ga dan zo’n beetje diagonaal via Linköping naar Gothenburg of Malmö. En dan ben ik al weer bijna thuis!
Alles bij elkaar zo’n 8 a 9.000 kilometer en goed voor pakweg 4 maanden fietsen. Nou hoor ik sommigen van jullie al denken, wat een praatjesmaker, dat redt ie nooit. Nou ja, daar ga ik dan achterkomen, maar dat is nog geen reden om er niet aan te beginnen.

Ik heb er nu al zin in en moet nog tien maanden wachten voor ik kan vertrekken. Die kan ik fijn besteden aan het vervolmaken van mijn uitrusting, de aanschaf van muskietennetjes, een grote beurt voor de fiets, het infietsen van een nieuw zadel en het werken aan mijn conditie.

De bewegwijzerde en beschreven routes in NW Europa

25-4-2024 Voorbereidingen in Zaandijk

En opeens is het nog maar vijf weken tot het uur nul, het vertrek. Is er dan niets gebeurd in de tussentijd? Jawel, er is ontzettend veel gebeurd, maar het plan staat nog steeds. Ik vertrek 20 mei vanaf Zaandijk.

De fiets is geprepareerd, heeft een onderhoudsbeurt ondergaan, een nieuw zadel en nieuwe handvatten gekregen, ik moet alleen nog het achterlicht vervangen of waterdicht maken. Vorig jaar in Engeland ging het spontaan branden na een dag met stromende regen. Ik heb mijn route bepaald aan de hand van de deadline die ik heb opgekregen. Nu zul je denken, deadline? De essentie van pensioen is toch dat je geen deadlines meer hebt? Ga je eindelijk beginnen aan een fatsoenlijke vakantie en dan heb je alweer een deadline?

Maar dat zit dus zo. Afgelopen zomer heb ik Mayke leren kennen. Mayke is dol op fietsen en kamperen, maar ze heeft nog niet zoveel tijd als ik. Eigenlijk heeft ze helemaal geen tijd, maar ze wil die Noordkaap wel samen met mij zien. Dus landt Mayke op 28 juni met haar fietstassen in Tromsø, waar een fiets voor haar klaar staat bij Tromsø Outdoor. Dan fietsen we samen die laatste 526 kilometers naar de Noordkaap om een selfie te maken. Vervolgens fietsen we naar Hammerfest, zet ik Mayke op het vliegtuig en fiets dan via Alta en door een puntje Finland naar Zweden om via Zweden weer naar Zaandijk te fietsen.

Nu is de hamvraag, kan dat wel, kan ik op tijd in Tromsø zijn? Als ik uitga van een gemiddelde van 75 kilometer per dag, dan kan het. Let op, hier komt het plan op hoofdlijnen.

Zaandijk – Emmen 2 dagen

Emmen – Glückstadt 3 dagen

En hier moet ik kiezen. Ga ik verder op de snelle, maar bekende weg (zie mijn verslag uit 2017) en rijd ik door het midden van Denemarken of volg ik nu de Elbe richting de Noordzee en ga ik via de Deense westkust. Die route heb ik nog niet gehad, maar kost wel drie dagen extra. Die keus laat ik van het weer afhangen, als er tegen die tijd een straffe noordwester van een week voorspeld wordt, doe ik nog een keer de route door het binnenland. Een mens moet niet overdrijven. Maar staat er nu een goeie zuidwester, dan grijp ik mijn kans en laat mij zo naar Frederikshavn blazen. Tot slot neem ik daar de nachtboot naar Oslo.

Glückstadt – Oslo 8 dagen (of 11 dagen als ik om de west fiets).

Oslo – Trondheim 8 dagen

Trondheim – Tromsø 16 dagen

En dan ben ik ergens tussen 25 en 28 juni in Tromsø.

22-4-2024 Meer voorbereidingen in Zaandijk

Inmiddels heb ik flink geïnvesteerd in mijn uitrusting. Ik kocht een extra grondzeiltje op maat voor mijn tent. Dat moest ik in Engeland bestellen en dan zie je wat er gebeurt als een land uit de EU stapt. Opeens zijn de transportkosten en importheffingen nog hoger dan de aanschafprijs van het zeiltje zelf.

We gingen samen naar Haarlem en kochten twee aanritsbare donzen mummieslaapzakken van Exped, die tot -5 comfortabel moeten aanvoelen. Dat belooft nog wat als ik in augustus eenmaal in midden Zweden ben aangeland, dan zal ik al dat dons wel vervloeken. Maar voor de heenweg en het eerste deel van de terugweg door Lapland lijkt het me een goede investering. Omdat goede restaurants boven de poolcirkel schaars zijn, bezit ik nu ook een Primus gaskooksetje met 2 pannen van 1,3 liter en windscherm. Het weegt nauwelijks meer dan wat ik had, dus dat lijkt me wel een goede investering.

Ondertussen luister ik ook blogs van mensen die naar de Noordkaap gefietst zijn. Ze beleven het allemaal anders, maar over één ding zijn ze het eens: investeer in goede regenkleding. Dat heb ik dus gedaan, ik had al een goed waterdicht jack, maar nu ook waterdichte winterhandschoenen, een goretex regenbroek en hoge regenhoezen voor over mijn schoenen. Nu nog wat nieuwe merinoshirts en een lichtgewicht donsjack (ook zo’n tip uit de blogs) en dan ben ik er qua kleding wel klaar voor.

Een heel ander chapiter zijn de kaarten, het is niet handig om allemaal grote lappen bedrukt papier mee te nemen. Voor de heenweg heb ik een paar dunne routeboekjes, voor de terugweg door Zweden kocht ik een wegenatlas, waar ik nu alle pagina’s uitscheur die ik niet nodig denk te hebben. En uiteraard heb ik een set offline fietskaarten gedownload op mijn telefoon van alle regio’s waar ik doorheen fiets. Bovendien heb ik appjes per land met alle campings, hutten en shelters. Kortom, wat mis ik nog? Dat weet ik eigenlijk wel. Het belangrijkste dat ik nog mis zijn de kilometers in de benen. Mijn grootste prestatie dit voorjaar tot nu toe is een ritje naar Den Helder zonder bagage.

De kamperapps, het zouden er nog meer worden, waaronder Norcamp, een absolute aanrader

28-4 Zo maar wat overwegingen in Zaandijk

Ik kan me nog maar moeilijk voorstellen dat ik over een kleine maand echt vertrek. Ik verricht alle voorbereidende handelingen, koop de nodige spullen, vertel aan iedereen dat ik vertrek, maar op de een of ander manier voelt het nog steeds niet echt. Dat komt natuurlijk omdat ik nog steeds druk ben met mijn werk, er moet nog van alles af (vind ik). Bovendien hebben mensen er een handje van om te zeggen, ik weet dat je met pensioen gaat, maar zou je misschien nog even en dan volgt een heel verzoek. En ik, ijdeltuit, kan dan natuurlijk weer niet weigeren.

Om het iets concreter te maken, heb ik met Bob en Hetty in Nieuw Schoonebeek afgesproken dat ik daar woensdag 22 mei kom logeren. Dat is ongeveer 200 kilometer hier vandaan, dus dat kan natuurlijk ook in twee dagen, maar ik wil juist in het begin een beetje rustig aan doen. Volgens Google kan dat in 10 uur, maar mijn ervaring is dat je blij mag zijn met een gemiddelde van 14 kilometer per uur. Dus 15 uur fietsen is een realistischer aanname en als je van de etappes nu niet meteen werkdagen maakt, kom je vanzelf op drie dagen uit met voldoende tijd voor koffie en sightseeing.

Google optimistische schatting

Verder heb ik laatst een bezoekje aan de fysiotherapeut in Koog gebracht om te horen wat ik kan doen aan mijn zeurderige linkerknie. Die zeurt al jaren, maar vlak voor zo’n lange tocht word ik toch altijd een beetje zenuwachtig. Dat leverde een paar prettige oefeningen op, die je liggend kunt uitvoeren en een spoedcursus knieschijf tapen. Je neemt twee stroken Hansaplast kinetic tape van 15 cm en knipt ze over de lengte voor driekwart in tweeën. Dan rond je alles hoekjes netjes af. Je plakt de eerste strook met het dikke gedeelte boven de knieschijf en ligt de twee stroken links en rechts om de knieschijf heen. Dan doe je hetzelfde van onderaf net de tweede strook. Tot slot zet je nog een korte strook dwars over de patella net onder de knieschijf. Baat het niet, dan schaadt het niet en je hebt in elk geval het gevoel dat je er iets aan doet.

Na flink oefenen ziet het er acceptabel uit

Verder heb ik de route vanaf de Noordkaap tot Linköping nu uitgepuzzeld. Linköping omdat dat vanaf de Noordkaap mijn volgende bestemming is, even bij Anton langs. Om daar te komen volg ik in hoofdzaak de EV7, de Eurovelo 7. Dat is typisch weer zo’n project gefinancierd met Europees geld, dus er zijn geen gidsjes van en op bordjes langs de weg hoef je al helemaal niet te rekenen. Gelukkig biedt opencyclemaps.org uitkomst, daar staat ie op. Alleen is de betreffende kaartlaag dermate karig, dat er niks anders opzit dan er een fysieke kaart naast leggen en daar de route uittekenen. Vervolgens heb ik alle plaatsen waar je doorheen komt met de wegnummers onder elkaar gezet. Als ik die nu uitprint en lamineer, dan heb ik een onverwoestbare allweather routebeschrijving. Een uitkomst als je telefoon het niet doet, bijvoorbeeld als die (niet geheel ondenkbaar, zie 2017) in de WC gevallen is. Hieronder een voorbeeldje, de cijfers geven het aantal kilometers aan vanaf de eerste plaats in het rijtje.

6-5 Voorpret is alles – 1

Als je iets gaat ondernemen, waar een flinke voorbereidingstijd aan vast zit, kom je vanzelf in aanraking met geloof en bijgeloof. Je hoopt immers op het slagen van je onderneming en probeert zoveel mogelijk te doen, dat daaraan bijdraagt. En dat leidt soms tot conflicten tussen rede en gevoel. Misschien herken je dat wel.

Een voorbeeld. Mijn oude pakriemen worden dun en rafelig, dus ik kocht nieuwe. Dat ligt in de rede. Maar nu twijfel ik, die oude riemen hebben me sinds 2015 zo goed bijgestaan, is het nu wel verstandig om ze te vervangen door iets nieuws? Dat voelt niet goed. Roep ik geen onheil over mezelf af, door het oude dat mij zo goed gediend heeft, zomaar in te wisselen voor iets nieuws? Een onzinnige redenering natuurlijk, die ik onmiddellijk verwerp, maar in mijn achterhoofd weet ik dat in het onwaarschijnlijke geval dat zo’n riem het toch begeeft, dat ik dan meteen zal denken, zie je wel!

Een ander punt is dat inmiddels de halve Zaanstreek weet dat ik naar Noorwegen ga fietsen. Zelfs wildvreemde mensen, nou ja, mensen die ik ooit wel eens ergens ontmoet heb, spreken mij er op aan. Kortom, deze onderneming mag niet meer falen en dat legt een druk op mij, sterker nog, dat roept tegenslagen op, dat kan niet anders. Ik lig er soms ’s nachts wakker van, stel dat ik last krijg van mijn knie, ik krijg griep of mijn fiets begeeft het, wat doe ik dan? Hoe haal ik dan mijn deadline in Tromsø? Een stukje met de trein of de boot is uitgesloten, dan kan ik me niet meer in de Zaanstreek vertonen. Ik hoor ze nu al roepen, daar heb je die praatjesmaker uit Amsterdam weer. Dus dan wordt het of tegen de klippen op doorfietsen of verhuizen. En dat laatste wil ik helemaal niet, ik voel me hier juist zo thuis.

Enfin, je begrijpt dat naarmate de dag van vertrek nadert (nu nog 14 dagen om precies te zijn) de spanning stijgt en vreugde van het naderend pensioen plaats maakt voor faalangstige gedachten.

10-5 Voorpret is alles – 2

En toen gingen we toch één keertje echt kamperen, omdat kamperen in de huiskamer maar een halve voorbereiding is. We kozen Hemelvaartsdag, omdat ons dat wel zo goed uitkwam. Maar na een rondje bellen langs de Noord-Hollandse campings, bleek dat wij niet de enigen waren, die dit weekend goed uitkwam. Alles zat vol, werkelijk alles, op één mini-camping in Wormer na, de Swarthoeve. Hemelsbreed nog geen kilometer bij mijn huis vandaan. (Wat reuze handig bleek, toen ik vergeten was om de pasta in te pakken voor het avondeten). En dat is dus een hartstikke leuke camping, daar gaan we beslist nog eens naar toe! Het stikt er van de kikkers en de weidevogels en dat merkten we. In de nacht was het een gekwaak van jewelste, onder aanvoering van één kikker. Die begon telkens met een duidelijk onderscheiden kwaak, kwaak, waarna de hele sloot inviel met een soort kelig gereutel. Maar zodra de voorzanger zijn mond hield, deed de rest er ook het zwijgen toe. En al voor het aanbreken van de dag lieten de weidevogels van zich horen. De grutto’s haal je er zo tussenuit, want die roepen hun eigen naam. Van wie de andere geluiden waren, vraagt nog enige studie.

Op de Swarthoeve


De grutto


Het nieuwe kooksetje van Primus bevalt prima, maar ik ga wel grotere gastankjes kopen. Ik heb nu drie tankjes van 100 gram propaan/butaan-mix. Na weging blijkt dat je met eten koken en twee keer water koken voor koffie en thee zo 50 gram gas verstookt. Dan kan ik beter twee blikken van 230 gram meenemen of eentje van 450 gram. Dan heb je voor een week genoeg en is wel voldoende gelegenheid om tussendoor een nieuw blik in te slaan. Wat ook een goede aanschaf lijkt, zijn twee extra dry-sacks van Ortlieb voor de slaapzakken. Die nieuwe donzen slaapzakken zijn zo groot, dat je er een hele achtertas mee vult. Dan kun je ze beter achterop binden, maar dan moeten ze natuurlijk wel in een 100% waterdichte zak. De slaapzakken zelf bleken een goede aanschaf, het was ’s nachts acht graden, maar ook zonder pyamabroek kon ik nog slapen. Overigens gaat die wel mee, want het zal nog wel kouder worden dan dat, verwacht ik zo.

Tot slot ziet u twee happy campers in the morning. Hou deze foto even in gedachten om te zien of we eind juni binnen de poolcirkel ook nog zo lachen.

De happy campers

Quantified self 1

Dit is inmiddels een traditie geworden, het meten van de verondersteld heilzame uitwerking van mijn fietstochten. Nu zijn de meetresultaten de afgelopen jaren behoorlijk wisselend, misschien is het aardig om de uitslagen over 2015 – 2024 na afloop van deze tocht in beeld te brengen in een staafdiagram. Het idee is simpel, ik meet mijn gewicht en de verdeling in percentages vet, spiermassa en water. De premisse was dat het vetpercentage afneemt en het percentage spiermassa stijgt. Maar dat bleek een foute premisse. Het gaat er om dat je die percentages omrekent naar gewicht, dat moet resultaten opleveren.

Vandaag 18 mei 2024 om 15:04 mat ik de volgende waarden:

Gewicht 63,8 kilogram

Vet 17,9%

Vocht 57,7%

Spier 41,5%

Ik heb enige reserves bij deze percentages, omdat ik meestal wat beter in het vet en wat minder in de spieren zit. Maar goed, we kunnen alles wel in twijfel gaan trekken, dat is een kwaal van onze tijd. Dus laten we dat nou eens niet doen en er van uitgaan dat dit waar is. Dan mat ik ook nog de omtrek van mijn pens op navelhoogte in ontspannen toestand, die is 89 centimeter. Mijn linkerdijbeen meet 33 cm boven de knie en 47 cm onder de lies, voor het rechterdijbeen is dat 36 respectievelijk 50 centimeter.
Hoe deze cijfers eruit zien bij terugkeer? U mag erop inzetten, ik heb geen idee. Zoals u ook mag gokken tot hoever ik kom. Emmen? De Elbe? Flensburg? Oslo? Of toch gewoon die Noordkaap? Het is voor mij net zo spannend als voor u.

19-5 Ready for take-off
Ready for take off. In een rechte lijn is het precies 2.341 kilometer naar de Noordkaap. Ik fiets er wel een paar meer, maar het is wel leuk om bij te houden hoeveel elke dag fietsen me dichterbij brengt. Morgen zal er niet veel verandering ik komen, want dan fiets ik eerst een stukje naar het zuiden en dan naar het oosten. De wind is morgen Noord 2-3 dus ik start met een windje in de rug. Ik mik op Hierden bij Harderwijk, daar moet een leuke kleine camping zijn.

Garmin GPS op zonne-energie, het onderste zwarte vlak voedt de batterij op zonlicht. Ik heb hem voor vertrek opgeladen en hij is daarna niet meer in het stopcontact geweest.

20-5 Zeewolde

Gisterenavond woog ik alle tassen en de uitkomst viel me niet mee. Ik zit op ruim 24 kilo en dat is vijf kilo meer dan anders. Dat is mede te danken aan alle extra warme kleding, een groter kookstel en extra gas. Tel daar je eten dat je onderweg koopt en twee liter water bij op en je snapt mijn fronsende hoofd. Ik ben benieuwd wat mijn knieën daar van vinden.

Het vertrek

Vanmorgen zaten we precies om kwart over acht op de fiets, we dat is Mayke en ik, want ik kreeg een uitgeleide. We reden langs de rand van het Twiske naar Amsterdam Noord en vervolgens achter het Centraal Station langs naar IJburg. Volgens Mayke fiets je mooier over de Nieuwendammerdijk en de Schellingwoudebrug en ik denk dat ze gelijk heeft. Vervolgens langs de Diemerzeedijk naar Muiden en daar dronken we koffie en namen we afscheid. Of nou ja, afscheid. Eind juni zien we elkaar weer in Tromsø, ijs en weder dienende. Na het afscheid klopte ik op de Ossenmarkt aan bij Barend voor een brunch, een stevige groenteomelet. En toen moest ik het toch echt verder zelf doen. Vanaf Muiden kun je verder langs de zeedijk naar Muiderzand en dan over de Hollandse brug naar Flevoland. En dan volg je het buitendijkse fietspad langs de randmeren.

De eerste klim was op de Nesciobrug over het Amsterdam-Rijnkanaal

Geëmmer met de GPS in Muiden

Ondanks een noordoostenwind en de warmte schoot het nog best aardig op, totdat ik ter hoogte van Spakenburg besloot slim te zijn en een stuk Flevopolder door het bos af te snijden. Dat kan wel, als je de nummertjes van de fietsknooppunten maar goed onthoudt en daar ging het dus mis. Zodoende besloot ik uiteindelijk om niet meer naar Hierden te fietsen maar op de staatsbosbeheercamping van Zeewolde te gaan staan. Daar is het heerlijk rustig en er zijn nauwelijks gasten. Wat even wennen is, is het ontbreken van een beheerder, je doet zaken met een computerscherm in een hokje. Dan moet je natuurlijk weer een account aanmaken en een wachtwoord verzinnen en alle plagen van deze tijd ondergaan. Je kunt dan wel net doen alsof je een gepensioneerde nomade bent, je bent nog steeds met allerlei digitale touwtjes verbonden met de maatschappij. Wat ook typerend voor de staatsbosbeheercamping is, is het ontbreken van WC-papier in het sanitair. Gelukkig ben ik als ervaren fietser op alles voorbereid.
En mijn knieën vinden het tot nu toe OK al zeuren ze wel een beetje.

Camping Zeewolde

Afgelegde afstand: 80,6 km
Gefietste tijd: 5:58
Afstand langs de meridiaan tot de Noordkaap 2.342 kilometer.

Dag 2 21-5 Ommen

Brasserie Zeewolde leek gisterenavond het enige fatsoenlijke in de omgeving en het was het dichtstbij de camping. De meisjes van de bediening waarschuwden me, het is heel druk en het kan erg lang gaan duren. Nou leek mij de drukte reuze meevallen, althans zoveel mensen zag ik niet, dus ik waagde het er op. Het was tegen alle verwachtingen in lekker weer, dus waarom niet even geduld oefenen? Ik koos heel strategisch het currygerecht waarvan ik dacht, dat zal wel snel klaar zijn. En verdomd, binnen tien minuten had ik een bord curry voor mijn neus. Nou ja, curry? Heel veel zoete aardappel, winterpeen en drie schijfjes courgette in een currysaus met twee stukjes naan-brood. Dat kostte dan 18 euro. Ik wist niet of ik nu tevreden moest zijn met de snelle service of boos over de kwaliteit.

Vanmorgen was ik pas laat op pad, omdat ik probeerde mijn tent te drogen in de opkomende zon. Dat lukt natuurlijk maar half, dus je zit de hele tijd naar die tent te staren en je denkt nu inpakken, nou nee, nog 5 minuten wachten etc. Het is hetzelfde denkproces als met reven, je stelt het telkens maar uit. Het fietsen naar Elburg valt me niet mee, wat een wind. Eigenlijk staat er de hele dag een fikse tegenwind, dus hard gaat het niet. En je fietst in de Flevopolder langs van die eindeloos lange dijken, dus het is een ware proeve van het moreel.

Flevolandse dijken


Maar dan kom ik grote gele borden tegen met de tekst Opwekking! Ja! denk ik, dat heb ik nodig en ik spring in de pedalen. Maar helaas, de Opwekking is alweer voorbij, het is immers geen Pinksteren meer. Jammer, want ik stel me zo voor dat ik na de Opwekking zou besluiten om om te keren en naar het Heilig Land te fietsen om daar als een kruisvaarder op de fiets orde op zaken te stellen bij het graf van de Verlosser. Hoe? Dat zal de Voorzienigheid me wel laten weten als ik daar ben aangekomen.

In Elburg drink ik koffie bij een café dat een werkproject voor verstandelijk gehandicapten is, leuk om te zien hoe dat gaat. Als ik door Elburg rij, zie ik dat ik mijn fietsvest kwijt ben, maar sinds wanneer? Ik besluit toch maar een stukje terug te rijden en verdomd, daar hangt ie keurig over een fietspaaltje midden op de weg. God zegene alle Elburgers!

Het vest


Van Elburg naar Zwolle en daar lunchen bij mijn nicht Piep. Zij woont in een soort hofje en haar woning is omringd met planten in potten, zodat ze toch haar eigen voortuin heeft.

Dan is er ook wat vervelend nieuws, mijn broer Tom woont in een zorginstelling voor verstandelijk gehandicapten en hij heeft een fikse blaasontsteking die ze niet onder controle krijgen. Hoge koorts en aan de zuurstof en de arts belt me om te overleggen of hij naar het ziekenhuis moet. In goed overleg besluiten we van niet, want hij trekt toch alle infusen en andere invasieve koppelingen weer uit zijn lijf, tenzij je hem continu onder zeil houdt. Hij haalt nu al voortdurend de zuurstofslang uit zijn neus en steekt hem dan in zijn mond, vertelt de arts. Dan kunnen ze hem in de instelling eigenlijk veel betere zorg geven, want dan is er continu iemand in de buurt. En als het moet, ben ik ook zo weer terug.

Voorlopig fiets ik nog even door, want het is afwachten wat er gaat gebeuren. Voor de morele ondersteuning hoef ik er in elk geval niet te zijn, want hij heeft geen idee meer wie ik ben. Maar goed, het houd me wel bezig en de onbezorgde start van mijn pensioen had ik me anders voorgesteld.

Vandaag eindig ik in Ommen op de camping. We krijgen vannacht wat regen, maar morgen is het redelijk droog en is de wind gedraaid. Yess!

Afstand 83,3
Gefietste tijd 6:02
Afstand tot de Noordkaap langs een touwtje: 2299 kilometer

22-5 Nieuw Schoonebeek

Gisterenavond at ik op een terras in Ommen lamsrumb met sla en patat. Het was gewoon een heerlijke zomeravond. Terug bij de tent las ik nog wat in De kellner en de levenden van Vestdijk. Ik had dat 50 jaar geleden als eens gelezen en was benieuwd of ik het nog even boeiend zou vinden. Los van de wat barokke schrijfstijl vind ik het nog steeds een boeiend verhaal. Tegen de tijd dat ik ging slapen sloeg het weer om. Het begon met een enorm geraas, je hoorde de wind aankomen door het bos verderop. Daarna klonken een paar donderslagen vergezeld door wat druppeltjes en toen werd het weer stil. Nou dat valt weer reuze mee dacht ik en precies op dat moment begon het te bliksemen en barstte er een enorme hoosbui los, die geleidelijk overging in een urenlange regenbui.

Om half zeven opgestaan na een onrustige nacht. Het vraagt toch enige oefening (en vertrouwen) om diep te slapen terwijl de regen op het tentdoek roffelt. Maar ik kan tevreden constateren dat de tent nog geheel waterdicht is.

Tom heeft er nu ook een longontsteking bij hoor ik vanmorgen op de voicemail. Ik besluit ze later even te bellen hoe het gaat. Wat is het heerlijk fietsen met een windje in de rug. In Hardenberg stop ik voor koffie met een croissant. De croissant komt niet, maar staat wel op de bon. Als ik dan protesteer is de reactie ja maar ik heb m echt 10 minuten geleden besteld bij de keuken.

Bospad voorbij Ommen

Ik kies bewust niet voor de meest schilderachtige route, maar pak vanaf Hardenberg het kanaal maar Coevorden, dan profiteer ik maximaal van de wind in de rug, daar heb ik wel behoefte aan. Vanaf Coevorden loopt een mooie route precies over de grens naar Nieuw Schoonebeek. Daar wonen Bob en Hetty bij wie ik vannacht logeer. Bob ken ik sinds ik als driejarige peuter voor het eerst op straat mocht spelen, hij woonde bij mij om de hoek

Duitse jaknikkers pal over de grens die hier gevormd wordt door een sloot

Als we net geluncht hebben, belt de arts weer voor overleg. Mijn broer gaat hard achteruit en reageert niet op medicatie. We besluiten om hem in de instelling te houden omdat een ziekenhuisopname meer kwaad dan goed zal doen. Zij verwacht dat hij binnen enkele dagen zal overlijden. Ik besluit om mijn fiets en bagage bij Bob en Hetty te laten en morgen terug te gaan. Maar al na een paar uur belt de arts opnieuw om te vertellen dat Tom is overleden. Hij had wat pap gegeten, was gaan liggen en vertrok. Ik ga morgen terug om de begrafenis te regelen en alle zaken af te handelen die bij het overlijden horen.

Er was nog tijd voor het Veenmuseum in Barger Compascuum


Afstand: 55,43
Tijd: 4:25
Afstand tot de Noordkaap zoals een vogel vliegt: 2271 kilometer

25-5 Intermezzo

Ik ben weer terug waar ik afgelopen maandag begonnen ben, in Zaandijk. Wanneer ik mijn reis kan hervatten, weet ik nog niet. Mijn broer wordt op 31 mei gecremeerd, dus ik ga er vanuit dat ik na dat weekend weer in Nieuwe Schoonebeek op de fiets stap.

Nu is er de bijzondere situatie ontstaan, dat ik mijn deadline in Tromsø op 29 juni niet meer ga halen. Dat was al een vrij strak schema, maar nu ontstaat er een gat van minstens 11 dagen, zo’n 825 kilometer. Dat is de afstand tussen Nieuw Schoonebeek en Frederikshaven. Dat maak ik niet meer goed of ik moet het daggemiddelde opschroeven naar ruim 100 kilometer per dag. Dat gaat alleen lukken als ik mijn bagage reduceer tot een tandenborstel en een creditcard, maar dat was niet mijn plan. Ik heb niks tegen een nachtje in een hotel, maar het kamperen is een onmisbaar onderdeel van deze onderneming.

In de komende week moeten Mayke en ik de alle opties maar eens doornemen. Die lopen uiteen van alles twee weken opschuiven tot een hele andere bestemming kiezen, zodat Mayke en ik deze zomer toch met elkaar kunnen fietsen. In dat laatste geval stel ik de Noordkaap een jaartje uit, want die loopt niet weg. Zodra we daar een besluit over hebben genomen, pak ik de draad van dit blog weer op.

1-6 Kleine update

Afgelopen week stond helemaal in het teken van de uitvaart van mijn broer Tom. Na een ontroerend afscheid met de bewoners van Dennendal vorige week, hebben we gister met familie en vrienden afscheid genomen.

Tom in 2023

Mijn plan is wat gewijzigd maar het is nog steeds plan A. Mayke vond nog een vrije periode in haar zomer en heeft haar vliegticket kunnen verzetten.
Maandag 3 juni vertrek ik vanuit Nieuw Schoonebeek richting Denemarken. Mayke landt op 21 juli in Tromsø, zodat ik per saldo 48 dagen de tijd heb om daar te komen. Als ik 2.700 kilometer deel door 48 dagen, dan hoef ik maar 56 kilometer per dag te fietsen. Dat is wel heel erg weinig, maar ik zie een leuke kans. Als ik in Denemarken langs de westkust fiets, dan zie ik nog eens wat nieuws, want anders zijn die eerste 1.000 kilometer vooral een herhaling van 2017.

Er komt dan 200 kilometer bij en de gemiddelde dagafstand stijgt naar ruim 60 kilometer. Dat lijkt mij een heel acceptabel gemiddelde voor een parcours waarvan de eerste 1.000 kilometer hoofdzakelijk vlak zijn. Op hoofdlijnen ziet de trip er nu zo uit:

3 juni start Nieuw Schoonebeek – Frederikshaven 1200 kilometer = 14 dagen
17 juni Oslo – Trondheim 600 km = 9 dagen
26 juni Trondheim – Tromsø 1174 km = 18 dagen

Dan ben ik in principe 14-7 in Tromsø en heb ik nog een week speling. Dus vanaf maandag 3 juni pak ik hier de draad weer op.

2-6 Nieuw Schoonebeek

Gisterenavond trakteerde ik mezelf op een concert in de Vermaning van Zaandam, ze speelden pianotrio’s van drie B’s, Beethoven, Bloch en Brahms. Mayke zat in het vliegtuig naar Sjanghai, dus ik moest mezelf vermaken deze tweede laatste avond. Het stuk van Brahms sprak de zaal (nou ja, er waren hooguit 25 mensen) het meest aan, daar ontstond een bijzondere dynamiek tussen de musici. Mag ik hier even reclame maken voor de Nieuwe Huys concerten, die in de Vermaning gegeven worden? Ze weten altijd bijzondere ensembles te strikken voor een optreden waar vaak maar 15 of 20 mensen op afkomen. Dat is echt ten onrechte.
Het was een mooi slot van een emotionele week.

Het is nu een stuk kouder dan twee weken geleden, het is grijs en er staat een stevige noordenwind. Ik denk dat die landinwaarts wel iets minder hard zal waaien, we gaan het zien. ‘s Morgens om tien uur op het stationnetje van Zaandijk is het in elk geval nog behoorlijk fris. Ik ga weer naar Coevorden waar Bob en Hetty me weer ophalen van het station.

De route door Denemarken blijft een gokje, er staat de hele volgende week een harde westenwind aan de Deense kust zo tussen 4-7 bft. Het is maar net hoe dat uitpakt, als ie net iets zuidelijker wordt, is het feest, maar kiest die een beetje noordelijker hoek, dan ben je de sjaak. Gelukkig hoef ik pas woensdag of donderdag te beslissen, wie weet hoe het dan er voor staat. De komende twee-drie dagen lijkt de wind hoofdzakelijk westzuidwest te staan, wat natuurlijk reuze gunstig is.

Vandaag ben ik dan echt 67 geworden, zevenenzestig! en treed ik toe tot het legioen der veteranen, die hun beste jaren voor het vaderland gegeven hebben en naar wie in dankbaarheid wordt opgekeken door het Nederlandse volk. Onze beloning bestaat uit een staatspensioentje, dat de vaste lasten van ons bestaan dekt.

Ik heb nu 4 maanden de tijd om te bedenken hoe ik de komende jaren verder wil invullen. Vooralsnog heb ik me alleen aan wat bestuurswerk gecommitteerd en is er voldoende ruimte om weer iets te gaan leren of nog wat betaalde klussen te doen. Het leukste is natuurlijk om iets heel nieuws te gaan doen en daar dan ook nog wat geld mee te generen. Maar dan moet ik geen boeken gaan schrijven, want het schijnt dat uitgevers overspoeld worden met manuscripten van gepensioneerden. Dan kan ik beter proberen influencer te worden en mijn geld verdienen met het aanprijzen van steunkousen, zalf tegen de jicht en erectiepillen op basis van inheemse kruiden uit de Kalverpolder. Ik zie daar wel mogelijkheden en een mooie samenwerking met de Zaanse Schans. Want daar hebben ze nog geen authentieke Zaanse heelmeesterspraktijk. De stichting Kalverpolder levert de kruiden aan, de molenaars vermaken die tot zalf en de weverij fabriceert de steunkousen. Win-win-win.

Smalspoormuseum in Weiteveen

3-6 Sedelsberg

Gisterenavond aten we sushi in Emmen volgens een ondoorgrondelijk tariefmodel. Het lijkt zo te werken, je betaalt een prijs persoon per half uur. Daarvoor mag je zoveel eten als je kunt, maar als je in dat halve uur niks eet en alleen maar kletst, ben je dat geld ook kwijt. Voor de drankjes en de betere hapjes gelden toeslagen, dus een beetje roergebakken rundvlees bijvoorbeeld, kost 3,50. Zo kwamen wij uiteindelijk op iets van 50 euro de man, en wat we nou precies gegeten hebben? Geen idee, je bestelt alles via een ipad op tafel, die fotootjes van de hapjes laat zien. Dus je klikt aan wat er lekker uit ziet en 3 minuten later staat het op tafel. “Wat heb jij?” “Dat weet ik niet precies, iets met zeewier geloof ik, maar lekker hoor”.

Vanmorgen rijd ik om half negen weg richting Meppen. Op advies van Bob en Hetty neem ik niet de directe weg, maar een knooppuntenroute en ik moet zeggen, het is een prachtig coulissenlandschap. In Meppen koffie met een croissant en meteen een degelijk en loodzwaar Duits Landesbrot ingeslagen, daar kun je op fietsen.

In de reeks eigenaardige kerktorens


Onderweg lunch ik Brüneforth aan een vijvertje bij een oude watermolen en een openluchtkapel, waarvan het dak uit gebogen takken bestaat. En er is, o leve het buitenland, een toiletgebouwtje met warm en koud stromend water en wc-papier, alles keurig gepoetst. En het kost niks. Waarom is zoiets in Nederland ondenkbaar?

Waarom dit de Brüneforth heet, laat zich raden


Openluchtkapel

Ik gebruik de lunch om me te oriënteren op een camping en dat valt niet mee. Opgedoekt, Ruhetag, of gewoon geen zin vandaag om de telefoon op te nemen. Ik besluit gewoon richting Frysoithe te rijden, als ik dan onderweg niks tegenkom, dan is daar vast wel een hotel. Het is trouwens heerlijk fietsen vandaag, zacht glooiende heuvels en windje in de rug, ik hou het tempo er zo wel in. In buurt van Frysoithe gekomen, besluit ik de hotels aldaar te bellen, maar die nemen niet op. Ik probeer een paar Gästhause, maar met hetzelfde resultaat. Dan zie ik dat er een mini-camping is, hier niet zo ver vandaan. Die nemen ook niet op, maar ik besluit er toch naar toe te fietsen. En verdomd, na tien minuten word ik teruggebeld en in het Nederlands te woord gestaan. “Wilt u een kampeerplek of een kamer?” “Nou doe mij maar een kamer!”

Achter het linkerraampje op de eerste verdieping slaap ik


Morgen doe ik rustiger aan en fiets ik maar een klein stukje en ga ik onderweg wat musea bekijken (volgens het boekje kom ik langs wat interessante plekken).

Afgelegde afstand: 98,8 km
Afstand in een rechte lijn naar de Noordkaap: 2211 kilometer

4-6 Mollberg

Gisterenavond at ik in Scharrel bij Casa Nostra, the best pizzeria in town. Dat kan kloppen, want het was de enige Imbiss in dit gat. Ik begon met een groot ovaal bord ijsbergsla met tomaten, komkommer en feta afgedekt met een royale laag echte ouderwetse slasaus. Daarna lasagna bolognese die was afgewerkt met fonduekaas.

En verdomd, toen ik weer buiten kwam, regende het en ik moest dus zeven kilometer terug door de regen fietsen naar mijn onderkomen. Daar keek ik nog een beetje Duitse rampentv over de overstromingen in Beieren en koos een nieuw boek op mijn e-reader. Dat werd De meester en Margarita van Boelgakov. Ik heb dat een jaar of tien geleden gelezen en ik was er toen erg van onder de indruk en het leek me de moeite waard om het nog eens te lezen. En het eerste hoofdstuk stelt niet teleur, ik zat er meteen weer middenin.

Ik moet de dag vandaag een beetje uitsmeren, want mijn doel ligt maar 45 kilometer verderop. Dat is een bed and breakfast waar ik zeven jaar geleden ook overnacht heb, absoluut top. Dat heb ik gisteren in al mijn wijsheid alvast online geboekt, ik had geen zin in weer zo’n langdurige belronde. Dat uitsmeren valt me nog niet mee, want het is weer een koele dag met een klein windje in de rug en ik zit zo op de 20 per uur. Ik sta dus pas om kwart over zeven op, neem alle tijd voor het ontbijt in het keukentje beneden en na een praatje met de gastvrouw stap ik op.

Bij de eerste kruising moet ik linksaf en er staat een versperring zo half over de weg, daar kan ik makkelijk omheen. Na een kilometer ontwaar ik in de verte een grote vrachtwagen midden op de weg. Nou daar kan ik wel langs. Iets dichterbij gekomen lijkt de weg natgespoten, denk ik, tot het geluid van pleisters die losgetrokken worden me doet beseffen dat er wat anders aan de hand is. Ik stop en zet een voet op de grond, die maar moeilijk weer los komt. Aha, nu valt het kwartje, foute boel, vers asfalt! Omkeren en wegwezen. Enfin, ik heb nu een extra anti-leklaag op mijn banden.

In het kader van mijn langzaamaanactie breng ik een bezoek aan het oude tolhuis bij Godenholt. Helaas, pindakaas, je kunt wel over het terrein lopen en een oude boerenwagen bewonderen, maar verder is alles op slot.

Niet getreurd, op naar de volgende bezienswaardigheid, de watermolen van Howiek. Dat is hetzelfde verhaal, alles dicht, je ziet alleen een houten schuur met een groot met spinnewebben bedekt rad boven een droge greppel. En zo moet ik nog ontzettend mijn best doen met tussenstops, om niet veel te vroeg bij het bed and breakfast van vandaag aan te komen.

Watermolen van Howiek

Dus ik stop bij elke bakker voor koffie of thee met wen broodje erbij. In Torsholt raak ik aan de praat met een vader en dochter met Down, die samen op de tandem fietstochtjes maken. Dat deed mijn vader vroeger ook wel met Tommie, toen ze allebei nog fit en lenig waren. Nu heb ik nog één troef achter de hand, de middeleeuwse vestingkerk van Westerstede. Die moet de omweg waard zijn. Ik kan het orgel horen spelen als ik voor de kerkdeur sta, maar die gaat niet open. Wel kan ik binnen orgelspel horen. Dan eerst maar een rondje om de kerk en op een informatiebord lees ik dat de kerk ‘s morgens en ‘s middags twee uur open is, er staat alleen niet bij hoe laat. Op naar de VVV maar die heeft Mittagsruhe tot twee uur.

Klokketoren in Westerstede

Dan nog maar een kopje thee en een rondje door het centrum van Westerstede. Als de VVV open is, hoor ik dat de kerk van vier tot zes te bezoeken is. Ik wil me al weer omdraaien als het meisje zegt, als u uw paspoort hier laat, krijgt u de sleutel van me. En niet het altaar betreden, want dan gaat het alarm af. En zo geraakte ik toch nog binnen, kon een paar prachtige middeleeuwse muurschilderingen bewonderen en nog van een stukje orgelspel genieten.


Daarna was het nog een uurtje fietsen naar pension Hof Mollberg.

De heilige Barbara


Een nog te identificeren heilige


Ereplaatsen voor de gegoede burgerij



Een dragonergefreite is een infanterist, die zowel te paard al te voet kan gaan. Blijkbaar had deze onfortuinlijke soldaat voor één jaar getekend.

Afgelegde afstand: 59,3 kilometer
Afstand hemelsbreed naar de Noordkaap: 2.179 km

5-6 Hemmoor

Het was weer een hartelijke ontvangst gisteren in Hof Mollberg. Het was dezelfde dame als zeven jaar geleden, maar dit keer niet in bikini, daar was het te koud voor. Ik werd in de tuin geplant met een kop thee en toen ik vroeg waar ik lekker kon eten, reserveerde ze een tafeltje in een restaurant voor me met verse asperges op het menu. Toen ik de kamer inliep, snapte ik waarom het niet meer zo goedkoop was als ik mij herinnerde, want deze kamer was minstens twee keer zo groot dan de kamer die ik destijds had. De duurste kamer was blijkbaar als laatste over. Enfin, ik neem het er maar even van, straks in Scandinavië zijn de kamers niet meer te betalen en wordt het leven een stuk spartaanser.

Met Mayke wissel ik appjes uit, maar omdat het in Sjanghai zes uur later is dan hier, lopen we nogal uit de pas. Het beste moment is vijf uur in de middag, dan zijn we allebei online. Zij gaat dan bijna slapen en ik zit dan te bedenken wat en waar ik ga eten. Deze avond was dat dus al op voorhand geregeld en ik at een perfect bereide rumpsteak met asperges, aardappelen en hollandaise saus. En hier liep ik weer tegen de kwestie van het bier vooraf aan. Je moet dat meteen bij binnenkomst bestellen en dan op hebben voordat je hoofdgerecht komt. Dat lukt haast niet of het moet wel een heel complex hoofdgerecht zijn. Dus in plaats van een glas weissburgunder bij de asperges, werd het de tweede helft van het bier. Dat is toch net iets minder chique.

Het vraagstuk waar slaap ik morgen is nog niet zo makkelijk opgelost. De Fährkrug in Osten bestaat blijkbaar niet meer, dat was een perfect hotelletje met visrestaurant, met als enige nadeel die avond dat je alles contant moest afrekenen en de pinautomaat een kwartier fietsen verderop was.

Om kwart over acht ben ik op weg, het gaat best soepel vandaag met die meewind. Om iets voor tienen zit ik bij de bakker in Ovelgönne aan de koffie. Vandaag maar eens wat meer kilometers maken en alle eiwitten van gisteren omzetten in spiervezels, denk ik zo. Op het veer over de Weser sta ik met een groepje vrouwen van in de 40 op racefietsen met superlichte bepakking. Ik kijk er jaloers naar, maar die gaan vast geen vier maanden op pad.




Weserfähre

Rond lunchtijd doemt een nieuw probleem op, de dorpen waar ik doorheen fiets hebben geen bakker, of die heeft zelf lunchpauze en die nemen ze dan van 12 tot 2. Dat wordt een zelf gesmeerd boterhammetje langs de weg en een gesprekje met Mayke. Stom toevallig zet ik mijn telefoon aan omdat ik op zoek ben naar een plek om te eten en daar verschijnt een appje, zullen we even bellen, dat maakt de middag toch weer goed.


Heb je honger en zoek je een bakker of een imbiss, vind je dit

Ik besluit te mikken op Osten, daar zijn twee pensions. Maar ik kom er in de loop van de dag achter dat dat niet zomaar geregeld is, of liever gezegd, niet te regelen is. In Osten neemt gewoon niemand op, dus ik werk het lijstje met overnachtingsadressen in het fietsgidsje achterstevoren af en van de zeven adressen die ik probeer, neemt er maar een de telefoon op en die zit al vol. In Armstorf kom ik langs een huis met een enorm bord in de tuin: Zimmervermietung. Hoewel de sleutels in de voordeur hangen doet niemand open als ik aanbel. Er zit niks anders op dan toch maar te gaan kamperen in Hemmoor. Als ik daar op de camping aankom, staan de vrouwen van het Weserveer bij de receptie. Nou, die zullen wel een andere route genomen hebben, denk ik zo.

De weersvoorspellingen voor de Deense westkust zijn niet zo gunstig, harde westenwind en veel regen, terwijl die voor de oostkust er beter uitzien. Ik besluit toch de binnenlandse route te nemen en bewaar de westkust wel voor de terugweg

Afgelegde afstand: 116 km
Gefietste tijd: 8 uur
Afstand tot de Noordkaap langs het touwtje: 2112 km

6-6 Itzehoe

Het was gisteren een beetje zoeken naar een geschikt restaurant, waar je fatsoenlijk kon eten. Eigenlijk was dat alleen een Aziaat, maar daar kon ik mijn fiets alleen maar kwijt op een soort openbaar parkeerterrein annex vuilstort en dat leek me geen goed plan. Toen vond ik een Libanees met de uitstraling van een verzekeringskantoor, grote ramen met dikke grijze vitrages en je had geen idee of daar mensen binnen zaten te eten of te boekhouden. Uiteindelijk werd het een pizzabakker met een houtoven (de vierde waar ik langs kwam). Het was een prima pizza (qua calorieën) met rauwe ham en een grote bol burrata.

Als ik wakker word, is het al kwart over zeven, de zon schijnt maar het is behoorlijk koud door de wond die er staat. Elk nadeel heb zijn voordeel, want door die wind heeft de tent geen last van condens en kan ik hem zo inpakken. Ik had het vannacht maar net warm genoeg in mijn nieuwe donzen slaapzak. Maar er was 7 graden voorspeld en dan is het niet slecht dat ik bij die wind lekker geslapen heb. Op weg naar Osten wil ik een kopje koffie bij een bakker en ik slinger een beetje door het dorp, maar er zijn geen bakkers waar ik fiets. Bij het stationscafé kan ik voor 3 euro een slappe capuccino krijgen, waarvan de smaak me herinnert aan de voedselvergiftiging die ik ooit in Praag heb opgelopen.

In Osten zelf bezoek ik het kerkje met een heel apart interieur, het heeft rondom een soort van loges, afgescheiden met vensters. In één van die loges ligt een oud houten boegbeeld te wachten op betere tijden.



Een oud boegbeeld in haar glazen rustplaats

Onderweg haal ik ik drie Duitse leeftijdsgenoten in, die net foto’s staan te maken. Een paar kilometer verderop is er een winkeltje in een eenzaam huis aan de weg. Ik stop, want volgens het gidsje kun je hier koffie krijgen. Dat klopt, maar of ik dan wel de bejaarde eigenaresse even wil helpen met de banken in de zon te zetten. Als we daarmee bezig zijn, komen de drie heren aanfietsen en die willen ook wel koffie. Dat levert een leuk gesprek op over fietsen in Duitsland. Zij fietsen een week van pension naar pension en hebben alles van te voren geboekt. Na mijn opmerking dat ze nergens de telefoon opnemen, beginnen ze te lachen. Dat is een heel herkenbare ervaring. Een van de drie heeft jaren vlak bij Venlo gewoond en vertelde dat je na het EK van 1972 als Duitser in Venlo geen boodschappen kon gaan doen, zonder je auto beschadigd terug te vinden.

Na de koffie is het nog een half uurtje naar het Elbeveer. Dan is het toch fijn als je die enorme file voorbij kunt fietsen en als eerste mag opstappen en afstappen. Op het veer raak ik aan de praat met een Zwitserse dame, die met twee kleine tassen fietst en zich verwondert over mijn hoeveelheid bagage. Ik leg uit dat het voor 4 maanden is, ik een tent en kookspullen mee heb en warme kleren. Ondertussen kijk ik jaloers naar haar lichte fiets.

Boven Glückstad pakken zich donkere wolken samen als ik aan de lunch zit op het marktplein. Dat doet me denken aan 7 jaar geleden toen ik kort voorbij Glückstadt compleet verzoop in een hoosbui. Gelukkig ga ik vandaag niet verder dan Idzehoe en ik heb daar al een hotelletje besproken, dus van mij mag het regenen.

Het fietst best lekker in de luwte van de dijk langs de Stör, een zijtak van de Elbe. Totdat ik de dijk opgestuurd wordt over een soort voetpad, waar ik mijn fiets tegenop moet zeulen, waarna zich een paadje ontvouwt, bestaande uit een door schapen uitgesleten spoor in het gras. Alles goed en wel als het om natuurbeleving gaat, maar dit gaat mij te ver. Het risico dat ik van de dijk afwaai is minstens even groot als de kans op een beurs achterwerk waar ik nog een week last van hou. Dus ik daal voetje voor voetje weer af en bedenk mijn eigen route naar het volgende dorpje.

Wat ik deze route vermijd, is het fotograferen van dezelfde objecten als zeven jaar geleden. Daarop maak ik één uitzondering, het zelf getimmerde bushokje met twee fauteuils bij een plattelandssmederij, en dat is omdat ik graag wil weten of het delfde stoelen zijn. En het antwoord is…… even opzoeken op fransopdefiets.nl hoofdstuk 2017 Den stora planen….. Nee, er staan nu andere stoelen, maar wel van dezelfde stylist.

Nieuwe stoelen

Ik kom nog even in de verleiding als ik in Hodorf langs een schattig dijkhuisje kom met een bord minicamping en zimmer frei, maar dan moet ik vanavond gevriesdroogde Thaise curryrijst uit een zak eten, terwijl ik gisteren ook al niet best gedineerd heb. Dus ik ga toch voor Itzehoe met zijn restaurants.

Dat hotelletje is dus reuzegroot en wat ook fijn is, de beloofde regen laat het afweten. Ik loop nog een rondje door de stad, maar het is, op een enorm bakstenen gevaarte van een barokkerk na, nogal een armoedige boel. Die kerk is in feite een enorme hal met een galerij afgezet met ramen en met daarin een niet te bevatten altaar zo groot en vol met houtsnijwerk, net als de preekstoel en de doopvont. Ik fotografeer wat fragmenten, want voor het geheel heb je een technische camera nodig. En dan te bedenken dat hier in de 12e eeuw een klein middeleeuws kerkje heeft gestaan. Het aantal gelovigen dat nu nog over is, zou daar makkelijk in passen.


Rijk verguld snijwerk

Wie van de twee zou jij je als geestelijk leidsman wensen? Beide heren waren voorzitter van het plaatselijk kapittel.

Dit is dus best een lastig gebied als het op overnachten aankomt, ik herhaal het nog maar eens. Er zijn hier maar weinig campings en hotels. De particuliere adressen zijn vaak niet bereikbaar via de telefoon. Morgen wordt het weer een kort ritje naar een soort camping die ook wijnvaten verhuurt om in te slapen. Die moeten niet duur zijn en wie weet ruiken ze nog lekker.

Van daaruit is het dan iets van 80 kilometer naar de volgende camping, wat een prima afstand is.

Gefietste fstand: 67 km
Tijd gereden: 5 uur
Afstand tot de Noordkaap in een rechte lijn: 2.081 km

7-6 Schleswig

Gisteren at ik bij de Griek tegenover het hotel. De keuze is in deze stad tussen pizza, döner of sushi en dan was er dus die Griek. Het werden gefrituurde aubergine en courgette vooraf en wat taaie lamskoteletten als hoofdgerecht. Maar dat werd dan weer gecompenseerd met Griekse gastvrijheid bestaande uit gratis ouzo bij aankomst en bij vertrek.

Mijn fysieke conditie valt me alleszins mee, de knieën kraken steeds minder, blijkbaar moeten die gewoon veel bewegen, dan worden ze vanzelf gesmeerd. Van al dat kantoorwerk worden ze maar stram. Mijn achterwerk moet nog wel even wennen aan het uren zitten op het harde zadel, maar verder voel ik dat de benen al gespierder worden. Kortom, er is hoop voor alle gepensioneerden, fiets ouwe knarren, fiets! (En niet elektrisch natuurlijk, want dan gebeurt er niks).

Even een vies praatje tussendoor, ik meende toch echt te ruiken dat de voetzweetbacterie weer de kop heeft opgestoken. Daar heb ik in het verleden ook al heel wat mee te stellen gehad en ik dacht dat ik het onder controle had met het dragen van merinowollen sokken. Dat bestreed ik dan met spray van Dr Scholl met matige resultaten. Deze situatie vraagt wel om directe actie en die vond ik in een goedje dat wordt aangeprezen tegen SARS en COVID en belooft 99% van alle bacterién te doden. Daarmee mijn schoenen volgespoten en verdomd, vanmiddag rook ik niks meer! Nu die laatste procent nog decimeren tot eentiende promille usw.

Het wondermiddel

De zon schijnt volop als ik vertrek en dat is alweer tegen alle voorspellingen in. Toen ik gisterenavond naar het journaal keek, zag ik donkere wolken en regen boven Sleeswijk Holstein, geen zonnetje. En de wind staat nog steeds gunstig, ik krijg een duwtje mee. Het is wel behoorlijk fris en als dan aan het eind van de ochtend de zon verdwijnt en er toch af en toe een spatje valt, is het ronduit koud. Meer dan 12 graden kan het niet zijn.



Die kleine stickertjes vertellen je dat je op de goede weg bent

Ik steek het Kieler kanaal over met een gratis pont en fiets dan een heel stuk langs het kanaal. Grote coasters worden afgewisseld met kleine jachtjes. Toen ik mijn Waarschip 900+ nog had, was het mijn plan om in het voorjaar door dit kanaal naar de Oostzee te varen, daar de zomer te zeilen en dan de boot achter te laten. In het jaar daarop kon ik dan nog een zomer zeilen en dan weer terug varen, hetzij weer door het kanaal, hetzij boven Denemarken langs. Het is er jammer genoeg nooit van gekomen.

Om half een kom ik bij Bootsman, de camping waar ze ook wijnvaten verhuren om in te slapen. Helaas zijn alle vaten bezet, dus ik besluit eerst wat hotels te bellen. Hotel Hohenzollern in Schleswig klinkt goed en past qua naam wel bij mijn stand, bovendien nemen ze de telefoon op en er is een kamer beschikbaar. Nou dat is nog wel 45 kilometer verderop, maar dat kan er nog wel bij. Onderweg probeer ik nog wat kerkjes te bezoeken, maar daar doen ze hier niet aan, alles zit op slot.

Vlak bij Schleswig ligt een militair vliegveld, waar ik omheen moet en elke 4 minuten gaat er een straaljager met donderend geraas de lucht in. Vroeger ergerde ik me dood aan dat lawaai, maar nu denk ik, laat je maar horen aan die kleptokraten in Moskou! Het is verdomd jammer dat we in Nederland zo’n anti-Europese en deels zelfs pro-Russische coalitie hebben, we kunnen alleen maar hopen dat die snel het loodje legt. De enige fout van het democratisch bestel is dat het de partijen die de democratie om zeep willen helpen aan de macht helpt.


Schleswig

In Schleswig word ik op straat aangesproken door een reuze enthousiaste man van mijn leeftijd met een groot statief onder zijn arm. Hij heeft als twintiger ook fietstochten gemaakt en wil dat graag even kwijt.

Het blijkt met het hotel al net als met de Hohenzollerns zelf, vergane glorie en verval. Ik krijg een pijpela om in te slapen. Die is hooguit een derde van de kamer waar ik gisteren sliep voor dezelfde prijs. Het personeel gaat om zes uur naar huis en er hangt een briefje in de kamer met een nummer dat je kunt bellen in noodgevallen. Maar wat fantastisch is, de verwarming staat hier aan, dus ik was meteen al mijn vuile goed en hang het over de radiator, want vanaf morgen krijgen we een aantal dagen serieus regen en dan valt er geen was meer te drogen. Ja echt waar, alle weerapps zijn het er over eens. Dus als morgen de zon schijnt, eet ik mijn pet op.

Afgelegde afstand: 104 km
Gefietste tijd: 7,5 uur
Afstand tot de Noordkaap langs de meridiaan 2.015 km

8-6 Rødekro

Gisterenavond heb ik teveel gegeten, ik kom er eerlijk voor uit. Het begon ermee dat het restaurant, dat ik voor mezelf had uitgekozen, al helemaal vol zat. Vervolgens heb ik heel er lopen zoeken naar een grillbar, die volgens Googlemaps daar vlakbij moest zitten. Ik kon ze wel ruiken, maar werd in rondjes eromheen gedirigeerd. Nou dan maar weer een Italiaan, dacht ik toen gelaten en laat ik nou net die ene echte getroffen hebben. Bij binnenkomst werd je al getrakteerd op een levensgrote foto van de eigenaar met Angela Merkel. En wat een fantastische kaart! Na rijp beraad kwam ik uit op de Antipasto misto en de gegrilde dorade. De enige misser was, maar dat zal wel typisch Duits zijn, de vraag of ik alles tegelijk geserveerd wilde krijgen. Nee zei ik, graag op zijn Italiaans, dus achter elkaar. Bij de antipasto kreeg ik onder andere heerlijke in olie ingelegde wortels en kleine champignonnetjes, blauwe kaas met een hemels zachte smaak en naar tomaat smakende tomaatjes. Ja nogal wiedes zul je zeggen, maar dan moet je eens echte Italiaanse tomaten eten, die volle smaak vergeet je nooit meer. Na de dorade met rozemarijnaardappeltjes en een frisse salade werd ik overmoedig en nam nog een panna cotta met vers fruit toe. Dat heb ik afgelopen nacht moeten bezuren, ik was al om kwart over vier wakker en kwam niet meer in slaap.

Maar goed, je moet toch verder, dus ik betreed om kwart over zeven de ontbijtzaal, die geheel gevuld is met kakelende Duitse bejaarden die aan lange tafels zitten te eten. Die staren naar mijn fietsoutfit, maar of ze dat nu ongepast vinden of dat ze denken, liep ik er ook maar zo bij, daar kom ik niet achter. Later zie ik achter het hotel twee bussen staan, het is blijkbaar een groepsreis.

Als ik om kwart over acht vertrek, begint het te motregenen en dat blijft zo, af en toe wat harder, dan weer wat zachter, tot ik bij de Deense grens kom. Al die tijd heb ik veel korte klimmetjes en dan weer snelle afdalingen. Bij die grens heb je een lekkere helling omlaag en daar heeft de douane wat op gevonden. Precies op de grens zit er een greppeltje in het fietspad waar mijn achterwiel precies inpast. Jammer genoeg hebben ze er niet aan gedacht om er een waarschuwingsbordje bij te zetten. Ik ga vol in de remmen maar klap met mijn achterwiel in de goot. Ik vrees het ergste, maar alles is nog heel.

Voorlopig kan ik deze bordjes volgen

In Denemarken fiets ik weer door het openluchtmuseum van Frøslevlerjen, een perfect bewaard gebleven concentratiekamp met barakken en wachttorens. In de barakken zitten nu kleine musea, onder andere van de Deense veteranen en de Bescherming Burgerbevolking. Je mag er voor niks naar binnen en de koffie staat klaar.


Mooie oude wegen

Het begint onderhand steeds harder te waaien en ik fiets moeiteloos over de lange gravelwegen die de oude handelsroutes volgen. In Kiplev bezoek ik nog het kerkje en daarna komen er opeens enorme buien opzetten. De laatste anderhalf uur fiets ik door regen die meer van opzij dan van boven komt, zo hard waait het. Maar dan kom ik aan bij mijn AirBnb, dat blijkt een afgescheiden deel van een huis te zijn met eigen WC en lekker warme douche.


Voor de low-budget-bikepackers zijn er dit soort shelters.


In de kerk van Kliplev. Als de tijd voor de preek om is, gaat de bel.

Afgelegd: 84,6 km
Gefietste tijd: zes uur
Afstand in een rechte lijn tot de Noordkaap: 1.962 km

9-6 Jels

Ik ben gisteren niet uit eten gegaan, maar kocht bij de Coop een bak lasagna (en yoghurt, pruimen, sinaasappels) die ik in de magnetron kon opwarmen. Daarna las ik nog wat en om negen uur sliep ik al. Ik was wel een beetje zwaarmoedig gisterenavond, kan mijn draai nog niet helemaal vinden en voel me een beetje verloren. Ik denk dat het te maken heeft met het afscheid van mijn broer en mijn werk zo vlak achter elkaar.

Als ik wakker word, voel ik me al weer wat opgeruimder en bedenk wat ik ga doen. Ik kan hier nog een nachtje blijven en mijzelf een beetje rust gunnen. Dan maak ik een uitje naar het museum van Abenraa en morgen weer verder. Of ik fiets vandaag een kort stuk. Als ik naar het weerbericht kijk, zie ik dat het vandaag af en aan (onweers)buien met harde wind is. Morgen geldt, hoe noordelijker hoe droger. Het regent dan nog de hele dag in Rødekro, maar 80 kilometer noordelijker is het droog. Dus is de keuze niet moeilijk, vandaag fiets ik door de buien en slaap ik binnen, morgen kan ik weer kamperen. Maar ik doe rustig aan, lees nog een paar hoofdstukken in De meester en Margarita, van dat krankzinnige verhaal word ik sowieso al vrolijk, en om half elf, tussen twee buien in, stap ik op de fiets. En ik ben nog geen kwartier onderweg of de eerste bui raast over me heen. Ik heb me, in tegenstelling tot gisteren, goed geprepareerd en schiet in mijn Goretex regenbroek en trek regensloffen over mijn schoenen. Die kunnen een half uur later weer uit, weer aan, weer uit etc. Maar de beloning voor al die moeite is een warm en droog lijf aan het eind van de ochtend.

Om half een ben ik in Vojens en het stationshotel is open voor lunch. Ik trakteer mezelf op een rundvleesschotel, althans zo vertaalt de serveerster het voor me. Dat blijkt wat een soort dikke hamburger op een geroosterde boterham met fijngesneden rode ui, mierikswortel, kappertjes, plakken gekookte biet en twee zachtgekookte eidooiers in een kommetje. Die eidooiers maak je stuk op je hamburgerachtige plak.

Mijn einddoel is Jels, dat ligt nog 20 kilometer (ik schatte ongeveer 4 buien, het werd er nog maar één) hier vandaan. Daar slaap ik in het Sporthotel, dat is niet duur, maar je moet wel zelf je bed opmaken waarschuwen ze op de website. Omdat er pas om 17.00 iemand is om de sleutel te geven, moet ik me tot die tijd vermaken. Nu is er in Jels van alles te doen zoals een Hollandse windmolen en het planetarium bezoeken, ik verheug me er al op, lekker binnen iets doen! Het laatste stuk naar Jels gaat door wat ze de Plantage noemen, je glibbert heuvel op, heuvel af over modderbaden tussen de aangeplante dennen door.

De plantage
Dat iets binnen wordt, na een bezoek aan twee gesloten attracties, een kop koffie in de cafetaria van de camping. Ik heb sterk het idee dat ik hier in 2017 gekampeerd heb, dus dat zoek ik even op. Het grappige is dat ik me eigenlijk maar weinig herinner van zeven jaar geleden. Sommige kerkjes sla ik over, want die ken ik al, maar verder is er maar weinig dat herinneringen oproept. Hier moet ik mijzelf een uurtje vermaken met het schrijven van dit stukje, voordat ik de laatste 500 meter naar het hotel fiets.

Ze noemen dit in Jels de Hollandse molen, maar ik zie niet wat hier Hollands aan is

Runenstenen in overvloed hier

Gefietste afstand: 48,7
Gefietste tijd: 4 uur
Afstand tot de Noordkaap langs het touwtje: 1.933 km

10-6 Byrup

Gisterenavond was er alleen een pizzeria open, het werd de vegetariana en die was zeker niet slecht.

Vanmorgen om 7 uur staat er een ontbijt voor me klaar in een uitgestorven hotel, ik blijk de enige gast. Personeel zie ik ook niet, maar wel een warm eitje, vijf pakken vruchtenyoghurt (met verschillende smaken) verse broodjes, worst, kaas, muesli, kortom het iss compleet. Om half acht ben ik onderweg en het lukt me zowaar om tegen negenen lekkere koffie te vinden bij de warme bakker van Vejen, een trefpunt voor bejaarden. De wind komt wat meer van opzij vandaag, maar ik krijg regelmatig een duwtje in de rug. Veel dreigende wolkenformaties om me heen, maar er valt geen regen van betekenis meer uit.

Ik fiets deels een variant op de route van 2017, ik rijd wat meer grindwegen en ik kom niet meer langs Kragelund. Waar ik wel weer langs kom, is Kollemorten (Sint Maarten zeggen wij, zij zeggen dode Maarten) en de Petrusbron. Dat is een soort natte kuil in het weiland en ik loop er naar toe om de zegen over mijn knieën af te smeken, dat heeft in 2017 ook goed geholpen. En ik bezoek meteen het middeleeuwse kerkje dat er vlak bij staat, dat had ik de vorige keer overgeslagen.

Onderweg zie ik nog een jonge vos in een weiland die zo onder het prikkeldraad door op een rijdende auto afrent. Pas op het laatst realiseert ie zich dat dat geen goede actie is en hij keert weer om. De laatste 20 kilometer naar de camping zijn pittig, veel klimmetjes over grindwegen.

Als ik om half vijf bij de camping aankom, is de receptie gesloten, maar er hangt het verzoek om je plek te boeken en te betalen via de website. Dan kom in je onbegrijpelijke Deense keuzemenus terecht en de mededeling, sorry the english site is under construction. Ik besluit dan maar gewoon de camping op te fietsen en kom prompt een Nederlandse caravan met inwoonster tegen. Ja hoor, de douches zijn gewoon open en je hebt geen pasje nodig. Als ik onder de douche stap zie ik nog wel een soort chiplezer aan de muur, maar zonder chip geeft ie ook warm water. Zo, nou ben ik benieuwd wie er morgenochtend het eerste op is, de receptionist of ik.



Op de camping van Byrup. In die caravans zit niemand, die mensen komen waarschijnlijk pas eind van de maand.

Gefietste afstand 103 km
Gefietste tijd 7:30
Afstand tot de Noordkaap zoals een vogel vliegt: 1.856 km

11-6 Viborg

Gisterenavond dacht ik nee, niet alweer pizza. Maar wat was het alternatief? Juist, kebab met patat en knoflooksaus. Ik had ook zelf kunnen koken, dat geef ik toe, maar het was koud, ik had nog geen boodschappen gedaan en ik geloofde het wel. Ik ben altijd een keer wakker als de vogels beginnen, dat is hier rond vier uur. Dan draai ik me nog maar eens om, maar om kwart over zes riep de kebab, ik ben verteerd! Dat werd nog een sprintje op de fiets naar het verderop gelegen toiletgebouw. Op deze camping staan er drie toiletgebouwen naast de receptie en het trekkersveldje is daar zo’n 300 meter vandaan. Terwijl ik onder dreigende grijze luchten zit te ontbijten met het brood dat ik 3 juni in Geeste kocht en maar niet wil beschimmelen, stuurt Mayke zonnige foto’s uit Cagliari met de subtiele verzuchting dat ze zomaar ineens jarig geworden is. O ja, dat is waar ook en ik zing een verjaardagslied voor haar.

Ik ben nauwelijks vertrokken of het eerste buitje valt, een heel licht miezerig buitje met een hoop wind. Dat zal de hele dag zo doorgaan, dus uiteindelijk hou ik mijn rainlegs maar gewoon aan. Wat ik me niet meer herinner van de vorige keer, is die krankzinnige helling die je direct vanaf de camping moet beklimmen om op de route te komen. Met koude spieren en knieën is dat geen pretje. Maar als ik dan boven ben, is de beloning een 20 kilometer lang fietspad over een oude spoorlijn naar Silkeborg. Het is een hele lange gestage klim door de bossen en het is er doodstil. In Silkeborg drink ik koffie in een koffiebar waar je je bonen uit mag kiezen, doe mij maar de Italian roast, zeg ik, bij gebrek aan kennis op dit vlak.


Oude spoorlijntje naar Silkeborg

Fietsbrug in Silkeborg

Eerder schreef ik dat ik dit keer niet langs Kragelund zou komen, maar hoe ik daar nu op gekomen ben? Vanaf Silkeborg is het alweer een steile klim langs de provinciale weg daar naar toe. Onderweg koop ik nieuwe kaas (de oude uit Zaandijk was te erg beschimmeld), yoghurt, sinaasappels en pruimen. Geen bananen, hoewel veel afstandsfietsers daarbij zweren, vind ik ze onderweg nooit zo lekker. Natuurlijk bezoek ik het kerkje nog een keer, maar dit keer oefent er niemand op het orgel.

Hoeksteen van het kerkje van Kragelund

Die arme Eva kreeg ook van alles de schuld

Er blijven maar buitjes overkomen met koude windvlagen, volgens mij is het niet meer dan een graad of tien. De wind blijft meer van opzij dan van achter, maar omdat ik veel door het bos fiets, merk ik er niet zoveel van. Maar dan gebeurt er toch een wonder, als ik in de buurt van Viborg kom, waaien de wolken langzaam uiteen en komt er steeds meer zon tevoorschijn. Eerlijk gezegd, vond ik vandaag de zwaarste dag tot nu toe. Niet vanwege de afstand, maar vanwege de vele steile klimmen. Maar als ik het mij goed herinner, kom ik nu langzaamaan in vlakker gebied.

Zaanse toestanden onderweg


Op de camping van Viborg

Afstand: 76,8 km
Tijd: 6 uur
Afstand tot de Noordkaap langs een rechte lijn: 1.813 km

12-6 Dokkedal

Gisteren in Viborg bedacht ik me, terwijl ik loom in de zon lag, dat het wel weer eens tijd werd om goed te eten. Dus ik zocht een leuk restaurantje uit in het centrum. Ik begon met een tonijntartaar met warme peperige mangosaus en daarna een stuk varkensnek met broccoli en verse krieltjes. Ik maak zelden foto’s van eten, maar dit hoofdgerecht verdient wel een plaatje in het blog. Mijn ervaring in Schleswig indachtig nam ik geen toetje, maar alleen een espresso toe.


Het hoofdgerecht verdiende een foto, maar dit is natuurlijk het voorgerecht

Hoe noordelijker je komt, hoe vroeger de vogels beginnen, vanmorgen is dat om kwart voor vier. Uiteindelijk ben ik om zes uur maar opgestaan en mijn boeltje langzaam ingepakt. Er staat een enorme koude harde wind, gelukkig wel de goede richting op. Het is een verraderlijk landschap, het lijkt zacht glooiend maar je gaat voortdurend steil omhoog en steil omlaag. Gelukkig warmt het langzaam op en kunnen de jasjes uit. Onderweg luister ik naar een aflevering van de Historische Boekencast, waarin nieuw verschenen boeken besproken worden. Aan het eind van de ochtend ben ik in Mariager, de eerste gelegenheid voor een kop koffie bij de bakker. Er is niet veel te doen zo buiten het toeristenseizoen, de meeste restaurantjes zijn nog dicht. Ik bezoek de kerk, want die had ik vorige keer overgeslagen en werd toch weer beloond met mooie muurschilderingen. Het was nog een hele klus die te fotograferen zonder dat de aanwezige handhavers dat merkten.






Mariager. Het lijkt er op dat Christus naar zichzelf in de kist zit te kijken

Na Mariager volgen nog wat klimmetjes, waarvan ik er een aantal afsnijd door de provinciale weg te nemen. Die Denen rijden je echt niet van de sokken en het spaart mijn scharnieren.

In Hadsund koop ik voor 5 euro een bus WD-40 look-a-like omdat mijn kettingslot opeens niet meer open wil. Gelukkig kwam ik daar achter toen ik de fiets op slot wilde zetten en niet andersom. Uiteindelijk lukt het om het slot weer gangbaar te krijgen, maar ik weet niet of ik het nog durf te gebruiken. Morgen maar eens kijken of ik een fietsenmaker zie. Ik kreeg de tip om een Ottolock te kopen, superlicht want van kevlar gemaakt. (Als ik dan maanden later dat slot Google, stuit ik op een filmpje van de Lockpicking Lawyer, waarin hij het slot in 12 seconden doorknipt met een kabeltang). Van Hadsund af rij je weer over een oude spoorlijn tot vlak aan Dokkedal. Dan nog een paar kilometer door een wildpark met (onzichtbare) elanden en dan is er een winderige camping. Ik weet dat iets verderop ook een mooie camping is aan de Lymfjord, maar daar waai je nu natuurlijk helemaal weg. Wat me op de gedachte brengt, vaart die pont wel met harde wind? Ik heb morgenavond wel de boot naar Oslo te halen. Vorig jaar had ik ook zo’n akkefietje in Felixstowe en moest ik 35 kilometer omrijden.

Vlak voor Dokkedal

Afstand: 107 km
Gefietste tijd: 07:45
Afstand tot de Noordkaap langs de meridiaan: 1. 743 km

13-6 Frederikshaven

Gisterenavond kocht ik een magnetronmaaltijd in de campingwinkel met een aanlokkelijke afbeelding van vlees, aardappelpuree en biet. In de campingkeukens hier staan er magnetrons en ovens naast de kookplaten, dus ik was heel tevreden met mijn keus. Helaas ontbrak de biet, het vlees bestond uit enkele flintertjes rundvlees in een bruine saus, alleen de zalvige aardappelpuree zat er wel in.

Wat het weer goedmaakte was het gezelschap in de keuken van een Zwitsers stel, ook op de fiets, die naar het zuiden gaan. Zo konden we een beetje ervaringen uitwisselen en ons beklagen over de weersomstandigheden. Zij hebben de route langs de westkust genomen, waar ik van afzag, en ze hebben veel regen gehad. Ze vonden de westkust veel mooier om te zien en wie weet doe ik die nog op de terugweg. Of in een andere zomer. Vannacht had ik het echt heel koud en toen ik vanmorgen naar het dichtstbijzijnde meteostation keek bleek het zeven graden te zijn geweest. Dat in combinatie met een harde westenwind en een rammelende maag na dat liflafje uit de magnetron, legde de basis voor een zware ochtend.

Als ik vertrek staat er nog steeds een heel koude wind. Onderweg is alles dicht waar je koffie zou verwachten, dus even opwarmen is er niet bij en ik krijg het steeds kouder. Ik fiets maar rustig aan en dat is niet slim, want dan produceren je spieren geen warmte. Ik word ook dan ook steeds chagrijniger, dit is toch geen pensioen meer, dit is een soort van zelfopgelegde boetedoening. En waarvoor eigenlijk? Wat heb ik misdaan? En hoe verder ik fiets, hoe dieper mijn humeur zakt. Om mezelf af te leiden, luister ik een podcast van Michiel Krielaars waarin hij met twee gasten Wij slaven van Suriname en het leven van Anton de Kom bespreekt, maar dat blijkt ook al geen opwekkende kost.


Over de Lymfjord

In Hals is aan de haven alles dicht, in Hou hetzelfde (op een historische infopunt in een container na), Asa heeft een havenmuseum met restaurant, ook dicht. Ik eet maar een paar boterhammen op een picknickbankje langs de weg om de energie erin te houden. En dan om half twee zie ik iets dat ik herken. De kanoverhuur met restaurant in Voerså. Het zal toch niet waar zijn, ja hoor ze zijn open, ze hebben koffie en tosti’s en ik zit uit de wind een tweede lunch weg te werken. Nog 33 kilometer naar de boot en nog zeveneneenhalf uur voordat het boarden begint. Ik hoop maar dat er onderweg nog iets te bezoeken of te bekijken valt.


Containermuseum

In Saeby leidt een strandpad naar een klein strandravijn en ik ga boven lekker in de zon zitten en over de zee uitkijken terwijl ik dit blog schrijf. Saeby is de laatste plaats voor Frederikshaven en dat is meteen ook de interessantste. Niet alleen barst het er van de koffiehuizen en restaurants in de historische straatjes, je kunt er ook leuk wandelen en staat een kerkje met waanzinnige middeleeuwse plafondschilderingen en de koorbanken zijn ingekerfd met 18e eeuwse graffiti zoals zeilschepen en namen.


Het leuke van die schilderingen, is dat je snapt hoe die ongeletterde heidense middeleeuwers toch iets meekregen van de Bijbelse verhalen en de christelijke normen en waarden. De mis werd tenslotte in Latijn gelezen, dus daar begreep men niets van.

Met vreemdgangers loopt het slecht af


Welke gebeurtenis hier wordt uitgebeeld?


Graffiti in de koorbanken, Fram was ook de naam van het schip waarmee Nansen zich liet invriezen in het poolijs.


Verjaagd uit het paradijs

Om kwart over vijf ben ik dan toch echt in Frederikshaven en moet nog een paar uur doorbrengen. Wat lezen in het park en wellicht nog een klein hapje eten?

Afstand: 79,6km
Tijd: 7 uur
Afstand tot de Noordkaap als je mikt langs een lineaal: 1.683 km

14-6 Oslo

In Frederikshaven at ik nog een laatste fatsoenlijke maaltijd. Die bestond uit een voorgerecht van witte asperges, gestoofde vis met aardappeltjes en een creme brulée met zomervruchten. Ondertussen las ik de Meester en Margarita uit bij gebrek aan een tafelgenoot. Eetlezen noemden wij dat vroeger thuis, volgens mij was het een bekende schrijver (Remco Campert?) die de term bedacht heeft.

Om negen uur was al ik bij de gate en zocht om de tijd te doden alvast een nieuw boek uit, dat werd Het Chinese lakscherm van Robert van Gulik. Stipt om half tien ging de check-in balie open en even later stond ik met twee andere fietsers vooraan in lane 31 te wachten op de aankomst van de boot. Toen die wel erg lang op zich liet wachten, konden we met behulp van Marine Traffic uitrekenen dat die er pas tegen twaalven zou zijn. Dus daar stonden we dan tweeëneenhalf uur te wachten. Als ik dat geweten had, had ik wel een ander plan voor de avond gemaakt. Mijn gezelschap bestond uit een vliegtuigingenieur uit Bordeaux die voor Dassault werkt en vloeiend Engels sprak en een oudere dame uit Wenen die misschien tien woorden Engels kon uitbrengen. We wisselden tips en ervaringen uit en ik heb een hoop geleerd over de certificering van jachtvliegtuigen en zakenjets.

Pas na twaalven kwam ik in mijn hut, ik bleek in de Commodorekkasse te slapen, vandaar dat mijn ticket zo duur was. (Het was exht het goedkoopste ticket van deze afvaart, maar waarschijnlijk waren de goedkope hutten al op). Je slaapt dan niet onder de autodekken maar op dek 9 bovenin het schip, er staat mousserende wijn voor je klaar en je hebt je eigen ontbijtlounge. Maar Commodore of niet, na 1 minuut douchen stond ik tot mijn enkels in het water dat dreigde de hut lopen. Verstopte afvoer. Ik was te moe om de receptie te gaan zoeken en mijn beklag te doen, ik dacht, dat komt morgen wel. Overigens sliep ik als een roos in mijn queensize double bed.

Ik word tegen zevenen verkwikt wakker en begin aan mijn Commodore ontbijt, dat geserveerd wordt met uitzicht op zee. Ik kijk naar het weerbericht en maak een plan. Het is vandaag mooi weer, dus dat wordt een rustdag op camping Ekedal in Oslo. Daarna twee of drie dagen regen, dus dat zijn prima dagen om van onderdak naar onderdak te fietsen. Daarna wordt het lekker kampeerweer. Er zijn, behalve de eerste 120 kilometer voldoende goedkope overnachtingsmogelijkheden. Ik doe alvast een aanvraag voor een airbnb morgen in Kløfta. Dat is 42 kilometer voorbij Oslo en dan heb ik daarna een mooie uitgangspositie voor de tweede etappe, waarbij je meer moet klimmen.
Anton uit Linköping stuurt een sms en vraagt naar mijn route volgende week, hij wil me over een paar dagen op komen zoeken. Dat is echt fantastisch, want het is een heel stuk rijden voor hem.


Oslofjord

Voordat ik naar de camping ga, fiets ik eerst langs de winkel van de Noorse toeristenvereniging (DNT) en regel daar een lidmaatschap. Dan heb ik een jaar lang toegang tot 700 hutten, dat zou nog wel eens van pas kunnen komen. Dan is het nog drie kilometer klimmen in de eerste versnelling naar de camping, die niet voor niks Ekeberg heet. Knappe jongen die mij vandaag nog naar beneden krijgt. Daar aangekomen val ik midden in een treffen van fietsers, de kampioen is een Chinese jongen, die zeven jaar geleden uit China vertrokken is en nu even naar de Noordkaap wil. Ik dacht dat ik veel bagage had, maar hij overtreft me ruimschoots. Ik zet mijn tentje op, ga douchen en Mayke bellen, die op het vliegveld van Cagliari zit te wachten op haar vlucht.


De Chinees die helemaal uit China kwam fietsen en nu even de Noordkaap gaat doen



Op de Ekeberg

Gefietste afstand: 5 km
Gefietste tijd: 45 minuten
Afstand tot de Noordkaap zoals een vogel vliegt: 1.420 km (komt dichterbij hé).

15-6 Kløfta

Gisterenmiddag at ik op de camping fish and chips en een waffel met ijs toe. Dat was best goed gedaan, het enige dat mijn eetplezier bedierf, was de snoeiharde tweederangs popmuziek op het terras. Je hoort hier overal (bij de receptie, in de douches en WC’s, in het café en op het terras) slechte versies van bekende nummers zoals een galmende Bridge over troubled water gezongen door iemand die denkt dat ie Pavarotti is met een keiharde beat eronder. Waarom? En die muziek was nergens voor nodig, want er zaten misschien drie mensen te eten. Waarschijnlijk was het drukker geweest, als ze de muziek zachter hadden gezet of vervangen hadden door “Aangenaam klassiek” of zoiets.

Het heeft de hele nacht zachtjes geregend, maar vanaf een uur of acht is het droog. Ik voer deze ochtend niet zoveel uit, ik laat de tent drogen, lees wat en eet wat. Om half twaalf fiets ik weg van de camping, het is fris maar niet onbehaaglijk. Na een heerlijke afdaling van drie kilometer sta ik opeens voor een koffiebranderij met koffiebar. Ha, tijd voor koffie! Als je van lekkere koffie houd, is Oslo je stad. Overal zitten koffiezaakjes met een ruime keuze aan roasts. En ze houden hier van sterkere koffie dan bij ons. Ik heb hier aan één cappuccino per dag genoeg.

Maar daarna begint het. Ik fiets de hele middag langs snelwegen en door aaneengegroeide stadskernen met shoppingmalls als bufferzones om uit Oslo te komen. Daarbij moet ik voortdurend steile hellingen beklimmen, die het tempo enorm drukken. Ik ben wel heel content met mijn besluit om deze tocht gewoon in Zaandijk te beginnen, want anders had ik het hier na tien kilometer beslist opgegeven. En evengoed voel ik mijn spieren en scharnieren. Ik klim telkens een stuk, daal dan wat, klim weer een stuk etc. Van het romantische Noorwegen krijg ik voorlopig niks te zien.


Als ik aankom bij mijn Airbnb in Kløfta, blijkt dat een appartementje in een nieuwbouwwijk te zijn. Niet onaardig, maar volgens mij is dit een gevalletje misbruik sociale huur. Aangezien de gastvrouw me aanraadde om mijn fiets goed op slot te zetten, besluit ik om die maar naar boven te sjouwen en op het balkon te stallen.


Het grote voordeel van een AirBnB

Ik kijk nog even naar de weersvoorspellingen op de Noorse app YR, die best nauwkeurig zijn en grafisch heel knap worden weergegeven. Het nadeel daarvan is dat als er regen voorspeld wordt, je het water al langs je nek omlaag voelt sijpelen.

Afstand: 42,5 km
Tijd: 4 uur
Afstand tot de Noordkaap langs de meridiaan: 1.393 km

16-6 Langset

Gisterenavond deed ik boodschappen bij de KiWi en maakte quinoa met uien, paprika en tomaat en bakte daar een steak bij. Wat was het heerlijk om weer eens wat ‘eigens’ te eten, zonder zoveel zout en vet.

Ik vergat giste

ren helemaal te vertellen over de onheilsprofeet die ik ontmoette in de voorsteden van Oslo. Ik zat aan een picknicktafel me te oriënteren op de kaart toen er man op me af kwam lopen, netjes gekleed en overduidelijk van de herenliefde. Na de bekende vragen over mijn reisdetails waarschuwde hij me om niet via Lapland naar Zweden te fietsen. Er is daar niks te zien, het is hartstikke vlak en het stikt er van de muggen. De weg naar Kaaresuando is kaarsrecht en ze noemen die de Bloedweg! Weet je waarom? Vanwege de muggen wilde ik zeggen, maar hij ging alweer door. De Duitsers hebben ze door ze door dwangarbeiders laten aanleggen en de weg is zo breed, dat ie ook als landingsbaan kan dienen. Ga daar niet heen! Ik ben aardrijkskundeleraar dus ik kan het weten. Trouwens, je moet langs Røros gaan, dat is een oud mijnwerkersstadje, ik heb daar een tweede huisje.
Ieder mens hoort wat ie wil horen en wat ik hoorde, dat klonk me als muziek in de oren klonk, nl. het is daar vlak. Maar ik zal van de week Anton eens consulteren, die moet toch deskundig zijn op het terrein van Zweeds Lapland. En voor het overige hou ik de kaarten tegen de borst totdat ik in Hammerfest ben, pas dan weet ik of ik zin heb in nog twee maanden fietsen of dat ik de route wat inkort.

Bij het ontbijt een sms van Anton, we zien elkaar maandagmiddag in Hamar. Ik kijk er enorm naar uit, ik ben benieuwd hoe lang hij er over gaat doen met de auto. Als ik vertrek is het nota bene droog, tegen alle voorspellingen in, er vallen een keer een paar druppeltjes, maar dat mag geen regen heten. Overal om me heen ijlen onheilszwangere wolken langs het zwerk (ik speel wordfeud met mijn nicht Isabel, dan krijg je opeens allemaal van dat soort woorden in je hoofd) maar die raken mij niet.


Onheilszwanger zwerk

Bij het benzinestation van Raholt denk ik, zal ik dan hier maar koffie nemen, het is al bijna luchtijd. Ach nee, dat is ook zo’n noodscenario. En verdomd, een half uurtje later ben ik in Eidsvoll Verk en zit ik in het museumcafé aan de taart en de cappuccino. Tijdens de koffie begint het te druppen. En als ik klaar ben, giet het maar volgend de onvolprezen YR app is het over drie kwartier weer droog, dus waarom niet even het museum bezocht? Dat bestaat uit een groot 18e eeuws woonhuis, dat eigendom was van een staalfabrikant. Nadat Napoleon verslagen was, werd met het verdrag van Kiel Noorwegen van Denemarken afgenomen en aan Zweden toegekend. De Denen hadden nl. de kant van Napoleon gekozen. Daartoe aangezet door de Deense kroonprins, stuurden alle Noorse provincies afgevaardigden naar Eidsvoll en werd de Noorse grondwet opgesteld. Men vergaderde in dat grote huis. Dat leidde uiteindelijk tot een soort semi-zelfstandigheid onder de Zweedse kroon.

Let op de ‘verborgen’ deuren in de bibliotheek


De eenvoudige vergaderzaal in Eidsvoll, de afgevaardigden zaten op deze bankjes


De schilderijen hier zijn nogal middelmatig, maar deze is wel leuk, want die jongen speelt badminton

En na deze rondleiding schijnt de zon weer, spring ik op mijn fiets, klim een half uurtje en daal vervolgens af naar Minnesund en Langset meld me op de zelfbedieningscamping. Dan betaal je 32 euro om te mogen staan en voor een douche van 4 minuten moet je nog een keer 1,60 aftikken. Een Airbnb kost je het dubbele en dan heb je alle comfort. Maar ja, die zijn dus niet overal beschikbaar.


Self-service

Gefietste afstand: 53 km
Gefietste tijd: 5 uur
Afstand tot de Noordkaap in een rechte streep: 1.357 km

17-6 Hamar

Gisterenavond werd het een pitabroodje met kebab, ui, tomaat en groene pepers, bedekt met een dikke laag witte en bruine smurrie. Calorierijk was het zeker, want ik heb afgelopen nacht geen honger gehad.
Op de camping heb ik nog wat gelezen in Terry Pratchett en met Mayke gebeld, die weer thuis is. ‘s Nachts begint het af en aan zachtjes te regenen en tegen de ochtend regent het stevig door. Zo om een uur of half tien begint de regen af te nemen, ik heb dan alles al droog ingepakt met uitzondering van de tent zelf. Ik vouw de natte lappen zo goed en kwaad als het gaat op, stop ze in de grote gele tas en off we go.

Het begint met een lange route over een oude spoorbaan langs het Mjøsa Meer en dat gaat goed totdat ik op wegwerkzaamheden stuit. Deze onverwachte tegenvaller bestaat uit een steile klim van 1,5 km, maar wordt beloond met een wegrestaurant op de top. Koffie! Helaas zijn alle koeken en cakes uitverkocht, maar als troost krijg ik de tweede bak gratis.


Mjøsa meer

In Tangen sla de lunch in voor een picknick en als ik na een pittige klim over een gravelweg een picknicktafel zie, denk ik, hoera het hoogste punt, tijd voor de lunch. Maar wat een deceptie, het hoogste punt van vandaag ligt niet op 190 maar op 290 meter. En om daar te komen, moet je nog een lange golvende gravelweg volgen, bedekt met een verse natte laag van nog niet ingereden zand en leem. Telkens korte steile hellinkjes, gevolgd door nog kortere afdalinkjes en dan weer omhoog ploegen door die zachte bovenlaag. Regelmatig duw ik de fiets omhoog omdat ik het gewoon niet trek. Maar aan alle ellende komt een eind en op een gegeven moment mag ik toch weer naar beneden glibberen.


De verse modderlaag

In de buurt van Stange staat een 13e eeuwse kerk, helaas wel gerenoveerd in de 16e eeuw, maar met een bijzonder beschilderd gewelf. Het is een pelgrimskerk op de St. Olavsroute en binnen word ik vriendelijk begroet door een Noor die me wat te eten aanbiedt.


Het 16e eeuwse portaal


Met daarachter het middeleeuws portaal


Partners in crime


Gewelfschildering

Dan is het nog drie kwartier naar mijn Airbnb, een tiny house in Hamar. En tiny it is, maar er zit een flinke zonnige tuin bij. Ik sta nog te prutsen met de sleutelkluis als Anton aankomt. Die is achteneenhalf uur onderweg geweest om hier te komen!


Het Vikingschip van Hamar

Gefietste afstand: 54 km
Gefietste tijd: 4,5 uur
Afstand tot de Noordkaap als je er met een katapult op mikt: 1.319 km

18-6 Lillehammer

Anton en ik deden gisteren boodschappen, maakten iets met bleke waterige kipfilet, bloemkool en aardappels en aten dat in de tuin op. Het tiny house hoort hij een groter huis en samen blijkt het eigendom te zijn van een collectief. Het grote huis wordt verhuurd voor bijeenkomsten en als praktijkruimte. Waar ik naar toe wil, is dat het deze avond werkavond van het collectief was en dat het gras gemaaid moest worden met zo’n ouderwetse tweetakt motormaaier die je voor je uit moet duwen. Na tien minuten van vruchteloze startpogingen, volgens ons omdat die jongen niet zijn hele lijf in de ruk aan het startkoord wierp, kwam het ding tot ons verdriet toch tot leven. We aten ons toetje toen maar binnen op, want een gesprek was buiten niet meer mogelijk.


Twee vermoeide maar tevreden reizigers

Om iets over achten stap ik op en rij in de zon naar Brumunddal achteropgekomen door een loodgrijze lucht. Uit ervaring weet ik dat je die niet voorblijft, en zeker niet als je telkens moet klimmen en dalen op gravelwegen, maar het lukt me om droog een sjieke koffietent in het centrum te bereiken. Daar bereid ik me mentaal voor op de komende regenuurtjes, met koffie en gebak. Het begint inderdaad enorm te hozen, dus ik blijf nog even zitten, want dat keiharde hozen is naar mijn theorie, alleen aan het begin van de bui, waarna het hozen vanzelf overgaat in plenzen en daarna gieten. En verdomd, na een minuut of tien kun je al weer lichtgrijze plekken zien in de grijszwarte lucht. Volgens de weerapp duurt de regen ongeveer anderhalf uur, maar na drie kwartier is het al weer droog. Anton is inmiddels weer thuis aangekomen met een korte break in Arvika, hij sliep, als echte reiziger, op een matras achterin zijn auto.

IK heb nog een boeiende ervaring met mijn regensloffen vandaag, dat zijn van die hoesjes die je over je schoenen trekt. Daar zit een elastieken bandaan, die over je over je wreef moet trekken. Als je dat vergeet en die band onder je schoenzool laat, komt onherroepelijk het moment dat de band zich om de as van je trapper wikkelt. Dat is in eerste instantie nog niet zo erg, totdat je van je fiets wil afstappen en je je naar links laat vallen en merkt dat je je je been niet uit kunt steken.

Het blijven pittige steile klimmetjes tot Moelv. Vlak voor Moelv staat een beroemde kerk, de Ringsåker kerk, maar daar kun je niet in vanwege een verbouwing van het orgel die de hele zomer duurt. Dan fotografeer ik naar een opvallend detail aan de buitenzijde, een heel smal met ijzer beslagen deurtje.

Na Moelv moet ik nog een paar keer 100 meter stijgen en dalen, maar de hellingpercentages zijn veel gunstiger en ik fiets nu op asfalt. Ik krijg zowaar een beetje plezier in dat golvende landschap.


De eerste woeste beek


In de verte ligt Lillehammer

De camping van Lillehammer is enorm groot en net zo duur als die van Langset. Ik heb een heel mooi plekje aan het meer, met als enige nadeel dat je het verkeer op de E6 die aan de overkant ligt, goed kunt horen.


A tent with a view


Nog steeds het Mjøsa meer

Gefietste afstand: 66,7 km
Gefietste tijd: 5,5 uur
Afstand tot de Noordkaap zoals een vogel vliegt: 1.303 km

19-6 Skei

Gisteren aan het eind van de middag at ik een Turkse groentelasagna onder een reuzegroot scherm waarop Turkije voetbalde tegen Georgië. De eigenaar vergat zijn klanten totaal en ging fysiek en mentaal helemaal op in de wedstrijd.

Als mijn tanden ga poetsen loop ik langs twee Duitse caravans van het merk Tabbert. Hé dacht ik, dat merk zie je nooit, behalve bij Roma? Ik kan me hele colonnes herinneren die door Frankrijk reden uit de tijd dat ik daar rond liftte, zo eind jaren 70. Later arriveren er een paar Mercedessen bij en inderdaad, dat moeten Roma zijn. Grappig dat die dan op zo’n toeristencamping staan. Het was fris maar droog vannacht. Ik experimenteerde een beetje met oplossingen tegen de optrekkende kou en wat helpt is een laagje textiel op het matrasje leggen. De lucht in het matrasje neemt toch de buitentemperatuur aan en die is ‘s nachts een graad of tien. En echt donker wordt het dus niet meer hier, ik maakte midden in de nacht een mooie foto van het meer.


Het meer midden in de nacht en om kwart voor zeven

Als ik wakker wordt om half zeven schijnt de zon al volop en koud is het niet. In Lillehammer koop ik nog vers brood, een donker Noors roggebrood, en als ik dan tegen negenen de stad uitfiets komt me een vakantiefietser tegemoet. Dat moet wel een Nederlander zijn, denk ik en als ik mijn hand opsteek, hoor ik toch luid en duidelijk Mogge Frans! Lichtelijk verbijsterd kijk ik om, maar de man fietst gewoon door. Ik heb hem niet herkend, dat is ook niet zo gek met een fietshelm op, maar ik zal het wel verkeerd verstaan hebben. Anders stop je toch even?

Voorlopig volg ik de rivier de Gausa naar Skei. Het hellingspercentage neemt gestaag toe en de laatste 15 kilometer golft de weg omhoog met regelmatig klimmetjes van 10%. Daarbovenop heeft de wind besloten om me niet langer in de rug te duwen, maar in het gezicht te waaien. Het is bovendien warm en voor het eerst sinds mijn herstart op 3 juni fiets ik in korte broek. Om 12 uur heb ik nog 12 km te gaan en ik buffel al een half uur tegen die hellingen op. Ik zit dan op 462 meter hoogte en ik moet nog naar 780. Ik heb me vanmorgen voorgenomen om rustig aan te doen, tenslotte heb ik de hele dag. Dus ik stop om de paar kilometer om op adem te komen en als het te steil wordt, stap ik af en loop een paar honderd meter.


De Gausa


Erg Nederlandse plantjes onderweg


Achter die heuvels in de verte ligt Skei

Om iets over twee ben ik in Skei. Dat hele Skei is niet zo bijzonder, het is een skiresort en je ziet er vooral chalets. Maar goed, waar ga ik slapen? De camping ziet er vreselijk uit, daar staan caravans hutje mutje. Bovendien, ik ben gewoon misselijk van de inspanning en heb geen zin in kamperen, ik wil luxe en mijn lijf in de watten leggen. Er zit een huttenverhuur, maar een nachtje hut kost hier 130 euro. Als ik zeg dat ik dat te duur vind, zakken ze naar 110, maar het hotel heeft kamers voor 90, dus het wordt een kamer met ligbad! Daar zal ik vanavond de gemartelde spieren en pezen eens te weken leggen. Als ik in de lift in de spiegel naar mijn spillebenen kijk, dan denk ik, het is toch een wonder van de schepping dat ik met die kraanvogelpoten zo’n fiets met bepakking omhoog weet te krijgen!

Afstand: 44 km
Tijd 5:24
Afstand tot de Noordkaap zoals een kraanvogel vliegt: 1287 km

20-6 Frya

Gisterenavond was er weinig keuze qua eten, koken op de hotelkamer, naar een restaurant drie kilometer verderop of het zomerbuffet in het hotel. Dat laatste was uitstekend verzorgd met verschillende soorten vlees en vis, heel veel verse groenten, salades en desserts. Ik at me tonnetjerond en verdween toen naar boven om in mijn bad te gaan liggen en mijn stijve spieren te ontspannen.

Het is een uur of zes als ik wakker wordt van de Oosteuropese groepsreis, die de koffers alvast naar beneden brengt. En het ontbijt is pas om zeven! Ik doe rustig aan, neem de tijd voor het ontbijt, want wil voor vertrek nog langs de plaatselijke supermarkt om calorieën voor onderweg die pas om negen uur opent. Na 1,5 uur klimmen, afwisselend lopen en fietsen, telkens stilstaand met bonkend hart en buiten adem om het landschap te bewonderen, bereik ik het hoogste deel van de route. Er staat een harde koude vlagerige wind tegen, die het klimmen niet vereenvoudigt. Ik kijk telkens op de gps op mijn stuur en dan zie ik dat ik weer tien meter gestegen ben en er nog maar 130 moet en dan nog maar 120 en zo moedig ik mezelf aan. Dan om half elf bereik ik de top (1012). De vreugde is van korte duur, want na deze top komt een nog iets hogere top (1032) en daarna een top die nog iets hoger is (1042).



Hoe hoger, hoe leger, tussen Skei en Skeikampen


Peer Gyntvegen

Maar dan ga ik echt dalen, tegen een ijskoude wind in dat wel, maar ik hoef maar zachtjes mee te trappen. Ik begin langzaam te verkleumen zo zonder handschoenen en op sandalen. Maar dan, bij Fagerhøy wijzigt de koers van NW naar NO en ik krijg de wind in de rug. Ik moet weer een stukje klimmen, maar dat doet de wind nu voor me en ik schiet omhoog. Daarna volgt een heerlijke 15 km lange afdaling met wind in de rug over een gravelweg. Ik knijp constant in de remmen en af en toe stop ik op een plekje uit de wind, om wat te eten. Over koffie hoor je me niet meer, dat heb ik opgegeven. Gisteren dronk ik een kop koffie in het hotel, vandaag is er gewoon nergens koffie op de route.

Aan het eind van de afdaling in Lia is het nog tien kilometer naar Ringebu en vlak voor de brug naar Ringebu staat een bord, wegafsluiting rij om via Fåvang. Natuurlijk fiets ik gewoon door, maar ik stuit op een onneembare barrage van stalen hekken en betonblokkken voor de brug die opgeknapt wordt. Eén blik op de kaart leert dat omrijden over Fåvang zelfmoord is, dan kan ik beter hier in de rivier springen en naar de overkant zwemmen met mijn fiets. Dus ik mopperend 10 kilometer terug naar Lia en daar over de brug en dan parallel aan de snelweg naar Ringebu. En zo eindig ik niet op de camping van Ringebu, maar in een hutje op de camping in Frya op 50 meter van de E6 en pal aan de route die ik morgen ga fietsen. Hé wat grappig zegt de mevrouw van de camping, gisteren had ik ook al twee Nederlanders die niet naar Ringebu konden.


Om deze foto te maken, moest ik al over een hek klimmen


Gefietste afstand: 58,6 km
Gefietste tijd: 5,5 uur
Afstand tot de Noordkaap langs de meridiaan: 1.267 km

21-6 Atnbrua

Gisterenmiddag had ik voor het eerst het idee, ja nu kom ik in de omgeving waar ik naar op zoek ben. Stille wegen, hoogvlaktes met mooi hard licht, knalblauwe meertjes en bos. ‘s Avonds had ik geen zin om 8 km naar de winkel te fietsen, dus ik at een zak survival food, pasta met paddestoelen. Die zak was al heel wat vakanties meegegaan en liep tegen zijn uiterste houdbaarheidsdatum aan, dus dit was een goed moment. Toe nam ik een bakje Griekse yoghurt, dat is de enige naturelyoghurt die je hier in kleine hoeveelheden kunt krijgen.

Als ik wakker word, is het rond zessen. Ik ontbijt op mijn gemakje, lees nog wat en stel het vertrek nog een beetje uit. Vandaag moet ik 800 meter achter elkaar klimmen over een lengte van 14 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 10%. Het is een lange saaie kronkelweg met bomen aan weerszijden. Ik doe een uur over de eerste 300 meter omhoog, afwisselend lopend en fietsend. Om de paar minuten stop ik om de ademhaling weer te kalmeren. Als ik zwarte vlekken voor mijn ogen krijg, is er blijkbaar een gevecht gaande russen hoofd en benen om de beschikbare zuurstof, in elk geval is dat een signaal om wat langer te rusten. Maar rusten doe ik zo min mogelijk, want hoe meer ik zweet des te meer vliegen ik aantrek, die cirkeltjes om mijn hoofd draaien. Eigenlijk gaat alles zoals ik me had voorgesteld, op de vliegen na. Zouden die vliegen misschien ruiken dat ik hier het loodje ga leggen en zoeken ze alvast het beste plekje uit om straks aan het lijk te beginnen?


Nog een laatste blik omlaag

Ik word voortdurend ingehaald door busjes, campers en auto’s met bakkies er achter. Die zouden best even kunnen stoppen om een lift aan te bieden aan een creperende bejaarde, maar iedereen raast voorbij. Of zou dat vanwege die vliegenzwerm om mijn hoofd zijn? Ik ga nog even in het gras liggen voor wat later het laatste helllinkje blijkt te zijn en even later passeer ik al fietsend en niet lopend(!) het bord Venabufjellet. Drie tegemoetkomende Noren op de racefiets steken hun duimen omhoog en roepen Yeah! It has been a long climb, roep ik. Yes but now you are on the top, lachen ze. En zo is het. Even later openbaart zich een fantastisch uitzicht over de kale hoogvlakte met in de verte besneeuwde bergtoppen. Ik zet ze op de foto maar of er wat te zien valt?

Uiteindelijk heb ik bijna drie en een half uur gedaan over 12 km, maar nu heb ik ook wat verdiend, een enorm stuk chocoladetaart en een cappuccino. Vraag niet wat het kost, ongeveer een tientje dus. Waarschijnlijk zit er hoogtetoeslag op deze prijzen. Even kom ik in de verleiding om ook maar meteen een hamburger van 20 euro te bestellen, maar als ik naar buiten kijk, denk ik nee, het is prachtig weer, de zon schijnt en ik ga picknicken.


Het kan dus wél, koffie en taart op de top van de berg

Als ik een leuk picknickplekje gevonden heb, iets van de weg af op een zonverwarmd rotsblok, word mijn aandacht na een paar minuten getrokken door een groepje schapen dat vanuit de verte in een rechte lijn op me afkomt. Ze steken vlak voor een auto de weg over, die vol in de remmen moet en even later word ik omringd door schapen die op agressieve wijze proberen het brood uit mijn handen te stelen. Als ik ze wegjaag, zetten ze koers naar mijn fiets en steken hun koppen in de open fietstas met eten. Er zit niks anders op dan de schapen opzij te duwen en er vandoor te gaan om ergens anders verder te eten. Het klimmen gaat nu heel geleidelijk en uiteindelijk zit ik op de 1070 meter. Daarna is het een lange afdaling naar de camping van Atnbrua, waar ik aan een bruisend riviertje een plekje krijg.




Afstand: 44,5 km
Tijd: 5,5 uur
In een rechte lijn naar de Noordkaap: 1.232 km

22-6 Dalholen

En dan heb ik gisteren voor het eerst zelf gekookt. Een tweepersoonspak tortelloni gevuld met ham en kaas, gebakken uitje met champignons en een vleestomaat.

Het stikte gisterenavond van de muggen en de knutjes, ik dacht altijd dat je die niet zag bij stromend water, maar ze doen het hier uitstekend. Dat belooft nog wat voor het hoge Noorden! Omdat het gisteren de langste dag was, had ik hooggespannen verwachtingen van de avond. Maar iedereen ging gewoon door met TV kijken, afwassen, klaverjassen en vissen. Tegen middernacht lag iedereen in bed op twee zwijgende oude vrouwen bij hun hutje na. So much for a midsummernights dream!

Vanmorgen staat de zon om zes uur al volop te branden op de tent, dus ik hijs me overeind en ruim de boel op. Ik ga rustig van start, mijn spieren zijn nog helemaal verzuurd van gisteren lijkt het, langaam rondtrappen maar. Maar niet te langzaam, want dan val ik ten prooi aan grote zwarte vliegen met rode oogjes. Die landen op mijn kleding, zodat ik ze niet voel en jensen daarna een angel dwars door de stof in je huid.
Ik vind dat mijn fiets niet lekker trapt, teveel vibratie in de riem. Als ik de boel onderzoek, zie ik dat het achterwiel niet helemaal goed uitgelijnd is. Ik besluit dan niet zo heel ver te fietsen vandaag en de laatste camping voor de volgende lange klim te nemen.


Rondane gebergte

Als ik bij een picknickplaats even stop, komt er een Fransman tevoorschijn die ik gisteren ook al ontmoette bij het restaurant op de top. Hij had gisteren de camping gemist en heeft overnacht onder het afdak van de toiletten hier, te moe om zijn tent nog op te zetten. Om een uur of twaalf ben ik in Foldal en daar is een supermarkt met, zoals bij de meeste dorpssupermarkten, een paar picknicktafels. En wie komt er net naar buiten met een verse lunch? Jawel, diezelfde Fransman. We lunchen samen en hij heet dus Mathieu. We houden allebei een reisverslag bij, maar het leuke is dat hij dat heel ouderwets in een boekje doet. We wensen elkaar opnieuw een goede reis en ik vertrek richting Dalholen. Mathieu gaat nog 70 km verder (ter geruststelling, waarvan 40 km afdaling).

In Dalholen neem ik een hut en kan ik lekker aan de fiets prutsen en koken. Naast me bivakkeert een Kroatisch echtpaar met zoon en Amerikaanse schoondochter, die laatste twee hebben vorig jaar de VS van oost naar west doorkruist op de fiets met een hond in een karretje erachter. Ik krijg het achterwiel er een stuk netter in, ben benieuwd of het zo blijft, het lijkt alsof de uitvalas niet helemaal goed in de achtervork zit. Als ik een testritje ga maken, wie staat er dan langs de weg op zijn telefoon te kijken? Juist, Mathieu!

Afstand: 53,5 km
Gefietste rijd: 4,5 uur
Afstand tot de Noordkaap als je er een tunnel naar graaft: 1.210 km

23-6 Driva

Het werd gisterenavond bijna dezelfde maaltijd als de dag er voor, het aanbod in de dorpssupermarkt was niet denderend. Wel hadden ze naturel yoghurt, daar kon ik met frambozen een lekker toetje van maken. Het bier heb ik maar laten staan, het is hartstikke duur en ik mis het niet. Straks in Trondheim is het misschien het moment voor een biertje om het einde van de etappe te vieren. Vannacht heb ik heerlijk geslapen in deze hut. Gisterenmiddag was ik moe en hangerig, ik denk ook vanwege alle temperatuurswisselingen. Het ene moment zweet je als een otter in de brandende zon terwijl je tegen de helling op zwoegt, even later schuift er een wolk voor de zon en daal je af in ijskoude wind. Ik lees het laatste deeltje Terry Pratchett op mijn e-reader uit. Een heel originele, maar zeldzaam vermoeiende stijl van fantasy. Ik wil beginnen aan A tramp abroad van Mark Twain, maar Mark Twain wil niet. Ik heb de epub gedownload van het Gutenberg project, maar het bestand is zo groot dat mijn ereader er op vastloopt. Zijn de meeste boeken onder de 1 mb, deze is iets van 20. Dat is jammer, ik had me er op verheugd. Dan maar good old Murakami, 1q84, dat is zo’n goed geschreven verhaal, zowel stilistisch als qua plot, waar zoveel in zit, dat lees ik graag nog een keer.

Ik vertrek vroeg vandaag, dan heb ik de weg nog voor mezelf. Het is eerst nog 20 kilometer lang geleidelijk stijgen naar Hjerkin. De lucht is grijs en het is nog koud.

Als ik bijna aan het einde van de klim ben, zie ik een bordje langs de kant van de weg, kerk open. Je moet dan even langs een steil gravelpaadje omhoog, maar dan heb je ook wat. Een klein kerkje of misschien beter gezegd een kapelletje uit 1969 op een plek waar al sinds de 7e eeuw af en aan kerkjes hebben gestaan. Je wordt er ontvangen door twee vrijwilligers, twee hele aardige dames, de koffie en koekjes staan klaar. De ene is een aantal jaar geleden van Kopenhagen via Zweden naar de Noordkaap gefietst via de route die ik voor de terugweg heb uitgezocht. Op mijn vraag naar haar ervaringen met de muggen in Lapland, vertelt ze dat daar eind augustus was, als de eerste nachtvorst geweest is, dan zijn de muggen al weer weg. Ik ben een beetje te vroeg om daarvan te kunnen profiteren. Ik maak een mentale notitie.



Hoogste punt van vandaag

Maar nu moet ik nog 40 kilometer langs de E6, een drukke tweebaans weg. Die is niet alleen populair bij de Noren zelf, maar ook bij de Ferrari-, Porsche- en MG-clubs zo te zien, evenals bij motorclubs en natuurlijk de eeuwige campers. Het gevaar zit in die laatste categorie. De Noren zijn zeer voorzichtige rijders, die halen me echt niet in als het niet kan. Maar die buitenlanders, lees Nederlanders en Duitsers, die hoor je denken, terwijl de buitenspiegel langs je schouder schampt, “kan die man niet ergens anders fietsen?”. Toch is dit een gewone provinciale weg, waar iedereen gebruik van maakt. Naarmate we meer dalen, vernauwt de kloof zich tot een trechter waar de weg, de spoorbaan en de rivier doorheen moeten.




Dan weet je nu ook hoe lang een Noorse mijl was

In Kongsvoll staat een houten herberg langs de weg, ik ben hartstikke koud van het afdalen zonder te trappen en daas van alle verkeer. Doet u mij maar een cappuccino van 5 euro met een stukje cake met creme van 6,5. Ik aarzel lang over een tweede koffie, want deze prijs/kwaliteit verhouding is stuitend. En toch doe ik het, gewoon omdat het hierbinnen zo lekker warm is.

De E6 is niet breed

Na Kongsvoll is het nog anderhalf uur dalen en soms weer stijgen naar Driva. Daar verbreedt het dal zich en er is een camping met hutten. Ik ga nog een nachtje op chique en huur een kabouterhutje. Tenminste, zo lijkt het, maar de eigenaar weet te vertellen dat de hut gebouwd is in de stijl van een voorraadschuur.

Afgelegde afstand: 59 km
Gefietste tijd: 4,5 uur
Afstand langs een lineaal naar de Noordkaap: 1.180 km (maar dan ben ik nu virtueel op de helft!)

24-6 Frillsjøen

Gisterenavond at ik weer een zak leeg, het was zondag en boodschappen kon je 11 km verderop doen. Ik ben trouwens overgestapt op een duurder merk zak, de Firepot, en dat proef je wel. Je krijgt meer en het is akelig voedzaam!

Nog 27 dagen en dan landt Mayke in Trømso, ik zit vooralsnog goed op schema. Het is raar om elkaar zo lang niet te zien, gelukkig bellen we regelmatig en appen we elkaar elke dag. Gesprekken uit verschillende werelden voeren we. Als Mayke zegt, morgen heb ik de hele dag vergaderingen, ik zie er tegen op dan zeg ik o heerlijk vergaderen met allemaal mensen en kopjes koffie aan een tafel. Zeg ik, morgen weer een zware klim, wanneer is dat nu eens afgelopen, dan zegt Mayke o heerlijk klimmen en zo verlangt ieder naar datgene wat de ander liever vermijdt.

Gisteren aan het eind van de rit stond mijn achterwiel weer een tikje scheef, ik heb nog eens goed gekeken naar de filmpjes op de website van de Vakantiefietser en ik hoop dat het nu wel OK is. Zo niet, dan zal ik ze morgen wel even bellen om advies. De ophanging van het achterwiel is niet zo simpel als bij een gewone fiets. Voorzover ik het nu begrijp, hangt het wiel in twee schijven en die schuiven in de vork. Als je het wiel stelt, stel je dat binnen de de schijven, dus de uitvalas laat je gewoon vast zitten.

Op de camping sprak ik gisteren een Duitse jongen, begin twintig, gebouwd als een tank, vertrokken uit München en die doet minimaal 120 kilometer per dag hier. Hij rijdt van hier in één keer naar Trondheim, dat is nog 140 kilometer en ik doe er twee dagen over. Hij had wel een slimme vraag vanmorgen, als je toch zo rustig fietst, waarom sta je dan zo vroeg op? Ik zei, tja ik ben tussen half zes en zes gewoon klaarwakker. Oh zegt ie, als ik mijn wekker niet zet, slaap ik tot tenminste half tien. Dan kan ik wel een heel verhaal gaan houden over leeftijd en ouderdomskwalen, maar ik kan hem beter feliciteren met zijn ongestoorde nachtrust. In de ochtend zit hij in de keuken havermout met water te eten met een beker oploskoffie. Ik wens hem een goede reis en vertrek. In Oppdal pin ik voor het eerst geld. Aanleiding is dat ik van de week geen cash had om een donatie te doen aan het kerkje en dat sommige onderkomens waar ik langs kom, alleen cash accepteren.

In Oppdal zit trouwens een hele hippe bakker met ontzettend goed bruin brood en goede koffie. Als ik daarna boodschapen ga doen bij de KiWi, kom ik die Duitser weer tegen. Om hem te plagen wijs ik hem op de bakker met die lekkere koffie. Maar nee, hij heeft zijn koffie al gehad! Tot het eind van de ochtend is het weer klimmen, maar eerst bezoek ik nog een prehistorisch grafveld, een van de grootste van Noorwegen. Totdat de kerk het verbood, was het goed gebruik om op de grafheuvel van je voorouders te gaan zitten mediteren als je goede raad nodig had. En de echte professionals konden de doden zelfs uit die grafheuvels laten opstaan om ze te raadplegen. Helaas is die vaardigheid verloren gegaan als gevolg van de kerstening en nu liggen de heuvels er als een toeristische bezienswaardigheid bij.


Grafveld

Gelukkig is het klimtraject van 7 kilometer iets minder steil dan de voorgaande, dus ik kan alles fietsend af. Daarna volgt een prachtige lange afdaling over een lengte van 20 kilometer, dus dat schiet tenminste een keertje op! Lunchen doe ik bij de supermarkt van Nerskogen waar ze ook een cafe hebben. Ik neem gebakken eieren met spek, wat een feest! Daarna is het nog veel meer dalen, over een gravelweg tot ik van 980 op 190 meter ben aangeland. Daarna is het vlak fietsen tot aan Meldal en dan komt er nog een klim van twee kilometer. Die zag ik aankomen, maar toen moest ik (verrassing) nog drie kilometer extra klimmen over een gravelweg naar de camping van Frillsjøen. Hier heerst volmaakte rust en ik heb zicht op een bergmeer. Morgen nog 60 kilometer naar Trondheim.



In de serie van de kortste plaatsnamen ter wereld


Het meertje

Gefietste afstand: 83,1 km
Gefietste tijd: 7 uur
Afstand tot de Noordkaap volgens de GPS: 1.122 km

25-6 Trondheim

Gisterenavond werd het weer eens pasta met ham en kaas, aangevuld met verse groenten. Ik wil wel wat anders, maar ik wil niet meteen een kilopak pasta of rijst moeten kopen en in die kleine supermarktjes hier is het aanbod maar beperkt.

Als ik opsta, is het doodstil aan het meer, zelfs het water beweegt nauwelijks. Het is zulk helder weer dat je voelt dat het alweer een warme dag gaat worden. Ik moet eerst weer terug naar de weg en daarna richting Løkken Verk. Daar is weer iets met een wegafsluiting, dat zag ik gisteren al, maar volgens de mevrouw van de SPAR kon je er op de fiets wel langs. Als ik daar aankom, blijkt de halve weg weggegleden langs de helling en ze zijn bezig met herstelwerkzaamheden. Er staat een hek en een pijl met de omleiding, die is een kleine 40 km schat ik zo. Dus ik fiets om het hek heen en rij heel rustig naar de werklui, als die me zien, gebaren ze van ga er maar langs. Zo, opgelost!


Oude spoorlijn iets voorbij Lokken Verk, achter mij verdwijnt ie de berg in

Naarmate ik dichter bij de kust kom, wordt de lucht vochtiger en tegen de middag ben ik bij een fjord, niet zo’n spectaculaire maar een hele gewone met mooie glooiende hellingen er omheen. Het lieflijk gekwinkeleer van de bosvogeltjes is inmiddels overgegaan in het akelig gekrijs van meeuwen, waar nog maar af een toe een bedeesd piepje van een mus doorheen klinkt. Het wordt een hele mooie fietstocht langs het water, telkens een meter of 30 omhoog en dan weer afdalen. De route is ook populair bij de Vikingsun tour een Duitse variant van de Carbage run. Het laatste stuk naar Trondheim valt nog niet mee, het is weer een lang stuk klimmen in de zon en daarna ben je opeens in het lawaai en de drukte van de grote stad.


Orkanger


Lunchen aan de fjord

In de strijd tegen het plastic vind je een tweedelig bamboelepeltje bij je yoghurt

Ik heb een hotel in het (toeristische) centrum en mag de fiets in de luggageroom zetten. Na het wassen van mijn truien is de zeep op, dus ik ga op zoek naar een drogist of ecologische supermarkt. Laten ze dat concept nou helemaal niet kennen? Nou ja, dan eerst maar eens wat eten.


Ook de moeite waard: de putdeksels in Trondheim

Afstand: 78,6 km
Tijd: 6 uur
In een rechte lijn naar de Noordkaap is het nog 1.072 km

26-6 Trondheim – 2

Het stikt hier van de restaurants en eethuisjes en het beste om te doen gisterenavond, leek me een beetje het centrum uit te lopen. Dan krijg je ongetwijfeld meer eten voor je geld dan op de overvolle terrassen in het centrum. En zo vind ik een Asian streetfood eethuisje met prima springrolls en pad thai. Ze gebruiken er wel andere mie voor dan in Thailand en er worden geen verse pepers gebruikt, je krijgt er een schaaltje chilivlokken naast. Daar mag je zelf je eten mee oppeppen.

Daarna ontdekte ik een enorme shopping mall en daar vond ik, bij een soort van apotheek, de zeep die ik zocht voor mijn tere huidje. In de supermarkt kocht ik nog een flacon babyzeep om kleding mee te wassen en een blikje bier om mee naar het voetbal te kijken op mijn hotelkamer. Dat met dat voetbal had ik gauw bekeken, de wedstrijd Nederland – Oostenrijk was niet te zien op de aangeboden zenders. En het bier smaakte ook al niet zo best, het zal wel afgestemd zijn op de Noorse smaak.

Deze ochtend begin ik met een lekker gevarieerd hotelontbijt en daarna zoek ik uit hoe laat en waar ik morgen de ferry moet nemen naar Vanvikan, daar start de route naar Tromsø, de derde etappe van mijn tocht. Vervolgens mest ik de fietstassen uit en was ik mijn lakenzak en alle vuile kleding in dat hele kleine fonteintje en hang het vervolgens uit in de douche.

Mijn eerste bestemming is een opgraving van het oudste middeleeuwse kerkje in Trondheim. In tegenstelling tot wat je meestal ziet, werd deze kerk (maatje veestal) na elke herbouw kleiner in plaats van groter! Je kunt het zien in het souterrain van een nieuwbouwcomplex met een café (en dat betekent hier koffiehuis) en de openbare bibliotheek. Toen door naar het museum voor moderne kunst, de kathedraal geloof ik wel, hij ziet er van buiten niet erg boeiend uit en hij is al in beslag genomen door een cruiseschip vol Engelsen met badges om hun nek. Om daar dan weer 13 euro toegang voor te betalen stuit me tegen de borst. Ik vind sowieso dat kerken en tempels vrij toegankelijk moeten zijn voor iedereen.

Het museum is wel aardig, maar niet bijzonder. Ze blijken ook nog een dependence et toegepaste kunst te hebben op 20 minuten lopen en zo kom ik opeens in een heel ander deel van de stad.

Onderweg doe ik mijn best de sfeer van Trondheim op de foto te zetten, maar dat valt niet mee. Overal staan auto’s en lopen toeristen. Dan is dat toch de sfeer van Trondheim zul je zeggen en dan heb je wel gelijk, maar het levert niet zulke mooie foto’s op! Maar dan kom ik langs een Sociologische Polikliniek. Wat kan dat anders zijn dan een therapiecentrum voor de samenleving? Wat een geweldig idee!

In de dependence is een mooie kleine expositie van de Arts en crafts beweging vanaf William Morris tot nu. En op de eerste etage etaleren ze deprimerende houtskoolschetsen van Håkon Bleken, die een van Noorwegens beroemdste nog levende kunstenaars moet zijn.

Gefietste afstand: 0 km
Gefietste tijd: 0 uur
Afstand tot de Noordkaap langs een touwtje: nog net zo ver als gisteren

27-6 Mosvik

Gisterenavond at ik een van de beste pizza’s in mijn leven. Ik had de keuze uit twee Italianen, ik koos de drukste, de artisinale pizzeria in plaats van de osteria. Een pizza met wangspek, truffel, paddestoelen en kaas, de korst precies zoals ie zijn moet. Een tikje zwaar op de maag of zou dat aan het dessert, samengesteld uit een citroentaartje met een bolletje vanilleijs, gelegen hebben?

Om half zeven zit ik aan het ontbijt en tegen achten ben ik bij de terminal. Op naar Vanvikan! Het is nu al belachelijk warm. Het water is vrijwel blak en de ferry glijdt over het water. Het is een beetje heiig, dus boeiende fotos van van de kust van het schiereiland, dat ik vandaag af ga fietsen, zitten er niet in. De ferry is als een bus. Je gaat binnen zitten en je gaat niet lopen en op het dek is geen plek voor passagiers.

Ik had een hele rij fietsers met bepakking verwacht in de rij voor de veerboot, maar ik ben de enige. Liggen die dan nog in bed of zijn ze me voor? Wel vreemd hoor, want als je de social media een beetje volgt, dan lijkt half West-Europa op weg naar de Noordkaap. In elk geval zag ik in Trondheim toch een aantal fietsers met bepakking, maar die kunnen ook de pelgrimsroute, de Olavsroute van Oslo baar Trondheim gedaan hebben.

Ik koop in Vanvikan nog twee bananen en dan is het gaan! De eerste 28 km naar Leksvik zijn om in te fietsen, je golft de hele tijd op en neer tussen zeeniveau en een meter of veertig. Die fiets ik in twee uurtjes en trakteer mezelf op koffie in het winkelcentrum. De laatste tien kilometer van dit stukje zit er een fietser voor me. Ik loop heel langzaam op hem in, maar telkens als ik klim daalt hij af en vice versa, dus elke keer denk ik, nu heb ik hem en dan is hij weer een stuk vooruit. Uiteindelijk vlak voor Lervik kan ik hem gedag zeggen. Hij buigt af naar het strand en roept met een vet Engels accent, hey mate, see you at the top! Nou het zal mij benieuwen, hij is nogal dik aangekleed terwijl ik in een t-shirtje en korte broek fiets.

Als je zegt Zuid-Frankrijk, geloof ik het meteen

Na de koffie haal ik hem weer in en we passeren elkaar een paar keer, als de een staat uit te hijgen onder een boom, komt de ander voorbij en omgekeerd, maar na een paar keer lijft hij achter en verlies ik hem uit het oog. Nou ja, als ie niet smelt in die dikke kleren, zal ik hem vanavond wel op de camping zien.

Overigens, dat fietsen in 30 graden slaat natuurlijk nergens op. Ik ging naar Noorwegen vanwege de koelte en de regen. Maar die komen morgen zie ik al.


Maar voorlopig schijnt de zon in Mosvik

Afgelegde afstand: 66 km
Gefietste tijd: 5:45
Naar de Noordkaap recht zo die gaat: 1.018 km

28-6 Steinkjer

Inderdaad kwam die Engelsman gisteren een uur of twee na mij ook de camping op rijden. We aten samen de dagschotel in het café, rijst met groenten en stoofvlees. Ik had al boodschappen gedaan, dus kon naderhand nog een toetje maken.
Michael heet die Engelsman en het is een bijzondere figuur, net een jaartje ouder dan ik. Op zijn 14e als boy soldier in het leger gegaan en daar altijd gebleven. Na zijn pensionering, dat is net als bij onze marine vrij vroeg, werd hij taxichauffeur in Canterbury en was een lokale beroemdheid omdat zijn bordercollie altijd meereed. Toen de gemeente de hond als bijrijder wilde verbieden, hield hij het voor gezien en is gaan fietsen. Hij maakt elk jaar lange tochten van 3-5 maanden, maar vanwege de Brexit mag hij nog maar maximaal 90 dagen achtereen in de Schengenlanden verblijven, daarna moet hij er 90 dagen uit. Van die tijdslimiet wordt ie nogal zenuwachtig en dat zie je aan zijn reisverhaal. Van Rotterdam fietste hij naar Bremen, nam de Flixbus naar Aalborg, fietste naar Lillehammer, nam de trein naar Trondheim en fietst nu weer een stukje. Hij filmt van alles met een helmcamera en een drone. You have to ask your wife for a drone for Christmas, zegt ie als hij mijn interesse ziet. Bij deze!

In de ochtend komt Michael aanwaaien. Hij heeft zijn kleren gewassen in de wasmachine maar er is geen droger en het regent. Wat nu? Ik stel voor dat hij mijn hut gebruikt, die is tot 12 uur van mij. Daar staat een droogrek en een ventilator. Probleem opgelost.

Ik vertrek in vol regenornaat, maar ik krijg het veel te warm en zweet als een otter. Dan heeft regenkleding ook geen zin, ik ruil broek en schoenhoezen voor mijn rainlegs, dan ventileert de zaak beter en tot Straumen gaat dat prima. In Straumen wil ik ergens koffie drinken en ik zie een grappig helgeel terras. We gaan pas om 12 uur open zegt de mevrouw en als ik dan vraag waar ik hier in de buurt koffie kan drinken, zegt ze, ga maar even zitten en krijg ik een mok koffie van de zaak. Enjoy your holiday zegt ze, als ik in de regen weer vertrek.

Het zijn drukke wegen waar ik langs fiets, met veel vrachtverkeer. Soms is er een fietspad, maar meestal niet. Het gaat steeds harder regenen en tegen de tijd dat ik in Steinkjer aankom, valt het met bakken uit de hemel. Gelukkig heeft deze camping ook een trekkershotel en voor weinig heb je een kamertje. Ik zou niet weten waarom ik al die regen liggend in een tentje zou moeten ondergaan.

Gefietste afstand: 43,5 km
Gefietste tijd: 4 uur
Afstand tot de Noordkaap in een sprongetje: 986,3 km

29-6 Sjøåsen

Gisteren kookte ik zelf in de hotelkeuken, pasta met spinazie en ricotta, gebakken ui, champignons en paprika. Ik zat nogal te puzzelen op de route en het weer. Optie 1: in één dag naar Namsos, dat is 70 kilometer (6-7 uur) en dan fiets je de ochtend door de stromende regen. Optie 2: in twee dagen naar Namsos, dan fiets ik droger , maar ik lever wel 30 kilometer in op mijn schema.

In de hotelkeuken

Als ik opsta is de hemel grijs en grauw en tegen achten begint het te waaien en te hozen. Die weerapp is behoorlijk accuraat! Weet je wat, denk ik, ik kan mijn energie beter sparen voor de mooie dagen. Ik doe vandaag gewoon een korter stuk en fiets grotendeels droog. Die 30 kilometer gaan nu af van de 100 (2 dagen van 50 km) die ik aan speling heb, maar die fiets ik er wel weer bij. Het wordt dan wel een saaie ochtend, een beetje lezen in de keuken, ik ben de enige gast hier, maar daar kom ik wel overheen. Het is een gekke gewaarwording, eergisteren was het nog dertig graden en nu is het net boven de tien!

En inderdaad, als ik tegen twaalven op de fiets stap, begint de regen langzaam te minderen. Het is behoorlijk fris en het waait lekker door, dus ik ben blij met mijn wind- en waterdichte regenbroek. De route vandaag is niet erg bijzonder, er is een mooi stukje langs een fjord bij Vellamelen, maar verder is het veel klimmen en dalen op drukke provinciale wegen. Ik moet zelfs een stuk over de E6 met al zijn vrachtverkeer. Om de moed erin te houden, koop ik langs de weg een bak aardbeien, die zijn inderdaad ontzettend vers en lekker zoet. Er staat een harde vlagerige wind, die van alle kanten komt, opeens heb je hem tegen en val je bijna stil, dan krijg je een duw van opzij en ga je richting greppel en opeens heb je weer een zetje in je rug.

Het vele verkeer valt me echt tegen van deze route, ik snap wel dat er weinig wegen zijn, maar dat ze zo druk zijn en dat er zo hard gereden wordt, daar had ik niet op gerekend. Ik hoop maar dat het straks minder druk wordt, want 700 kilometer naar Bodø langs dit soort wegen is een akelig vooruitzicht.

Op de camping van Sjøåsen is nog een hutje vrij. Gaat u maar even kijken zegt de olijke eigenaresse, dan hou ik uw fiets in onderpand. Prima hut, niks mis mee, zeg ik. Mooi dan is dit uw wifi wachtwoord zegt ze, en ik krijg een drie regels Sanskriet voor mijn neus. En o ja, voorbij de slagboom, ze spreekt het perfect uit op zijn Nederlands, zijn de douches. Als ik zeg, o spreekt u een beetje Nederlands, zegt ze ja, mijn ex is Nederlands maar verder dan dit woord ben ik niet gekomen, want toen was het al weer uit. Sta ik even later in de douche, zijn de lichtknopjes gestickerd met de teksten now you see en Now you don’t see. “De humor legt op straat, meneer Zonneberg.”

Gefietste afstand: 47,7 km
Gefietste tijd: 4:15
Afstand tot de Noordkaap als je er recht op af zou kunnen: 968 km

30-6 Namsos

Gisterenavond at ik voor de verandering eens pasta in tomatenroomsaus, met kipballetjes, een tomaat en rode puntpaprika. Voor toe had ik een rijstpuddinkje met aardbeiensaus. Er zitten meer fietsers in de hutten hier, die drogen hun tenten onder de afdakjes. Er zijn ook een paar fietsers die hier al twee dagen staan, in de hoop op beter weer. Maar dat type weer komt maar schoorvoetend deze kant op.

Als ik opsta, constateer ik dat ik uitstekend geslapen heb, dat komt volgens mij door de zware verduisteringsgordijnen in deze hut. Als ik er ‘s nachts om twee uur een keertje uit moet, loop ik met mijn ogen te knipperen tegen het schelle licht. Bij het ontbijt bekijk ik de weersvoorspellingen voor de hoofdplaatsen op mijn route de komende twee dagen en de conclusie is deze. Zit het mee, dan hebben we anderhalve dag lichte regen met droge periodes. Zit het tegen, dan hebben we anderhalve dag gewone regen afgewisseld met buien. Onder het motto, “cycle wet and sleep dry or the other way around, but never do both”, regel ik een Airbnb voor vanavond en een hut voor morgenavond. Dan heb ik voorlopig geen zorgen over het weer.

Het is maar een kippeeindje naar Namsos en ik fiets in een rustig ontspannen tempo over de provinciale weg. Onderweg denk ik aan de foto’s van het appartement van vandaag, die adembenemende uitzichten over de fjord laten zien. Waarbij het langzaam tot mij doordringt dat het dan ook een adembenemende klim zal worden daar naartoe. En die verwachting komt uit, de laatste 600 meter moet ik klimmen van 0 naar 80 meter, dat doe ik grotendeels lopend.

Ik word heel enthousiast ontvangen door een echtpaar, zij hebben een appartement gebouwd bovenop hun vrijstaande garage naast hun huis op zo ongeveer het hoogste plekje van Namsos. Ik krijg meteen een uitnodiging voor de drop-in in hun privé-sauna aan de fjord vanmiddag. Maar ik kan natuurlijk ook gewoon de sauna in het appartement gebruiken, zeggen ze, alleen die is elektrisch en heeft geen houtvuur. Ik zeg, ik denk er even over na, mijn hoofd staat nu meer naar afkoelen dan naar opwarmen. Bovendien moet ik nog een keer omlaag en weer omhoog voor de boodschappen. Maar het uitzicht vanuit de woonkamer is ronduit prachtig, je kijkt uit over Namsos en de baai die omringd worden door ruige rotswanden.

Afgelegde afstand: 30,7 km
Gefietste tijd: 2:30
Afstand tot de Noordkaap langs de meridiaan: 942 km

1-7 Hofles

Er was gisteren maar één klein supermarktje open in Namsos, gelukkig hadden ze nog een courgette liggen en tussen alle kiloverpakkingen varkensnek vond ik wat ingesealde spiesjes rundvlees. Daar kon ik wel een stoofschotel van maken, aangevuld met aardappelen en yoghurt met blauwe bessen toe. Na het eten hing ik op de bank terwijl ik met mijn ene oog het Noorse nieuws bekeek en met mijn andere oog van het uitzicht genoot.

Ik stap om half negen op de fiets en ga eerst nog even langs de supermarkt, want de volgende winkel kom ik morgen pas tegen. En dan vergeet ik nog om nieuwe thee te kopen, zodat ik vandaag niks anders te drinken heb dan water.

Daarna wordt het weer een pittige, maar relatief rustige fietstocht. Het is een 55 km lange weg, die eindigt bij het veer van Lund. Zo eens in het uur komt me een golf van twintig auto’s tegemoet, die ergens verderop van de ferry zijn afgekomen. De route is een stuk mooier dan gisteren. Je fietst telkens langs de rand van een fjord, dan omhoog over een uitloper van een berg, dan weer omlaag naar de volgende fjord. Dat levert mooie vergezichten op en je gaat elke keer van 5 naar 100 meter en terug, met een uitschieter naar 170 meter. Beneden is het aangenaam zacht weer, boven is het een stuk frisser en motregent het. Bovendien stikt het daar van de knutjes, die zich niet al teveel aantrekken van de deet die ik opsmeer.

Anderhalve kilometer voor Lund komt me weer zo’n golf auto’s tegemoet, maar volgens Google gaat de ferry pas over een uur. Ik zet toch even aan en verhip, ik kan zo de de ferry oprijden. Daarna is het nog vijf minuten maar de camping en ik ben precies voor de bui binnen, die ik al boven de fjord kon zien hangen.

Afgelegde afstand: 56 km
Gefietste tijd: 4,5 uur
Afstand tot de Noordkaap langs een meetlat: 907,8 km

2-7 Kjelleidet

In je eentje fietsen in Noorwegen vraagt om een bijzondere instelling. Je moet er van houden om naar de natuur te kijken, want verder is er niks te zien. Als je door het oude West- en Midden-Europa fietst, kom je overal kerkjes tegen en musea die om je aandacht vragen, je ziet mooie kasteeltjes aan rivieren of op heuveltoppen staan en bemoste watermolens onder beukebomen terwijl de forellen vrolijk dartelen in het beekje dat het molenrad aandrijft. Maar hier is gewoon niks. Ja, er staan huizen en boerderijen en schuurtjes en die bouwen ze van hout en die vervangen ze om de zoveel tijd, dus daar valt niet veel geschiedenis aan af te lezen. Als je van vissen vangen en opeten houdt, zit je hier goed. Of als je van schieten houdt, want er staan overal borden met Schietbaan. Maar als fietser zonder hengel of geweer moet je dus jezelf op andere wijze vermaken. Je kijkt wat om je heen, fotografeert het een en ander dat er prompt niet zo spectaculair meer uitziet als toen je het zag en verder kun je natuurlijk luisteren naar muziek en naar podcasts. Als ik dit aspect van te voren beter overdacht had, dan had ik afgelopen winter tekenlessen genomen en dan zou ik nu elke dag mijn schetsboek openklappen om de ruige rotswanden en prachtige luchten hier vastleggen.

Ik at gisterenavond curry fruit rice uit de zak, want ik had geen zin in die 12 kilometer naar de supermarkt (en dan nog 12 terug). De camping waar ik zat was een echte visserscamping, de recreatiezaal hing vol met foto’s van vissers met enorme heilbotten. Bij het haventje was een complete overdekte visfileerplaats met een bord dat je verplicht was alles perfect schoon te houden en je visafval 200 meter uit de kust overboord te zetten. Dat niet zozeer vanwege de stank, als wel de meeuwenoverlast.


Het perfecte fietsersontbijt

Het is koud als ik vertrek, een graad of tien, meer zal het niet zijn. De lucht is grijs, maar er is geen regen voorspeld. Er valt af en toe wel een druppel uit de lucht, maar dat hier telt niet. Regen is regen en als het een beetje miezert is het droog. Vandaag is het een hele fijne motregen, althans eigenlijk fiets je gewoon door de wolken, want de lucht zit vol met fijne waterdruppeltjes, die zweven en niet vallen.

In Kolvereid is er een cafe bij de supermarkt waar je verse koffie kunt krijgen, (met gratis refill, daar maak ik graag gebruik van). Het is altijd maar weer afwachten of en wanneer je ergens koffie kunt drinken. Onderweg krijg ik van A.A. te Z. het volgende raadsel op: wie wordt de nieuwe gemeentearchivaris van Rotterdam? Ik heb het in twee keer goed, maar moet beloven het nog even onder de pet te houden.

Op de camping hebben ze geen hutten meer vrij. Ik kreeg nog wel het aanbod om in het grillhouse te slapen, een zeskantig hutje met een stookplaats in het midden, maar daar kan ik mijn benen niet strekken. Dat betekent kamperen in de nattigheid. Nou ja, dat kan natuurlijk ook, maar ik ga wel kijken of ik morgen droog kan slapen.

Gefietste afstand: 59 km

Gefietste tijd: 5 uur

Afstand tot de Noordkaap langs de meridiaan: 872,1 km

3-7 Skogmo

Gisteren had ik al inkopen gedaan voor het avondeten, maar in het cafe bij de camping hadden ze stokvis op het menu. Die verse pasta blijft nog wel een dagje goed in dit weer, bedacht ik me. Ik kreeg een groot bord met een mengsel van aardappel, ui en stokvis in een peperige saus. Onder het eten keek ik met een Oostenrijker en de uitbater naar de EK wedstrijd Nederland-Roemenië, die eindigde in 3-1. Nou als wij straks van Turkije winnen, zei de Oostenrijker, dan moeten we tegen elkaar. Maar ze wonnen niet.

Vannacht had ik het weer knap koud, ondanks die donzen slaapzak en het thermisch ondergoed. De bovenkant is warm genoeg, maar de kou komt van onderen, van het opblaasmatrasje. De lucht die daar inzit, heeft de temperatuur van de buitenlucht en dat is hier tien graden. Ik leg er eerst nog een laagje kleren op, maar dat werkt toch onvoldoende. Bovendien loopt dat matrasje heel langzaam leeg, dat zal de ouderdom wel zijn. Als ik een buitensportzaak tegenkom, schaf ik wat anders aan. Dit is geen doen zo, ik lig een beetje te kleumen in mijn tent en ik kan me niet voorstellen dat dit probleem niet allang is opgelost. Daar hebben al die Noren toch ook last van, dus waar slapen die dan op?

Als ik opsta is het droog, maar tegen de tijd dat ik aan inpakken toe ben, begint het te regenen. Wel jammer, de tent was net droog en nu gaat alles nat de tas in. Maar goed, ik wilde niet in de Zuid-Europese hitte fietsen, dus dan krijg je dit. En vanavond slaap ik in een hut, dan kan ik alle natte zaken weer drogen.

Misschien is het aardig om wat van de ingekomen post te behandelen. H.S. te Z. heeft de afgelopen weken door Limburg gefietst en uit ervaring weet ik dat de heuvels daar ook niet mals zijn. M.M. te E. wenst mij mooie vergezichten en wind in de rug. De familie S. te Z. is in goede gezondheid en moedigt mij aan om vooral vol te houden. B.W. te A. tipte mij om verrassingen zoals wegversperringen voor te zijn door in Google Maps de traffic functie aan te zetten. N.v.d.H. uit K.a.d.Z. houdt niet van havermout.

Ik moet de veerboot van 11.10 halen in Holm en ik fiets door van die hele fijne, hele natte regen. Ik ben ruim op tijd, als ik word ingehaald door een Duitser op een racefiets die op dezelfde camping stond. Just in time roept hij en staat op de pedalen. Potver, heb ik me vergist in de tijd? Van de schrik ga ik harder fietsen, als ik de boot mis, moet ik een uur wachten in de regen. Als ik hem op de kade zie, zegt ie, welnee, maar ik wilde je ingehaald hebben voordat je in Holm was.

In 20 minuten ben ik in Vennesund en heb een kop koffie op. Daar begint het heel langzaam op te klaren, het regent nauwelijks nog. En wat ook fijn is, de weg komt hier niet hoger dan 25 meter, dus je kunt redelijk ontspannen fietsen. En dat blijft de eerste 100 km zo, heerlijk!

Mijn einddoel vandaag is de camping in Skogmo, een prachtige website hebben ze, maar het is nogal een verlopen toestand met verveloze hutten en veel achterstallig onderhoud. Maar mijn hut heeft een kacheltje, dus ik kan lekker opwarmen.

Gefietste afstand: 64 km

Gefietste tijd: 4,5 uur

Afstand tot de Noordkaap langs een touwtje 827,3 km (maar over de weg is het nog 1.350)

4-7 Søvik

De verlopen camping in Skogmo had evenwel een goed ingerichte keuken, dus ik kon mijn beproefde pastarecept weer eens klaarmaken. Dat is altijd goed, gevulde pasta bevat voldoende calorieën en het voordeel is dat je niks overhoudt. Koop je een zak droge pasta of een pak rijst, dan hou je daar altijd van over, je moet daar nog dagen mee fietsen met het risico dat de inhoud zich door je bagage verspreidt en je moet veel meer ingrediënten kopen.

Ik zat een beetje vooruit te plannen, gelet op de weersvoorspellingen en de zwaarte van de route. Er komt zaterdag een stuk van 90 km waar geen campings zijn, behalve een B&B die volgens mijn boekje ook tenten toelaat. Maar die is zaterdagavond al vol en aan tenten doen ze niet meer. Dat is nog een op te lossen vraagstuk dus. In het ergste geval ga ik wildkamperen, maar dan heb ik geen douche aan het eind van de dag. Of ik moet gewoon heel vroeg vertrekken en mijn energie goed spreiden.

Het is best lekker weer als ik om half zeven opsta, de zon schijnt en de lucht voelt zacht aan. Op een klein frontje na dat overkomt bij de ferry van Horn naar Andalsvåg, blijft het droog. Ik word voor het eerst zomaar aangesproken door nieuwsgierige Noren. Waar kom je vandaan etc. Over het algemeen zijn de Noren heel vriendelijk, maar ze zullen nooit zomaar een gesprek met je beginnen. Maar dit keer dus wel.

Vanaf Andalsvåg naar Forvik volg je een kustweg. Dat betekent weinig klimmen en mooie uitzichten over het water op verderop gelegen eilanden. Ik wil vandaag naar de Camping Seven Sisters in Søvik met uitzicht op een bergkam met zeven pieken, vandaar die naam de Seven Sisters.

De eerste pont deed niet aan koffie, daarvoor was de oversteek te kort. In Forvik heeft de Co-op een koffiehoek en daar kun je wat je in de winkel aan lekkers gekocht hebt meteen consumeren en als ik aan de kassa voor mijn koffie wil betalen, wordt het heel ingewikkeld. Ik moet wisselgeld pinnen voor de koffieautomaat, maar dat gaat niet met buitenlandse pasjes. De cheffin drukt me een tien kronenstuk in de hand en zegt On the house.

En dan is er zomaar een kerkje open. Ik moet naar de pont van Forvik naar Tsjøtta, maar 10 minuten kunnen er wel af. Net voldoende om een indruk te krijgen van het interieur van zo’n houten kerkje uit 1700. De kroonluchters en het offerblok zijn zichtbaar nog uit deze tijd, maar de rest lijkt me moderner.

Op deze ferry is er wel catering, dit gratis reisje duurt een uur. Vanaf Tsjøtta stijgt de temperatuur en ik stop een paar keer om laagjes uit te trekken. Op de camping is nog één hut vrij en die neem ik. Die hutten worden wel steeds duurder naarmate je verder naar het Noorden gaat. Kon ik ze eerst nog voor 350 krijgen, nu is 700 niks meer.

De Sisters, het zijn ze niet alle zeven

Ik vraag me wel af wanneer ik nou eindelijk eens een eland ga zien, je wordt er permanent langs de weg voor gewaarschuwd, zoals bij ons voor herten. Vermoedelijk als ik terug ben in Artis.

Afstand: 65 km

Tijd: 4,5 uur

Afstand tot de Noordkaap in je vizier: 780,5 km

5-7 Nesna

Ik zat gisterenavond na het eten (gevulde pasta met gebakken courgette en yoghurt) nog eens te prakkeseren op die 90 km en toen viel opeens het kwartje. Kun je dat niet afsnijden met een ferry? Ja, was het antwoord, volgens de kaart wel, maar nu moet je nog nagaan of die boten inderdaad varen en wanneer dan. Helaas kan ik geen dienstregeling vinden voor deze verbinding. Ik kan natuurlijk ook gewoon in de haven van Nesna gaan kijken als ik daar morgenmiddag aankom.

Als ik opsta, schijnt de zon, het is kortebroekenweer app ik naar Mayke. Tegen negenen vertrek ik, ik moet om 15.10 de ferry hebben van Levang naar Nesna, een afstand van 45 km, dus dat moet makkelijk te doen zijn.

Het kortebroekenweer duurt tot Sandnessjøen (10 kilometer), daarna slaat het weer om. De lucht betrekt en er steekt een stevige noordoostenwind op en de legging kan weer aan. De Helgelandsbrug van Sandnessjøen is spectaculair, je klimt 50 meter en de brug heeft een lengte van anderhalve kilometer. Er staat een flinke zijwind daarboven, ik hang mijn pet aan het stuur, want die zie ik niet graag in de fjord verdwijnen.

Die Noren bouwen prachtige elegante bruggen, al is die moeilijk te waarderen als je er tegenop moet.

Daarna is het een kwestie van de provinciale weg volgen, die weer behoorlijk druk is vandaag. In Leland is er een Co-op met café, daar neem ik de tijd om even op adem te komen met koffie en een verse tompouce. De tegenwind geeft vandaag een extra dimensie aan de route, je gaat langzamer omhoog en in de afdaling moet je nog steeds bijtrappen. En opeens is het verkeer weg, bijna iedereen neemt de afslag naar Sandvik en bijna niemand gaat rechtdoor naar Levang. Zo krijg ik toch nog een rustig laatste fietsuurtje.

Uiteindelijk ben ik nog twee uur te vroeg op de kade, er staat al een hele rij auto’s te wachten, gelukkig heb ik een e-reader. Er zijn geen bankjes, maar er is wel een betonnen picknicktafel waar je kunt zitten lezen. Ik lees nu Het ei van Salai van Monaldi en Sorti, een hele grappige schelmenroman die zich begin 1500 in Florence en Rome afspeelt.

Na een overtocht van een half uurtje komen we aan in Nesna met een camping aan de haven. Als ik 27 euro heb afgerekend word ik verwezen naar het heuveltje dat is aangewezen voor tenten. Het gras is keurig gemaaid, maar er is geen vlak stukje te bekennen, het is een en al bolle helling. Ik heb wel een mooi uitzicht over het water zo vanaf mijn stoeltje naast de tent.

Gefietste afstand: 44,5 km

Gefietste tijd: 3,5 uur

Afstand tot de Noordkaap zoals de zeemeeuw hem aflegt: 742,8 km

6-7 Aldersund

Gisterenavond bereikte het ambacht van pizzabereiding een nieuw dieptepunt. Eerlijk gezegd verdenk ik de kok ervan dat hij de pizza zo uit de diepvries in de magnetron gemikt heeft. Een vreugdeloze schijf deeg, bedekt met vier plakken tomaat en daaroverheen een matje van aaneengesmolten kaasschilfers dat je zo kon optillen. Maar ja, het systeem op deze camping is eerst betalen en daarna gaan ze pas aan het werk, dus niet goed, geld weg.

Het viel trouwens mee met de kou vannacht. Op mijn matrasje had ik een laag kleren gelegd als isolatie en ik had me gehuld in thermo ondergoed. Het effect was dat ik aan de bovenkant lag te stoven en aan de onderkant werd ingevroren. In het midden was het best aangenaam. Ik ben bij mezelf nog eens nagegaan wanneer dat gedoe met die optrekkende kou begon, tot en met Atnabrua had ik er geen last van. Pas op de camping van Kjelleidet werd ik uit mijn slaap gehouden door de kou. De meest voor de hand liggende verklaring is dat de bodem hier niet warm wordt in de zomer.

Een mens heeft maar weinig nodig om tevreden te zijn

Ik sta iets over zessen op, want het wordt een lange fietsdag met een flinke klim aan het begin. Bovenaan op 350 meter is een picknickplaats met uitzicht over de fjord, waar twee fietsers hun tentjes staan in te pakken. Ik voel even een steek van jaloezie.

Uitzicht vanaf de parkeerplaats

Na de afdaling komt er een dorpje met een Joker (ook een supermarktketen) met café. Ik kon bovenop de rotsen de vers doorgelopen koffie al ruiken en zag mezelf al staan voor een vitrine vol heerlijk gebak, twijfelend wat te nemen, maar helaas, het café gaat pas om 12 uur open.

Je bent een hele dag bezig om de fjord rond te fietsen, dus hemelsbreed schiet ik niet zoveel op. Eerst heb ik nog wind mee bij het klimmen en daarna tot aan Utskarpen, maar dan moet ik er toch echt tegenin.

Als ik nog 15 kilometer te gaan heb met “diverse klimmetjes tot 10 %” kom ik opeens langs een camping die niet in de boekjes of op Norcamp te vinden is. De eigenaar is naar een bruiloft, maar wel te bellen. Ik neem een hut, hij legt uit waar de sleutel ligt en komt morgen langs voor de huur.

Fjord van Aldersund

Gefietste afstand: 77 km

Gefietste tijd: 6,5 uur

Afstand tot de Noordkaap zoals een meeuw vliegt: 723,9 km

7-7 Furøy

Ik at Thais gisterenavond, Tom Kha Kai van de afhaalThai in Aldersund. Ik begrijp niets van de Noorse horeca. Dagenlang is er niks anders te krijgen dan worstebroodjes in het café van de buurtsuper en dan in the middle of nowhere aan een piepklein haventje staan twee Thaise vrouwen in een snackbar, die je zo in Bangkok zou kunnen aantreffen, te koken met achter zich foto’s van de heerlijkste gerechten. De plastic tas rook gewoon naar Thailand toen ik hem openmaakte en alles zat in de soep wat erin hoort, Thaise basilicum, gember, verse bamboescheuten en citroengras. Je vraagt je af waar ze het in godsnaam vandaan halen. Maar echt heerlijk, alsof je in Thailand bent en niet duur (naar Noorse begrippen dan, het was niet duurder dan die mislukte pizza van gisteren).

Terwijl ik op mijn eten zat te wachten, trof ik een Finse fietser, die kwam net van de Lofoten af. De hel volgens hem, er is maar één smalle weg en die is vergeven van de langsrazende campers. Vooral de Fransen, zegt ie, die rijden als duivels, je moet enorm oppassen. Nou ja, ik ga het meemaken.

Goed systeem, maar mij lukte het niet, de deur ging voor mij niet open

Als ik opsta, schijnt de zon alweer een aantal uren, ik kon niet controleren of hij nog is ondergegaan, want hij verdween achter een berg gisterenavond. Om acht uur zit ik met een Zweedse fietser bij de receptie te wachten op de baas. Ik vraag hem naar de route van de Noordkaap door Zweden. Niet aan beginnen zegt hij, ik ben er geweest, je fietst alleen maar over lege snelwegen en als je dan bij de oostkust aangekomen bent, verdwijn je voor weken in de bossen. Pas ten zuiden van Östersund wordt het weer leuk. Ik maak er een mentale notitie van en voeg die toe aan het lijstje voors en tegens.

Onderweg naar de ferry stop ik een paar keer om foto’s te maken, ik heb tenslotte alle tijd. De ferry gaat pas om 10.40. Als ik dan vlak voor de tunnel ook nog elanden op de weg zie, kan ik mijn geluk niet op. Dat spaart weer een kaartje voor Artis uit.

Let ook op het bord rechts

Dan zie ik opeens dat ik die van 9.30 ook wel eens zou kunnen halen, als ik niet de hele tijd van die ellendige korte hellinkjes van 10% moet fietsen. Rustig aan, spreek ik mezelf toe, niet forceren, je eigen tempo fietsen. En dat tempo betekent dat ik om 09.28 onder de laadklep doorfiets en een uurtje wachten op de kade bespaar. Op de boot is er koffie natuurlijk en er zijn muffins. En er is natuurlijk die Zweed op zijn racefiets, die zat er al een uurtje.

Het is vandaag de mooiste dag tot nu toe, een koel zeebriesje en onbewolkt. Eindelijk kan ik een dag in korte broek fietsen, die paar tunnels (ijspakhuizen zijn dat), overleef ik wel. Ik doe een paar langere tunnels vandaag en ze hebben hier een waarschuwingssysteem voor fietsers. Voor de tunnel staat een paal met knipperlicht en een bord: Fietsers in de tunnel. Voordat je de tunnel ingaat, druk je op een grote rode knop onderaan de paal et voilà, het signaal gaat aan.

Je ziet wel vaker tot bibliotheekjes omgebouwde telefooncellen, maar hier is sprake van een dubbelfunctie

Zo fiets ik vrolijk van Jektvik naar Åksgardet, waar een moeder en dochter een kraampje met frisdrank en labskous hebben. Dat is een soort hachee maar dan met stukjes worst. Doe mij maar een portie zeg ik, terwijl ik met een schuin oog naar opstelbanen voor de ferry kijk. Je kunt vanaf hier ook rechtstreeks naar Bodø, zal ik … Nou nee, toch maar gewoon de route volgen, het is nog maar 150 km naar Bodo en tenslotte doe je dit maar één keer in je leven op de fiets.

In Furøy hebben ze nog hutten vrij op de camping en duur zijn ze niet. De verklaring zit volgens mij in de bovenwinds gelegen vismeelverwerkingsfabriek, die drukt de prijs nogal. Maar verder is het hier een plaatje.

Gefietste afstand: 40 km

Gefietste tijd: 3 uur

Afstand tot de Noordkaap als je zevenmijlslaarzen aan hebt: 682,1 km

8-7 Reipå

Gisterenavond at ik restjes, volkorennoedels met gebakken paprika, champignons en plakjes bloedworst. Van die worst heb ik nog de hele nacht dorst gehad. Na het eten maakte ik nog een avondwandelingetje heuvelopwaarts, daar was het die middag te warm voor. Het is gek, maar als de zon schijnt, smelt je zo ongeveer weg en als er een wolk voor schuift, kun je meteen je jas aan doen.

Avondwandeling


Daarna gebeld met Mayke, nog maar twee weken en dan landt ze al in Tromsø. Tja, wat moet ze beslist meenemen? Ik denk dat het allerbelangrijkste een warm slaapmatje is.

Als ik opsta, is de zomer weer weg. Het is tien graden en alles is nog nat van de regen van vannacht. Ik moet dertig kilometer fietsen naar de ferry van Vassdaslvik naar Ørness en die gaat maar drie keer per dag. Om 8 uur ‘s morgens, maar daar ga ik niet om vijf uur voor vertrekken, om half drie en om vier uur. Die van half drie lijkt me prima, dan hoef ik pas om half elf weg. Maar ik fiets zo snel dat ik er ondanks twee koffiestops al om een uur ben.

Zo’n heerlijk golvende weg


Ik schuif aan aan het gezelschap aan de picknicktafel op de kade, er zitten al drie fietsers te wachten. En dat gezelschap groeit langzaam aan tot zo’n 25 koppen. Ik raak in gesprek met de enige leeftijdsgenoot en de enige Noor, de rest is allemaal eind twintig, begin dertig en komt uit Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk. Mijn leeftijdsgenoot heeft een zomerhuis op de Lofoten. Meestal vliegen of rijden ze daar naar toe, maar hij wilde het één keer op de fiets doen, geïnspireerd door alle Noordkaapfietsers die door zijn woonplaats Ålesund rijden. Zijn vrouw volgt later met de auto.

Opeens zie je hoe populair die route naar de Noordkaap is


Hij is natuurlijk de aangewezen persoon om mijn slaapmatjesprobleem voor te leggen. Kijk zegt hij, je moet een opblaasmatje hebben met inwendige isolatielaag, bijvoorbeeld van Exped. Anders lig je inderdaad te vernikkelen van de kou, hoe goed je slaapzak ook is. Mijn dochter heeft echt een hele goede zegt hij, nog veel beter dan degene die ik nu bij me heb en hij appt haar meteen om te vragen welke. De Exped Dura 8T Downmat 9 M, die is geïsoleerd tot -40 is het antwoord. Maar je hebt ze ook in (letterlijk) lichtere varianten. Hij geeft me meteen het adres van twee outdoorzaken in Bodø waar ik kan gaan kijken. Kijk, denk ik tevreden, dat is de oplossing en dan stuur ik dat andere matje wel met de post naar huis. Want als ik daarmee comfortabel in mijn tentje kan slapen, heb ik die uitgave in een paar nachten al terugverdiend.

Als we in Ørness van de boot afkomen, heb ik weinig zin om in een treintje van 25 fietsers te gaan rijden. Gelukkig blijft iedereen een beetje hangen op de kade en rij ik voor de meute uit naar Reipå. Omdat ik dat matje nog niet heb, wordt het een hut.

Wat bij ons de afwas heet, heet hier de opwas. Mijn hersens kraken.

Gefietste afstand: 37 km
Gefietste tijd: 3 uur
Afstand tot die onwrikbare Noordkaap langs een touwtje: 663,3 km

9-7 Saltstraumen

Ik kookte weer eens wat anders gisterenavond. Ze hadden Hollandse prei in de supermarkt, en ze verkopen de aardappels hier los, dus je kunt mooi afgepast inslaan. Maar wat je daar nu bij aan eiwitten? De biefstukken en entrecotes die ze hier verkopen, beginnen bij drie ons, dat is me echt teveel. Uiteindelijk vond ik spiesjes varkensvlees voor op de barbecue, helaas wel gekruid, maar dat moest dan maar. Het effect was dat na het bakken de hele hut naar knoflook en andere onherkenbare kruiden stonk.

Vanmorgen was ik om half negen weg en om half tien stond ik voor de self-service supermarkt van Mats Kroken in Storvik. Je kunt daar naar binnen als je een qr-code scant en een account aanmaakt. Maar om de een of andere reden krijg ik telkens de foutmelding dat de locatievoorzieningen op mijn telefoon niet aan staan. Je krijgt er meteen een uitleg bij hoe je dat moet aanpassen, maar dat lost niks op. Een vriendelijke medewerkster laat me naar binnen, zodat ik toch wat eten voor onderweg kan kopen en (heel belangrijk!) een beker hete koffie met een stuk gebak kan wegwerken om op te warmen. Want het is koud vanmorgen! Ik fiets de hele tijd door de laaghangende wolken en veel warmer dan een graad of acht zal het niet zijn. Als ik weg wil, kan ik er natuurlijk niet uit, want ik moet dan weer een code scannen. Omkomen van de honger zal ik hier niet, maar ik ga toch liever verder. Na enig zoeken vind ik de medewerkster in het magazijn en die doet de deur weer voor me open.

Koude nevel die in je botten kruipt

Aan het eind van de ochtend, ik heb er dan al een hele klim en afdaling opzitten, zit ik te dubben wat te doen. Het is koud en vochtig en ik twijfel of het niet beter is om een flink stuk door te fietsen vandaag. En dan breekt er opeens een zonnetje door en verschijnt er, als een fata morgana, een café op een splitsing, met de toepasselijke naam Polar Spot Kafe. Hoera, meer koffie en gegrilde kip met patat!

Dat geeft de doorslag, ik fiets vanmiddag door naar Saltstraumen. Dan komt er nog drie uur fietsen bij, maar ben ik morgenochtend al vroeg in Bodø en heb ik alle tijd om mijn matje te vinden. Ik heb gisterenavond weliswaar een aantal sportzaken gevonden in Bodø maar het is volstrekt onduidelijk of ze ook matjes verkopen, dus het kan zomaar zijn dat ik daar even tijd voor nodig heb.


Daarna kan ik meteen door naar mijn hotel en mijn lakenzak en fietstruien wassen, want dat is voor het laatst in Trondheim gebeurd. En hoewel ik ze elke dag lucht, begint er toch langzaam maar zeker een hardnekkig luchtje aan te komen, dat associaties oproept met de bedeling en onbewoonbaar verklaarde woningen. En dat geldt mutatis mutandis voor mijn sportlegging, waar trouwens de gaten in beginnen te vallen dus misschien kan ik daar beter ook meteen een nieuwe voor kopen.

De brug voor Saltstraumen

Een blik over de reling

In Saltstraumen kom ik op een supertoeristische camping terecht. Ze hebben nog wel een hut beschikbaar met twee slaapkamers voor 150 euro, maar ik zet dit keer gewoon mijn tentje op. Er schijnt een waterig zonnetje en het is eigenlijk niet onaangenaam, blijkbaar begin ik te wennen aan het arctische buitenleven.

Gefietste afstand: 84 km

Gefietste tijd: 7 uur

Afstand tot de Noordkaap langs de meridiaan: 607,9 km

10-7 Bodø – 1

Ik at gisterenavond weer eens pasta, maar nu gevuld met zongedroogde tomaat en nog iets dat ik niet begreep, iets kazigs volgens mij. In de keuken raakte ik aan de praat met twee Duitse fietsers, de een uit Hamburg, de ander uit Frankfurt, we hadden elkaar op de route al een paar keer ingehaald. Ik kon vertellen over mijn rondje Duitsland in 2021, waarbij ik beide steden gezien heb.
‘s Nachts lig ik weer te woelen en te broeien van boven en kou te vatten van onderen, totdat opeens het kwartje valt. Dat thermisch óndergoed moet natuurlijk niet aan je lijf, maar ónder de slaapzak, dan lig je niet zo te broeien en de isolatie is waar ie wezen moet. En zo val ik toch nog lekker in slaap, ondanks de krijsende meeuwen die de hele nacht tussen de tenten doorscheren op zoek naar etensrestjes.

Als ik opsta, is de onderkant van alles kletsnat. De onderkant van mijn matrasje, de onderkant van de binnentent, de onderkant van de pot yoghurt, de onderkant van mijn tassen en schoenen, kortom alles dat op het grondzeil van de binnentent of de footprint (extra onderzeil) heeft gestaan is nat. De enige verklaring die ik kan bedenken, is dat gisteren de lucht verzadigd was van vocht en dat dat vocht vannacht dus gecondenseerd is. In elk geval moet ik nu eerst alles, zo goed en kwaad als het gaat, zien te drogen voor ik het inpak.

De buurvrouw zit duidelijk om een praatje verlegen en begroet me enthousiast in de ochtend, zij is met haar zoontje van 4 en hun rashondje op weg naar een eilandje van de Lofoten. Daar is aankomend weekend een bijeenkomst van 400 mensen met allemaal dezelfde hond, het beest lijkt een beetje op een kooikertje. Dat jongetje heeft het hoogste woord en duldt eigenlijk niet dat zijn moeder met iemand anders praat. Ze vraagt natuurlijk naar mijn route en als ik vertel dat ik over de hoogvlakte noord van Lillehammer ben gefietst, roept ze enthousiast, dan heb je mijn dorp Orkanger gezien! Ik knik braaf van ja, maar heb inmiddels zoveel dorpen gezien, dat ik geen idee heb, hoe Orkanger eruit ziet. (Achteraf zocht ik het op en ik ben er inderdaad doorheen gefietst, het ligt vlak onder Trondheim).

Onderweg naar Bodø

Onderweg drink ik koffie in het Mineralen Kafé in Bertnes, een café annex museumpje met stenen. De eigenaar is zo oud en krom, dat ie nauwelijks nog kan lopen, maar de koffie is vers gezet.

In Bodø aangekomen heb ik nog wel even voordat ik kan inchecken. Ik fiets linea recta naar het bureautje van de DNT (de Noorse Trekking Association) en vraag waar ik een matje kan kopen. Tweehonderd meter verderop is het antwoord en ik koop daar een mooi licht geïsoleerd matje. Het wordt niet de Exped 9R want die weegt meer dan een kilo en heeft het formaat van een slaapzak. Die schaf ik wel aan als ik nog een keer naar Svalbard ga fietsen. Ik hoef maar isolatie tot het vriespunt. De 3R is ruim voldoende verzekert de verkoper mij, die is comfortabel tot -5. Dan door naar het postkantoor om het oude matje naar huis te sturen, want dat is nog prima te gebruiken buiten de poolcirkel.

Bij het inchecken boek ik meteen een nachtje bij. Morgen gaat het namelijk de hele dag regenen, maar de dagen daarna wordt het mooi weer. Ik loop bovendien nogal voor op schema, in dit tempo ben ik de 17e al in Tromsø. Vandaag is het nog prachtig weer en na het wassen en uithangen ga ik de stad in.

Haven van Bodø


Gefietste afstand: 30 km
Gefietste tijd: 2,5 uur
Afstand tot de Noordkaap zoals de zeemeeuw vliegt: 610,9 km (er is 3 km bij gekomen, maar dat klopt wel, want ik heb vooral westwaarts gereden).

11-7 Bodø – 2

Uit puur enthousiasme over de Thai in Aldersund, besloot ik gisterenavond om opnieuw Thais te gaan eten. Dom, dom, dom, het kon natuurlijk alleen maar minder zijn en dat was het ook. Tegen een vooraf te betalen bedrag (pakweg twee tientjes) kon je onbeperkt gebruik maken van het buffet. Helaas was dat buffet blijkbaar al een dag van tevoren klaar gezet en waren alle gerechten overgoten met een bremzoute sojasaus. Gelukkig kon ik het tekort aan calorieën daarna nog aanvullen in het hotel, waar ze ‘s avonds in de lounge een wafelijzer en een kom beslag hebben staan als service aan de gasten. Daarna bracht ik nog een bezoek aan de Vinmonopolet, de staatswinkel voor alcoholhoudende dranken om een blikje echt bier te kunnen kopen. In de supermarkt mag het bier maar tot 2% alcohol bevatten. Voor pakweg 7 euro werd ik eigenaar van een blikje Noorse IPA, die prima smaakte.

Als ik opsta, regent het flink, maar het zal in de loop van de dag opdrogen. Ik wil naar het scheepvaartmuseum, maar blijf steken op het luchtvaartmuseum. Dat is op de route, maar gaat een uur eerder open en het is zo groot en goed opgezet, dat ik er de hele ochtend zoet mee ben. Er is een afdeling militaire geschiedenis met een enorme verzameling aan vliegtuigen en wapentuig vanaf 1910 en een afdeling burgerluchtvaart met veel aandacht voor de ontdekkingsreizen naar de Noordpool aan het begin van de 20e eeuw.

In de middag ga ik naar het lokale historische museum van Bodø, dat naast een reizende expositie van een Sami architect, twee kleine tentoonstellingen toegepaste kunst aanbiedt. Aardig, maar echt museaal vind ik het niet en mijn hoop op wat lokale geschiedenis wordt niet beloond.

De daarnaast gelegen kathedraal is nu open en is van binnen een fraai staaltje Scandinavische architectuur. Bij de bouw in de jaren 60 waren er nogal wat protesten tegen het ontwerp, men vond het te modern, nu doet het al weer gedateerd aan.

Er kan nog een boek bij

12-7 Ramberg

Het werd een veilige keuze gisterenavond, een pizza met geitenkaas, zachte salami en ingelegde rode ui met een affogato toe in een restaurant in het winkelcentrum. Niks op aan te merken.

Als ik om vijf uur opsta, is het nog net zo licht als gisterenavond toen ik ging slapen. Gelukkig is er een waterkoker in mijn kamer, zodat ik een provisorisch ontbijt kan maken met havermout. Na het inpakken zoek ik de receptionist om de sleutel te vragen van de bagageruimte waar mijn fiets staat. Hij staat op zijn gemak tafels te dekken voor het ontbijt en schrikt zich een hoedje als ik hem aanspreek. Om kwart over zes sta ik op de kade en kan na een kwartiertje aan boord. Op zee staat wat deining met schuimkopjes op de golven, maar de wind komt uit de goede richting, uit het zuiden en de zon schijnt. De overtocht duurt drieëneenhalf uur, veel te zien is er niet, maar er is koffie en je kunt lezen.

Vlak voor Moskenes

Als ik aankom in Moskenes, het zuidelijkste puntje, dan is de vraag, tot waar fiets ik vandaag? Eigenlijk is die vraag snel beantwoord, want na Ramberg (35 kilometer) zijn er voorlopig geen campings meer. Het advies is om een pontje te nemen van Nusfjord naar Ballstad, daarmee vermijd je een lastige tunnel. Maar dat pontje gaat alleen doordeweeks en alleen om 11 uur. Dat is het al geweest, dus dat betekent tot maandag wachten of die lastige tunnel. Die neem ik dan morgen wel, vlak voor de tunnel zijn nog twee campings, waarvan eentje met een supermarkt vlakbij. Het is hier weer heel anders dan op het vasteland, alles speelt zich af op de randjes van de eilanden. Je fietst over de E10, maar die is niet veel breder dan een gewone straat. Het verkeer valt trouwens reuze mee, ook omdat ik vandaag eigenlijk alleen maar tegenliggers heb. Maar zeker geen Franse duivels op de weg.

Fietspad langs de berg, vroeger was dit de doorgaande weg voor alle verkeer

Om de stokvis te drogen

Gefietste afstand: 30,5 km
Gefietste tijd: 2,5 uur
Afstand tot de Noordkaap zoals een ijsvogeltje vliegt: 581 km

13-7 Brustranda

De Duitsers die ik sprak in Saltstraumen kwamen gisterenavond ook aan op de camping van Ramberg. Zij hadden in Bodø nieuwe kettingen op hun fietsen laten zetten en klaagden nu over het lawaai. Volgens mij moet die ketting gewoon inslijten op de oude kettingbladen, dat komt wel goed. Ze waren ook naar het Luchtvaartmuseum in Bodø geweest en waren er al even enthousiast over als ik. Er stond ook een grappig Frans stel van mijn leeftijd, die waren op de tandem gekomen met een gitaar (in vuilniszakken tegen de regen beschermd) achterop. Zij hadden allerlei problemen met de tandem en konden geen onderdelen krijgen. Nou, dat riep allerlei herinneringen op aan de Gitanetandem die mijn vader gekocht had tijdens de oliecrisis. Daar ging ook voortdurend van alles aan stuk en werkelijk geen onderdeel was standaard. Zelfs de zadelpennen hadden een afwijkende maat, dus een zadel vervangen was al een hele operatie. Enfin, zij zoeken vandaag een fietsenmaker op om de speling uit het achterwiel te laten halen en mikken ook op Brustranda, we gaan het zien.

Vannacht heb ik prinsheerlijk geslapen op mijn nieuwe matje, geen kou gevoeld dus dat thermisch ondergoed kon ook in de tas blijven. Mayke heeft er meteen net zo een besteld, dus van de kou zullen we geen last hebben, hooguit van de regen. Vanmorgen ontbijt ik op mijn gemak in het campingkeukentje met een havermoutvariant met bosbessen. Eigenlijk is dit veel praktischer dan brood, het voedt enorm goed en neemt veel minder ruimte in in je tas. Het brood bewaar ik voor de lunch.

Strandwandeling voor vertrek

Ik vertrek pas tegen negenen, want ik doe maar 40-50 km vandaag. Eerst een lange weg om een fjord heen en dan naar de tunnel, die je zou moeten vermijden. Het is inderdaad een rotding, steil en aangelegd met een bocht, dus je hebt geen overzicht. Eerst ga je 750 meter loeihard omlaag en daarna klim je diezelfde 750 meter stapvoets weer omhoog terwijl de campers en caravans langs je sjezen. Voor de klim omhoog manoeuvreer ik de fiets het voetpad aan de linkerkant op, dat 20 cm hoger ligt, maar niet veel breder is dan mijn fiets met bepakking. Enigszins onvast stuur ik de fiets in wandeltempo over de strook, gelukkig ontmoet ik geen fietsers op tegenkoers! En een herrie dat al dat verkeer maakt! Ik heb nog nooit zo uitgekeken naar het spreekwoordelijke licht aan het einde van de tunnel.

Na de tunnel is een parkeerplaats waar ik even uitblaas en mijn ervaring kan delen met de fietsers die na mij uit de tunnel komen. We vinden er allemaal hetzelfde van. Iets over elven ben ik al in Leknes en hoef nog maar 16 km naar mijn doel van vandaag, de camping van Brustranda. De positieve kant van het drukke toerisme hier is dat in de grote dorpen hippe koffietentjes zijn met lekkere cappuccino. De camping ligt aan het water aan de rustige oostkant van het eiland, het is er stil en de zon schijnt uitbundig.

Heel veel van dit soort goudkleurige wiervelden

De camping in zicht

Gefietste afstand: 47,8 km
Gefietste tjjd: 4 uur
Afstand tot de Noordkaap zoals de steltloper vliegt: 552,2 km

14-7 Hammerstad

Ik ben ooit begonnen met het beschrijven van mijn maaltijden omdat ik minimaal een keer per dag uit eten ga op mijn fietsvakanties. Maar die vlieger gaat hier maar gedeeltelijk op, want heel vaak is er niks in de buurt. Dus als ik vanaf nu niet over het eten schrijf, dan at ik gevulde pasta met een mix van gebakken champignons, ui en eventueel een paprika (de rode gaan hier voor 8 euro over de toonbank, de groene voor een euro minder). Maar gisterenavond at ik zelfgebakken entrecote met worteltjes en volkoren noedels. De bereiding ging als volgt: 1. snij de wortels in korte stukjes, halveer ze in de lengte (dan zijn ze sneller gaar) en kook ze kort. Snij de entrecote in repen en bak ze in de olijfolie, als het vlees goed is, gooi je de nog warme wortelen erbij. 3. Kook de noedels in 4 minuten gaar. En smullen maar.

En ineens is het nog maar een week voordat Mayke komt. Zij is vandaag gaan proefinpakken om te zien of alle essentialia wel meekunnen, inclusief een klein koffiezettertje, dat belangrijk is voor haar moraal. De ingepakte fietstassen gaan samen in een Ikeatas en worden als één collo ingecheckt, zo is er de minste kans op zoekraken van de bagage. Of liever gezegd, dan komt alles aan of niets komt aan, maar niet de helft.

Het is vandaag een hele heldere dag en er staat een stevig windje. De eerste helft van het traject naar Svolvaer doe ik in twee uurtjes over een doodstille B-weg, maar daarna voeg ik weer in op de E10 en die bestaat uit een en al steile hellinkjes. Je komt niet boven de 30 meter uit, maar elk hellinkje is 8-9% dus je trapt je telkens drie minuten het leplazarus en dan suis je weer een minuut naar beneden.

Zicht op de camping in de ochtend

Bloeiende biezen

IMG_0065

Al de hele ochtend verlang ik naar lekkere koffie, maar op zondagochtend is alles nog dicht. Vlak voor Kabelvåg staat bij een afslag een bord met Åben Kafe. Geheel tegen mijn principes in, want die borden kloppen bijna nooit, maar gedreven door een diep verlangen naar koffie, neem ik die afslag en verdomd als het niet waar is, na 500 meter kom ik bij een idyllische inham met een heel chique café. Uitstekende cappuccino en heerlijke kaneelbollen lachen mij toe. Even later kom ik langs een ecologisch bakkerscafé, dat wil zeggen dat ze sandwiches van zuurdesembrood verkopen belegd met gegrilde groenten en dat soort randstedelijke combinaties. Ik zit hier gewoon in beschaafd gebied!

Na deze prima lunch bezoek ik eerst de Lofotenkathedraal in Kabelvåg, een grote houten kerk die van binnen gedecoreerd is met schilderijen van alle Lutherse bisschoppen die hier sinds de 18e eeuw benoemd zijn geweest. De toelichting bij de schilderijen bestaat uit hun naam en de periode van hun benoeming, met een ouderwetse lettertang afgedrukt op een strook plastic die vervolgens in de linkerbenedenhoek van het canvas gekleefd is. Wel handig, want als je het schilderij een keer verhangt, hoef je je niet om de bordjes met toelichting te bekommeren.

In Svolvaer besluit ik nog even door te fietsen, het is hier nogal toeristisch en druk en ik eindig op een prima plekje op de camping van Hammerstad.


Een superplekje op de camping

Uitzicht vanuit de tent

Om kwart voor twaalf ‘s nachts

Gefietste afstand: 63,5 km
Gefietste tijd: 5 uur
Afstand tor de Noordkaap door de lucht: 522,5 km

15-7 Stokmarknes

Gisterenavond raakte ik in het keukentje aan de praat met een Franse hoogleraar bedrijfskunde. Die was na zijn burn-out 5 jaar geleden gaan fietsen. Hij had een heel simpele aanpak, je kiest een windrichting en fietst zo ver mogelijk. Bijgevolg was hij al via Mongolië naar Australië gefietst, had hij de Verenigde Staten doorkruist (en ontdekt dat de winters daar bitterkoud kunnen zijn), was hij nu op weg naar de Noordkaap en daarna wordt zijn bestemming Johannesburg. Op mijn vraag waar hij van leeft, vertelde hij over Woofing, een website die overal werkplekken aanbiedt op ecologische boerderijen tegen kost en inwoning. Verder heeft hij genoeg spaargeld totdat zijn pensioen ingaat (en dat is in Frankrijk 5 jaar eerder dan bij ons). O ja, wat at ik? Risotto met paddestoelen uit de zak, niet van Adventurefood, maar van Firepot. Die zijn twee keer zo duur, maar echt veel lekkerder!

Vanmorgen lig ik om half zeven al te stoven in de felle zon, dus er zit niks anders op dan op te staan. Zodoende ben ik een uur te vroeg voor de ferry, maar de ferry is ook een uur eerder dan de dienstregeling beweert, dus ik kon zo aan boord stappen. Er is geen koffie op de pont, maar aan de overkant ligt het stadje Melbu en daar hebben ze een bakker met koffie en kaneelstange en terras. Ik zit al een beetje te plannen op het traject Gryllefjord – Tromsø. Ik neem donderdag de eerste ferry van Andenes naar Gryllefjord, die komt aan circa half elf aan en dan is het nog 74 kilometer naar de camping met een klim naar 300 meter hoogte over 4 km. Dat wordt dan een heel lange dag. Opknippen kan, maar dan ben je minimaal 150 euro voor een nachtje hotel kwijt. Er is één hotel met 3 kampeerplekken. Die moet je wel tevoren reserveren, dus ik dien meteen maar een verzoekje via de email in.

Ochtendlicht

Na Melbu kan ik kiezen links- of rechtsom het eiland naar Stokmarknes. Ik kies voor rechtsom en word beloond met een bijzondere houten zeskantige kerk in Hadsel. Binnen hangt een bijzonder schilderij van een rijke en een arme man die bidden. Met rode lijntjes tussen hun hoofd en het landschap wordt duidelijk gemaakt waarvoor ze bidden. Het hoofd van de rijke man is met een aantal lijntjes verbonden met burchten, legers; schepen en andere materiële zaken, het hoofd van de arme man is rechtstreeks verbonden met de Hebreeuwse letters voor JHWH in de hemel. Ook voor de ongeletterden en de doven is de boodschap duidelijk.

Het is een slechte foto. maar je ziet de lijntjes

Als ik weer buiten kom, zie ik bordjes in het gras met de tekst koffie en wafels, die wijzen naar een bijgebouwtje. Binnen zitten twee bejaarde dames sokken te breien en ik begroet ze met Goodmorning! Coffee and waffles! En ja hoor, het wafelijzer gaat aan, het beslag staat al klaar. We raken een beetje aan de praat en de dames zijn zussen, Karin en Ut. Ik zet ze op de foto, daar hebben ze groot plezier in.

Karin en Ut

Dan is het nog een minuut of twintig naar de camping. Er is niemand, maar er is wel een bord met sleutels van vacante hutten. Die zijn niet veel duurder dan een tentplaats, dus ik pak een sleutel en installeer me. Na een wasje kom ik de Franse hoogleraar weer tegen, die had een ferry later en ging linksom en werd beloond met prachtige uitzichten.

In de middag bezoek ik het Hurtigruten museum, over de geschiedenis van deze kustverbinding in het noordelijke deel van het land. Er staat een compleet passagiersschip uit 1955 overdekt op het droge waar je doorheen kunt lopen. In een aparte ruimte staat het salongedeelte van een vooroorlogse voorganger, de s.s. Finnmarken. Dat schip is vlak na de oorlog voor de sloop aan Nederland verkocht, de sloper sneed de sectie met de salons eruit en verkocht die aan een manege in Beekbergen, waar dat deel jaren lang als overnachtingsaccommodatie heeft dienst gedaan. Een aantal jaren geleden hebben de Noren die sectie weer teruggekocht en in het museum gezet.

Gefietste afstand: 49,5 km
Gefietste tijd: 4 uur
Lengte van de straal van de cirkel die de Noordkaap als middelpunt heeft: 494,3 km!!! Onder de 500!!!

16-7 Buksnesfjord tussen Andøy en Dragnes

Gisterenavond at ik een magnetronmaaltijd, tandoori chicken. Zelfs als er geen magnetron op de camping is, maar die is er bijna altijd wel, krijg je die wel warm. Na het eten nog even gebeld met Mayke, toch een gekke gedachte dat ze over een paar dagen hier ook is. De weersvooruitzichten zijn nog steeds goed, volgende week misschien wat regen, volgens mij heb ik echt ongelooflijke mazzel.

Blik op het Hurtigruten museum van Stokmarknes

Ik ben lekker vroeg wakker en fiets op mijn gemak naar Sortland. De weg is heerlijk, golft een beetje op en neer, maar vraagt nauwelijks inspanning. Onderweg word ik ingehaald door een enthousiaste Engelsman, die me begroet alsof we elkaar al eerder gezien hebben, maar ik weet zeker van niet. Hij rijdt op een handgemaakte fiets uit Oxford met minimale bagage. In tien minuten weet ik alles over zijn reis en zijn plannen, ik hoor het allemaal vriendelijk aan. Als de bus langs komt, begint ie enthousiast te zwaaien. “Look, the bus! They have great buses here! “. Als hij wegfietst, valt me op dat hij een geëmailleerde kroes aan zijn riem heeft hangen, zo eentje als wij vroeger met de verkennerij op kamp meenamen.

Meteen na Stokmarknes moet je weer over zo’n brug

In Sortland vind ik een zaakje met goede koffie en gebak en ik bel gelijk maar eens met dat hotel richting Tromsø met die kampeerplekken. Ze hebben nog niet gereageerd op mijn email, maar de telefoon wordt ook niet opgenomen. Ze hebben wel een gelikte website waar je dure kamers kunt reserveren, maar misschien zijn ze alleen in de winter open? In dat geval wordt het donderdag toch een lange dag.

Net over de brug van Sortland

Deze besjes zijn hun gewicht in goud waard, vol vitamine C

Na Sortland steekt er een stevige noordenwind op, aan het water te zien zo’n 4-5. Volgens de receptionist van de camping, volgens mij een Amerikaan, maar beslist geen Noor en al helemaal geen inboorling, wordt die noordenwind veroorzaakt door de zeemist, die je inderdaad kunt zien hangen in de fjord. Naar mijn bescheiden mening zou het eerder andersom moeten zijn, want volgens mij ontstaat die mist doordat koude lucht over warm water waait, maar ik ga hier niet de wijsneus uithangen en zeg: O really, interesting!

Zeevlam


Vanavond eet ik in het restaurant, ze hebben allerlei specialiteiten, zoals stokvis, walvis en rendier op de kaart.

Afgelegde afstand: 70,7 km
Gefietste tijd: 5.5 uur
Afstand tot de Noordkaap hemelsbreed: 449,6 km

17-7 Bleik

Nee, ik at geen walvis gisterenavond, al twijfelde ik wel even, het onbekende lokt altijd, maar ik vreesde excommunicatie. Het werd arctische zalm, in het Nederlands ook wel bekend als beekridder, met een halve liter bier. Maar ik begon met een romige vissoep met zuurdesembrood, daarna dus die beekridder, echt een heel smakelijk visje met niet zo’n nadrukkelijke zalmsmaak, met erwtenpuree, sugarsnaps en aardappelen. Als dessert nam ik ijs met vruchtenmousse. Na dit copieuze diner viel er niet veel anders te doen dan nog wat te lezen (Sense of an ending van Julian Barnes) en vroeg te gaan slapen.

Ik fotografeer niet vaak eten, maar dit toetje vroeg er om

Gisterenavond kreeg ik alsnog antwoord van dat hotel waar ik donderdagavond een van de drie kampeerplekken wilde reserveren. Het antwoord was, we hebben helemaal geen plekken voor tenten! Ik heb ze bedankt voor de reactie en voorgesteld dat ze hun website aanpassen. Enfin, toen nog maar eens de Norcamp app geraadpleegd en zo vond ik toch een kleine camping die ik eventueel kan gebruiken om de route van Gryllefjord naar Tromsø in drie dagen te doen in plaats van twee. Maar ik zie wel hoe het morgen gaat.

Ik ben om zes uur al weer klaar wakker van de zon op de tent. Gisterenavond vulde het dal zich langzaam met een wolk en ik dacht dat het wel nat en koud zou worden, maar het tegendeel is waar. De tent is kurkdroog bij het opstaan en ik lig behoorlijk te puffen in die dikke slaapzak. Voordeel is dat ik om deze tijd het toiletgebouwtje voor mezelf heb, want er zijn voor de hele camping precies twee wc’s, twee wastafels en twee douches, alles in één gebouwtje en van elkaar gescheiden met schotten op pootjes.

Ik steek over naar Risøyhamn over alweer zo’n enorm hoge brug, die zo hoog is dat een coaster er onderdoor kan.

Alweer zo’n brug, nu naar Andøya

Daarna fiets ik langs de westkant van het eiland Andøya over een mooie, relatief rustige weg. Het is bijzonder helder weer, maar erg fris. Er staat een straffe koude noordenwind die veel energie vraagt. Tegen het einde van de ochtend is alle fut wel uit mij, gelukkig is er dan de 24 uurs supermarkt met café in Nordmela. Daar hebben ze grote stukken crunchy chocoladetaart en dik belegde stokbroodjes voor vermogende uitgeputte fietsers.

Ik kom langs een monumentje ter herinnering aan de opening van de lanceerbasis van ISAR space. Daar heb ik nog nooit van gehoord, maar het is echt iets, met verderop een brandstofopslag en kantoren. Er staan helaas geen raketten opgesteld, maar volgens de website zijn ze gespecialiseerd in het lanceren van kleine satellieten en kun je ruimtevluchten bij ze boeken. De prijs is op aanvraag trouwens.

Deze rotspunt produceert continu een wolkje

Ik fiets door tot de voorlaatste camping voor de ferry, dan hoef ik morgenochtend nog maar zo’n tien kilometer af te leggen naar de kade. De camping hier wordt gerund door een zwaar getatoeëerde man en zijn geblondeerde moeder. Eerst een plekje uitzoeken op het minimale tentenveldje en als dat lukt, kan ik me melden en betalen. Veel keuze heb ik niet, alle plekjes aan de strandzijde zijn al ingenomen, dus ik sta op de tweede rij. Maar het is maar voor één nacht, dus ik kijk vanmiddag wel tussen de tenten door naar de zee.

Gefietste afstand: 62 km
Gefietste tijd: 4:45
Afstand tot de Noordkaap volgens de meeuwen: 412,2 km

18-7 Skaland

Gisterenavond at ik labskous (een soort hutspot maar dan met rundvlees), dit keer niet thuis bereid door een moeder en dochter en aan de veerkade verkocht, maar gewoon uit de supermarkt. Na het eten belden Mayke en ik nog even om de laatste praktische zaken voor zondag door te nemen en ons te verbazen over de weersvoorspellingen voor de route, die beginnen zo langzamerhand mediterrane trekjes te vertonen. We zullen zien of dat allemaal uitkomt! Mijn idee dat je de hitte kunt ontvluchten boven de poolcirkel, werd gisterenavond gelogenstraft. De zon brandde ongenadig op de tenten, er was nergens schaduw en alleen de Noren genoten en zagen dit als een buitenkansje. Pas na elf uur ‘s avonds, toen de zeemist doorzette, verdween de zon en werd het wat koeler. Tot die tijd lag ik me zwetend op mijn slaapzak af te vragen of je op Groenland of Spitsbergen ook kunt fietsen. Het was de eerste keer dat ik midden tussen de feestvierende toeristen zat, tot diep in de nacht liepen er mensen rond, druk aan het praten en met muziek. Gelukkig is de drank hier zo duur, dat overlast van dronken mensen eigenlijk uitgesloten is.

De camping om middernacht

Om kwart voor zes staat de zon op de tent en dat is een goed moment, want ik moet de veerboot van kwart voor negen hebben in Andenes. Onderweg kom ik langs radarstations en het militaire vliegveld, waar twee meisjessoldaten volgens de regelen der kunst de Noorse vlag hijsen (stram in de houding, omhoog kijken en de vlag gelijkmatig hijsen).

Misschien wat onpraktisch voor de achterblijvers, maar ik wil hier wel liggen

Laatste blik op Bleik

Ik ben mooi op tijd en mag als eerste naar binnen, bind de fiets goed vast in het ruim en dan begint de oversteek. Deze ferry is veel kleiner dan die tussen Bodø en Moskenes, waarmee ik gekomen ben. Het is behoorlijk heiig en door de stevige noordenwind van de laatste dagen staat er een dwarse deining. Gryllefjord op het eiland Senja is een klein dorpje dat ingeklemd ligt tussen steile rotswanden. Er is één weg en die wordt in beslag genomen door een ellenlange rij campers en caravans voor de ferry. Je kunt op je vingers natellen dat het einde van de rij op zijn vroegst vanavond aan de beurt is.

Het eerste deel is mooi fietsen, Senja is een prachtig eiland. Je volgt de hele tijd de kust en golft een beetje op en neer.


>p>

Maar dan moet je toch ineens omhoog naar 320 meter en uitgerekend op dat moment is er geen wolkje aan de lucht en brandt de koperen ploert ongenadig. Ik zweet me een ongeluk en de combinatie van de warmte en steil klimmen, maakt dat ik om de haverklap stop om op adem te komen. Ik neem me heilig voor om volgend jaar de een of andere ijs- of zoutvlakte over te fietsen of desnoods een savanne, maar ik ga niet meer klimmen in de brandende zon.

Als ik boven ben, laat ik mezelf eerst afkoelen en opdrogen, daarna een trui en een jack aan en hup de tunnel in die schuin omlaag loopt. Die tunnel is op keldertemperatuur, dus je moet wel voldoende aantrekken als die langer dan 500 meter is. In 2 kilometer ben ik weer terug op 150 meter. Aan de andere kant van de berg is het nota bene bewolkt, dus afdalen gaat in de kou, dat had beter andersom gekund.

Ik eindig op de self-service camping van Skaland. Ik meld me online aan en reserveer en betaal een genummerde plek. Alle plekken zijn zo knobbelig als wat, dus het maakt niet zoveel uit waar ik ga staan. Het is hier trouwens muggenparadijs, ondanks dat de camping aan een fjord ligt, dus goed smeren met deet is een voorwaarde. Voorlopig ben ik de enige fietser, op het knollenveldje staan verder wandelaars of mensen die met de auto gekomen zijn. Je moet er trouwens wel op tijd bij zijn hier, in dit gebied zijn maar weinig campings, dus mensen checken al vroeg in. Morgen hoef ik maar een kort stukje, iets van 40 kilometer schat ik, dus ik heb alle tijd om bij te komen.

Gefietste afstand: 51 km
Gefietste tijd: 4 uur
Afstand tot de Noordkaap langs de meridiaan: 357,9 km

19-7 Botnhamn

Ik kookte maar weer eens zelf gisteren, de grootste uitdaging was het vinden van vlees in bescheiden porties. Uiteindelijk eindigde ik weer met die spiesjes varkensvlees in knoflook. Die at ik met een courgette, een ui en tagliatelle uit de kleinste verpakking die ik kon vinden, dat werd dan wel de glutenvrije variant. Ze doen hier niet aan kleine pakjes rijst of pasta, het minimum is een kilo en daar pas ik voor. Daar fiets ik dan nog een week mee rond

In de ochtend doe ik rustig aan, want ik hoef maar een klein stukje vandaag, hooguit 40 kilometer. Om iets over negenen fiets ik langs de supermarkt om inkopen te doen en een kopje koffie te drinken, want ik kom vandaag geen winkels meer tegen. Tot mijn verbijstering is die nog op slot! Het is toch een gouden regel in Noorwegen dat supermarkten om 7 uur open gaan, maar dit is dus de uitzondering op die regel en er zit niets anders op dan buiten aan een picknicktafel tot 10 uur te wachten. Het is fris en grijs, maar gelukkig lost de wolk over Skaland langzaam op als ik zit te wachten en ik voel de warmte langzaam in mijn botten trekken.
Terwijl ik me voor de deur zit te vervelen, bestudeer ik de website van de camping van vanmiddag. Ze hebben echt de meest snoezige hobbithutjes voor de prijs van twee tenten. Weet je wat, die neem ik. Dan kan ik gelijk al wat dingen wassen op de camping, zodat ik zondag fris en fruitig Mayke van het vliegveld kan halen. Als troost voor het lange wachten, staan er thermoskannen met gratis versgezette koffie in de winkel.

Ik fiets vandaag door zes of zeven tunnels, in lengte variërend van 300 meter tot een paar kilometer. Sommigen zijn mooi breed en goed verlicht, andere zijn smal en donker terwijl het water langs de wanden drupt. Gelukkig hebben de meeste tunnels een signaleringssysteem voor fietsers, je drukt op de knop en er gaat een oranje licht flikkeren bij de ingang. Aan het begin van een reeks van drie, staat er naast de drukknop een witte brievenbus met gele hesjes erin. Maar als je die aan de andere kant wil inleveren, waar de brievenbus naast een picknicktafel staat, blijkt dat de mensen de bus voor een vuilnisbak hebben aangezien.

Senja is een prachtig eiland, heel schilderachtig met hier en daar brede witte zandstranden, waar het natuurlijk vol staat met campers en tenten.

Fjordbotn camping ligt in het diepste puntje van de fjord, op een uurtje fietsen van Botnhamn. De noordenwind waait recht onder de laaghangende wolken door de fjord in en staat precies op de voorkant van mijn hutje. Ik was vanmorgen nog wel zo geïnspireerd geraakt door die zomerse foto van twee mensen die zich voor hun hutje in de zon koesteren, maar het is aangenamer binnen. Vanavond neemt de wind af en als ik geluk heb, schijnt dan de zon.

Het hutje

The view

Afgelegde afstand: 39 km
Gefietste tijd: 3 uur
Afstand in een rechte lijn naar de Noordkaap: 339,1 km

20-7 Tromsø

Ik heb tegen al mijn principes in gisterenavond het hamburgermenu gegeten. Op de camping stond een grote tent die als restaurant dienst doet. Je kon kiezen uit pizza (dat heb ik wel afgeleerd), fish and chips of een hamburger met patat. Die werd geheel volgens de regels geserveerd op een klef wit broodje met maïskorrels, reepjes ijsbergsla, een soort van saus en patat. Het vult wel, maar ik snap nog steeds niet waarom mensen dit graag eten.
je maar halve dagen fietst, lees je veel. Eergisteren las ik Het postkantoor van Charles Bukowski, een hilarisch verhaal over overleven in de Amerikaanse ambtenarij bij de posterijen. Kan ik iedereen aanraden, het is nog steeds actueel. Nu ben ik beginnen in American Psycho van Bret Easton Ellis over rijke maar onzekere jonge twintigers in New York die in de financiële sector werken. Het is nogal vermoeiend lezen omdat hij van iedereen die in het verhaal voorkomt de kleding beschrijft en de merken benoemt. Ik snap dat het een stijlmiddel is, maar wie kent al die merken van twintig jaar geleden nog? Van wassen kwam gisteren niet veel, er was maar af en toe een beetje zon, de wolken hingen laag boven de grond en er stond een koude vochtige wind. Mijn fietsbroek droogde ik na het wassen op het elektrische kacheltje in de hut.

Ik ben om kwart over vijf wakker, mooi voor de wekker, ik kan op mijn gemak opstaan en ontbijten in de gemeenschappelijke keuken. Het is 12 kilometer naar de ferry en je weet nooit precies hoe lang je er over doet. Het fijne van zo vroeg fietsen, is dat er nog geen noordenwind staat. Die steekt pas in de loop van de ochtend op. Om kwart voor zeven zit ik op de fiets en een half uurtje voor vertrek sta ik op de kade van Botnhamn. Er staat een klein rijtje van misschien zeven auto’s, het is weekend tenslotte. Ik verlaat Senja en ga naar Brensholmen op het eiland Kvaløya. Van daar is het nog 60 kilometer naar Tromsø.

Botnhamn

Tijd voor een servicebeurt

In Brensholmen ga ik eerst naar de Joker (de supermarkt), die gaat eigenlijk pas om negen uur open, ik ben een kwartiertje te vroeg. Als de medewerkster me ziet afstappen, doet ze de deur open en maakt een uitnodigend gebaar, kom maar binnen. Bij het afrekenen, wijst ze op de speciale huiskamer met gratis koffie voor de klanten. Daar maak ik graag gebruik van!

Koffiekamer in de Joker

Het werd echt een heerlijk fietstochtje, een lange stille tunnel, rustig omhoog naar 160 meter en over de fjell en na een uurtje weer een afdaling naar de volgende fjord.

Het lijken wel Wadden

Ik geloof er niet meer in en dan zeker ook nog twee soorten?

Fjell

Om in Tromsø te komen, moet je weer zo’n idioot hoge brug over, maar dan hoef ik alleen nog maar het eiland halfrond te volgen om in het centrum te komen. Recht oversteken kan ook, maar dan moet je wel bereid zijn o ijselijk steile straten te beklimmen. Ik heb een appartement in het centrum met een wasmachine, zodat ik nu serieus werk kan maken van het opfrissen. Het appartement blijf een souterrain te zijn met een enkel raam en nogal frisjes. Maar het is goed ingericht en de wasmachine doet het.

Waarom is mijn airbnb altijd bovenaan de helling?

Als de was draait, wandel ik naar het Poolmuseum, daar kun je alles leren over het leven op Spitsbergen, over zeehonden jagen en villen en ijsberen schieten. En uiteraard is er een afdeling over de Noorse poolreizigers.

Gefietste afstand: 74 km
Gefietste tijd: 5,5 uur
Afstand tot de Noordkaap langs de meridiaan: 291,9 km

21-7 D-day Tromsø-2

Gisterenavond bakte ik een entrecote, die ik met de rest van de glutenvrije tagliatelle en een zak wortels opat. Ik vind mijn appartementje geen succes, op de wasmachine na dan. Het is donker, koud en vochtig en het laminaat staat bol. Er hangen twee televisieschermen, maar er valt niks op te zien, of je moet je eigen laptop met chromecast bij je hebben. Vlak boven de kookplaat hangt een soort rookmelder, die elke keer de pitten uitschakelde als er iets teveel stoom uit de pannen kwam. En tot slot en dan hou ik er over op, boven mij rende een klein kind de hele avond brullend van links naar rechts, terwijl het van alles omsmeet.

Vanmorgen slaap ik uit tot half acht, daarna droog ik de nog vochtige was op het elektrische kacheltje en hang beetje rond tot een uur of elf. Ik kan pas om drie uur het andere hotel in, dus ik besluit naar de hortus botanicus van de universiteit te gaan, waar je ook koffie kunt drinken en wafels eten en om inspiratie op te doen voor mijn eigen tuin! Ik maak fotootjes van alles wat ik leuk vind (en van de naambordjes uiteraard).

Papaverbollen

Restje oude stad

Intussen zit Mayke op Schiphol te wachten, met een overstap in Oslo komt ze om 18.10 vanavond aan. Haar vlucht lijkt geen last te hebben van de computerstoring op Schiphol, volgens de website vertrekt ze op tijd.

Dit is ook een goede dag om de ingekomen post weer eens door te nemen. H.K. uit N.S. schreef: Beste Frans, elke dag lees ik je relaas, bewonderend, medelijdend, lachend en “tjesus, moet je nou weer horen B.”. A.L. uit L. vroeg wat het hoogtepunt van de reis wordt, het halen van de Noordkaap of de komst van Mayke naar Tromsø. Mijn antwoord was dat ik fietsen met Mayke het belangrijkst vind, als we die Noordkaap niet halen, is het ook OK. H.S. uit Z. heeft geprobeerd op een elektrische fiets zonder versnellingen door de Limburgse heuvels te fietsen, maar dat ging niet echt. Je hebt toch versnellingen nodig. En ze wenst ons veel fietsplezier samen toe. B.W.P. a/b Northstar Innovator leest de verslagen met plezier en constateert dat ik het niet zwaar heb. Wat mij tot de conclusie brengt dat ik mijn ontberingen op deze tocht niet dik genoeg heb aangezet.

Na de hortus hing ik nog wat rond aan de haven, in havens is altijd wat te zien. Vervolgens inchecken in het hotel dat Mayke geboekt had en toen naar de luchthaven. En daarmee begint een hele nieuwe fase in deze trip.

22-7 Svensby

Tijdens het wachten op het vliegveld, raakte ik in gesprek met een Indiaas stel. Die waren na vier overstappen hun bagage kwijt en zaten in de rats, omdat morgen hun cruise begon. Luxeproblemen, dacht ik, ga lekker winkelen vanmiddag en dan ben je morgen goed gekleed voor de cruise. Mayke’s bagage was gelukkig wel meegekomen, twee fietstassen samen in een lila Ikeatas en de slaapzak als handbagage.

En dan wil je natuurlijk samen uit eten aan de haven, maar dat was nog niet zo eenvoudig. Alles zat vol, dus we eindigden bij een Japanner een paar straten verderop. Het werd nigiri voor Mayke en gefrituurde gemarineerde kip met kleefrijst voor mij. Dat lag me vannacht behoorlijk zwaar op de maag.

Vanmorgen doen we eerst boodschappen, in je eentje is dat routine, maar samen vraagt dat om overleg. Dat is wel even wennen voor mij, want na zeven weken mijn eigen routine, moet ik er wel aan wennen dat Mayke misschien andere ideeën heeft dan ik.

De gehuurde fiets

Bij Tromsø Outdoor staat de fiets klaar en na nog een koffie kan de reis beginnen. Eerst over de afgesloten brug over de fjord naar de oostoever en dan langs de rand van het eiland richting Breivik. We volgen de E8, grotendeels parallel gelukkig, maar gedurende een half uurtje ontkomen we niet aan fietsen op de witte streep langs de berm. Het is de hele tijd klimmen en dalen en als we eenmaal van de E8 af zijn en over de rijksweg 19 fietsen, worden die klimmetjes steeds steiler. De temperatuur loopt op tot 28 graden en de zon brandt. Met de zomerhitte is het net als met de dood in Ispahan, je ontkomt er niet aan. Waar ik ook aan moet wennen, is dat Mayke betere fietsbenen heeft dan ik, als we klimmen dan loopt ze flink op me uit.

Onderweg stoppen we bij een klein winkeltje, Isaks kiosk geheten, waar we wat drinken en ons laten afkoelen door de de strategisch opgestelde ventilatoren rond het klantenzitje.

Uiteindelijk zijn we tegen vijven op de camping van Svensby, weer zo’n self-service project. Zoek een plek en betaal online.

Gefietste afstand: 48,7
Gefietste tijd: 3,5 uur
Afstand tot de Noordkaap zoals een vogel vliegt: 264,9 km

23-7 Sandnes (10 km voorbij Storslet)

Gisterenavond aten we gevulde pasta voor vier personen met een gebakken courgette en tomaten. We namen een bescheiden ijsje toe.

Daarna moesten we in de rij staan om af te wassen in het keukentje, de man die aan de beurt was deed er eindeloos over en spoelde elk object wel drie keer na. Ik verdacht hem er van dat hij niet terug naar zijn vrouw en kinderen in de caravan wilde, die natuurlijk het mens-erger-je-niet-bord al opengeklapt hadden.

Met zijn tweeën in de tent is toch een andere ervaring, je ligt samen in een combinatie van aaneengeritste slaapzakken en een lakenzak op twee losse matrasjes, dus bewegingen als omdraaien vragen om enig beleid. Maar we slapen prima na zo’n middagje fietsen.

Let niet op dat roestige schuurdak

Om zes uur staan we op, ontbijten uitgebreid en vertrekken dan naar de veerboot van Lyngseidet naar Olderdalen. Het is een mooi tochtje van 22 kilometer langs een steile fjord met grillige bergtoppen. De zon schijnt weer volop en het is al snel weer 28 graden. Aan de overkant zijn alle plaatsnaamborden drietalig, in het Noors, Sami en Fins. Dus Olderdalen/Dálusvággi/Talosvankka.

Vanaf Olderdalen volgen we weer de E6, met uitzondering van de enige tunnel, daar mogen wij niet in, wij moeten over de berg. Een meevaller is dat de gemiddelde stijging maar 6% is. Tegen vijven komen we behoorlijk afgepeigerd op de camping aan. Die blijkt zes hectare groot, je mag gaan staan waar je wil, want meer dan tien gasten zullen er niet zijn. Wij hebben een heel bloeiend grasveld voor onszelf, met uitzicht op de fjord. De eigenaresse belooft ons een prachtige zonsondergang als hij achter de berg verdwijnt, waarna om middernacht de zon weer tevoorschijn komt tussen twee bergen. Dat kun je alleen hier zien, zegt ze. We gaan ons best doen om er wakker voor te blijven, beloven we.

Bijna alle campings hebben een flinke keuken, waar je ook kunt zitten bij slecht weer

Afgelegde afstand: 84 km
Gefietste tijd: 6,5 uur
Afstand tot de Noordkaap zoals de Noorse reiger vliegt: 213,1 km

24-7 Storeng

We aten allebei ons eigen ding gisterenavond, Mayke een zak garnalen en ik een biefstuk en samen aten we daar worteltjes, tagliatelle en courgette bij. Toe was er dan nog yoghurt met blauwe bessen. Van de midzomernachtzon was niks te zien om middenacht, de ruimte russen de twee bergen waar de zon zich moest manifesteren, was gevuld met nevel. De hele nacht stond er een harde wind die de tent deed flapperen, maar bij het opstaan is het windstil en worden we omhuld door een wolk, elke beweging die je maakt, brengt je in contact met miljoenen fijne waterdruppeltjes. We ontbeten in de keuken en daarna pakten we de tent nat in.

We verheugen ons enorm op de koffie in Oksfjordhamn, we hebben er dan 20 kilometer opzitten, maar helaas, de winkel daar is voorgoed gesloten. Een nieuwe kans is 26 kilometer verderop in Sørstraumen, daar is weer een winkel. Maar eerst moeten we over een heuvelrug, dat betekent 7 kilometer klimmen naar 420 meter hoogte over de oude E6 die nu als fietspad dienst doet. We doen er een uur over om boven te komen en worden beloond met koude mist en kuddes elanden.

Natuurlijk ga je tegen beter weten in nog even door het raam loeren, maar deze winkel was echt gesloten

Na de snelle en ijskoude afdaling begint het te regenen en een blik op de weerapp vertelt ons dat dat tot morgenmiddag zo doorgaat. Met vooruitziende blik hebben we gisteren al een luxe hut geboekt in Storeng op het Arctic Fjord Camp. Met die wetenschap is het fietsen in de inmiddels stromende regen goed te doen.

Ik dacht dat die rekken bedoeld waren om gevilde elanden te drogen, maar ze houden in de winter de weg vrij van stuifsneeuw

Dat stipje, daar fiets ik achteraan naar de Noordkaap

In Sørstraumen is de Mats Kroken gelukkig open en ze hebben er zelfs een soort snackbar ingebouwd, waar je stukken pizza en worstebroodjes kunt eten (en alles wat er in de winkel te koop is natuurlijk). Daar komen we weer een beetje op verhaal, zodat we de tweede klim van vandaag onder ogen kunnen zien. Die is wat korter, maar veel onrustiger, omdat je tussen de auto’s fietst, we gaan in vier kilometer naar 270 meter. Als we boven zijn, (wat mij meer moeite kostte dan in de ochtend) komt ons een jongen op een vijftig jaar oude Oost-Duitse brommer tegemoet, die eerder net als wij in de Mats Kroken zat op te drogen. Hij is zijn drinkvest kwijt en moet het hele eind weer terug en wil van ons weten of wij dat vest in de Mats Kroken hebben zien hangen. Dat hebben we en hij rijdt opgelucht verder.

Als we daarna omlaag sjezen, slaat de regen recht in je gezicht en wurmt zich tussen je capuchon en je hoofd door naar binnen. Na de boodschappen in Burfjord haalt de brommerrijder ons met opgestoken duim weer in.

Tegen vier uur komen we aan op de camping en onze hut heeft de allure (en de prijs) van een hotelkamer. We hebben een prachtig uitzicht over de fjord.

Ons uitzicht met op de voorgrond de tent van een oude bekende

Afgelegde afstand: 72,5 km
Gefietste tijd: 6,5 uur
Afstand tot de Noordkaap langs een strakgespannen touwtje: 176,3 km

25-7 Alta

Zo gaar als we gisterenavond waren, wisten we toch nog een fatsoenlijke maaltijd in elkaar te draaien met rijst, visburgers, garnalen en sperziebonen uit de diepvries. Daarna lagen we uitgeteld in onze relaxfauteuils met een kopje thee verlangend naar het bed te staren.

Terwijl we aan het koken waren, zag ik een bekende kop zijn tentje opzetten op het grasveld. Dat was een van die twee Duitsers, die ik eerder in Saltstraumen en daarna op de Lofoten was tegengekomen. Op mijn vraag waar de ander gebleven was, antwoordde hij dat die al in het vliegtuig naar huis zat. Hij zelf was ziek geworden en had een aantal dagen in een hotel op bed gelegen. Zijn reisgenoot was in de tussentijd doorgefietst. Hij vloog vanaf Alta, bij de SportsXXL daar verkopen ze niet alleen goede fietsdozen, waarin je je fiets mee kunt nemen in het vliegtuig, maar ze helpen je ook om je fiets te demonteren en de zaak goed in te pakken.

Als we opstaan, is mistig en koud, maar droog. We willen om half acht op de fiets zitten, want het wordt een lange dag, maar hoezeer we ook ons best doen, wordt het toch na achten dat we vertrekken. Gelukkig is de E6 om die tijd nog lekker stil. Al na de eerste klimmetjes, zien we in Alteidet een bord met Turist Info en Kafe. Natuurlijkis het nzin om te veronderstellen dat die om negen uur al open zijn. Maar het is wel een teken van beschaving! Even later stoppen we in Langfjordbotn bij een winkel met café, maar voor tienen doen ze daar geen zaken. Dan zetten we zelf wel koffie op een parkeerplaats langs de weg. Dat doen we precies op tijd, want even later begint het weer te regenen en dat blijft doorgaan tot het einde van de ochtend als we de fjord waar Alta ligt inrijden, dan droogt het op en begint de zon te schijnen.

Regen

In Talvik, na 55 km fietsen, bereiken we dan een winkel die open is en een koffieautomaat heeft. Als we buiten aan de picknicktafel zitten, komt de Duitser ook weer aanzetten. In Alta zijn drie campings, waarvan eentje met goedkope hutten. Als ik ze bel, hebben ze nog wat beschikbaar. Na Talvik volgt een aantal tunnels, maar daar mogen we niet altijd door. Dan moet je om of over de berg heen fietsen en dat is geen straf, want dan ben je even van het geraas van de voorbijkomende auto’s verlost.

Talvik

Kafjord

Alta

In Alta zijn we reuze blij met onze hut, want we zijn bekaf. Overigens is er weinig romantisch aan, de hutten zijn hier allemaal aan elkaar vast gebouwd met uitzicht op de parkeerplaats.

Gefietste afstand: 95,7 km
Gefietste tijd: 8 uur
Afstand tot de Noordkaap in een rechte lijn: 154 km

26-7 Skaidi

En wat aten wij gisterenavond? Rijst met ratatouille en kipflieders, uiteraard allebei een halve pot yoghurt toe. Ondanks alle goede voornemens, was het toch weer tien uur voordat we gingen slapen.

Brug net voorbij Alta, ondanks de basic uitvoering met bloembakken

We zijn ruim voor zessen wakker en dat is natuurlijk een goed voorteken. We hebben vandaag een pittig traject, veel kilometers en twee keer klimmen, de eerste keer in vier kilometer naar 250 meter, de tweede keer in tien kilometer naar 400 meter. Als we tegen achten wegfietsen, is het al boven de twintig graden en de zon brandt er op los. Toch valt het klimmen ons reuze mee vandaag, dat komt ook door de wind die we in de rug hebben. Tijdens het klimmen worden we achtervolgd door een onweersbui, die gelukkig op het laatste moment rechtsaf slaat en achter een bergrug verdwijnt.

Voor de eerste keer staat de kaap op het bord

Na de eerste klim

Koffietijd


Later, als we eenmaal op de hoogvlakte zitten, verandert de rugwind in een zijstorm en moet je ontzettend oppassen om niet dwars over de rijbaan geblazen te worden voor de wielen van een touringcar vol zingende Finnen bijvoorbeeld. Het wordt dan een paar uurtjes ploeteren, totdat we weer voldoende gedaald zijn en de wind in kracht is afgenomen. Het is wel een heel bijzonder landschap waar we doorheen rijden, leeg en weids en letterlijk onherbergzaam.

In Skaidi doen we boodschappen bij de plaatselijke winkel van Sinkel en dan is het nog 4 kilometer naar de camping.

Ik heb ook een besluit genomen over de terugreis. Ik fiets nu al weken over drukke tweebaanswegen en de route terug betekent nog eens 1200 kilometer in het drukke verkeer tot aan de Zweedse oostkust. Ik merk dat die gedachte me enorm tegen begint te staan. Daarnaast merk ik dat ik fysiek ook aan mijn tax zit, hoewel het lijf zich toch elke keer weer op wonderbaarlijke wijze weet te herstellen, verlang ik er naar om eens een paar dagen niet te fietsen. Dus ik ga samen met Mayke naar Hammerfest en neem vanaf daar de Hurtigruten (een soort bootdienst die een groot aantal havens tussen Bergen en Kirkenes aandoet). Aanvankelijk dacht ik in een klap naar Bergen te varen, maar dan betaal je voor vijf dagen varen meer dan 3.100 euro. De kosten gaan zitten in de verplichte hut en de maaltijden. Dat vind ik een beetje te gortig, voor dat geld vlieg je tegenwoordig de wereld rond. Maar als je korte stukken meevaart, korter dan 18 uur, dan geldt die verplichting om een hut te nemen niet en dat maakt het opeens een stuk goedkoper. Voor het traject Hammerfest – Tromsø, toch vijf dagen fietsen, betaal ik 80 euro. Dus die heb ik alvast geboekt. Daarna zie ik wel weer verder.

Gefietste afstand: 97,6 km
Gefietste tijd: 7,5 uur
Afstand tot de Noordkaap zoals een vogel vliegt: 82,7 km

27-7 Repvåg

In de winkel van Sinkel vonden we gisteren tussen alle gezinsverpakkingen met rendier-, eland-, en walvisvlees (en accu’s en winterbanden etc) ook nog twee ingevroren zalmfiletjes en een zak gemengde groenten.

We vroegen elkaar van de week: Waar denk je aan onder het fietsen? En de verrassende conclusie was, aan niks bijzonders. Vooral als je moet klimmen of als je moe bent, denk je nergens meer aan. Dan gaat alle energie naar je benen en is er niks meer over voor je hersens. En dat is natuurlijk ook het doel, in een goede vakantie maak je je hoofd leeg en ga je dat niet vullen met allerlei plannen en projecten. Fietsen met Mayke is trouwens een genoegen, ze heeft een enorm uithoudingsvermogen, ze klimt beter dan ik maar is langzamer in de afdaling, klaagt niet en heeft plezier in kamperen en een potje koken voor de tent. We zitten nu in de zesde fietsdag samen, hebben alle soorten weer al gehad, ruim 460 kilometer afgelegd met al onze bagage en de stemming zit er nog steeds goed in.

Om vijf uur vanmorgen staat de zon al op de tent en tegen de tijd dat we vertrekken, is de temperatuur al weer ruim boven de 20 graden. De camping is ook een missiepost en ik raak aan de praat met een prototype missionaris met een grote witte baard. Hij wil graag een foto van ons maken en zegt zoiets als cycling makes a strong body but also a strong mind. Volgens mij begint zo’n fietstocht met een crazy mind en wordt het daarna vanzelf een strong mind.


We beginnen met een lange gestage klim, daarna een heel stuk over de golvende hoogvlakte en vervolgens een snelle afdaling naar Olderfjord. Boven staat weer een pittige wind van opzij, maar als we lager komen, neemt die gelukkig weer in kracht af. Die hoogvlakte blijft een fenomeen, zoveel verschillende kleuren groen, rotsen, berkjes en die wind.

In Olderfjord kunnen we inkopen doen bij de MatsKroken de volgende mogelijkheid is pas morgenmiddag weer in Honningsvåg. Tot onze schrik hebben ze de belangrijkste zaken, zoals porties havermout (terwijl je die toch echt overal kunt krijgen), granola, Griekse yoghurt en witte bolletjes niet. Uit arren moede schaf ik maar een rendierworst aan voor het ontbijt morgen. Wat ze wel hebben is een café met koffie en wafels. Als ik de camping google waar we vandaag ons doel van gemaakt hebben, blijkt dat die geen tenten meer doet. Als ik bel of ze hutten vrij hebben, krijg ik een wat moeizaam engels sprekende Noor aan de lijn. Alles is vol, maar we kunnen voor 1000 kronen in de caravan slapen. Omdat het alternatief 55 km verderop ligt, zeg ik maar ja. Hij hoeft mijn naam niet te weten, alleen met hoeveel mensen we zijn. Later, onder het fietsen, krijg ik een visioen van een morsige oude man achter een roestig metalen bureau in een houten schuur met een bord met het woord camping erop geschilderd in slordige handgeschilderde letters en daaromheen een soort autosloperij met een oude verzakte caravan. Maar als we aankomen, blijkt het tegenovergestelde waar. Het is een gloednieuwe grote caravan met prachtig uitzicht over de fjord. Het hele terrein is trouwens super verzorgd, hier willen we op de terugweg ook wel weer slapen.

De hele weg langs het water kijk je tegen deze taartlaagjes aan

Weer een stapje dichterbij

Gefietste afstand: 69,7 km
Gefietste tijd: 5,5 uur
Afstand tot de Noordkaap als je hem op de korrel neemt: 40,6 km

28-7 Skipsfjorden

Gisterenavond aten we gezellig in de caravan allebei een zak Firepot leeg. Daarna maakten we nog een kleine avondwandeling naar het kerkhof van Repvåg en toen was het alweer bedtijd. Het was nog ontzettend warm in de caravan, die de hele dag in de zon gestaan had, maar toch waren we zo vertrokken.

Allebei ons eigen noodrantsoen

Het haventje in avondlicht

Als we opstaan, is het zonnig en warm, maar het weerbericht ziet er somber uit, thunderstorms and heavy rain worden ons deel vandaag. We sturen van schrik meteen een mailtje naar de eerste camping voorbij Honninsvåg met de vraag of ze nog hutjes vrij hebben. Die zijn er niet meer, maar ze hebben wel een double room. Die boeken we voor twee nachten, want morgen fietsen we zonder bagage die laatste 25 kilometer naar de Noordkaap op en neer. In dat stukje zitten twee klimmen van 8%, beide over een lengte van 4 kilometer. Zonder bagage zijn we een stuk lichter en wordt het nog een leuk dagje uit in plaats van zwoegen in de thunderstorms.

We fietsen kwart voor acht weg richting de Noordkaaptunnel, daar is al veel over geschreven door de fietsers die ons zijn voor gegaan. De tunnel verbindt het eiland Magerøya, waar de Noordkaap op ligt, met het vasteland. Het is vooral de steilte die ons fietsers bezig houdt, de tunnel daalt en stijgt met hellingen tot 9%.

Maar eerst moeten we nog over een plateau vol met rendieren. Die grazen een beetje langs de weg, totdat er verkeer aankomt. Dat is het moment waarop ze besluiten om op de rijbaan te gaan ronddrentelen, totdat iedereen gestopt is, waarna ze quasi verbaasd om zich heenkijken en ze besluiten om weer wat grassprieten in de berm te nuttigen.

Als we de Noordkaaptunnel naderen, worden we verwelkomd door een ijzige wind die uit dat donkere gat waait, alsof we de ingang van de onderwereld betreden. De eerste twee kilometer loopt de tunnel met 9% af, waarna je op het diepste punt bent en een stuk van drie kilometer volgt, waarin de tunnel met 5-7% oploopt. Dat is te doen, al moet je stevig trappen. Die ijzige wind voel je alleen de eerste kilometers als je daalt, wanneer je eenmaal op het diepste punt zit (212 meter onder de zeespiegel) valt die wind weg. Het is evengoed steenkoud daar beneden en er heerst een vreemde akoestiek. Je hoort de auto’s al van verre aankomen met een oorverdovend geraas, maar zolang je ze niet ziet, heb je geen idee of ze van voren of van achteren komen.

De laatste twee kilometer loopt de tunnel steeds steiler op en zo’n 1200 meter voor de uitgang trek ik het niet meer en moet afstappen en de fiets omhoog duwen. Dat gaat niet eens zoveel langzamer dan fietsen in de eerste versnelling. Mayke daarentegen met haar ballerinabenen, fietst in een jaloersmakend constant tempo die hele tunnel uit en staat me in de zon lachend op te wachten als ik uit de tunnel opduik. Uiteindelijk zijn we daar in een dik half uur doorheen gegaan.

Na de tunnel stoppen we bij een picknickplaats om koffie te zetten in de zon. Vanaf daar is het nog een klein stukje naar Honningsvåg waar we boodschappen doen. En dan is opeens de zon weg, de lucht wordt totaal ondoorzichtig en we worden overvallen door een enorme hoosbui. Zo komen we toch nog drijfnat op de camping aan. Onze kamer is nogal klein, maar de douche is prima.

Vlak voor de hoosbui, je denkt, het regent hier nooit

Gefietste afstand: 66 km
Gefietste tijd: 5,5 uur
Afstand tot de Noordkaap langs een touwtje: 17,2 km

29-7 Noordkaap

Gisterenavond aten we gebakken kabeljauw, gevulde pasta met extra spinazie, salade en yoghurt. Een avondwandelingetje zat er niet meer in, we hebben elf uur achter elkaar als ossen geslapen.

Als we opstaan is het grijs en mistig en nat, het regent gestaag en het is een graad of tien. Het zal pas in de loop van de middag droog worden. We besluiten daar niet op te wachten, maar gewoon te vertrekken. Het begint direct na de camping met een slingerweg met een helling van 9% en, waar wij niet op gerekend hadden, er staat een keiharde wind tegen. Die wind giert tussen de heuvels door en hoe hoger we komen, hoe harder het waait. Je moet enorm opletten om niet weggeblazen te worden. En naarmate we klimmen neemt de mist toe, op het laatst kun je misschien nog twintig meter voor je uitkijken. En intussen slaat de regen je recht in het gezicht, zodat je je focust op de witte streep langs de kant van de weg en rustig door blijft malen in de laagste versnelling. Nadat we tot 240 meter zijn geklommen, volgt een snelle afdaling naar bijna nul en dan moeten weer steil omhoog naar de 300. Onderweg halen we nog een fietser in die met al zijn bagage onderweg is en zijn fiets tegen de helling opduwt.

Als je dan wakker wordt en denkt, dit is de dag waar ik twee maanden naar toe gewerkt heb

Tegen de tijd dat we bij het bezoekerscentrum arriveren op 300 meter hoogte, waden we door de mist over het parkeerterrein in de richting waar we de ingang vermoeden. We hebben dan twee uur en drie kwartier gedaan over 26 kilometer.

Binnen kun je de mooiste ansichtkaarten kopen met een fantastisch uitzicht over de zee

We betalen de 25 euro pp die recht geven op toegang tot het gebouw waar zich het restaurant en de souvenirshop bevinden. Je mag ook buiten blijven, maar wij zijn totaal afgepeigerd en willen koffie en thee en soep en wafels. Er is totaal geen sprake van enig euforisch gevoel of juichstemming dat ik het gehaald heb, ik voel eigenlijk helemaal niks meer. Maykes is het gevoel in haar vingers kwijt van de kou en haar shirt is kletsnat van de regen die door haar jack lekte.

Juist als we naar binnen willen, worden we geattaqueerd door een overenthousiaste Limburger met een gigantische herdershond die in een karretje achter zijn fiets zit. Terwijl wij staan te bibberen, begint hij honderduit te kletsen, half overstemd door zijn hond die keihard staat te blaffen. Pas als we hem beleefd te woord hebben gestaan, kunnen we naar binnen.

Als we een beetje bijgekomen zijn, hangen we zoveel als mogelijk onze natte kleren op in de garderobe en maken we buiten in de mist foto’s van onszelf bij het momument. Pas daarna dringt het een beetje tot me door dat ik het gehaald heb en dat als ik straks weer op de fiets stap, de terugweg begint. Van de kaap en de zee zien we helemaal niets, we wandelen buiten een beetje rond over een soort van rotsig grasveld en vinden met een beetje moeite het monument.

Over de terugweg doen we maar twee uur met de wind in de rug. Onderweg komen we hele kolonnes fietsers tegen op identieke elektrische fietsen in veel te dunne kleding. Waarschoijnlijk zijn dat opvarenden van een cruiseschip, die zich hebben laten verleiden tot een leuke excursie naar de Noordkaap.

Pas op het allerlaatst, als we bijna bij de camping zijn, worden we nog één keer overvallen door zo’n harde zijwind, dat Mayke wel moet afstappen en gaat lopen om de laatste haarspeldbocht te ronden.

Gefietste tijd: 5,5 uur
Gefietste afstand: 52 km


30-7 Repvåg

En gisterenavond aten we alweer allebei een zak leeg, we hadden geen energie meer om nog naar de supermarkt te gaan. Ik at aardappelpuree met erwten en vlees, maar die koop ik niet meer, dat aardappelpoeder lost namelijk niet goed op, zodat je telkens droge kluiten aardappelmeel in je mond hebt.

Het is m niet, maar zo ongeveer ziet de Noordkaap er vanaf zee uit

Afscheid van het ruige noordelijkste puntje

Als we opstaan is het grijs maar droog en er waait een stevige noordoosten wind en dat is gunstig, want wij gaan nu zuidwaarts. Het hoogtepunt van de dag wordt natuurlijk weer de Noordkaaptunnel, maar nu doen we hem de andere kant op natuurlijk en dat scheelt. De helling omlaag is 10% en na twee kilometer vlakt de daling wel wat af, maar we rollen vanzelf door tot het vier kilometer bord, waarna de helling langzaam toeneemt tot 9%. En die ene procent verschil maakt dat ik hem bijna helemaal uit kan fietsen, maar op het laatst begin ik toch te slingeren, zodat ik wijselijk afstap om de laatste 500 meter te lopen. Er is trouwens een stuk minder verkeer dan afgelopen zondag en dat scheelt ook in de ervaring.

Op de heenweg heb ik die niet gezien

Als we een half uurtje later langs de kant van de weg koffie zetten, stopt een Duitse fietser die vraagt naar de tunnel. Wij zijn nu experts en kunnen al zijn vragen uitvoerig beantwoorden. Nee hoor, prima te doen!

Gefietste afstand: 65 km
Gefietste tijd: 4,5 uur

31-7 Skaidi

Gisterenavond gingen we uit eten in Hotel Repvåg, je moet het voor de aardigheid eens googelen. De kamers zijn supergoedkoop en de reviews dodelijk. Lousy rooms, but great food! Het geheel bestaat uit een grote houten loods, die omgetoverd is tot restaurant met daaromheen een aantal houten barakken met telkens een deur, een raampje, een deur, een raampje. Daar achter zitten de kamers. De tent wordt gerund door een paar Russen. Je kunt er plaatselijk gevangen koningskrab eten, op voorwaarde dat je minimaal een halve bestelt, dat is ongeveer acht ons. Die sloegen we dus maar over. Het werd rendier met bessensaus, aardappelpuree en augurken (dat laatste leek mij de Russische toets) voor mij en zalm met groentemix en bruine boterhammen voor Mayke. En het smaakte inderdaad prima.

Vanmorgen staat er een straffe noordooster als we opstaan, die schuimkoppen op het water in de fjord zet. Dat komt ons reuzegoed uit, want dat betekent 70 kilometer wind mee. Bij elke helling voel je een hand in je rug, die je omhoog helpt. Het grappige is dat we de route toch weer als nieuw ervaren nu we de andere kant opkijken.


We bezoeken natuurlijk wel weer dezelfde twee winkels in Olderfjord en Skaidi om koffie te drinken en boodschappen te doen (waaronder zakken gevriesdroogde rendiersoep en bacalhao) en verder fietsen we vooral heel hard in de zon. Onderweg zien we hele kuddes rendieren grazen en rennen, maar we zijn inmiddels al wat blasé en maken er geen foto’s meer van.

Gefietste afstand: 71 km
Gefietste tijd: 4,5 uur

1-8 Hammerfest

We kookten bij de tent gisterenavond, linguine met vegetarische balletjes, puntpaprika en courgette. Het was fris vannacht, de wind was gaan liggen, maar alles zat snel onder de dauw (en de muggen).

We vertrekken tegen achten richting Hammerfest. Ons eerste doel is de COOP supermarkt van Kvalsund, we rekenen op lekkere warme koffie. Belangrijke les: nooit ergens op rekenen! De Coop bestaat en is open, ze hebben zelfs een klantenzitje, maar aan koffie doen ze niet. Dan zetten we zelf wel koffie aan de picknicktafels voor de deur. Op een van de banken ligt een Duitse jongen uit Bremen te slapen, die kwam vannacht met de boot aan in Hammerfest. Hij was bij gebrek aan een camping hier maar gaan liggen en had zijn fiets aan de tafel geketend, zo was het ontbijt in elk geval binnen handbereik.

Vanaf Kvalsund word de route pittiger, heel veel hellinkjes, niet zo hoog maar wel belachelijk steil. In Hammerfest waait een kil noordoosten windje, maar dat slaat linksaf in de fjord en waait ons recht in het gezicht om het klimmen nog wat te vertragen. En wij dachten nog wel dat we een dag lang een zetje mee zouden hebben. Als we nog één heuvel moeten, is mijn energie wel op, dus we lunchen snel in een bushokje langs de weg.

Voordat de brug er was, vertrok hier de boot naar Hammerfest

Net voorbij de brug koen we langs een heilige rots van de Sami, ternauwernood gespaard door de Noorse Rijkswaterstaat

In Hammerfest hebben we een hotel aan de haven, we zetten de bagage in de kamer en gaan op zoek naar de loods waar we Mayke’s fiets moeten inleveren. Die is aan de andere kant van de haven op een industrieterrein, na wat rondvragen en bellen gaat een poort voor ons open en kunnen we het terrein op. Er staat een speciale pallet van Tromsø Outdoor waar we de fiets op vastzetten. Daarna fiets ik met Mayke op zijn Hollands achterop weer terug naar het hotel. Dat trekt veel bekijks, want Noren doen dat niet.

Hammerfest

Gefietste afstand: 52,3
Gefietste tijd: ruim vier uur

2-8 Hammerfest-2

Gisterenmiddag waren we behoorlijk uitgeteld, maar ook heel tevreden met de afgelopen twee weken. We hebben toch maar elf dagen achter elkaar gefietst en in 62 uur fietsen samen 775 kilometers afgelegd. We hebben alle weertypen voorbij zien komen (behalve sneeuw en hagel dan, al hebben we de sneeuw wel zien liggen), we zijn verbrand in de zon en natgeregend in kou, hadden soms de wind mee, soms tegen, maar altijd wind. Het was een superstrak schema, maar we hebben het gewoon gedaan. Om dat te vieren aten we bij een echte Chinees gisterenavond waar goed en gepeperd gekookt werd.

‘s Morgens breng ik Mayke met de bus naar het vliegveld van Hammerfest. Gelukkig nemen we niet mijn fiets, want het vliegveld ligt helemaal bovenop een heuvel. We zijn lekker vroeg en dat betaalt zich uit, want vanwege de verwachte mist, kan ze met een eerdere vlucht mee. Terug naar het centrum neem ik de bus de verkeerde kant op, stap de volgende halte uit, loop naar de overkant van de straat en stap tien minuten later weer in dezelfde bus, tot vermaak van de chauffeur. Afscheid nemen hakt erin, zoveel is duidelijk.

Vlakbij het vliegveld lag een spiegelglad poeltje

Een dagje Hammerfest alleen is trouwens prima te doen, ik beklim de heuvel achter de stad over de sikk-sakk veien, een oud geitepaadje, bekijk de hypermoderne kerk, drink koffie in een Indiaas koffiehuis en bezoek het lokale museum.

De muziektent met de ijsbeer, een beeld dat je hier wel vaker ziet. Er is zelfs een polar bear society in Hammerfest.

De zigzagweg, het Noors laat zich redelijk makkelijk lezen.


Dat laatste is gewijd aan twee onderwerpen. Ten eerste aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied sinds de prehistorie en ten tweede aan de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende wederopbouw. In 1944 besloten de Duitsers om de noordelijkste provincies totaal te verwoesten in de hoop zo de Russen af te remmen. Van een stad als Hammerfest bleef alleen het stratenplan over, verder helemaal niets. De bevolking werd geëvacueerd, al waren er ook mensen die zich op de fjell of naburige eilanden verstopten, omdat ze dachten dat de Duitse overgave eerder een kwestie van weken dan van maanden was. Die hadden daar nog een pittige winter voor de boeg voordat Noorwegen bevrijd was.

Wat ik daar ook leer, is dat Noorwegen twee inheemse volken kent. De Sami (Lappen) die trekken rond met hun kuddes rendieren en de Kven, die zich achterin de fjorden bezig hielden met landbouw. Jagers/verzamelaars en sedentaire landbouwers dus. In de 20e eeuw is veel energie gestoken in de gedwongen assimilatie van beide groepen.

Groenonderhoud. Tot nu toe zag ik alleen heel schuwe exemplaren, maar deze zijn hier op hun gemak.

Verder maak ik een plannetje voor de terugreis aan de hand van de dienstregeling van de Hurtigruten. Ik ga in etappes fietsend en met de boot naar Trondheim of naar Bergen en neem vanaf een van de twee de trein naar Oslo. Als ik daar ben, zie ik wel weer verder. Dat zal ook een beetje afhangen van welke datum het dan is en hoeveel zin ik dan nog heb in fietsen.

3-8 A/b Kong Harald

Gisterenavond at ik buklafisk (een soort witvis, ik heb er geen vertaling van kunnen vinden) met gekookte aardappels, wortelen en gebakken spek. De rest van de avond keek ik lui naar de Olympische spelen op een Deens TV-kanaal. Het programma bestond uit atletiek, dat is altijd leuk om naar te kijken.

Als ik om tien over zeven de ontbijtzaal inloop, is die tot mijn verrassing helemaal vol. Er is geen tafeltje meer vrij, dus ik kan weer terug naar mijn kamer. Maar waar al die mensen vandaan komen? Op mijn gang is het doodstil en heb ik nog niemand gezien. Na het ontbijt pak ik in en breng het statiegeld weg. Ze hebben van diezelfde automaten in de supermarkt als bij ons, maar hier kun je kiezen tussen een tegoedbon of meespelen in de Rode Kruisloterij. Dan komt er meteen een bon uit waarop staat dat je niks gewonnen hebt.

Het is een beetje een rare ochtend, want ik moet gewoon wachten totdat ik aan boord kan. Ik was nog wat en droog dat op de kooi van de ventilator, haal een koffie op het pleintje en lees wat. Ik zit nog steeds in American Psycho wat een soort afwisseling is van saai societyleven en gedetailleerd beschreven lustmoorden. Ik ben er nu al zo ver in gevorderd, dat ik het maar uitlees, al had het volgens mij wel iets compacter gekund. Ik ben vooral benieuwd hoe de schrijver gaat verklaren dat de hoofdpersoon overal mee weg komt, ik vermoed door ons te onthullen dat we alleen maar kennis hebben genomen van zijn gedetailleerde fantasieën.

Het inchecken aan boord gaat supersnel, ik moet alleen nog een tientje betalen voor mijn fiets. Het is niet druk aan boord, dus je kunt zitten waar je wil. Maar dan ontdek ik waar iedereen gebleven is, er is een compleet bejaardenhuis aan het lunchbuffet de borden aan het vol stapelen. Er staan lange rijen voor de appeltaart en de abrikozensaus, maar wie groentesalade en fruit wil, kan meteen opscheppen. Na de lunch ga ik naar een lezing over de eerste expeditie van Nansen met de Fram. De presentator is een goede en grappige verteller, dus dat was alvast een leuke verrassing deze middag.

Verder probeer ik een ticket te boeken van Tromsø naar Sortland op de Lofoten, maar dat wil niet lukken. Op de laatste pagina, als je al je gegevens ingevoerd hebt, moet je op bevestig klikken, maar dan gebeurt er niks. Die knop blijft gewoon grijs. Als ik bel om telefonisch te boeken, krijg ik een bandje in het Noors en daarna wordt er opgehangen. Het zal wel zoiets zijn als maandagochtend bent u de eerste. Ik ga naar de receptie om hulp, maar hen lukt het ook niet. Ze beloven me om het vanavond, als we in Tromsø aankomen, in orde te maken. Het zal mij benieuwen.

4-8 Sortland

Aan boord kun je goed eten. Een voorafje van rendier gemarineerd in jeneverbes en gin, daarna mooi roze zalmforel op risottto met witte asperges en cavolo nero en toe een klein stukje cheesecake met bessen.

Maar hoe ging het nu verder met die boeking van het traject naar Sortland? Het punt is dat je kunt geen traject langer dan 18 uur boeken zonder hut en de reis van Hammerfest naar Sortland duurt bijna 24 uur. Dus ik dacht, ik knip het op en bespaar 300 euro. Ik ga in Tromsø van de boot en 24 uur later weer verder. Maar dat tweede ticket kreeg ik online niet geboekt, ook niet met hulp van de receptie. De receptioniste zei, kom naar me toe als we in Tromsø zijn, dan kan ik voor je boeken. Jammer genoeg was ze nergens te vinden, maar haar collega loste het perfect op. Ze verkocht me een ticket voor deze boot, zodat ik aan boord kon blijven en zei met een knipoog: ga maar in de bar slapen op dek zeven. Daar vond ik een bank ver weg van de ramen, kroop onder mijn donsjack en legde kussens over mijn benen en voeten voor de warmte en sliep als een os. Ik was trouwens niet de enige, een paar ervaren reizigers hadden zelfs fleecedekentjes bij zich. En zo spaarde ik een zondag rondhangen in Tromsø uit en kon ik toch in één ruk naar Sortland.

The lounge

Mijn riante bed

Trouwens de tussenstand van de fysieke maten is bekend. In Hammerfest hebben we met een pakriem alles opgemeten en streepjes gezet en Mayke heeft er thuis een meetlint naast gehouden. En wat blijkt de buikomvang is nog steeds 89 cm. Wonderlijk! De omvang van de linkerdij onder de lies is met 1,5 cm afgenomen van 47 naar 45,5 cm, maar boven de knie is die toegenomen van 33 naar 36 cm. Vermoedelijk is die afname het gevolg van een meetfout. De omvang van de rechterdij onder de lies nam toe van 50 naar 50,2 cm en boven de knie van 36 naar 37. Kortom beide benen worden steviger en het linkerbeen trekt wat bij. Hoe ik dat deze winter weer allemaal op peil ga houden, is een vraagstuk waar ik me nu nog niet mee bezig wil houden.

Ik word tegen zevenen wat verfomfaaid maar redelijk uitgerust wakker en fatsoeneer mezelf bij de wastafels in de WC, om vervolgens stipt om zeven uur aan te sluiten in de rij voor het ontbijtbuffet. Daar eet ik zoveel als ik maar kan, in de hoop dat ik het daar tot het eind van de ochtend, als we in Sortland aankomen, op uithou.

We krijgen in de loop van de ochtend op het achterdek uitleg over het uitdiepen van de passage bij Risøyhamn in de 19e eeuw. Dat maakte het mogelijk om een heel deel van het traject binnendoor en dus beschut af te leggen. Daarna gaat een deel van de passagiers van boord voor een excursie. Als we onder de brug van Sortland doorvaren, worden we geacht aan dek te komen en te zwaaien naar de excursiegangers die dan in de bus over de brug rijden. Omwille van de timing gaat die bus stapvoets de brug op met daarachter een hele rij boos toeterende auto’s. Totdat de scheepshoorn iedereen het zwijgen oplegt.

Ik vind het varen op zo’n schip niet onaangenaam, maar wel wat saai. Je moet jezelf wel weten te vermaken met lezen of iets anders. Wel heb ik in 24 uur het equivalent van tien dagen fietsen afgelegd. Dat zet tenminste zoden aan de dijk. Ik eindig op de camping van Sortland vandaag, die om onverklaarbare redenen niet aan het water maar bovenop een steile heuvel ligt.

De brug bij Sortland

Zalmkwekerij op sleep

5-8 Svolvær

Gisterenavond viel ik weer eens terug op mijn oude menu van gevulde pasta met tomaten en yoghurt toe. Er waren weliswaar twee supermarkten open, maar die hebben dan een aparte zondagswinkel, een kleine ruimte waar bijna niks te krijgen is, behalve gemaksvoer zoals diepvriespizza’s. Nou had ik natuurlijk uit eten gekund, maar na die luxe maaltijd van gisteren mag het wel weer even rustig aan.
‘s Avonds raakte ik in de keuken aan de praat met een Oostenrijkse geschiedenislerares met veel ervaring met archiefonderzoek in verschillende landen. Dat werd een leuk gesprek over de verschillen in attitudes van studiezaalmedewerkers. Als archiefbezoeker in Oostenrijk ga je op audiëntie en gelden er allerlei interessante regels, zoals maximaal drie aanvragen per dag, zelfs als je uit de VS bent komen overvliegen.

De camping om half drie ‘s nachts

Ik word om half zes wakker van de zon op de tent, er zit niks anders op dan snel opstaan voordat ik smelt. Er staat een heerlijk zacht en koel windje, dat het fietsen heel aangenaam maakt, nog los van het ontbreken van enige heuvels van betekenis.

Het heelal blijft een inspiratiebron voor kunst in de openbare ruimte

In Stokmarkness drink ik koffie bij de bakker en bel ik met de Hurtigruten. Die kunnen ook niet uitleggen wat er mis gaat met online boeken, maar de boot van vanavond is zeker niet vol, dus ik kan me daar gerust melden.
Op weg naar Melbu kom ik weer langs die zeskantige kerk en ik denk, ja ik ga die breiende dames met hun koffie- en wafelhandeltje in de pastorie verrassen, maar helaas, ze zijn er niet. Dan maar een tweede kop koffie in Melbu bij de bakker, waar ik veel te veel betaal voor een droge foccaccia met harde bacon en ei.

Tot mijn verrassing duikt bij de pont die Oostenrijkse weer op, zij gaat naar de camping van Svolvaer. Ze heeft een heel verhaal over haar ruimbagage (fiets, tent, slaapzak) die nooit aangekomen is op het vliegveld van Tromsø, waardoor ze van alles tweedehands heeft moeten kopen. Ik moet denken aan dat Indiase stel op hetzelfde vliegveld, toen ik Mayke afhaalde, die waren ook hun bagage kwijt. Volgens mij heeft Mayke gewoon geluk gehad.

Na de pont gaat de weg weer op en neer zoals gebruikelijk en is het nog een pittig stukje naar Svolvær. Ik kom weer langs die leuke camping waar ik pal aan het water stond met mijn tentje. Omdat ik in Svolvær nog vier uur moet wachten, is dit een mooie gelegenheid om mijn haar bij te laten knippen. Ik loop alle zes de kapperszaken af, maar niemand heeft tijd. Nou moe, volgende poging morgen in Sandnesjøen. En intussen maar een beetje rondhangen in de hitte, de boot komt pas om half zeven vanavond, het lijkt de Côte d’Azur wel hier!

Het concept overdag fietsen en ‘s nachts varen, kent één manco. Je kunt na zo’n hete dag als vandaag niet douchen, dat kan pas op de volgende camping weer. Dus je moet een beetje plakkerig de reis maken of je moet de avond voor vertrek al op de plaatselijke camping staan. Dat doe ik dan bij het volgende stuk van Brønnøysund naar Trondheim, dat is toch prettiger.

Tot mijn verbazing kot er een veel ouder schip aanvaren, nog niet half zo groot als die van gisteren

6-8 Offersøy

Om het wachten op de Hurtigruten te bekorten at ik een pizza met ananas, worst en tomaat. Niet erg culinair, wel zeer bevredigend. En het bleek de juiste keuze achteraf, want deze boot heeft geen drie restaurants zoals de vorige. Je geniet of een compleet diner, of je neemt genoegen met een garnalensandwich van 10 euro.

Ook interessant, ik heb nu de engelstalige pagina’s gevonden op de Hurtigruten-website om een ticket te boeken. Niet dat het daar wel lukt, maar je leert wel iets. Daar bieden ze de 67+ korting nl. niet aan, dat doen ze alleen op de pagina’s in het Noors, terwijl die korting toch echt op alle EU inwoners van toepassing is, de boeven! En het scheelt een hoop, ik betaal nu als erkende bejaarde 368 kronen (31 euro) aan de kassa aan boord om 15 uur mee te varen, als ik het kaartje vooraf online op de Noorstalige pagina’s koop is het bejaardentarief al opgelopen naar 555 kronen (46 euro) en boek je via de Engelstalige pagina’s, dan betaal je de volle 1110 kronen (92 euro). Volgt u het nog? Dus het loont om gewoon op de bonnefooi op te komen dagen. En voor dat geld sta je nog geen twee nachten op de camping hier in Noorwegen, maar vaar je wel mee op een passagiersschip en spaar je en passant acht dagen fietsen, eten en campings uit.

Maar vannacht had ik toch een klein beetje spijt, want dit oude schip beschikt niet over comfortabele lange banken, maar over krappe tweezitsbanken met leuningen en om er een bed van te maken, moest er nog een stoel schuin achter voor mijn onderbenen, dus ik lag in een kronkel. Maar ik sliep! De Vesteraalen is een soort mini-cruisescheepje. Salonnetje voor, salonnetje achter, restauratie midscheeps met een TV die 24 uur aanstaat, dus geen geschikte slaapplek, bovenop een panoramasalon met bar en natuurlijk veel buitendek.

Deze slaapplaats iseen stuk minder, de volgende keer zoek ik een groter schip uit

panaormadek

‘s Morgens precies om negen uur, ja ze houden van symboliek, passeren we de poolcirkel in zuidelijke richting. Het is hier een doolhof van kleine rotseilandjes en de Noren hebben de moeite genomen om op regelmatige afstand een wereldbol te plaatsen precies op de parallel. Daar varen we dan vlak langs en op het moment supreme, als iedereen met zijn iphone over de railing hangt om die wereldbol er mooi op te krijgen, geven ze een geweldige hijs aan de scheepstoeter, zodat iedereen zich het leplazarus schrikt. Ik krijg een visioen van een regen van iphones die in zee verdwijnen, maar het blijft bij een beeld in mijn hoofd.

Let op de globe die markeert de poolcirkel

Tegen twaalven zijn we in Sandnessjøen en ik ga weer op zoek naar een kapper. Bij de tweede is het raak. De kapster spreekt geen Engels, maar als ik een foto van mezelf van drie maanden terug laat zien, zegt ze OK en ik word in een half uurtje gefatsoeneerd.

Fris geknipt

Daarna steek ik me in de fietskleren in een WC (dat is zo goed hier, winkels, winkelcentra, openbare gebouwen, ze hebben allemaal gratis schone WC’s, in tegenstelling tot Nederland waar er het wildplassen stimuleren door juist alle WC’s uit de openbare ruimte te verwijderen of heel duur te maken), doe boodschappen en fiets naar het zuiden. Ik hoef niet zo ver vandaag en onderweg is er tijd om de oude kerk bij Alstahaug te bekijken, die ik op de heenweg gemist had wegens tijdgebrek. Veel viel er niet te zien, behalve een wel aardig altaarstuk, dat een beetje weggestopt zit in een nis achter het huidige altaar.

Ik stop op de camping van het eiland Offersøy en scoor een heel mooi plekje pal aan de fjord.

Gefietste afstand: 32 km

Gefietste tijd: 2 uur

7-8 Brønnøysund

Omdat ik eens iets heel anders wilde eten, kocht ik gisteren een zak kant en klare pasta bolognese voor twee personen. Veel soeps was ‘t niet en het spul bleek vooral goed voor de spijsvertering.

Ik had daarentegen echt een heel mooi plekje op de camping, pal aan een ondiepe fjord wat heel veel vogels aantrekt, die schelpjes en wurmen eten. ‘s Avonds floten die steltlopertjes een soort eentonig liedje in morse, heerlijk om bij in slaap te vallen. De nacht was zwoel en er woei een zacht windje over de fjord dat de tent zachtjes laat flapperen. Mooi, dan waaien de muggen over en weet je dat je geen last van condens hebt bij het opstaan.

Om acht uur ‘s avonds

Middernacht

Vanmorgen werd ik pas kwart over zes wakker, later dan ik van plan was, maar nog op tijd om de eerste ferry van 08.15 in Tjøtta naar Forvik te halen. Die gaat niet zo vaak, dus je moet er op tijd bij zijn. Alleen die ferry ligt daar wel, maar er gebeurt niks. En, heel on-Noors, op Internet is ook geen duidelijke informatie te vinden over deze route. Toch heb ik hem op de heenweg ook genomen, dus hij zal wel gaan. Pas na half negen ontstaat er enige beweging, er komen wat mannen in werkkleding aangelopen en dan opeens staat er een man in een groen hesje voor mijn neus die zegt: Vorwik? Als ik ja zeg, wijst hij en zegt front, left. Daarmee bedoelt hij, als je mee wil naar Forvik, dan mag je nu de ferry oplopen en zet je fiets vooraan op het autodek, tegen de linkerwand (mijn Noors wordt steeds beter). Er staat een harde zuidenwind kracht 5-6 aan het water te zien, lange rollers, schuimkoppen en de vlagen trekken strepen in het water. Overigens is het totaal niet koud aan dek, de wind is ronduit warm.

Er gebeurt helemaal niets

In Forvik begin ik moedig tegen de wind in naar de volgende pont te trappen. Gelukkig gaat die om de anderhalf uur, dus geen zorgen over deadlines. Als ik nog vijf kilometer moet, zie ik hem in de verte op zee aankomen varen. Die moet ik toch kunnen halen? Hup, daar gaan mijn goede onthaastingsvoornemens, in de pedalen en zorg dat je als eerste op de kade bent. De weg lijkt eindeloos te duren, telkens is er weer een nieuwe bocht en een nieuwe helling en ik zie de pont steeds dichterbij komen, maar opeens zie ik het rijtje campers dat opgesteld staat voor de pont en ik weet dat ik hem gehaald heb. Het slaat verder nergens op, want na de relatief korte overtocht van 25 minuten zet ik me op de steiger aan een picknicktafel om te eten. Tegen de tijd dat ik klaar ben, is de volgende pont er al weer bijna.

Nu moet ik nog tien kilometer in een aantrekkende wind naar de camping vlak voor Brønnøysund. Twee kilometer daarvoor kom ik langs een botanische tuin met café. Ik zou eigenlijk big wel wat lusten, want mijn lunch bestond slechts uit een bak rijstepap met jam en twee broodjes kaas. Ik neem de rendierwrap, die bestaat uit een wrap (uiteraard) met een kluit van het vet druipend rendiergehakt en drie reepjes ijsbergsla.

De camping blijkt een weiland zonder enige beschutting. Een snelle blik op het weerbericht vertelt me dat we aan het eind van de middag bij deze wind ook nog regen krijgen. Weet je wat, doe mij maar een hutje, dan kan ik nog een beetje bijslapen voordat ik weer een halve nacht slaap en hoef ik morgen niet met een natte tent de boot op. En die hutjes hier blijken van een hoog poppehuisgehalte, helemaal goed.

De middag gebruik ik heel nuttig om eens uit te vinden waarom dat online boeken mij niet lukt. Het geheim is dat je moet rommelen met je webbrowser op je telefoon totdat je een desktopweergave hebt met een lettergrootte van 50%. Dan lukt het wel, maar vraag me niet waarom! Dus ik heb mijn reservering binnen. Ik betaal een tientje meer, maar ik sta morgen niet voor niks in de regen op de veerkaai. Op mijnheer Hoving wordt gerekend bij het diner, het zal mij benieuwen wat er op het menu staat!

Gefietste afstand: 34 km
Gefietste tijd: 2,5 uur

8-8 a/b MS Nordlys

In de campingkeuken raakte ik gisteren in gesprek met een man uit Florida, een gepensioneerde geschiedenisleraar die hier aan het fietsen is. Hij deed het omgekeerd, nam de boot naar de Noordkaap en fietst nu omlaag. Hij is duidelijk geen zeiler, want hij was verbaasd over de tegenwind. Hij was gisteren bijna de brug bij Sandnessjøen afgewaaid. Hé zeg ik, dat is grappig, je bent al de tweede geschiedenisleraar die ik tegenkom. Drie dagen geleden kwam ik op de Lofoten een vrouw uit Oostenrijk.. Wait! zegt de Amerikaan, a woman in her sixties on a secondhand bike? Het groepje fietsers hier is niet zo groot, zoveel is duidelijk.

Afgelopen nacht heeft het stevig doorgewaaid, de wind floot om de hut en ik dacht tevreden aan alle kampeerders in hun wapperende tentjes.

De top vijf van bezienswaardigheden in Brønnøysund volgens Tripadvisor: de kerk, de brug, het havencentrum, de haven en de gastenhaven. Nou dan weet je het wel, hier is niks te beleven voor iemand die een halve dag moet wachten. Het is net iets opwindender dan de stoplichten van Almelo. Toch is het hier behoorlijk druk met toeristen, maar dat heeft meer met de regio te maken, die prachtig is. Ik begin bij het havencentrum, dat is dus het overdekte winkelcentrum met een cafetaria, waar je koffie en broodjes kunt krijgen. En wat doet een mens om zich te vermaken tijdens het wachten? Juist, koffiedrinken. De brug kan ik zien liggen, dat is net zo’n slanke hoge brug als alle andere waar ik overheen gefietst ben, dus die kan ik alvast afstrepen. De volgende bestemming is de kerk. Die gaat pas open om half drie, vlak voor de boot aankomt. Nou, misschien dat ik er nog een bliksembezoekje aan breng.

En dan ontdek ik op eigen kracht nog een bezienswaardigheid, nl. een standbeeld van Georg Sverdrup. Hij was de staalfabrikant uit Eidsvoll die in 1814 zijn huis beschikbaar stelde voor de nationale vergadering over de Noorse grondwet. Dat huis bezocht ik op de route van Oslo naar Trondheim. Hij heeft van zijn tiende tot zijn zeventiende hier gewoond en geldt als een van de weinige mensen wier verdienste het is om ergens als puber gewoond te hebben en daarvoor geëerd te worden met een standbeeld.

Mijn lunch in het havencentrum bestaat uit de dagschotel, een pond stoofvlees met bessensaus, grauwe erwten en aardappelen, een traditionele Noorse schotel. Ik kan geen pap meer zeggen en moet vanavond nog aan boord ook nog dineren. Mijn generatie is nog gedrild zijn bord leeg te eten, want je gooit geen voedsel weg. Maar als je nou meer eet dan noodzakelijk, is dat dan geen vorm van weggooien? Nog los van alle gezondheidsissues die er mee samenhangen. Tja, overwegingen achteraf!

Wat de route aangaat, heb ik een knoop doorgehakt, ik ga rechtstreeks naar Sundsvall aan de Zweedse oostkust. Ik zit al zes weken tussen de fjorden en nu is het welletjes, ik wil wel weer eens een echt Scandinavisch bos zien. In een klap over de bergen die beide landen scheiden, dat is de meest efficiënte oplossing en ik vermijd daarmee dat ik het Zweedse deel van de route uit 2017 ook nog een keer overdoe. Vanaf Sundsvall volg ik de rest van de route vanaf Alta die ik al voor mijn vertrek uitgepuzzeld heb. Op stolavsleden.com staat een kaart met de fietsroute en die ga ik vanavond eens even uitschrijven, zodat ik straks niet in de regen op mijn telefoon hoef te navigeren.

9-8 Prestmoen

Gisterenavond viel ik met mijn neus in het farewell-dinner voor de cruisegasten in vijf gangen. Ik zat naast een Nederlandse bloementeler uit Australië met zijn vrouw. Ze waren blij met wat aanspraak, want ze maakten moeilijk contact met de andere gasten. Ze waren al gepensioneerd en hadden het bedrijf verkocht, maar de nieuwe eigenaar maakte er niet veel van en hij kreeg van zoveel oude klanten vraag naar bloemen dat hij weer beginnen was. Maar, zei hij, ik doe nu alleen nog pioenrozen en er volgde een hele uitleg over de meer dan 20 soorten die hij teelde. Het handige van pioenrozen is dat je in mei op vakantie kunt, want dan is alles dood, en pas in september hoeft terug te komen om alles plat te spuiten voordat je aan de nieuwe lichting begint. Ik dacht, ik zeg maar niks.

We begonnen met een zalmtartaartje (ik moest natuurlijk aan die grote zalmfarms in de fjorden denken), gevolgd door een dopererwtensoep met gebakken spekjes. Daarna was de keuze vlees of vis en indachtig het pond stoofvlees dat ik bij de lunch naar binnengewerkt had, koos ik voor de kabeljauw in botersaus. Daarna kwamen nog twee bescheiden nagerechtjes, eerst een bordje met drie soorten kaas, waaronder een hele lekkere Noorse blauwe kaas, gegarneerd met een dun plakje keihard roggebrood gemarineerd in whisky en een hele dikke marmelade en tot slot geflambeerd roomijs met jam van die oranje bramen van de Lofoten. Daarna heb ik mezelf op een bank in de lounge neergelegd en heb ik geslapen tot half vijf in de ochtend.

Ik fris me een beetje op in het invalidentoilet, daar is warm water en kun je je ook op je gemak scheren. Vandaag begint een nieuw traject, ik vind het wel spannend, want ik heb er geen gidsje van, alleen een app. Ik heb de eerste dag uitgeschreven, want je kunt niet navigeren op je telefoon als het regent en regen krijgen we vandaag beslist. En de ene keer laat ie op de kaart alle overnachtingsadressen etc. zien en de andere keer niets. Hoe dat nu werkt, daar ben ik nog niet achter.

Mooi fietsstrookje

Trondheim is een wereldstad, om kwart over zeven kun je gewoon bij de bakker binnen stappen en aan een ontbijt beginnen. Daarna begin ik aan de nieuwe route en die is pittig. Ik moet eerst naar 250 meter en daarna gaat het op en neer over gravel en asfalt. Ik verheug me enorm op een stuk langs een riviertje, dat zal niet zo steil zijn, verwacht ik, maar daar aangekomen, blijkt het riviertje een aaneenschakeling van watervallen en we gaan hup weer steil omhoog. Ik stap regelmatig af om de fiets omhoog te duwen, de klimmetjes zijn kort maar enorm steil.

Duidelijker kan niet

Gravel voor de verandering

Wat wel fijn aan deze route is, is het ontbreken van autoverkeer. Het is gewoon stil! Aan het begin van de middag ben ik in Prestmoen en daar is een koffiepunt en onderdak voor pelgrims. Ik voel wel voor een kamer, maar ze zitten al vol, ik kan natuurlijk wel koffie drinken. Die tijd benut ik om onderdak te regelen in een soort pelgrimsherberg in de buurt. Alle kamers zijn bezet, maar ze hebben nog een bed beschikbaar in een oude schuur.
Bij het afrekenen van de koffie raak ik met de eigenaar aan de praat, die heeft een enorme collectie historische buitenboordmotoren. Als hij mijn belangstelling ziet, krijg ik meteen een rondleiding.

Die schuur bij de herberg bestaat uit een grote ruimte met een houtkachel, een butagasfornuis en drie bedden. Geen elektriciteit of stromend water, de douche en WC zijn 100 meter verderop. Ik vind het allemaal prima, het is droog en het ziet er reuze authentiek uit. De eigenaresse vraagt wel drie keer of ze niet haar vriendin Ingrid zal bellen, die verhuurt ook kamers en die zijn veel comfortabeler en ik moet haar overtuigen dat ik er heel tevreden mee ben. Bovendien, de grote hoeve is afgehuurd voor een gouden bruiloftsfeest met diner en voor mij kan er ook wel een bordje af.

Voorlopig ben ik de enige gast, maar er kan nog een Duitse komen. Die heeft een paar dagen geleden gemaild, maar niks meer laten horen. Dus die zal wel niet meer komen opdagen.

Gefietste afstand: 52 km
Gefietste tijd: 5,5 uur

10-8 Verdalsøra

Uiteindelijk kwam er toch nog iemand bij in de schuur, Uwe, een Duitse wandelaar, die was al vier weken onderweg vanaf Sundsvall. Maar eerst klopte er een heel bedeesd Duits meisje aan, om te vertellen dat ik niet moest schrikken, maar ze ging een tent opzetten achter de schuur. Omdat ik zelf ging eten in het hoofdgebouw, legde ik haar uit hoe het fornuis in de schuur werkte en zei dat ze vooral gebruik moest maken van de schuur om te koken en te eten.

In het hoofdgebouw kwam ik dus die Uwe tegen, die daar ook ging eten. Een grappige vent, die weer in gezelschap was van een andere wandelaarster, die weigerde om in de schuur te slapen en vervolgens de slaapkamer van de oudste zoon aangeboden kreeg, want die was er toch niet. Over gastvrijheid gesproken! We aten gestoofd lamsvlees van de eigen boerderij, met geroosterde groenten en aardappelpuree en zelfgemaakt ijs toe. Daarbij dronken we een lokale bierspecialiteit, bier met een rooksmaak. Het procedé is hetzelfde als bij whisky, ze roken de mout, maar hier gebruiken ze in plaats van turf het hout van een specifieke boom. Het was een mooi roodbruin bier met een uitgesproken rooksmaak en ik vond het een ontdekking.
Daarna kregen we van de eigenaar nog een lesje Noorse geschiedenis. De boerderij was al sinds 1750 in de familie en een van zijn voorouders nam deel aan de grondwetgevende vergadering in Eidsvoll. Dus hij vond zichzelf de autoriteit om ons het hoe en waarom van Noorwegen even uit te leggen.
Toen we na het eten met een kruiwagen hout voor de kachel terug kwamen, zat de bedeesde kampeerster inderdaad aan tafel te eten. Ik maakte de kachel aan en spande een waslijn waar we onze natte spullen aan konden hangen. Het werd al snel behaaglijk warm en we zaten gezellig te kletsen totdat we slaperig werden van de warmte en ons bed opzochten.

Om iets over achten zit ik op de fiets. Ik heb in mijn hoofd om naar Verdal te gaan, ik schat iets van 60 kilometer hier vandaan. Dat blijkt al snel een ambitieuze gedachte.

Nog één laatste fjord

De route golft op en neer en klimt gestaag naar 320 meter. Heel veel korte steile hellinkjes en ik moet regelmatig afstappen om te gaan lopen. Daarna volgt een slippende afdaling door een grindbed naar 100 meter, waarna ik opnieuw naar 340 meter mag klimmen. En zo gaat het de hele dag door en Verdalsøra komt maar niet in zicht. En ik maar zeulen met die fiets en zweten in de brandende zon.

Je denkt: ik ben de Sjaak, maar het viel reuze mee

Ik kijk regelmatig in de app hoe ver het nog is en dan valt me op dat het niet uitmaakt waar ik ben, de afstand naar Verdalsøra blijft altijd 17.4 km. In werkelijkheid moet ik dan nog iets van 40 kilometer afleggen. Op asfalt gaat dat best, op gravel wordt het al uitdagender, maar uiteindelijk fiets ik over een karrespoor vol met kuilen en keien. Ik wil best geloven dat de heilige Olav daar duizend jaar geleden ook gelopen heeft, maar als hij een fiets had gehad, had ie zeker een andere route genomen om de heidense Zweden een lesje te leren.

De heilige Olav was geen fietser

Wat me ook tegenvalt, is dat alle kerken op de route op slot zijn. De route loopt van kerk naar kerk, maar even naar binnen om een kaarsje voor Sint Olav te branden, dat zit er niet in.
Kortom ik kom behoorlijk afgepeigerd op de camping van Verdalsøra aan, gelukkig hebben ze hier hutjes, zodat ik vannacht niet in de voorspelde stromende regen in mijn tentje lig. De sleutels hangen naaste deur en het is wie het eerst komt, die het eerst maalt. Dus als ik achter me twee motorrijders ontwaar, stort ik me op de eerste de beste hut en stouw de sleutel in mijn zak.

Gefietste afstand: 83 km
Gefietste tijd: 7,5 uur

11-8 Ådalsvollen

Gisteren vergat ik nog iets te beschrijven in het verslag. Toen ik aan het eind van de middag nog zo’n 20 kilometer te gaan had, zat ik in een fantastisch steile afdaling over mooi glad asfalt. Opeens verscheen er aan mijn rechterhand een pelgrimsherberg, dat was natuurlijk een godsgeschenk voor deze uitgeputte fietser. Maar ik miste de tegenwoordigheid van geest om meteen de remmen in te knijpen en voordat ik me goed en wel realiseerde wat ik zag, was ik al weer een paar honderd meter verder en tientallen meters lager. Toen schoot door me heen, ik ga echt niet terug klimmen naar die herberg, ik ga gewoon door naar de camping.

Enfin, ik deed gisteren boodschappen precies voordat de regen begon en het werd uiteraard gemaksvoer, gevulde pasta met een salade en yoghurt met bessen toe. ‘s Avonds belde ik met Mayke, die met haar zoon op vakantie is in Hamburg en puzzelde ik op het weer en de bestemming morgen. Het wordt in de loop van de ochtend droog, ik ga eerst naar Stiklestad, het centrum van de Olavsverering en dan door naar Ådalsvollen, waar ik een bed met maaltijden gereserveerd heb in de pelgrimslodge. Dat is iets van 40 kilometer (niet volgens de app, maar volgens de echte kaart).

Deze ochtend regent het in korte buitjes vlak achter elkaar, maar er staat een stevige westenwind, dus ik heb de regen in de rug. Ik ben in een klein uurtje in het pelgrimscentrum van Stikelstad. Dat is een echte pilgrimstrap met souvenirwinkel, een tentoonstelling met uitsluitend Noorse toelichting en een gigantisch amfitheater, waar ze een mirakelspel omtrent Olav opvoeren.

En niet te vergeten is er de kerk, die zo gebouwd is dat het altaar exact op de plek staat waar Olav in de strijd het leven liet. Maar niks ten nadele van het pelgrimscentrum, want ze hebben gratis koffie en ze verkopen er ook pelgrimspassen. Daarmee kun je stempels halen in alle kerken langs de route, maar belangrijker nog, je ondersteunt ook het werk van alle vrijwilligers die de route onderhouden. Dus ik schaf me een pas aan en hup ermee naar de kerk, me niet realiserend dat het zondag is. Ik trek de eerste de beste deur open en sta in een soort kantoortje, er hangt een jas aan de kapstok, er staat een paar sneakers maast het bureau en achter een tweede deur hoor ik een galmende stem. Oei, denk ik, de dienst is bezig en ik sta in de sacristie, ik zoek nog even naar de stempel, maar zie niks. Ik sluip weer naar bulten en vind de hoofdingang. In het voorportaal is een balie en daarachter vind ik de stempel. Mooi, die is binnen.

Op die steen staat een pijl met 119 km naar Nidaros, de kathedraal van Trondheim.

De ingang naar de sacristie

Als ik weer opstap is het gelukkig droog, want het pad gaat dwars door de modderige weilanden de heuvel op. Nou dat wordt weer een dagje worstelen, mopper ik terwijl ik mijn fiets door het karrespoor omhoog duw, maar uiteindelijk valt dat mee. De weg verandert al snel in asfalt, de eerste 25-30 km gaat de weg behoorlijk op en neer, maar alles is te fietsen, al gaat het vaak maar stapvoets. Als ik op 200 meter ben, kom ik op een lange weg door een kloof, die heel geleidelijk stijgt en haast ongemerkt gaan we door naar de 300. Dat is nog eens fijn fietsen, wind in de rug, een ruisende rivier en klaterende watervallen aan twee kanten.

Het modderige pad door het weiland

Je kunt een waterval bezoeken in de kloof

Zo’n 15 km voor de grens met Zweden vind ik de lodge. Ik word er heel hartelijk ontvangen en vermoedelijk ben ik de enige gast, want er zijn nog geen andere boekingen ontvangen. Dat zou wel fijn zijn, want de lodge bestaat uit één grote ruimte met meerdere bedden, een eettafel en een zithoek.

Gefietste afstand: 48 km
Gefietste tijd: 4,5 uur

12-8 Hålland

Gisterenavond at ik dus een diepvriesmaaltijd, maar hij kwam wel uit eigen keuken. Een toetje zat er niet bij, helaas. Het was op de buiige regen en de rivier na, doodstil rond de lodge vannacht. De eigenaars waren vertrokken, dus ik had het rijk alleen. En ik maakte kennis met twee noviteiten.
De eerste is de elektrische schoenendroger, een kastje aan de muur waar twee geribbelde slangen uitkomen. Die steek je in je schoenen, je drukt op de knop en warme lucht wordt zachtjes je schoenen ingeblazen. Ik had dit nog nooit gezien, terwijl het zo voor de hand ligt.
De tweede is WC met incinerator. De WC (eigenlijk moet je zeggen de pot, want er zit geen zwanehals op) bestaat uit een rvs trechter waar je een dunne papieren zak in legt, een soort groot uitgevallen koffiefilter. Je doet je ding (you do what you have to do, zegt de gebruiksaanwijzing), je voegt een kopje water (!) toe, sluit deksel en drukt op de knop. Je hoort een soort poef! En dat is het. Volkomen geurloos en je ziet ook geen rook opstijgen, hoe de techniek erachter werkt, moet ik nog opzoeken.

Als ontbijt heb ik de keuze uit gevriesdroogde muesli met melk of ingevroren boterhammen, die ik kan ontdooien in de oven. Omdat ik ook recht heb op een lunchpakket, neem ik allebei maar. Ik verzorg mijn eigen lunch wel.

Het regent als ik vertrek deze ochtend en de eerste twee uur besteed ik aan klimmen. Ik ben al snel over de grens, maar het hoogste punt van de hele route ligt daar iets voorbij in Zweden op 620 meter, dus de eerste twee uur is het klimmen geblazen. Ik zit flink te zweten in mijn regenkleding, maar uittrekken is geen optie, er staat een harde koude wind en het regent flink door. En, hoe hoger je komt, des te harder het gaat waaien.

Nog een watervalletje in de vroege ochtend

Alweer een mijlpaal

Het hoogste punt


Als ik dan om kwart over tien het hoogste punt bereikt heb, komt er wat meer tempo in. Het eerste uurtje golft het een beetje op en neer over de vlakte, maar daarna begint de weg heel zachtjes te dalen, net genoeg om het fietsen licht en aangenaam te maken.

Binnen ligt zelfs een vochtig gastenboek, waar je iets in mag schrijven


Ik snak naar iets warms, maar dat zit er voorlopig niet in, want hier is niks, op af en toe een kluitje boerderijen na. Om half een kom ik bij de afslag naar de waterval van Tännforsen. Die moet ik gaan zien, zei Uwe, en bovendien, er is een café bij. Het betekent wel weer even 30 meter omhoog, maar de beloning is groot. Eerst koffie met een vegan sandwich en daarna een klein wandelingetje naar de waterval, die inderdaad indrukwekkend is. Hoezo watertekort?

Na de waterval is het gewoon stevig doorfietsen in een bijna permanente afdaling, soms moet je even wat omhoog, maar het is nooit steil. In Duved doe ik boodschappen en als ik de winkel uitkom, begint een man in een grote terreinwagen te toeteren en te roepen. Of ik de Olavsroute doe, die heeft hij ook gedaan een paar jaar geleden. Of ik een tent bij me heb en waar ik overnacht. Ik zeg de camping net voorbij Undersãker. Kan niet, zegt hij, daar is geen camping. Maar als ik dan de naam noem, zegt ie, o ja, die is OK. Enfin, zo’n gesprek waarvan je achteraf denkt, waar gaat dit over. Duved heeft overigens een indrukwekkende kerk, van buiten dan, want die Lutheranen versieren hun kerken niet van binnen. Wel hangt er in de hal een houten drakekop, die ze hier opgegraven hebben. En ze hebben natuurlijk een stempel. Omdat pelgrims zich niet altijd aan de openingstijden houden, kun je die vaak buiten vinden in een metalen brievenbus, zo ook hier.

De stempelbus

De camping wordt gerund door Nederlanders. Ze hebben ook hutjes en omdat het vannacht richting het vriespunt gaat, trakteer ik mezelf op een hut. Trouwens, de afstand van vandaag geeft ook aanleiding tot een beloning.

Gefietste afstand: 96 km
Gefietste tijd: 6 uur en 45 minuten

13-8 Östersund

Gisterenavond at ik hamburger met patat op de camping, dat leek me wel zo praktisch en ik verzorgde mijn eigen toetje met yoghurt en muesli.

Nog even een blik op de grote attractie van deze camping

En wat denk je? Inderdaad, vandaag is het dinsdag!

Deze ochtend begin ik met een bezoekje aan de kerk van Undersåker, maar die is dicht en er is tot mijn verontwaardiging nergens een stempel te bekennen. Er zijn wel meer kerken die niet mee doen, zo ontdek ik vandaag. Maar het in gebreke blijven van Undersåker wordt niet veel later goed gemaakt met twee bijzondere stempels, een bij het monument voor de wapenstilstand tussen Noorwegen en Zweden in 1809 en eentje bij een Olavsbron in een kuil in het bos.

De plek van de wapenstilstand

Uiteraard met bijpassende stempelbus

Hier daal je af naar de Olavsbron, let op de bankjes voor de toeschouwers

En nu is de vraag: onderdompelen of opdrinken?

De route vandaag heeft aardig Noorse trekjes, dat wil zeggen, er moet veel geklommen worden. Het is weliswaar allemaal wat minder steil, maar de wind zit niet mee mee vandaag, die waait de hele dag fris in mijn gezicht en voegt een procentje toe aan de hellingen. Ik wil graag naar Östersund en dat heb ik gehaald, maar morgen ga ik echt niet meer dan 50 kilometer fietsen.

Een vraag: waarom heeft zo’n bord een dubbele paal?

Voor de pelgrims wordt goed gezorgd

Bij de camping aangekomen is het vijf over vijf en de receptie is op slot. Je moet een nummer bellen, lang in de wacht staan en om te horen te krijgen dat je online moet boeken, dan krijg je een sms met alle codes. Dat doe ik netjes en omdat ik zo gaar ben, reserveer ik weer een hut, maar na anderhalf uur heb ik nog geen codes. Ik bel dat nummer nogmaals, maar inmiddels is daar een wachtrij van 12, dus ik kies voor de optie om teruggebeld te worden. Ik heb er behoorlijk de pest in, allereerst omdat ik drie kilometer terug gratis bij de kerk had kunnen kamperen, maar dat wilde ik niet omdat er heen douche was. Ten tweede kom ik er achter dat de toiletgebouwen gewoon open zijn, dus als ik nu een tentplaats had geboekt, had ik nu allang gedoucht en gegeten. Ik denk dat ik mijn verlies maar moet nemen en die tent ga opzetten.

Gefietste afstand: 88 km
Gefietste tijd: 8 uur en 8 minuten

14-8 Gällö

Gisterenavond at ik een zak pasta gevuld met ricotta. Die zat al twee dagen in mijn fietstas, maar smaakte toch nog heel goed. Daarbij een salade van tomaat, komkommer en paprika, allemaal restjes uit de tas. Een echt toetje zat er niet in, om de reden dat ze hier geen halve liters yoghurt verkopen. Het begint bij een liter en dat is niet handig voor een eenzame fietser. Zo’n halfje verdeel ik dan over het dessert en het ontbijt, maar een liter is zelfs voor mij teveel. Mijn toetje werd een zakje vruchtensnoepjes, dat ik gekregen had. In de middag, toen ik langs de E14 fietste, stopte er verderop voor mij een auto. Er stapte een vrouw uit die naar mij begon te wuiven. Dus ik stop en zij begint in het Zweeds iets met sikel. Sorry, can you speak English? I think you are a very brave man! You travel by bike with everything en ze wijst naar mijn bagage. So I want to give you this en ze douwt een zakje snoepjes in mijn hand en loopt terug naar haar auto. Thank you, roep ik haar nog na. En ik denk, het gaat de goede kant op als de Zweden hun bewondering voor mij gaan uiten met gaven.

Ik at trouwens vrij laat, want ik dacht dat die hut mij door de neus geboord was. Ik zette mijn tent op, ging douchen en begon net de kookspullen uit te pakken, toen mijn telefoon ging. Het helpcentrum in Stockholm aan de lijn na anderhalf uur wachten. Ik leg uit dat ik ruim twee uur geleden geboekt heb. Ja zeggen ze en binnen tien minuten is de sms verzonden, vreemd dat u niks ontvangen heeft. Maar als u naar de receptie loopt, daar zijn sleutelkluisjes, dan geef ik u de code telefonisch door. Bij de receptie aangekomen, staan daar nog drie mensen met een telefoon aan hun oor en als ze door hebben dat ik iemand aan de lijn heb, beginnen ze alle drie aan me te trekken. Vraag ook even of etc. Maar die vriendelijke jongen in Stockholm is onverbiddelijk, ik help alleen u, de anderen moeten op hun beurt wachten. Dat wordt mij dan weer niet in dank afgenomen, maar ja, don’t shoot the messenger. In elk geval, ik kan mijn tent weer afbreken en alles inpakken en vertrekken naar mijn hut.

Als ik opsta, doe ik rustig aan, ik hoef vandaag maar iets van 55 kilometer. In Östersund doe ik wat boodschappen en ga koffiedrinken in een konditorei met goede cappuccino en kaneelbollen.

Daarna fiets ik naar Brunflo, waar ooit een middeleeuwse kerk heeft gestaan, maar nu een flinke 18e eeuwse kerk met losse klokketoren. Binnen herinnert alleen nog de doopvont aan de middeleeuwen.

En door naar Pilgrimsstad, dat anders dan de naam doet vermoeden, een dorpje van niks is. Maar ze hebben er een Olavskuil met een bezinningshut.

De bezinningshut

Dan is het nog een klein stukje naar Gällö, eerst om het meer ten zuiden van Pilgrimsstad en dan nog een paar kilometer. En als ik dan bijna om het meer heen ben, stuit ik op een enorm drainageproject, dwars door het bos en de weg is een enorme gracht gegraven, waar buizen in gelegd worden. Ik kijk of ik er niet op een of andere manier omheen kan, maar dat gaat alleen lukken als ik met mijn fiets op mijn nek een helling op ga klauteren. Er zit niks anders op dan 12 kilometer terug te fietsen over een hobbelig gravelpad en dan over de E14 naar Gällö te rijden. Zo werd het in plaats van een rustig dagje toch nog een hele trip.

ALs ik niet de Olavskuil bezocht had, maar de hoofdweg gevolgd, dan had ik dit bord gezien en mijzelf 24 kilometer gravel bespaard.

Afstand: 87,2 km
Tijd: 7,5 uur

15-8 Börgsjö

Het werd een diepvriesmaaltijd gisterenavond. Dat zat zo. Bij de camping hoort een restaurant, de Bistro Bla Bla, vermaard om haar Belgische bierspecialiteiten. Dus toen ik in Gällö de klim naar de supermarkt gemaakt had, kocht ik er wel een ontbijt, maar liet de rest voor wat het was, want ik ging dineren. Heuvel af, camping op, nee haha, lachte de receptioniste, nee vandaag niet hoor, het restaurant gaat donderdag pas weer open. Van donderdag tot en met zondag bent u welkom. Maar u kunt hier bij het benzinestation eten. Ja denk ik, dat ken ik, slappe worsten met spek en hamburgers met patat. Dus na het douchen weer die heuvel op en avondeten gekocht. Omdat de diepvriesmaaltijden hier vrij klein zijn, kocht ik er een biertje en een zak chips bij. Toen ik eenmaal gegeten had, was het al weer acht uur en viel ik om van de slaap.

Midden in de nacht word ik wakker van zachte regendruppeltjes op de tent, o nee, denk ik, de was hangt nog aan de lijn, die is gelukkig bijna droog, maar moet morgen maar verder drogen in het hutje dat ik met één oog op het weerbericht alvast gereserveerd heb.

Als ik opsta komen er steeds kleine buitjes over, dus er zit niks anders op dan een natte tent in te pakken. De motregen gaat als ik onderweg ben, over in harde regen en de wind trekt aan dus ik trek ook alle regenkleding aan. Maar na een uurtje wordt het droog en klaart het langzaam op.

In Bräcke drink ik koffie met een kaneelbulle in een enorm grote maar uitgestorven lunchroom, met het interieur van een condoleanceruimte en de bijbehorende grafstemming van de bediening. Maar ja, een gegeven paard etc. Trouwens, mijn eerste koffiepoging deze ochtend in Stavre strandde vanwege semester van de broodboetiek. Terwijl juist nu de vraag groot is! Dat is gewoon niet zakelijk gedacht. Ik zou het trouwens sowieso een goed idee vinden om pakweg elke tien kilometer langs de route een koffieautomaat te plaatsen. Die scant je pelgrimspas en bij voldoende stempels heb je recht op een kopje koffie.

En dan is er in Bräcke 200 meter verderop een tweede koffietent tegenover het station. Ja!, tijd voor vergelijkend warenonderzoek. Daar staat de muziek aan, rock en roll uit de jaren vijftig, het is er licht en je krijgt koffie in een kannetje dat uit de kringloop komt. Ik neem er een kletsnatte punt zelfgemaakte chocoladetaart bij, heel lekker! Deze wint! Zo nu nog iets van 40 kilometer naar mijn hutje in Börgsjö. Dat staat op een camping met restaurant, ik verheug me al de hele dag op een luxe maaltijd.

Het is weer een prachtige tocht vandaag door de bossen en over gravelpaden, die soms meer op beekbeddingen dan een rijweg lijken. Ik lunch bij een schuilhut die speciaal voor pelgrims is neergezet bij een meertje.. binnen staan een paar stoelen en eerdere bezoekers hebben spullen achtergelaten zoals thee.

De steen onder de grenspaal is een oude altaarsteen, waar vroeger recht gesproken werd. Vandaar de stempelbus.

Eenmaal op de camping aangekomen is alles potdicht en in het restaurant staan de stoelen op tafel. Op het nummer van de camping dat ik in de bevestigingsmail vond, wordt geen gehoor gegeven. Wat nu? Via de naastgelegen toeristeninformatie hoor ik dat het tankstation dezelfde eigenaar heeft. Dus ik daarheen. Na enig aandringen willen ze de baas wel bellen, ik krijg duizend excuses, ze waren vergeten om mijn hutnummer en de code van het sleutelkluisje te mailen. Die krijg ik alsnog. Nieuwe verrassing, er zit geen sleutel in het kluisje. Dus ik weer terug naar het tankstation, telefoonnummer gevraagd en zelf gebeld. Sorry, sorry, er komt iemand om u te helpen over ongeveer tien minuten. Als dat geregeld is, kan ik eindelijk gaan douchen. Rest alleen nog het vraagstuk, wat eten we vanavond? Eens kijken wat het tankstation te bieden heeft.

Gefietste afstand: 67 km
Gefietste tijd: 6 uur

16-8 Stöde

Het tankstation had een hele wand met diepvriesmaaltijden in de aanbieding, de meeste in kleurig fabriekskarton, maar ook een paar die eruit zagen alsof ze van een traiteur kwamen, witte bakjes met folie en een geprinte sticker met inhoudsbeschrijving erop. Bij nadere bestudering bleken die in de keuken van het campingrestaurant bereid te zijn, kortom het restaurant mocht dan gesloten zijn, de kaart was nog steeds beschikbaar. Daaruit koos ik iets met worsten, aardappels in dillesaus en gekookte biet met de naam Isterband. Dat smaakte best goed, hoewel ik achteraf wel het idee kreeg dat er wat veel zout in zat. Ik dronk er anderhalve liter bronwater achteraan.

Ik word pas tegen zevenen wakker. Verslapen! is mijn eerste gedachte. Nogal onzinnig natuurlijk, ik ben duidelijk nog niet lang genoeg van huis.

De dag begint met een flinke bui, die als een zwarte band in de lucht hangt, er voor en er achter is de lucht helderblauw. Het wordt prachtig weer en, niet onbelangrijk, de wind is gedraaid in mijn voordeel. Omdat elke bestemming die ik kies, minstens tien kilometer verder blijkt te liggen dan ik dacht, kies ik vandaag voor de camping van Stöde, die moet hier niet meer dan 45 kilometer vandaan zijn. Ik heb ze gisterenavond al even gebeld om na te gaan of de receptie wel bemand is en dat is zo. Wat kan er nu nog mis gaan?

Ik ga niet omfietsen voor dat middelpunt. Ten eerste is dat altijd wat arbitrair gekozen en ten tweede wordt je echt niet verlicht als je erop gaat staan.

Ik kom vandaag langs precies één stempelloze kerk, die van Torpshammar, maar hij heeft dan wel weer zo’n losstaande houten klokketoren, al is die iets minder imposant dan die van gisteren. Verder is het een vrij zorgeloze fietstocht over stille asfaltwegen, die samen de Ljungandalsvägen vormen, een oude weg langs boerderijen en zomerhuizen en af en toe zie je de rivier, die richting Sundsvall stroomt. Tot mijn verbazing ben ik iets over enen al bij de camping. Morgen is het nog iets van 40 kilometer naar Sundsvall en dan sla ik af naar het zuiden. Dan is het nog een dikke 600 kilometer naar Linköping, ik schat een dag of acht, negen fietsen.

Zweeds erfgoed

Afgelegde afstand: 41 km
Gefietste tijd: 3,5 uur

17-8 Allsta

Gisteren werd het weer eens een pizza Hawaii. Ik had nog steeds een etentje tegoed van mezelf, helaas was de keus beperkt tot één pizzeria in het souterrain van de enige (lage) woonflat in het dorp. Na het eten fietste ik langs de kerk van Stöde om alvast een stempel te halen. Die kerk ligt er trouwens prachtig, in een soort park aan een meertje.

De kerk van Stöde

Als ik opsta is het koud en alles is kletsnat van de dauw. Ik laat de boel zoveel mogelijk drogen, maar uiteindelijk gaat er toch een natte tent de tas in. Het is dat of nog een uur wachten. Het laatste traject naar Sundsvall is trouwens behoorlijk pittig, veel steile klimmetjes over gravelwegen vol met potholes. Onderweg kan ik een eerste stempel scoren bij een herberg, waar verder geen mens te bekennen is. In Matfors is er dan een grote supermarkt met een cafeteria er in, waar ik een kop koffie uit de automaat kan halen.

Potholes

Na Matfors is het nog een klim door het bos naar Selanger, de weg gaat over van asfalt in gravel in gras. Uiteindelijk fiets ik over een slingerend bospaadje totdat ik bij een goed ingerichte rustplaats kom. Een afdak, een paardenstalling, een vuurplaats en een vuilnisbak. Dat is een goed moment voor een lunch. Daarna moet ik nog beekje oversteken en kom ik weer op een verharde weg.

Fietspad?

Rustplaats

Bij een van de woonhuizen staat ook een meniekleurige bus met stempel, dus ik denk, wat een buitenkansje! Voorwaarde is wel dat je je naam en land in het gastenboekje schrijft, dat ook in de bus zit. Terwijl ik dat doe, komt er een vrouw op me af met een jongetje, haar kleinzoon, schat ik zo in. Of ik een kopje koffie wil. Nou graag, zeg ik. Komt u maar mee en even later zit ik op de veranda aan de koffie met een cracker met kaas. Haar man komt er ook bij, die is al acht keer naar Trondheim op en neer gefietst, hij wil graag al mijn foto’s zien en komt daarna met zijn eigen foto’s. Hij was ook ooit met de auto naar de Noordkaap gereden, in zijn herinnering was die befaamde tunnel nauw en slecht verlicht en hij kijkt verrast naar de filmpjes die ik er gemaakt heb. Hij heeft ook nog een goed verhaal over het pelgrimshotel in Trondheim. Dat ligt tegenover de kathedraal en hij heeft er een keer geslapen. Je betaalt er 200 euro voor een piepklein kamertje. Dan betaalde ik in mijn hotel in het centrum maar de helft!

In Selanger is er een pelgrimscentrum, maar de stempel kan ik niet vinden en de balie is onbemand. Dan maar door naar Sundsvall en als ik me daar sta te oriënteren op die route naar de kathedraal, zie ik dat ik precies op de kruising sta met de route richting Linköping die ik lang geleden uitgestippeld had. Dat is een teken van de heilige Olav besluit ik, die zegt, laat die laatste stempel maar zitten, de mooiste van vandaag heb je al binnen. Bovendien, de stempels van Trondheim tot Stiklestad heb je ook niet.

En ik sla welgemoed de weg naar Allsta in, waar een camping moet zijn. Die is niet makkelijk te vinden, ik trap weer in de bekende van van Google als, die een adres precies het midden van een weg plaatst, als het algoritme de juiste plek niet kan bepalen. De camping ligt verstopt in een rivierdal aan het eind van een lange dalende gravelweg. Als ik het terreintje op fiets, word ik stomverbaasd aangekeken, hier heeft zich nog nooit een fietser vertoond.

Gefietste afstand: 70 km
Gefietste tijd: 6,5 uur

18-8 Hassela

Ik had een kant en klare vegetarische lasagna met linzen in plaats van gehakt gekocht, die hoefde ik alleen maar even in de magnetron te doen. Het was een wonderlijke camping daar in Allsta, ouderwetse latrines waar je op een gat boven een poel van onbeschrijflijke stank gaat zitten (als daar je telefoon uit je broekzak valt, ben je verloren), maar wel een goed ingerichte keuken met alles erop en eraan. Toe at ik Griekse yoghurt met verse frambozen.

Het was heel helder vannacht en daarom ook heel nat en koud. Het dal vulde zich in de vroege ochtend met een wolk, alles zat onder de condens en ik werd wakker van de kou. Ik haalde mijn thermo-ondergoed maar weer eens te voorschijn, dat hielp een beetje, maar nog niet genoeg. Lange broek aan en de Orkaanmuts opgezet, want de meeste warmte verlies je via je hoofd. Uiteindelijk hield ik alleen koude voeten over, de volgende keer steek ik die in mijn donsjack.

In het echt zag het er heel indrukwekkend uit

Ik sta nogal brak op rond zeven uur, droog de tent zo goed en kwaad als het kan en zoek de route weer op. Het mooiste is als ik vandaag Friggesund haal, maar ik merk al snel dat dat geen haalbare kaart is. Mijn benen voelen loodzwaar aan en mijn knieën lijken wel op slot te zitten. De stevige tegenwind helpt ook niet mee, kortom, het is geworstel vandaag tussen de 100 en de de 260 meter hoogte. Onderweg is er helemaal niks te zien of te beleven, nergens koffie, alleen een aantal schuren met tweedehands spullen. Dat is een nationale hobby hier, je zet een bordje met het woord “loppis” langs de weg en de klanten stoppen vanzelf. Het kan niet anders, of die hebben zelf ook weer een loppishandeltje en zo krijgt het woord kringloop weer een heel nieuwe betekenis, want die tweedehands spullen rouleren op die manier eindeloos.

Grenssteen

Eindeloze Zweedse wegen

Loppis is business

In Hassela hou ik het voor gezien, de caravanclub daar heeft een enorm sportveld waar je kunt kamperen. En in het dorp is een winkel, de eerste die ik vandaag tegenkom.

Waar ik nog wel even aan moet wennen, is dat ik geen andere fietsers of wandelaars meer zie. Niet onderweg en niet op de campings, ik ben duidelijk de enige die denkt dat het een goed idee is om langs de Sverigeleden (langeafstandsfietsroute) naar het zuiden te fietsen. En ik begin langzaam te begrijpen waarom. Maar laat ik niet te vroeg oordelen over het bezienswaardigheidsgehalte van deze route, morgen is er weer een dag.

Afstand: 46 km

Tijd: 4 uur

19-8 Bjuråker

Ik voelde me niet zo lekker gisterenmiddag, een beetje grieperig, en ik vroeg me af of ik niet een beetje verhoging had. Dus ik besloot om stevig te eten om voldoende brandstof te hebben voor herstel. Ik begon met een kwart liter verse linzensoep, gevolgd door pasta voor twee personen gevuld met ricotta en spinazie en daarna Griekse yoghurt met verse passievruchten. Toen ik dat eenmaal op had, kon ik alleen nog maar denken aan slapen. Dus ik lag er om zeven uur al in en sliep met een paar korte tussenpozen tot kwart over zeven vanmorgen.

Monsters van muggen loeren tussen de binnen- en buitentent

De weg vandaag is niet zo zwaar als het stuk van Sundsval tot Hassela, je hoeft veel minder te stijgen en te dalen, dus de klimmetjes zijn maar kort. Ik neem meer pauzes dan normaal, omdat ik me nog niet 100% voel, maar het valt me allemaal niet tegen, ik heb betere benen dan gisteren.

Na een stukje provinciale weg (307) sla ik een onverharde weg naar Moviken en Friggesund in. Die is heerlijk rustig, als er twee auto’s per uur voorbij komen is het veel. Er is niet veel te zien onderweg, behalve 18e eeuwse mijlpalen, die me vertellen dat ik een historische weg rijd, en af en toe een bordje met Loppis. Die mijlpalen staan er om de kwart mijl, dat lijkt veel, maar een Zweedse mijl is 10 kilometer.

Al die witte ingepakte balen geven toch wel een grappig effect

Houten buis

In Moviken staat een prachtige oude staalfabriek, die ingericht is als museum. Je kunt er op maandagochtend natuurlijk niet in, maar er staan picknickbanken buiten, dus ik kan er even rustig zitten en lunchen.

Oude staalfabriek


Ik wil eigenlijk naar Delsbo, maar zo’n tien kilometer daarvoor kom ik langs een camping aan een meer met restaurant. Die lijkt me helemaal OK. En dat restaurant? Dat gaat morgenochtend om 11 uur weer open.

Gefietste afstand: 52,5 km
Gefietste tijd: 4,5 uur

20-8 Bollnäs

Het was niet zo’n handige zet gisteren om wat eerder te stoppen, want de dichtstbijzijnde supermarkt lag op 9 kilometer. Dat vond ik veel te ver en ik besloot mijn noodvoorraden aan te spreken. Ik begon met gevriesdroogde rendiersoep, een beetje zout, maar wel lekker en daarna risotto met porcini. Ik heb nu alleen nog een zak bacalhao met rijst over.

Ik ben lekker vroeg wakker en stap op na een wat karig ontbijtje (want geen melk of yoghurt) bestaande uit boterhammen met vloeibare pindakaas en thee. Iets voor mij uit rijdt zomaar een vakantiefietser, een jongen van achter in de twintig denk ik, met een jaloersmakende minimale bepakking. We kletsen even wat en dan gaat hij de andere kant op, maar als ik dan twee uur later langs de kant van de weg een broodje eet, komt ie lachend weer voorbij.

Het is pittiger fietsen dan gisteren, veel heuveltjes en een stevige zuid 4 tegen. Omdat er behalve bomen en meren niks te zien is, begin ik aan een hoorspelbewerking van het boek Mannen die vrouwen haten. Dat was twintig jaar geleden een enorme bestseller, maar ik kwam er niet doorheen vanwege de beroerde schrijfstijl, al kan dat ook aan de vertaling gelegen hebben. Maar het hoorspel, dat nu als podcast te downloaden is bij Parel Radio, is echt heel goed gedaan met bekende acteurs en het is spannend. Ik moet het alleen bij elke afdaling even stop zetten, omdat dan het geraas van de wind in mijn oren het geluid van de spelers overstemt.

Eigenlijk zie ik maar twee opmerkelijke zaken vandaag. De eerste was een oude grenssteen tussen twee gemeenten, de tweede een vogelhuisje, zomaar in het bos aan een berk, met een ban de bom-teken erop. Uiteraard heb ik deze hoogtepunten van de dag gefotografeerd. Verder business as usual, in casu de tweedehands business.

De camping in Bollnäs heeft een restaurant, dat op vrijdag en zaterdag open is. De rest van de week kun je er tot zes uur tosti’s en patat krijgen.

H.S. te Z. heeft met me te doen, omdat er onderweg geen koffie te krijgen is. Ik los dat nu op door in de supermarkt flesjes ijskoffie te kopen, die ik dan tijdens de stops opdrink. Dan krijg ik toch wat cafeïne binnen.

Gefietste afstand: 86 km

Gefietste tijd: 7 uur

21-8 Medskogsjöhn (maar het zou ook Medskogstorpen kunnen zijn)

Gisteren deed ik inkopen in een soort van Maxis, een megagrote supermarkt. Daar hadden ze heel fatsoenlijke kant en klaarmaaltijden, ik kocht een chicken tandoori, Griekse yoghurt en blauwe bessen. Een gewoon halfje yoghurt hebben ze niet, wel Griekse en Turkse yoghurt met 10% vet en Russische yoghurt met 17% vet. Ik ben de tijd voorbij dat ik vond hoe vetter hoe beter, dus het wordt Griekse yoghurt.

Omdat het morgenavond gaat regenen, wilde ik een hutje reserveren op een camping op de route. In Åmot is een hele grote camping met tientallen hutten, zag ik. Het duurde even voordat ik begreep dat het om de gelijknamige plaats in Noorwegen gaat en toen kwam ik er al puzzelend achter dat die Zweedse fietsroute vanaf Bolnäss een vrijwel campingloos traject volgt. Dat vroeg om improviseren en ik zag dat op de lijn Bolnäss – Sandviken wel een aantal campings liggen. In Medskogsjöhn hebben ze ook hutten, maar je moet bellen om te reserveren. Dat gesprek verliep nogal warrig, omdat de man aan de andere kant nauwelijks Engels sprak. Ik begreep uiteindelijk dat ik naar een verborgen (!) webpagina moest gaan met het boekingsformulier, maar telkens als hij me het adres wilde geven, verloor hij zichzelf in hele uitweidingen over fake bookings. Ik dacht, dit schiet niet op, dus roep thank you, thank you en hang op. Daarna loop ik naar de receptie en vraag of zij dit willen oplossen. Dat doen ze graag en daarna kwam ik in een boekingsformulier terecht met verplichte velden zoals mijn social security number (12345678/123) en mijn kentenen (CYKEL1). Ik ontving zowaar een ontvangstbevestiging, dus ik ging er vanuit dat het goed zit.

Ik ben om half zes al wakker, dus zit al vroeg op de fiets. Ik ben nu van de uitgestippelde route af, dus ik moet vanavond wel even een aangepast plan maken. Maar nu neem ik weg 83 tot voorbij Kilafors en daarna hoef ik alleen maar weg 272 te volgen. Het is best een lekkere route, de klimmetjes worden steeds minder en uiteindelijk fiets ik op een zachtgolvende weg die door de bossen slingert. Ik probeer weer een aflevering van mijn hoorspel te luisteren, maar de wind maakt teveel herrie in mijn oren. Als ik me afvraag waarom ik daar vroeger geen last van had, schiet me te binnen dat de oren van mannen, naarmate ze ouder worden, steeds meer naar buiten gaan staan en dus steeds meer wind vangen. Ik denk dat de natuur daarmee het onvermijdelijk afnemend gehoor wil compenseren, maar ik ben er mooi klaar mee.

Overal bloeiende lupines langs de weg

Op de camping aangekomen, blijkt de receptie een soort kroeg te zijn waar men om drie uur al flink aan het bier zit. Vanaf de bar word ik verwezen naar een oude man in een korte broek en twee enorm opgezwollen benen, die als een soort Don Corleone de zaak in de gaten houdt. Ik laat de ontvangstbevestiging van de boeking zien en hij gaat bellen en dan hoor ik de stem van gisteren weer. O ja, die Duitser, nee roep ik, Hollander! Two persons right? No one! Een hoop gerommel aan de andere kant en dan is hoor ik mijn naam. Yes roep ik. OK I will look which cabin, one moment. Weer een hoop gerommel en dan het verlossende woord cabin 1A. Inmiddels is mij ook het taalprobleem duidelijk geworden, want dit zijn duidelijk Oost-Europeanen, ik schat ze in als Bulgaren. Vandaar dat ze geen Engels spreken.

Cabin 1A is een nogal afgeleefd hutje, met een bed vol dennenaalden en bloedvlekken in het matras. Maar wel een werkende koelkast, een beetje plakkerig van binnen, en een TV. Ik leg vanavond mijn eigen matje wel op het bed en kruip in mijn slaapzak. Het belangrijkste is dat ik droog slaap. En deze camping heeft een restaurant en dat lijkt open.

Ej disk betekent zoiets als geen borden, vermoed ik

Of bedoelen ze: geen afwas?

Gefietste afstand: 79 km
Gefietste tijd: 6 uur

22-8 Horndal

Aan de vrouw die me gisterenmiddag de hut liet zien, vroeg ik voorzichtig tot hoe laat het restaurant open was. Ze keek me niet begrijpend aan, dus ik zet mijn beste Zweeds in. “Restaurang klockan stängt?” met een vragende blik. Ze liep naar de spiegel en tekende een negen op het glas. Blijkbaar was Zweeds ook niet haar forte.

Dat bood perspectieven, ik kon in elk geval even gaan kijken aan het eind van de middag. En verdomd, eindelijk een keer succes. Gebakken ossehaas, die daarna op een plank gelegd werd, bedekt met saus en omringd met opgespoten aardappelpuree en ingekerfde tomaten en dat ging daarna onder de gril. En het was prima vlees, zonder zenen. Met een halve liter bier erbij werd het een koningsmaal. Aan toetjes deden ze niet, maar die had ik zelf bij me, want ik had er op gerekend dat ik zelf moest koken.

Tijdens het eten zat de man met de opgezwollen benen nog steeds in zijn hoek. Er kwamen telkens campinggasten binnen, die een praatje met hem kwamen maken, zonder zijn ring te kussen overigens, dus de vergelijking met Don Corleone ging niet helemaal op. Blijkbaar is deze camping een verblijfsplek voor Oosteuropese gastarbeiders, want aan het eind van de middag wordt het druk, er rijden voortdurend mensen het terrein op richting de caravans.

Omdat ik van de oorspronkelijke route af ben, moest ik een nieuw plan maken. Ik pakte de kaart erbij en trok een rechte streep van Bolnäss naar Linköping. De opdracht was om een route te vinden die:
– langs voldoende campings komt
– zo dicht mogelijk langs de ideale lijn loopt
– zo min mogelijk klimmen verlangt
– langs rustige wegen voert

De route naar Horndal voldoet het beste aan deze voorwaarden, dus daar ga ik morgen heen. Vanaf daar kies ik dan weer een volgende bestemming.

Ik word wakker op een bijzondere dag, het is vandaag precies een jaar aan met Mayke.

De weg naar Sandviken is een genot om te rijden, een vrijwel vlakke weg met hele flauwe hellingen. Ik heb sinds Denemarken niet meer zo’n lange vlakke weg gefietst. Ik doe een ruim uur over de eerste 20 km naar Sandviken en daar vind ik tot mijn vreugde een Konditorei met een aangenaam terras onder de bomen waar ze niet alleen zuurdesembrood verkopen, maar ook echte cappuccino maken van lekkere koffiebonen. Dat is de eerste keer sinds Trondheim, dus ik neem er twee, want wie weet hoe lang het duurt voordat ik weer zo’n buitenkansje tref.
En dan realiseer ik me dat ik vanmorgen de ijskast niet leeggemaakt heb, ik mis een pak gevulde pasta, melk, kaas en worst. Nou ja, dan heeft de volgende passant een gelukje, alles zit nog dicht!

Ook de rest van de weg is een genot om te fietsen, als ik eenmaal van de 272 af ben, is er nauwelijks nog verkeer en het klimmen gaat zo geleidelijk, dat ik lekker door kan blijven fietsen. Ten zuiden van Sandviken fiets je over een lange dijk, die twee meren scheidt, het lijkt wel een beetje de Blauwe Hand in Overijssel, inclusief de zeilbootjesverhuur. Daarna is het afwisselend graanakkers en dennebos op zandgrond.

De Zweedse Blauwe Hand

Als ik in Horndal boodschappen doe, zie ik dat de pizzeria open is, dat is mooi.

Gefietste afstand: 76 km
Gefietste tijd: 6 uur

23-8 Fagersta

Gisteren ging ik naar de pizzeria om een tournedos met patat. Het was beslist rundvlees, een klein formaat baksteen schuin overlangs ingekerfd en daarna medium gebakken. Het restaurant was een verveloze barak, dat zie je veel in de dorpen hier. Jammer dat ik er geen foto van gemaakt heb. Ik sliep vannacht in een hutje van 300 kronen, de prijzen dalen zichtbaar naarmate ik verder naar het zuiden afzak.

Ik had een hutje aan het water

Kraanvogels?

Agrarisch erfgoed

Het eerste deel van de route vandaag gaat langs een provinciale weg, de 68, erg druk is die niet, maar zodra ik de kans krijg, ga ik er vanaf en fiets verder over hobbelige plattelandsweggetjes. Die keuze wordt beloond met de kerk van Grytnäs uit 1300, waar je zomaar naar binnen kunt. Ze hebben de middeleeuwse wand- en plafondschilderingen zoveel mogelijk onder de witkalk vandaan gehaald. Ik stop wat geld in het offerblok en steek vier kaarsjes aan voor mijn ouders, zus en broer.



Even later ben ik in Avesta en is het koffietijd. Ik zie bordjes met museum en denk, bij een museum is altijd een café en vaak met lekkere koffie en gebak. Als ik mijn fiets wegzet, word ik aangesproken door een vrouw die de plantenbakken staat op te schonen voor de ingang van wat vroegers duidelijk een ijzergieterij is geweest. We zijn nog dicht, zegt ze, we gaan pas om 11 uur open, maar waar kom je vandaan? Wat helemaal uit Nederland? Via Noorwegen? Kom mee naar binnen, voor jou maken we een uitzondering en the coffee is on the house. En zo zit ik even later in een verlaten en wat duistere fabriekshal aan de zwarte koffie zonder gebak. Je kunt toch moeilijk zeggen: als u geen cappuccino met taart heeft dan hoeft het niet.

Ik zit te rekenen, in dit tempo ben ik al om 13.00 in Fagersta als ik niet oppas. Ik zou natuurlijk door kunnen fietsen, maar dan is het nog eens veertig km naar de volgende camping in Riddarhyttan op de ideale lijn. Dat hoeft nou ook weer niet, dus ik besluit tot een langzaam aan actie en ga in Avesta op zoek naar een konditorei. Die is snel gevonden en ik neem nog een koffie en een kaneelbulle.

Dan kan ik meteen nog wat puzzelen op het volgende deel van de route naar Norberg, maar ik vrees dat er aan weg 68 niet te ontkomen valt op dit traject. En die is vanaf hier een stuk drukker, ze rijden er honderd over een enkelbaans weg met voor fietsers een smal strookje buiten de belijning. Van de gewone auto’s heb je niet zoveel last, maar campers en caravans schieten vlak langs je heen en grote vrachtwagens laten je slingeren van de zuiging. Ik krijg het er benauwd van.
Ik zie op de kaart dat er parallel een gravelweg door het bos loopt, maar de vraag is hoe kom ik er op, langs de rand van het bod loopt een manshoge afrastering. En dan zie ik een soort van poortje in die afrastering en grijp mijn kans. Weg van die racebaan en het bospad op! Mijn tevredenheid is groot, het is prachtig mooi bosweggetje, totdat de ondergrond veranderd in een soort grove steenslag die ze ook voor het spoor gebruiken. Daar valt niet op te fietsen, dus dat wordt lopen, of liever gezegd ploegen met die fiets. Als het dan ook nog begint te regenen is het toneel wel compleet. Na een dik uur kom ik weer op diezelfde snelweg uit, maar dan is het nog slechts 4 kilometer naar Norberg, dus ik zet mijn tanden op elkaar en ga ervoor.

Sprookjesbos

In Norberg bel ik de camping van Fagersta en regel een hutje. Het blijft af en aan regenen tot morgenochtend 6 uur en ik geloof het wel. Nu is het in principe niet zo ver meer naar Fagersta en gelukkig is er een alternatief voor snelweg 68, de oude provinciale weg. Maar als ik die in wil rijden, zie ik een bord, gestremd na 7 km. Nu heb ik inmiddels mijn lesje geleerd, gestremd betekent hier ook echt gestremd. Er zit niks anders op dan op hoop van zegen toch eerst nog eens vier kilometer snelweg te doen en daarna een onverharde weg te nemen. Er komen dan wel wat kilometers bij, maar liever een half uurtje langer fietsen dan eindigen als krantebericht. Gelukkig is die laatste omweg breed en goed berijdbaar en kom ik nog langs wat mooie oude boerderijen.

Van dit werk dus

En vanavond ga ik een snelwegloze route uitpuzzelen voor de komende dagen. De wegnummers moeten minstens drie cijfers hebben (hoe meer cijfers, hoe minder belangrijk), anders zien ze mij daar niet fietsen.

Gefietste afstand: 75 km
Gefietste tijd: 6 uur

24-8 Malmön

Toen ik gisterenavond mijn pasta op had, het campingrestaurant deed alleen in hamburgers en zat bovendien vol vanwege een optreden van een plaatselijk popidool, zag ik dat de enige manier om een beetje snel over een rustige weg naar het zuiden te komen, weg 252 naar Köping was. Dat is niet helemaal de ideale lijn vanaf hier naar Linköping, want er zit dan nog een meer tussen, het Hjälmaren, maar het beloofde wel een rustige weg te worden. Het is een leuke exercitie om te voorspellen wanneer ik in Linköping aankom, maar dat liet ik, gezien de ervaringen van de dag, nog even in het midden.

Om kwart voor acht vertrek ik richting Köping. Ik passeer grote borden die waarschuwen voor besmetting van everzwijnen met Afrikaanse varkenspest, maar ik snap niet zo goed wat er nu van mij verlangd word. Je kunt een qr-code scannen voor informatie in het Engels, maar je komt dan op de homepage van het ministerie van landbouw terecht, dus daar word ik niet wijzer van.

Om half elf ben ik al over de helft, wat niet zo gek is, want behalve asfalt is hier niet veel te zien. Het is dat ik vanwege de voorspelde regen morgenochtend al een hutje gereserveerd had, anders had ik best nog wat langer kunnen doorfietsen vandaag.

Maar goed, na 50 kilometer fietse is er zowaar het dorp Kolsva met konditorei, dat wil zeggen gebak en filterkoffie.

Vanaf daar volg ik een oude spoorlijn tot Köping, heerlijk rustig fietsen is dat over een pad met picknicktafels en bankjes op gezette afstanden. Ik stop als er een man met zijn fiets dwars op het fietspad staat die wijst naar het wegdek. Verdomd, daar ligt een adder te zonnen. Ik wil er natuurlijk een foto van maken, maar de aandacht wordt de adder te veel en hij schiet de berm in en wordt onzichtbaar. Daar heb ik nog helemaal niet bij stil gestaan, er komen weliswaar geen gevaarlijke wilde dieren voor in Zweden, maar van een adderbeet kun je goed ziek worden. Tenslotte werd Eurydice ook gebeten door een adder die in het gras lag en weten hoe dat afliep.

Prachtige jaren 50 vormgeving

Iets over twee ben ik op de camping van Malmön. De receptie is gesloten, maar je kunt een nummer bellen en een hulpvaardig meisje geeft me de code van de sleutelkluis en vertelt welke sleutel ik moet pakken.

Gefietste afstand: 70 km
Gefietste tijd: 4,5 uur

25-8 Kumla

Nadat ik gisteren inkopen had gedaan voor het avondeten reed ik naar de camping. Die ligt achter een industriegebied aan een idyllisch meertje, waar zich ook een aardig restaurantje bevindt. De inkopen verdwenen subiet in de ijskast en ik at snoekbaarsfilet met nieuwe aardappeltjes en dronk er een Zweeds witbier bij, Wisby Weisse.

Als ik vertrek, regent het hard dus ik trek mijn regenpak aan maar na 5 minuten is het weer droog, dus ik trek alles weer uit want het is warm op de vroege ochtend. Dat gaat een tijdje zo door, het wordt donker, het begint te regenen, ik trek alles aan en als ik dan weer op de fiets zit, wordt het weer licht, stopt de regen en kan alles weer uit.

De camping van Malmön ligt heel idyllisch verscholen achter enorme fabrieken

Er staat een stevige westenwind en ik fiets in een lage versnelling om de vaart er een beetje in te houden. Naarmate de ochtend vordert begint het steeds harder te waaien, het is een vlagerige wind, die elke keer als je denkt dat je de juiste versnelling gevonden hebt, weer even extra aantrekt of juist wegvalt.

In de ochtend luister ik naar de podcastserie Verzonnen Verleden waarin ze romans bespreken die onze kijk op het verleden gekleurd hebben. Vandaag is Heren van de thee van Hella Haase aan de beurt, eerder bespraken ze Gone with the wind, I Claudius en De klokkenluider van de Notre Dame. De kern van al die besprekingen is dat de auteur met de ogen van zijn tijd naar het verleden keek en dat onze blik niet alleen gehinderd wordt door de opvattingen anno 2024, maar dat wij ook nog eens door een extra filter naar het verleden kijken omdat de beelden uit die romans zich in ons collectieve geheugen genesteld hebben. Je hoeft ze dus niet eens gelezen te hebben om er toch door beïnvloed te worden.

Om tien uur ben ik in Arboga, een mooi stadje met veel 18e en 19e eeuwse huizen. Op de markt is een café open, tijd voor koffie met amandelgebak. Na Arboga wordt de weg drukker maar het blijft een 80km weg met een brede veilige fietsstrook. Ik heb ontdekt dat je bij Glanshammar de route kunt afsnijden, daar komen twee landtongen bij elkaar met een smal kanaal ertussen en daar zou een pontje moeten gaan. Google kent het niet, maar volgens Naturkartan.se kun je daar oversteken. Dus ik neem de gok en fiets de 5 kilometer naar het einde van de landpunt. Daar is een café met uitsluitend garnalensandwiches, maar die vind ik ook lekker. Dan loop ik naar de steiger om te kijken hoe laat het pontje gaat. De schipper, een jonge uitvoering van Harry Slinger, komt me al tegemoet. Nee ik ga niet, zegt hij, er staat teveel wind dat houdt de kabel niet. Het is maar 40 meter, schuin naar de overkant, maar hij durft het niet aan. We staan samen even te kijken naar de hoge golven op het meer, de wind staat exact op de opening van het kanaaltje en jaagt het water er doorheen.

Arboga

Dat is jammer, want in plaats van tien kilometer minder komt er nu tien bij en moet ik om het meer heen via Örebro. En dat valt niet mee met die wind, het is een kwestie van blik op oneindig en doortrappen met elk half uur een minipauze van vijf minuten.

Wat een wind

Mooie romp van het oude voetveer

Gefietste afstand: 92 km
Gefietste tijd: 7 uur

26-8 Linköping

Gisteren kookte ik zelf, ik vond dat ik gezond moest eten om mijzelf weer op te laden. Dat werd een peppersteak met champignons, bimi en pasta, yoghurt met passievrucht toe. Daarna viel ik als een blok in slaap. Omdat ik niet in een klapperende tent naar de wind wilde luisteren (ja, ik heb altijd een goede reden), had ik een hutje met kookgelegenheid. De camping is onderdeel van een groot recreatiecomplex, met zwembad, tennisbanen, speelweides etc. Alles keurig onderhouden, maar het toiletgebouw is zo ver weg, dat je op de fiets met de afwas achterop naar de afwasplaats moet.

Vandaag moet ik bijna 100 km en er komt weer veel wind, dus ik wil vroeg weg, als het nog niet zo waait. En daar ontstaat een conflict met de behoefte aan slaap na de pittige dag van gisteren, dus uiteindelijk is het toch al kwart over zeven voordat ik onderweg ben. Ik probeer zo slim mogelijk te fietsen, dus veel kleine weggetjes als die de route afsnijden. Vanaf Svennevad ontkom ik niet aan de doorgaande snelweg 51, maar gelukkig verandert die precies daar in een 80 kilometer weg en is hij niet al te druk. Het is maar een enkele keer ongemakkelijk, als twee vrachtwagens elkaar precies waar ik fiets passeren en ze geen van beide zin hebben om vaart te minderen. Dan slinger ik heen en weer op mijn smalle fietsstrookje en vervloek de zielen van deze doodrijders.

Dit is echt ondenkbaar in Nederland. Pak wat je nodig hebt en betaal via de QR-code

In Tjällmo moet ik kiezen uit vier verschillende opties om naar Berg te rijden, waar Anton me opwacht. Na veel gepuzzel denk ik de beste route gevonden te hebben, maar die blijkt over een militair oefenterrein te leiden. Je mag er fietsen vandaag, want alle slagbomen staan omhoog, maar je hoort voortdurend schieten achter de bomen. Het betekent in elk geval 20 kilometer gehobbel over gravelpaden, het enige voordeel is dat de bomen beschutting geven tegen de wind. Uiteindelijk kom ik uit op een verharde weg, die gewoon in Tjällmo begint, dus ik had mezelf wel wat gedoe kunnen besparen. Maar andersom, dan had ik dus niet lekker door het bos gefietst. Het laatste stuk naar Berg brengt me weer in herinnering waarom die plaats zo heet, maar na enig geploeter eindig ik toch bij de sluis waar Anton staat te wachten. Dan is het nog een uurtje naar zijn huis.

Militair oefenterrein

Gefietste afstand: 107 km
Gefietste tijd: 9 uur

27-8 Linköping

Pauze

28-8 Linköping

Pauze, dit verslag gaat morgen weer verder.

29-8 Gränna

De afgelopen dagen waren hartstikke leuk en gezellig en ik had maar één wens, twee dagen niet op een fiets zitten en die werd vervuld. Dinsdagochtend bezochten we een van de kringloopwinkels, die hebben een inpandige cafetaria en Anton en Gunnel hebben er een vast dinsdagochtend koffieclubje. Ik kocht er een dvd met Burn after reading van de Coen brothers. Die ging in de doos met alle overtollige kleding en fietsgidsen, die ik voor 25 Euro naar huis gestuurd heb. Nou ja, naar de buren dan, die zetten hem wel bij mij neer.

Ruim voor openingstijd vormt zich een rij voor de kringloop

Woensdagochtend gingen we met zijn drieën naar het centrum, koffie drinken bij Babette’s. Dat is een groot gebouw uit het eind 19e eeuw met een biologische bakkerij, een grote coffeeshop en een kerkzaal, die nu voor concerten en optredens wordt gebruikt. Het gebouw was ooit van de kerk en is gekocht door drie vrouwen, die de sociale functie van het gebouw wilden behouden. Dat lukte omdat een van de drie een dochter van een grote vastgoedeigenaar is.
‘s Middags aten we een warm lunchbuffet in een ander voormalig kerkgebouw, van de Stadsmissionen. We hebben deze dag zo ons steentje bijgedragen aan de instandhouding van sociale initiatieven.

De kerkzaal in Babette’s

Tussendoor bezocht ik snel het Östergotlandsmuseum, met een leuke expositie over thema’s in de schilderkunst en hoe die door de tijd heen uitgewerkt zijn. Er hing onder meer een prachtig schilderij van Hans Cranach waarop je Eva naar Adam ziet kijken, terwijl hij in de appel bijt.

Hap maar

Ook geestig, Parijse juffer verbaast zich over het platteland

Daarna namen Anton en ik de trein naar Norrköping, waar je mooie voorbeelden kunt zien van de herbestemming van fabrieksgebouwen. Het oude centrum bestond uit enorme fabriekscomplexen langs de rivier die nu deels een culturele en deels een commerciële bestemming hebben gekregen. Dat was meteen een goede gelegenheid om posters op te hangen om reclame te maken voor de platenbeurs die Anton organiseert.

Norrköping

Komt allen naar de Skivmassan

Toen snel weer terug, een boterham gegeten en mee naar de repetitie van de band waarin Anton drummer is. Konden we gelijk een aantal platen multiplex mee terug nemen in de aanhanger, daar worden tafelbladen van gemaakt voor de kramen op de beurs. En hoe klonk die repetitie nou? Dat kun je hier horen.

Tussendoor heb ik het achterwiel weer eens gesteld, de riem begon weer wat losjes zitten. Ik moet dat zo ongeveer elke 1.000 km doen. Het valt me op dat het wiel nog steeds de neiging heeft om scheef te gaan staan, daar moeten ze van de winter in de werkplaats maar eens goed naar kijken.

Rond half negen vertrek ik, het was een beetje een rommelig maar hartelijk afscheid. Anton wilde nog een stukje meefietsen, maar Gunnel was niet lekker, dus hij bleef thuis. Het is altijd weer de vraag wanneer je elkaar weer ziet, daar gaan vaak jaren overheen. Het SMHI (Zweedse KNMI) heeft waarschuwingen afgegeven voor onweer, wolkbreuken en zware windstoten in de namiddag en avond. Het leek me dus verstandiger om een hutje te boeken op een camping op ongeveer 80 km hier vandaan. Dan ben ik daar hoe dan ook een beetje op tijd en veilig onder dak. Mocht ik overvallen worden door noodweer dan kan ik ook nog uitwijken naar het zomerhuis van Anton en Gunnel bij Ödeshög, maar ik ga er van uit dat dat niet nodig is.

Het fietsen gaat super in de ochtend, er staat weinig wind, het is lekker weer en de wegen zijn vlak. Om elf uur doe ik boodschappen en drink ik cappuccino in Mjölby. Om twaalf uur heb ik een tweede koffiestop met broodje in de Centralkonditori van Väderstad.

In de kerk van Ödeshög

Ik merk dat ik weer in de bewoonde wereld fiets, want in Ödeshög is er ook nog een Konditori. Zo rond half vier arriveer ik op de camping, het broeierig en benauwd, ik ben benieuwd hoe laat het onweer komt.

En die molen heet nog Maurits ook

Uitzicht op het Vättern

Boerencamping

Gefietste afstand: 84 km
Gefietste tijd: 5,5 uur

30-8 Habo

Om zes uur gisterenavond begon een gerommel boven het meer, dat urenlang aanhield en het onweer aankondigde.
Het was geen onweer zoals bij ons, een paar flinke klappen en dan klaar. Het duurde nog bijna twee uur voordat het onweer bij de camping was en al die tijd hoorde je de donder en zag je bliksemflitsen boven het Vättern. Ineens werd het blauwe water van het meer zilvergrijs van de wind en de regen en toen kregen we de bui over ons heen. Na een dik uur van harde regen was het opeens weer voorbij.

Onweer boven het meer

In Gränna is een konditori open, dus ik neem een vroege koffie met veel melk en een Wiener Bröt, een grote krakeling van bladerdeeg met in het midden banketbakkersroom. Die zijn in Noorwegen ook heel populair, maar alleen bij de bakker is het bladerdeeg echt knapperig. Trouwens, ik moet vanavond toch mijn buikomvang eens opmeten, volgens mij gaat dat niet helemaal goed. Maar ja, koffie met komkommer, radijs of tomaat is nu eenmaal niet zo’n lekkere combinatie.

Gränna is ook het hart van de zuurstok- en lollieproductie, zoals Montélimar dat voor de noga is. Polkagris noemen ze dat hier en je ziet de ene winkel na de andere met etalages vol met zuurstokken, snoepjes en lolly’s in alle vormen en de kenmerkende rose en witte kleuren.

De weg is trouwens een stuk uitdagender dan gisteren, er zijn hier nogal wat heuvels en je beweegt hier tussen de honderd en de tweehonderdvijftig meter. Als je het Vättern om de noord rondt, hoef je veel minder te klimmen, maar dat heb ik in 2017 al gedaan. Ik heb de afstand er een beetje op aangepast, vandaag hoef ik maar iets van 60 kilometer te fietsen.

In Kaxholmen is er gelegenheid voor een tweede koffie met carrotcake in een café dat bij een bedrijfje in betonnen tuinmeubelen hoort. Je drinkt je koffie op een plaatstalen stoel en je zit aan een betonnen tafel. Begin er niet aan, het is allemaal hoogst oncomfortabel. Er zijn genoeg andere alternatieven voor teak.

Via Husqvarna (ja, van de naaimachines) beland ik in Jönköping met een mooi fietspad gegarneerd met picknicktafels langs het water. Als je dan Jönköping weer uit wil, moet je een heel eind klimmen. Het roept herinneringen op aan Noorwegen, maar hier zijn die klimmen toch net iets minder steil en sneller voorbij. Ik eindig net voorbij Bankaryd op de camping van Habo, die ligt in een natuurgebied maar je hoort er vooral de snelweg. De vogeltjes doen hun best, maar vergeefs. Ik heb er een gloednieuwe hut, die van binnen nog helemaal naar hars ruikt, alsof je in de sauna bent, heerlijk!

Gefietste afstand: 61 km

Gefietste tijd: 5 uur

31-8 Falköping

Gisterenavond at ik de bekende prak van pasta met gebakken uien en paprika.
Daarna puzzelde ik de route voor de komende dagen uit en ik kwam tot de conclusie dat ik dinsdagmiddag al in Denemarken ben. Maar eerst nog een paar pittige stukjes Zweden! Ik fiets niet in een rechte lijn naar Gothenburg, maar in een bocht, daarmee vermijd ik zoveel mogelijk de snelwegen en fiets ik nog een beetje leuk. De eerste stop is Falköping, waarvan ik me kan herinneren dat de camping bovenop een enorm steile heuvel ligt, die Mosberg heet. Maar geen nood, aan de andere kant van Falköping is nog een camping, zie ik. Maar als ik dan de naam zie, weet ik al hoe laat het is. De camping heet Ålleberg en die ligt natuurlijk bovenop de gelijknamige berg. Hoe bestaat het, dan heeft zo’n stadje twee campings en die liggen allebei op 350 meter hoogte, alsof het twee forten zijn, die elkaar beloeren. Allebei zeggen ze dat zij het mooiste uitzicht bieden. Daartussen beneden in de diepte ligt het stadje. Nou is het aan mij te kiezen welke berg ik ga beklimmen. Ik kan er morgen de hele dag over nadenken. De camping op de Ålleberg heeft een restaurantje, waar je steak met patat kunt eten. Die op de Mosberg heeft geen restaurant, maar ligt wat verder op de route. Ik denk dat het de camping wordt met de kortste klim.

Als ik opsta, is het koud en vochtig, de herfst kondigt zich aan. Dat zie je ook aan de bomen, die voorzichtig de eerste gele blaadjes laten zien.

Even iets heel anders, gisterenochtend waren de wegen nog nat van het onweer. Dat was blijkbaar het optimale tijdstip voor de jonge naaktslakjes om massaal de uitrit van de camping over te steken. Er was geen ontwijken aan en het klonk alsof ik over een 50 meter bubbeltjesplastic fietste. Ik heb nog nooit zoveel diertjes vermoord in vijf minuten. Gelukkig bewandelden ze niet de doorgaande weg naar Gränna.

Enfin, deze ochtend was het pad slakkenvrij. In Habo deed ik boodschappen en dronk koffie bij de warme bakker. Daarna volgde een prachtige stille route naar Falköping, die geleidelijk steeg naar 300 meter, toen weer omlaag. Bos en weilanden met boerderijtjes wisselden elkaar af.

Een 12e eeuwse ronde kerk

Vlak voor Falköping was de afslag naar Ålleberg en moest ik kiezen. Aangezien de Mosberg aan de andere kant van Falköping ligt en dat betekent dat ik eerst omlaag moet, lijkt het me slimmer voor de eerste te kiezen. Uiteindelijk liggen ze allebei even hoog. Bovendien herinner ik me dat ik in 2017 een heel eind tegen de heuvel opgelopen heb met mijn fiets, terwijl deze route er wat rustiger uitziet. En inderdaad, ik kan gewoon fietsend naar de camping. Of nou ja, het is een weiland met een paar elektrapalen. Het toiletgebouw is een stuk verderop bij het restaurant en bestaat uit 1 douche, die heel lang geleden voor het laatst is schoongemaakt en 3 WC’s. Geen keuken of wasruimte te bekennen. De prijs is er ook naar, 100 kronen voor een nacht.

Gefietste afstand: 60 km
Gefietste tijd: 5:10

1-9 Alingsås

De keuken van het restaurantje bovenop die berg hield niet over, maar even afdalen was echt geen optie. Ik kon kiezen tussen een hamburger of het grillmenu. Doe mij het laatste maar, dacht ik, dat is beter dan een hamburger. Maar je raad het al, het grillmenu bestond ook uit een hamburger maar dan met een beetje patat in plaats van brood en een snufje ijsbergsla.
Je had inderdaad een prachtig uitzicht op Falköping en op de Mosberg met de concurrerende camping vanaf het terras, helaas komt dat op de foto niet erg uit de verf. Maar wat ik wel heel goed kan zien, is het aanlokkelijk vlakke landschap dat zich naar het westen uitstrekt.

Uitzicht vanaf het restaurant op de Alleberg

Na het eten kocht ik mijn ticket naar Frederikshaven, dinsdagochtend om acht uur moet ik op de kade staan. Waar ik me altijd weer over verbaas, is dat op de tickets het adres van de terminal ontbreekt. Je moet dan die hele website doorploegen, op zoek naar een aanwijzing. Ik snap dat als je met de auto komt, je alleen maar de borden vanaf de snelweg hoeft te volgen, maar voor fietsers ligt dat toch anders. Omdat alle rederijen dat zo ingewikkeld maken, vermoed ik een bepaalde reden, maar ik kan niet goed bedenken welke.

Het was een hele heldere nacht, er was geen maan, maar de sterren hulden het veld en de tent in een zilvergrijs licht, je kon net genoeg zien om geen zaklamp nodig te hebben. Het was lang geleden dat ik zo’n heldere sterrenhemel gezien heb, de afwezigheid van verlichting in de omgeving draagt er zijn steentje aan bij. De voorspelling was dat het zou afkoelen tot zes graden, dus ik had uit voorzorg alvast de thermokleding en mijn muts klaargelegd. Maar die bleken helemaal niet nodig dit keer, ik denk omdat de lucht zo droog was. Als ik iets over zessen opsta, schijnt de zon al over het veld en kan ik lekker in de warmte ontbijten.

Om half zeven ‘s morgens

Afdaling naar Fallköping

Iets voorbij Falköping, in het gehucht Skyberg staat de 17e eeuwse Mariakerk. Er staat een klein bordje voor de deur met Open Kerk, dus daar moet ik even naar binnen. Er zijn wel wat resten van wandschilderingen, maar die zijn zo vaag, dat ik er niets uit kan opmaken. Wat wel interessant is, zijn houten panelen met de twaalf apostelen die los in het halletje staan. Blijkbaar komen ze uit de kerk, maar mij is niet duidelijk waar precies. Wat verhelderend is, is dat je Matheus en Matthias naast elkaar ziet afgebeeld, Matthias met de hamer. Laatst verwarde ik hem met de evangelist, maar het zijn toch echt twee verschillende!

In Floby staat er gelukkig een koffieautomaat in de supermarkt, want verder is er nergens wat te halen. Als ik in Herrljunga ben, zoek ik een konditori voor een broodje, maar ik vind alleen maar pizzeria’s en kebabhouses. Dan maar niet. Ik ben dan al zo dicht bij mijn doel voor vandaag, Vargårda, dat ik besluit een camping verder te gaan.

Uitzicht vanuit de stuga

Het weerbericht ziet er niet zo goed uit, vannacht en morgenochtend regen. Ik regel maar alvast een hutje. Als ik bel, zeggen ze ja hoor, we houden er eentje voor u vast, een naam of telefoonnummer is niet nodig. Het is duidelijk einde seizoen.
En als ik dan eenmaal geïnstalleerd ben in mijn stuga met uitzicht over de baders in het Mjörnmeer, wordt er een nieuw weerbericht afgegeven. Niks regen, hooguit een beetje bewolking de komende dagen. Dan kan ik morgen in Göteborg gewoon kamperen, dat is mooi.

Gefietste afstand: 94 km
Gefietste tijd: 6:08

2-9 Göteborg

Gisterenavond at ik een pizza met vijgenjam. Dat kwam zo. In de omgeving van de camping sprong één restaurant eruit, een Italiaans restaurant in een nieuwbouwwijk. Laat ik daar maar naar toe gaan, dacht ik. Bij aankomst bleek het inhoudelijk niet te verschillen van al die pizzeria’s die hier steevast door mensen uit het Midden-Oosten gerund worden. Alleen was die ditmaal gehuisvest in een modern gedesignde ruimte in plaats van in een houten keet of onder een huurkazerne. Een van de specialiteiten was pizza met geitenkaas, dat leek me wel wat, maar helaas werd die dus geserveerd met grote klodders vijgenjam.

Het hutje op de camping was vochtig en klam, de verf bladderde van de muren. Het had wel een hele grote veranda met uitzicht op de badgasten bij het meer. Met de sleutel kreeg ik een brief overhandigd, vol dreigementen wat je allemaal te wachten staat als je de boel niet netjes schoonmaakt. En uiteraard een hele waslijst van werkzaamheden tot en met stofzuigen aan toe, alleen de glasbewassing met gedemineraliseerd water ontbrak nog. Die brief moest je dan ondertekenen waardoor je akkoord ging met een boete van 1500 kronen als je niet goed schoongemaakt had. Dat ondertekenen heb ik niet gedaan, maar zei of course, i always clean the hut.

Als ik opsta, denk ik, nou vooruit ik ga er mijn best er op doen. Blijken er geen schoonmaakspullen te zijn, geen dweiltjes, geen stoffer en blik en al helemaal geen stofzuiger. Blijkt dat je die bij de receptie moet halen, maar die gaat pas om negen uur open. Nou ik ga niet anderhalf uur zitten wachten op die snuiters, dus ik ruim alles netjes op, deponeer de sleutel in de brievenbus en verder zoeken ze het maar uit.

Ik ben nog geen tien minuten onderweg of het begint zachtjes te regenen, geheel tegen de voorspellingen in. Gelukkig duurt dat maar een uurtje. Tegen die tijd haak ik aan op een bekende route, die van 2017 en het grappige is dat ik nog precies weet dat ik eerst een lange steile helling op moet, dat daarna een afdaling over een golvende weg volgt en dat beneden in Tollered een winkeltje zit met een koffieautomaat. En alles klopt precies, zelfs de koffie smaakt nog even beroerd als toen.

Bij het koffiepunt is ook een oude fabriek. Let op de kroonluchter in de waterpoort

Daarna wordt het toch een beetje een saaie route over parallelwegen langs de snelweg. Ik krijg nog een keer een heuvel met steile gravelpaden te verduren als de weg langs het meer bij Jonsered is afgesloten. Maar verder zijn het vooral woonwijken waar ik doorheen fiets. In Lerum is er een kringloopwinkel met café, ja lekker koffie denk ik en stap af. Als ik naar binnen wil, komt er iemand voorzichtig uitleg geven, de zaak wordt gerund door de kerk als opvang voor verslaafden en daklozen. Maar ik ben van harte welkom. Ik drink er koffie aan een mooie eikenhouten tafel die voor dertig euro te koop is. Ik zou hem zo meenemen als ik met de auto was. Als ik wil afrekenen zeggen nee, de cafetaria is gratis hier. Maar ik mag jullie wel een donatie doen, vraag ik? Ja, dat mag wel.

In de verzameling eigenaardige kerktorens

Op de camping van Göteborg gaan de hutten voor afbraakprijzen. Ik heb er eentje met eigen douche, aparte slaapkamer, keuken en tv voor minder dan wat ik gisteren voor dat vochtige hol betaalde. Nou denk ik, kom maar door. Dat scheelt morgenochtend vroeg een hoop inpakwerk, want ik moet hier uiterlijk om zeven uur weg.

Gefietste afstand: 52 km
Gefietste tijd: 4,5 uur

3-9 Tversted

Gisterenavond at ik Thais, een prima klein afhaalrestaurantje met een paar tafels en twee Thaise kokkinnen. De specialiteit van de dag was Pad seafood, dus die nam ik. Helaas zonder Thais bier, want ze hadden geen vergunning. Terug in de hut maakte ik nog een toetje met yoghurt en verse frambozen en keek naar de Paralympics. Eerst tafeltennis waarbij ik niet kon ontdekken wat er nu para aan was, behalve dat er veel fouten gemaakt werden. Daarna een stukje rolstoelbasketbal, dat is altijd spectaculair en tot slot rolstoelrugby. Dat laatste komt vooral neer op behendig manoeuvreren met de bal op schoot, want tackles lukken natuurlijk niet, daar zijn die stoelen veel te stabiel voor.

Ik ben deze ochtend mooi op tijd bij de ferry en moet bij de vrachtwagens in de rij gaan staan. In het ruim krijg ik een fietsenrek tussen de vrachtwagens aangewezen waar ik met mijn voorwiel in moet gaan staan. Maar dat ga ik natuurlijk niet doen, want dan kan in Frederikshaven op zoek naar een nieuw voorwiel. Er is ook geen plek om de fiets ergens aan vast te binden, dus ik zet hem op de standaards en moet maar vertrouwen op de stabiliteit van een bepakte fiets. Ik kijk in Windfinder en zie dat de wind op zee ZO 6-7 is. De koers is westzuidwest, dus het zal mij benieuwen hoe onrustig het wordt. Wat kan er verder gebeuren? De fiets kan hooguit omvallen, dan ligt hij op zijn tassen. Terwijl ik nog sta rond te kijken op zoek naar een medewerker die ik om advies kan vragen, begint er een sirene te loeien en zakt het waterdichte schot omlaag dat het voorste deel van het ruim afsluit. Mijn eerste reflex is duiken en er onderdoor rollen, anders zit ik hier vier uur opgesloten. Maar dan realiseer ik me dat dat niet zo logisch is en inderdaad, achter de vrachtwagens is een deur naar het trappenhuis. Ik ben iets teveel beïnvloed door films zoals Indiana Jones. En uiteindelijk viel het weer reuze mee, er was nauwelijks iets te merken van de wind en de fiets stond nog keurig overeind.

Het ontschepen in Frederikshaven stelt niet veel voor, je fietst de boot af, volgt de fietsbaan en opeens sta je op de openbare weg. Ik fiets een klein stukje noordwaarts, tot aan Jelling en sla dan af naar het westen, naar Tversted aan de westkust. Dat is een dik uur fietsen met de wind in de rug. Je merkt aan de zachte lucht dat je ergens anders bent, het is hier veel vochtiger en de wind is niet koud meer. Als ik aankom op de camping begint het zachtjes te regenen, maar het weerbericht belooft een droge avond en een flinke onweersbui om vier uur vannacht. Daarna houden we het voorlopig droog. Ideaal fietsweer dus voor het laatste stukje naar huis.

In het kerkje van Jelling

Heerlijk plat Jutland

Kijk nou



Polyester bushokjes hebben ze hier

Gefietste afstand: 32 km
Gefietste tijd: 2:10

4-9 Blokhus

Op weg naar de camping gisterenmiddag had ik al wat restaurants gezien en de keus was simpel, pizza of vis. Ik koos voor het visrestaurant, of eigenlijk was het een visboer met een restaurant er bij. Het menu was relatief eenvoudig, zoals visburgers of schol met patat, maar ze hadden ook een visschotel met zalm, gerookte makreel, garnalen en schol voor niet al teveel geld. In plaats van aardappels of patat kreeg ik er plakken van een licht soort roggebrood bij. ‘s Avonds begon het te waaien en je hoorde de hele tijd onweer, maar het kwam niet dichterbij, het bleef boven zee hangen. Er kwam nog wel een stevige regenbui midden in de nacht, maar dat klonk vooral gezellig door het geroffel op het tentdak.

Als ik opsta, is de lucht vochtig en warm en dat houdt de hele dag aan. Het is een zweterige dag. Het is bewolkt en telkens als je denkt, nu gaat het regenen, gebeurt het tegenovergestelde en komt de zon even tevoorschijn. Wat wel fijn is, is dat ik vandaag de wind in de rug heb.

Het eerste stuk naar Hirtshals gaat door een open duingebied vlak langs de zee met veel kleine kikkertjes op het pad. Ik probeer ze te fotograferen, maar dat lukt niet goed. Wie ik er wel goed op krijg, zijn de grote zwarte naaktslakken die proberen over te steken.

Een van de vele kreekjes

In Hirtshals zoek ik een konditorei met koffie, maar kan niks vinden, alles is nog dicht. Als ik dan een kaaswinkel zie die ook belegde broodjes verkoopt, vraag ik of ze koffie verkopen. Dat niet, maar ik kan best een bekertje koffie krijgen. That’s nice, zeg ik. We are nice people, is het zelfverzekerde antwoord.

In Tornby is een oud kerkje open, ze hebben er een mooi gesneden altaarstuk. Als ik even later in een bos pauzeer bij een picknicktafel, komt er een vrouw op me af. Ze wil iets vragen en begint in het Deens, maar schakelt dan over op Engels. Have you seen uh things on the ground, vraagt ze. O, die is zeker een oorbel verloren denk ik, maar nee dat bedoelt ze niet. They told us it is the right time to find uh things on the ground here. Na veel verwarring weet ze haar vraag aan te scherpen tot de vraag of ik mensen naar iets heb zien zoeken in het bos. Ach, ze bedoelt natuurlijk paddestoelen, denk ik dan. Maar nee, ik heb geen mensen gezien die paddestoelen aan het plukken waren, alleen maar twee Duitsers op een tandem met daarachter een karretje met een hond erin. Teleurgesteld stapt ze weer in haar auto.

Koffie vind ik uiteindelijk aan het eind van de ochtend in een soort Centerparks, een gigantisch complex van huisjes, zwembaden etc. Een half uurtje later fiets ik door Lønstrup en je snapt het al, een aaneenschakeling van terrassen met koffiedrinkende en taart etende mensen in de zon. Maar ja, toen had ik mijn cappuccino uit de automaat al gehad.

Tijdens de lunch reken ik uit hoeveel kilometer ik gemiddeld per dag moet fietsen om donderdag 19 september aan te komen. Dat zijn er 75 per dag, dat is goed te doen op dit relatief vlakke terrein na 2,5 maand van stijgen en dalen. De rest van de dag voert de route hoofdzakelijk door uitgestrekte, kilometerslange vakantiedorpen in de duinen, het kan niet anders of elke Deen heeft hier een tweede huis.

Je hebt vele vormen van vliegoverlast

Vlak voor Blokhus kom ik langs het museum voor papierkunst. Als ik nu snel naar de camping ga, denk ik, kan ik daarna nog mooi een uurtje hier naar toe. Maar helaas, ze gaan om vier uur al dicht en morgen pas om tien uur open.

Gefietste afstand: 87 km
Gefietste tijd: 6,5 uur

5-9 Ræhr

Een ministeak, brosse bruine patat en beetje sla, dat is wat ik gisterenavond te eten kreeg. De muziek die ze er bij lieten horen, was een extra aansporing om zo snel mogelijk te vertrekken. Kortom, alle symptomen van een badplaats in het naseizoen. De meeste restaurants dicht, winkeletalages met postordermode, je weet wel van die leuke shirts met blauwe strepen en katoenen broekpakken.

Ik doe vanmorgen eerst boodschappen, want ik zie dat ik vandaag alleen maar door de duinen fiets en af en toe een vakantiedorp passeer. Het lukt me zowaar om koffie te vinden. De route loopt vlak achter het strand en bij elke strandslagdie ik passeer, kijk ik of het bijbehorende restaurant al open is en na tienen is het raak. Ik zeg tegen de eigenaar dat ik geluk heb, dat ik koffie heb gevonden en hij begint te lachen. Het is inderdaad niet eenvoudig, zegt hij.


In de vroege ochtend in het bos

Ik dacht altijd dat ze dat met paarden deden

Jutland is niet zo vlak als ik dacht

Ik heb vandaag meerdere mensen gezien die things zoeken, mensen met emmertjes in het bos. Dat versterkt mijn idee dat things paddestoelen zijn, hoewel, bij nader inzien zouden het ook bramen kunnen zijn, want die vind je hier in overvloed. Het is weer drukkend warm, de zon brandt en het is heiig, de horizon blijft een beetje nevelig. Ik heb het nog niet eerder zo warm gehad deze vakantie. Met weemoed denk ik aan de zomerse dagen op weg naar de Noordkaap, daar was de zon ook warm, maar de lucht droog en fris.

Ik had gisteren een kleine camping uitgekozen aan een visvijver, lekker rustig leek me. Maar hier vlakbij is een soort motorcrosscircuit, dus je hoort de hele tijd motoren optrekken.

Gefietste afstand: 87 km
Gefietste tijd: 6:40

6-9 Vrist

Hanstholm is the place to be als je wat wil eten en op de Put and takecamping van Ræhr staat. Hanstholm is weliswaar een wat grotere plaats, maar dat betekent nog niet dat je er ook fatsoenlijk kunt eten. Het is een echt vissersdorp, dat wil zeggen dat de haven bestaat uit vrieshuizen en visverwerkingsbedrijven en het dorpje is een verzameling van kleine en wat haveloze huisjes. Het is hier pizza of fish and chips, dan maar pizza. Om het een beetje gezond te houden, nam ik de vegetarische pizza.

Vanmorgen ben ik niet zo heel vroeg weg, omdat het later licht wordt, slaap ik ook langer door. Maar om kwart over acht ben ik vertrokken. De route lijkt veel op die van gisteren, bos en open duinvlaktes wisselen elkaar af. Er is koffie onderweg, in het dorpje Klitmøller krijg ik voor 12 euro een cappuccino en een stukje appeltaart. Dat Klitmøller bestaat uit 10 vissershuisjes, minstens evenveel ijssalons, een camping, een vakantiepark en een paar antiek- en kledingwinkels. En om half elf ‘s morgens zitten de Denen hier al achter het bier naar de zee te koekeloeren.

In Nørre Lyngholm staat een mooi oud kerkje met een opvallende afbeelding achter het altaar. Christus verrijst uit zijn graf en draagt daarbij de Deense vlag over zijn schouder. Ik wil best geloven dat de Denen een streepje voor hebben in de hemelse hiërarchie, maar dit lijkt me toch apocrief.

]

Het begint steeds harder te waaien, maar gelukkig heb ik de wind meestentijds schuin achter. Om twee uur heb ik het pontje naar Thyborøn, een van de laatste pontjes op deze tocht. Op de camping vlak voor Vrist hebben ze een aanbieding, slapen in een minihut. Wel ja, waarom niet, maar de hut blijkt een groot uitgevallen regenton. Ik pas er met bagage precies in, maar je kunt er niet koken en je hebt ook geen tafeltje om aan te eten. Nou ja, de pizzeria is hier niet ver vandaan. En het is mooi weer, dus je hoeft niet binnen te zitten.

Vanaf het pontje

Vlak voor de camping

Achter dat gat slaap je, rechts voor is een zitbankje.

Ik kom nu trouwens wel griezelig dicht bij huis. Nog een paar dagen fietsen en ik ben al weer in Duitsland, dan is het nog maar een week naar huis. Gelukkig spreken ze hier nog een onverstaanbare taal en betaal je met kronen, daardoor hou ik nog even dat gevoel dat ik ver van huis ben. Maar straks komen de euro’s en komt het verstaan van de medemens zonder dat je eerst I am sorry, but could you speak english hoeft te zeggen.

Gefietste afstand: 82 km
Gefietste tijd: 5:50

7-9 Søndervig

Ik dacht gisterenavond, waarom zou ik alweer pizza eten, ik bestel de kebabschotel. Van die lekkere sissende spiesen met vlees, uien en paprika. Maar helaas, er heersen hier toch andere opvattingen over wat kebab is en hoe je dat serveert, dan bij ons. Ik kreeg een bord patat met daaroverheen van die krullen bruin vlees en het geheel afgemaakt met een vette witte saus. Nou, morgen neem ik het heft in eigen hand en maak ik mijn eigen eten wel weer eens. Het wordt tijd voor een gezonde hap, zoals lekkere gevulde pasta.

Na het eten maakte ik nog een wandeling over het strand, dat ligt achter een smal rijtje duinen.

Er staat al een pittige wind als ik opsta, iets achterlijker dan dwars op de route. Het eerste half uur vlieg ik over de weg en ik zie mezelf in gedachten vandaag al enorme afstanden afleggen. Maar dan verandert het asfalt in grind en het grind verandert in zand. Eerst nog hard zand, maar later ook mul zand, waar je met je fiets aan de hand doorheen moet ploegen. En als ik dan ook nog tegen het duin op moet, besluit ik om eerst maar even naar boven te lopen om te kijken hoe het pad er daar uitziet. Het lijkt begaanbaar, dus ik haal de bagage van de fiets. Sjouw eerst de tassen naar boven en daarna de fiets zelf. De tassen er weer op en daar ga ik weer, af en toe slippend door stukken met zacht zand, maar dankzij de wind in de rug hou ik de vaart er nog een beetje in.

Dit is echt de officiële fietsroute!

Na Ferring volg ik een tijd de kustlijn, ik kom langs oude kerkjes die hun deuren vanwege de westenwind niet op het westen maar het zuiden hebben.

Om elf uur ben ik in Thorsminde en ik zie mezelf al aan de koffie zitten, maar helaas zegt de mevrouw van het café, die de tafeltjesaan het afnemen is, om half twaalf gaan we open. En dan bent u de eerste, vul ik in gedachten aan. Maar dat is toch idioot laat, denk ik, ga ik daar een half uur op wachten? Het alternatief is een pakje chocomel bij de Købmand. Ik laat me niet kennen, het is graag of niet en ik taai af naar de supermarkt.

Na Thorsminde verandert de route in een eindeloos lang grindpad door het open veld, dat is weer zwaar fietsen en de zon brandt nog feller dan gisteren. Ik smeer mezelf goed in, maar verbrand toch. Om de moed erin ge houden, luister ik naar de podcast Batavia, een hoorspel eigenlijk, over een reis naar Nieuw Oost Indië in de 17e eeuw, die gruwelijk uit de hand loopt.


Je moet die hendel heel hard op en neer bewegen, zo bouw je langzaam druk op en gaat het hek open.

In Søndervig stop ik bij de eerste camping, een enorm boomloos terrein zonder een vlekje schaduw. Gelukkig hebben ze er een soort huiskamer, waar ik een beetje beschut kan bijkomen. Eigenlijk is het enige voordeel dat dit weer biedt, dat ik elke dag wat kan wassen en dat alles ‘s avonds ook droog is.

Gefietste afstand: 72 km
Gefietste tijd: 5:45

8-9 Vejers

Je merkt wel dat je in een toeristengebied zit, ik trof een enorme supermarkt in Søndervig met allerhande delicatessen, heerlijk fris uitziende salades, een inpandige slagerij en een enorme wijnafdeling. Dan is het jammer dat je alleen bent en op de fiets, want deze uitstalling is een open uitnodiging om je winkelwagen vol te gooien, wat de meeste bezoekers dan ook ijverig deden. Ik hield het bij een dry-aged entrecote, een salade met druiven en een zak gevulde pasta voor twee personen. En daarbij een halve liter goed gekoelde IPA van een kleine Deense speciaalbrouwerij om het einde van de dag te vieren.

Als ik wakker word, is het nog goeddeels donker, maar het is toch echt al zes uur. Ik heb stevige koppijn en dikke ogen, ik denk van de zon gisteren. Ik moet maar flink water drinken vandaag, gelukkig is het vanochtend bewolkt.

De route naar Hvide Sande voert weer over grindwegen door eindeloze huisjesparken. Al die houten huisjes hebben bruinzwarte wanden, witte kozijnen en zwarte dakpannen. Als ze er anders uitzien, is het omdat ze uit de vorige eeuw stammen. Om kwart over negen ben ik in Hvide Sande en vraag niet hoe het kan, maar de Spar is open evenals de naastgelegen bakker met konditori. En dat op de zondagochtend, ik kan mijn geluk niet op. Ik koop een vers gebakken brood en neem een kaneelsnoer bij de koffie.

Van die wolken is inmiddels niks meer te zien, de zon brandt er weer vrolijk op los. De hemel is heel licht betrokken, te weinig om de zon af te dekken, maar genoeg om een broeierig gevoel te geven. Ik realiseer me nu dat ik op de heenweg de zon in de rug had, maar nu in mijn gezicht, dat is een wereld van verschil. De wind is wat gedraaid, die komt nu schuin van voren.
Als ik stop voor een bekertje koffie bij een dorpssupermarkt, mis ik de theedoek die ik achterop te drogen had gehangen, blijkbaar is die weggewaaid. Dat is voor het eerst dat ik op deze manier wasgoed verlies.

Baken op het duin

De route is vandaag niet anders dan de afgelopen dagen, bos, duin, vakantieparken. De Deense westkust bestaat voor honderden kilometers uit een lagunes, die door langgerekte smalle landtongen van de Noordzee gescheiden worden, dus die heb ik gewoon maar af te fietsen.

Zomaar langs het fietspad een onbemande Loppis



We krijgen vannacht flink regen, dus ik boek een klein hutje op een van de campings van Vejers. Het is altijd weer een verassing wat je krijgt. Eergisteren was het een soort kippehok annex wijnvat, waarbij je door een gat je bed in moest klimmen, nu is het een riante ruimte met twee bedsteden, een eettafel met vier stoelen, kookhoek met stromend water en televisie.

Gefietste afstand: 66 km
Gefietste tijd: 5 uur

9-9 Store Darum

Gisteren zat ik onder het eten een beetje naar de weersvoorspellingen te kijken, we krijgen drie regenachtige dagen, daarna wordt het weer mooier. Nou geen probleem dacht ik, wie nat fietst, moet droog slapen, ik regel alvast wat onderdak. Nou kon ik in Ribe, wat mijn doel voor de volgende dag was, wel een hutje krijgen, maar dat kostte minimaal 125 euro, dat vond ik echt teveel, zeker gezien de onvoorspelbare kwaliteit van die dingen. In Store Darum kon ik wel goedkoop slapen, maar dat betekent wel 15 extra kilometers dinsdag. Nou ja, vooruit dan maar. Intussen at ik mijn zelf bereide avondmaaltijd, een salade met veldsla, groene asperges, appel en aardbeien en een stukje rundvlees. Toe at ik meer aardbeien met kwark.

Als ik wakker word, regent het, ik doe rustig aan, ik heb vandaag toch alle tijd. Het eerste stuk van de route gaat langs militair oefenterrein. De rode ballen zijn gehesen en de slagbomen omlaag, maar ik hoor geen schieten. Wel zie ik even later zo’n 30 soldaten met bepakking in een rij over de hei lopen.

Een blind huis op militair oefenterrein

Militairen oefenen graag op de hei

De twaalfde eeuwse kerk in Oksbøl is open, ze hebben er prachtig houtsnijwerk aan de muur gehangen, dat volgens mij vroeger onderdeel was van een altaar.

Let op het doorboorde kind, welk verhaal wordt hier nou verteld en wie houdt eigenlijk het zwaard vast?

Gelukkige varkens

De route gaat nu richting Esbjerg, over hei en door bos. Ik bedenk me dat ik de hei in de afgelopen week nog geen enkele keer in volle bloei heb gezien, je ziet wel verspreid hier en daar wat bloeiende plantjes, maar geen grote vlakken paars.

Net ten noorden van Esbjerg

Na Esbjerg fiets ik achter de waddendijk, het lijkt hier meer op Groningen, het contrast met vanmorgen is enorm. Rechts de dijk, links een sloot met riet en daarachter weilanden.

Een bui bouwt op boven Esbjerg

Precies voor de eerste bui kom ik aan op de camping.

Afgelegde afstand: 62 km
Gefietste tijd: 4,5 uur

10-9 Møgeltønder

Ik kookte alweer zelf gisterenavond, noedels met gebakken courgette en paprika en viskoekjes. Dat had ik in Esjberg al ingeslagen, niet wetende dat de camping een grillbar exploiteert, waar je ook prima kunt eten. Maar dat maak ik morgen wel goed, als ik in Tønder ben, zei ik tegen mezelf.

Deze ochtend ben ik voor zessen al op, ik wil graag vroeg vertrekken vanwege het weer. In de vroege uurtjes heb ik nog wind mee, daarna krimpt die naar zuidwest, trekt aan tot 6-7 en brengt buien mee van zee. Ik ben in no-time in Ribe en fiets zomaar langs een warme bakker met koffie. Dat geeft ook even tijd om een plan te maken. Fiets ik de officiële route langs de waddendijk of snij ik af en ga ik binnendoor? Dat scheelt ruim twintig kilometer en ik besluit tot het laatste.

Ribe

Na Ribe krijg ik de eerste buitjes over me heen. Regenbroek en schoenhoezen aan en uit en aan en uit.
In Brøns bekijk ik een kerk met fantastische middeleeuwse wandschilderingen. Er zit voor elk wat wils in, Jezus ligt onder het kruis, links van hem zie je Sint Christoffel met het kindje Jezus op zijn schouder en rechts van hem Sint Joris die de draak doodt. Ik stel me zo voor dat deze schilderingen door crowdfunding tot stand zijn gekomen. Als je voldoende schellingen in de pot stortte, sponsorde je een voorstelling naar keuze. Dat leverde een wat warrig, maar boeiend geheel op, je raakt er niet snel op uitgekeken.

De twaalf apostelen

Zo ongelukkig zien ze er nu ook weer niet uit in de hel

In Skaerbaek staat ook een forse kerk en juist als ik binnenloop, begint de organiste te oefenen. Het orgel klinkt wat schril in de hoge registers, maar ik heb er mooie geluidsopnames van gemaakt, die zal ik er later tussen plakken.

Na Skaerbaek slaat het weer echt om, het begint te stormen en de ene na de andere bui trekt over. Tussen de buien door eet ik snel een broodje langs de kant van de weg, het is niet echt weer om uitgebreid te lunchen. Ik ploeter met een slakkegangetje naar de camping van Møgeltønder, de gedachte aan een warme douche en een warme hut houdt me in beweging. De hut valt niet tegen, een luie bank en een werkende televisie met Deense zenders. Het zal mij benieuwen wat er vanavond op het programma staat. Het is mijn laatste nachtje in Denemarken, nog maar zes kilometer naar de grens.

Gefietste afstand: 71 km
Gefietste tijd: 6 uur

11-9 Witzart

Ik had gisteren eigenlijk geen zin meer om nog boodschappen te doen in dat noodweer, maar ik had nog minder zin in een zak gevriesdroogd eten. Dus ik hees mezelf weer in mijn regenpak en fietste naar de mini-supermarkt in het dorp. Ik vond er een zak gesneden groenten met bolognesesaus (dacht ik te lezen) in de diepvries en kocht wat fruit. In het hutje aangekomen, kookte ik de andere helft van de noedels en gooide daar de groenten doorheen. Maar van gehakt en tomaat geen spoor, waarschijnlijk stond er op de zak dat je dat er nog bij moest kopen, mijn Deens is duidelijk nog niet je dat. Van teevee kijken kwam trouwens niks meer, ik was veel te moe om me daarvoor te interesseren. Ik regelde wel alvast een appartement voor de volgende dag, iets ten zuiden van Hüsum.

Als ik opsta, is het nog droog. Ik rij over kleine binnenweggetjes richting de grens, een pikzwarte lucht tegemoet, maar die wijkt naar achteren en plots komt er een verblindende zon bovenuit. Aan de grens is er controle, maar die richt zich op auto’s die uit Duitsland komen. Ik snap eerst niet goed waarom, ik wil ook wel eens gecontroleerd worden. totdat ik pal over de grenstwee enorme drankenhallen ontwaar, die op de vroege ochtend al goede zaken doen. Overigens, als je ooit iets te smokkelen hebt, doe het dan op de fiets in een een paar knalrode fietstassen, geen beambte keurt je ooit een blik waardig.

Aan de grens

Het wordt opnieuw een echte regendag, maar veel aangenamer dan gisteren. Er is nauwelijks wind en je ziet de buien hier van verre aankomen. Een keer, als het begint te onweren, schuil ik in een sprookjesbos, althans, er ligt een ietwat verregende editie van de sprookjes van Grimm op een picknicktafel. Een tweede keer kan ik bij een bakker in een winkelcentrum met koffie de bui uitzitten. Deze kant van Sleeswijk Holstein is wel veel interessanter dan de oostkant. Je hebt hier prachtige rietgedekte boerderijtjes (voorzover dat riet nog niet vervangen is door golfplaat) en je merkt aan alles dat het een oud landschap is.

Ik moet dus in Witzart iets onder Husum zijn en probeer via kleine binnenweggetjes mijn doel te bereiken, zodat ik rustig muziek kan luisteren afgewisseld met de podcast Hier hing een schilderij, een boeiend verhaal over de restitutie van een Kandinsky uit het bezit van het Stedelijk in Amsterdam. Het laat prachtig zien hoe die hele claimcultuur werkt, wie er aan verdient, wie slappe knieën hebben (de politici) en welke afwegingen er gemaakt worden.

In Hüsum doe ik boodschappen, het is een echte toeristenstad en de moeite van het bezoeken waard. Ik zet het op mijn lijstje van interessante steden. Die is in de loop der jaren aangegroeid tot een enorme lijst en nu ik met pensioen ben, wordt het tijd om die lijst eens wat te bekorten. Niet op de fiets, maar met de trein. Het blog fransindetrein.nl komt er overigens niet, dat heb ik bij deze alvast besloten.

Gefietste afstand: 82 km
Gefietste tijd: 6:30

12-9 Gribbohm

Gisteren wist ik niks beters te verzinnen dan een kant- en klaarmaaltijd uit de Edeka. Aardappelschijfjes met een mengsel van spinazie en roomkaas er tussen, hoewel verdacht goedkoop, smaakte het prima. Het appartement was superdeluxe, huiskamer, woonkeuken, slaapkamer en ligbad, dat alles op de eerste verdieping van een huis op het erf van een grote boerderij. ‘s Avonds heerlijk stil, ze zouden hooguit voor het uitzicht de golfplaten op de daken van de schuren kunnen vervangen door riet of pannen.

Het regent als ik opsta, er trekken nog steeds buien over, maar als de weerberichten kloppen, is dit de laatste regendag. Ik hoef niet zo ver vandaag, ongeveer 65 kilometer, misschien wat meer als ik rustige weggetjes zoek. In Frederikstad drink ik koffie, een heel geometrisch aangelegd stadje met typisch Hollandse gevels. Van een Duitse wandelaar hoor ik dat Frederik de zoveelste van Denemarken destijds Hollanders hierheen gehaald heeft om het land in te polderen.

Ik fiets inderdaad de hele ochtend door de weilanden en heel toepasselijk, door de regen. Af en toe is het even droog, maar verder varieert het van lichte regen tot stortbuien. Het gekke is, dat je wel degelijk lichte plekken en soms zelfs blauwe lucht ziet, maar dat is altijd ergens anders, nooit waar ik ben.

Linden is bevriend met zoveel mogelijk andere Lindens

Als het tijd is voor een tweede kop koffie, kom ik in een klein dorpje langs een combinatie van bakkerij, kringloopwinkel en rijschool. Mooi denk ik, kan ik daar gelijk even plassen. Dus ik bestel mijn koffie bij een juffrouw dien van het type “wacht even, ik ben bezig” is. Als ze klaar is met de vloer vegen, hoort ze welwillend mijn bestelling aan. Helaas is er geen klantentoilet in deze zaak en daar zit je dan met gekruiste benen te wachten tot je koffie een drinkbare temperatuur heeft bereikt. Als ik die dan eindelijk op heb, barst een nieuwe bui los, maar ik denk, nu wegwezen, het dorp uit en een boom zoeken.

Het laatste stuk van de route fiets ik langs het Kieler Kanaal, daar loopt een fietspad langs waar geen ander verkeer kan komen. En je ziet nog eens wat voorbijvaren, dat is ook leuk. Het appartement is op de begane grond van een kleine villa, de fiets kan in de garage en als ik eenmaal binnen ben en gedoucht heb, ja dan schijnt de zon opeens en is het droog!

Gefietste afstand: 71 km
Gefietste tijd: 6 uur

13-9 Hemmoor

Gisterenavond hoefde ik niet veel meer te doen dan water te koken voor de gevulde pasta en die op te eten, samen met een pastasalade en yoghurt met bessen. Het was niet genoeg, merkte ik ‘s nachts, ik werd om drie uur wakker van de honger. Het was een heerlijk bed, maar wel een koud huis, ik had de radiatoren opengezet, maar ze werden niet warm. Gelukkig lagen er extra dekens klaar.

Na het ontbijt maak ik nog een praatje met de gastheer. Een vriendelijke man die vertelt dat hij nog steeds op een oude Koga Miyata rondfietst. Ze krijgen vaak fietsers te logeren, ze wonen vlak bij de Noordzee-Oostzeeroute.
Het is heel koud als ik vertrek, maar de lucht is helder en het wordt een mooie fietstocht over de heuvels naar de Stör en dan langs de rivier naar Glückstadt. Het laatste stuk kan ik niet over de zeedijk, die is afgesloten voor fietsers en wandelaars vanwege het blauwtongvirus.

Voor het Elbeveer staat een enorme file, maar als fietser rij je daar lachend langs. Je stopt vooraan bij de slagboom en mag als eerste de pont op. Ik raak aan de praat met een Duitser met de auto, die had anderhalf uur in de rij gestaan. Maar ja zei hij, het alternatief is de Elbetunnel bij Hamburg en daar sta je minstens net zo lang in de file, dan wacht ik liever hier op de dijk met uitzicht.

Het laatste stuk naar Hemmoor was niet zo spannend, dat kende ik al. De kerk in Osten was open, dus ik dacht ha fijn, maar toen ik binnenstapte, realiseerde ik me dat ik die ook al kende.

Gefietste afstand: 75 km
Gefietste tijd: 5:30

14-9 Norderham

De camping van Hemmoor ligt aan een oude cementgroeve die nu vol water staat en een ideale duikplek blijkt te zijn. Dat verklaart de roestvrijstalen rekken die hier om de 50 meter in het gras staan, daar kun je duikpakken drogen. Die duikers zijn trouwens een luidruchtig volkje, ik denk omdat ze ‘s avonds de spanning van het duiken moeten afreageren. Het bleef in elk geval nog lang onrustig om me heen. Ik at in het Aziatisch restaurant om de hoek en bestelde springrolls met garnalen en Saigon curry, een Vietnamese rijstschotel met groenten en kip.

Vannacht om vijf uur werd ik wakker, het was heel koud en alles was nat van de condens. Ik dacht, ik kan beter nog even slapen, maar dat lukte niet meer. Toen ik dacht, nou ja, dan maar vroeg opstaan, was het opeens half zeven. Blijkbaar had ik ongemerkt toch nog geslapen.

Het is echt heel koud als ik de boel moet inpakken en van de zon is nog niks te merken. Bibberend eet ik mijn bordje granola met een paar pruimen. Pas in de loop van de ochtend als de zon een beetje kracht krijgt, krijg ik het ook weer wat warmer. Ik fiets over het platteland naar Bremerhaven, je ziet voornamelijk boerderijen op deze route en je komt door gehuchtjes met wonderlijke namen zoals Mittelstenahe, Hymendorf, Fickmühlen of Moorausmoor.

Grappig dat ze hier niet terugschrikken voor innovatie

In Bad Bederkesa is een bakker met koffie, ik koop er meteen belegde broodjes voor onderweg. In Bremerhaven neem ik de pont over de Weser en dan is het nog een klein stukje industriegebied voordat ik in Norderham ben. Norderham is typisch zo’n vervallen stadje tussen de industrie met veel mensen die op straat hangen. En wat ook typerend is voor dit soort stadjes, ik heb het in Engeland ook ervaren, is dat mensen vanuit voorbij rijdende auto’s naar je gaan schreeuwen. Wat ze precies roepen is vanwege het dialect nooit te verstaan, maar het klinkt in elk geval niet als een enthousiaste welkomstgroet.

De camping ligt tussen de Weser en de spoorweg in en heeft mooie kleine veldjes met heggetjes voor de kampeerders.

Gefietste afstand: 66 km
Gefietste tijd: 5 uur

15-9 Barssel

Gisterenavond heb ik zelf gekookt, de camping beval weliswaar een restaurant in de buurt aan, maar het menu heet daar Schnitzelparade, en hun website is gevuld met foto’s van lange rijen motoren voor de deur en lange rijen kerels in leren jacks die die schnitzels met pullen bier wegwerken. Dat is toch een ander soort bikers dan de bikepackers waar ik toe behoor. Ik kocht wel een Duitse specialiteit in de supermarkt, nl. Maultaschen. Dat zijn deegenveloppen met daarin een mengsel van varkensvlees, kruiden en meel. Je kunt ze komen in bouillon of bakken en ik deed het laatste. Samen met gebakken champignons en paprika, voldeed het uitstekend.

Als ik opsta, is het iets minder koud dan gisterenochtend en de zon komt stralend op, maar verdwijnt al snel achter een egale grijze wolkenlaag en er steekt een westenwind op, waardoor het op de fiets een stuk kouder wordt. Nu mis ik mijn gevoerde legging, die ik van Zaandijk via de Noordkaap tot Linköping ongebruikt heb meegesleept en toen naar huis stuurde vanuit de gedachte dat als ik die nu nog niet aangehad heb, dat die nu wel op de post kan. Maar nu, ja nu zou ik hem graag aangetrokken hebben.

Net als ik denk, nu stop ik en graaf mijn donsjack op, fiets ik langs de zeedijk aan de Duitse Bocht en daar in Norderschweiburg is een hotelletje met alle dagen Frühstuck. Ik stap naar binnen en vraag of ze al open zijn voor alleen koffie. Dat zijn ze en al is het binnen ook niet zo warm, de koffie doet goed.

Op de fiets met dit weer? vraagt de waardin hoofdschuddend. Dan voel je je toch gesterkt en kun je zeggen, ach ja het is wat fris, maar de zon komt straks vast nog door. Ik zou er niet op rekenen, is de reactie.

Kunst aan de Duitse Bocht

In Jaderberg is een Hofcafé, de reactie binnen is wat teleurgesteld, alleen maar koffie? Vooruit dan maar. Als troost bestel ik een kannetje koffie en een stuk appeltaart en bij het afrekenen zeg ik hoeveel goed die koffie me gedaan heeft bij deze kou en dat levert toch weer een glimlach op.

Als ik vlak bij mijn doel, de camping van Elisabethfehn ben, kom ik langs een degelijk plattelandshotel. Toch even kijken wat ze fe bieden hebben en ik stap naar binnen net als een paar mensen naar buiten komen. Bij de receptie is niemand, maar er is wel een intercom. Ik druk en na een paar keer overgaan hoor ik een soort snauw. Ik stel me netjes voor, maar de verbinding is al verbroken. Dan nog maar een keer drukken denk ik, en dan hoor ik uit de verte een boze kreet Ja ich kommeeeeee! Er verschijnt een dame op gevorderde leeftijd en ik begin met Entschuldigung ich hatte nicht verstanden dass Sie bereits .. Na, hoe komt u hier binnen? word ik afgekapt. Nou dankzij een beleefde hotelgast die de deur voor me openhield. Dat is dus niet de bedoeling, u moet buiten op de bel drukken. Net als ik denk, ze stuurt me naar buiten om op de knop te drukken, vraagt ze, wat moet u? Nou, ik zou graag een kamer willen als dat mogelijk is. Heeft u dan niet gereserveerd? Dan moet ik eerst even kijken en ja hoor, natuurlijk heeft ze een kamer vrij en een afsluitbaar fietsenhok is er ook. Als ik dan informeer wat ze liever heeft, contante betaling of met kaart, dan is de vrede gesloten want ze is blij met een contante betaling.

Een boekenkastje in Barssel

Gefietste afstand: 78 km
Gefietste tijd: 6 uur

16-9 Schoonebeek

In Barssel hebben ze heel wat restaurants, maar de gewone Duitse keuken ontbreekt. Dat vond ik wel jammer, ik had graag nog een keer iets met kool en bloedworst gegeten met een glas Dornfelder erbij. Naast het hotel was een groot pand met daarin een Chinees en een pizzeria. Voor de deur van de pizzeria was een een terras en daarop zaten een paar kerels zich luidruchtig te bemoeien met alles en iedereen. Ik dacht doe mij de Chinees maar en die was helemaal zoals het hoort. Een groot aquarium bij de ingang, stemmige Chinese muziek uit het plafond, een klein glaasje mierzoete Chinese wijn als welkomstdrankje en geruisloze bediening. Ik nam de wontonsoep, gebakken eend op à la Szechuan en gebakken banaan toe.

Aan het ontbijt moedigt de eigenaresse me aan om broodjes te smeren voor onderweg, de zakjes liggen er al klaar voor. De fietstocht vandaag leidt door de Duitse en Nederlandse veengebieden, dus dat betekent veel lange en rechte wegen langs kanalen onder de eikebomen. In Borgermoor kom ik langs een gedenkteken ter herinnering aan een van de eerste concentratiekampen, al in 1933 opgericht om politieke tegenstanders van het nazi-regime op te bergen. Die werden uiteraard ingezet voor de ontginning van de veengronden.

Deze heb ik nog niet eerder gezien, de slagersautomaat

Oud smalspoor in het veen


Bij Lathen zie ik tot mijn verrassing de proefopstelling voor de magneetzweeftrein weer terug, in 2017 kwam ik daar ook langs. Alleen zag het er toen nog fris en veelbelovend uit, inmiddels is het verval ingetreden, de baan is bemost en de treinstellen zijn roestig. Ik denk dat het nog even gaat duren voordat we de trein in werking zien.

Links Duitsland, rechts Nederland

Het bed in breakfast in Schoonebeek zit in een oude boerderij, het is een flink appartement op de begane grond. Op het erf lopen de kippen en iets verderop hoor je de schapen blaten. Gelukkig wordt het niet zo heel vroeg licht hier.

Gefietste afstand: 110,1 km
Gefietste tijd: 7:15

17-9 Ommen

Op maandagavond kun je uit eten gaan in Nederland wel vergeten, er is hier een ongeschreven regel dat je dan thuis eet, zo ook in Schoonebeek. Maar tot mijn verrassing bleek Schoonebeek niet het dorp waarvoor ik het aanzag, want er is een hele grote supermarkt in het centrum. Dus ik kocht een biefstuk, krieltjes en een grote zak gesneden groente, want als er iets is, waar je structureel te weinig van eet als je op reis bent, dan zijn het groenten. Na het eten keek ik nog even naar de Nederlandse teevee, op dat vlak heb ik de afgelopen maanden niks gemist, zag ik.

Om half acht wordt het ontbijt binnengereden op een voor dit doel bestemde rollator, een mand vol bruine boterhammen, krentenwegge, kaas, worst, jam, yoghurt, cruesli, gekookt ei, verse jus. Daarna moet ik echt even bijkomen, voordat ik verder kan met inpakken. Ik span nog één keer de tandriem van de fiets iets aan, want ik kon de laatste dagen aan de trilling voelen dat ie weer wat opgerekt was.

Het eerste stuk naar Coevorden gaat langs de grens, aan de Nederlandse zijde zie je de gesloten olieputten, aan de Duitse zijde knikken de pompen in een rustig tempo door. Daarna volg ik de Sallandroute naar Ommen, veel bos, soms wat open veld en één keer kom ik langs een zandverstuiving in aanleg. Veel bijzonders is er niet te zien onderweg, wat me vooral opvalt is dat de boerderijen en woonhuizen er in tegenstelling tot Duitsland uiterst verzorgd uitzien, goed in de verf, gestraalde gevels en vers riet op de daken. De wegen hebben geen gaten in het wegdek, de fietspaden zijn glad en breed. Volgens mij hebben wij het hier zo slecht nog niet.

Het weer is trouwens weer helemaal op mijn hand, wind in de rug en een lekkere temperatuur, van de kou van de afgelopen dagen is niets meer te merken. En zo raak ik steeds dichter tot het definitieve einde van deze onderneming. Een interessante vraag is natuurlijk, wat komt hierna? Nou, als ik niet toegeef aan de menselijke neiging om mezelf te moeten overtreffen, dan kan het gewoon weer alle kanten op. Ik hoef volgend jaar helemaal niet de zijderoute af te fietsen of naar Johannesburg te vertrekken. Domburg is ook goed. En dat is wel een bevrijdende gedachte.

Morgenavond komt Mayke me opzoeken in Ermelo en dan fietsen we de laatste dag samen naar Amsterdam. Ik kijk er naar uit, ik vind het heel leuk dat ze me tegemoet komt.


Gefietste afstand: 60 km
Gefietste tijd: 4 uur

18-9 Drie (Ermelo)

Gisterenavond at ik in Ommen in de zon op het terras, precies zoals vier maanden geleden. Alleen werd het nu de zeebaars in plaats van de lamsrug. Of nou ja, zeebaars, het was een filetje van de baars. Misschien was het wel stekelbaars. Het leuke van dezelfde plek was dat ik me opeens weer herinnerde hoe ik er vier maanden geleden bijzat. Een hoofd vol met een mix van zorgen om Tom en de spanning van het begin van de reis. Ook de tent stond weer op precies hetzelfde plekje trouwens, toen kregen we een flinke regenbui ‘s nachts, maar nu blijft het droog.

Als ik opsta is het fris, maar prima te doen, de hele ochtend blijft het hetzelfde weer, nevelig tegen het mistige aan en een graad of twaalf. Maar met de wind in de rug is dat prima te doen. Op weg naar Dalfsen kom ik langs een elektrisch zelfbedieningspontje over de Vecht, dat moet ik natuurlijk uitproberen. Het is een kwestie van opstappen, in het vak gaan staan, op de knop drukken en alles gaat vanzelf. In Dalfsen kom ik er achter dat ik mijn helm op de camping heb laten liggen, ik ga er niet voor terug, het is een goedkoop negen jaar oud ding van de Decathlon.

In Zwolle moet ik kiezen tussen de IJsselbrug of het voetveer naar Hattem, het wordt natuurlijk het laatste. Daar ontspint zich een interessant gesprek met de schipper, niet over voetveren, maar over knieën. Hij wil weten waar ik heen ga en waar ik geweest ben. Goh zegt hij, dan zul je wel wat kettingen versleten hebben. Nou, eigenlijk niet zeg ik. Zelfs de remblokjes heb ik nog niet hoeven vervangen. Het enige dat versleten is, zijn mijn knieën, maar dat waren ze al voor vertrek en het gekke is juist, dat ze nu een stuk beter aanvoelen, dan toen ik startte. Toen deden ze elke avond zeer, maar nu voel ik ze niet meer, blijkbaar wordt er nieuw kraakbeen aangemaakt. Groenlipmossel, zegt de schipper, dat is het beste. Pardon?, zeg ik. Ja, onze herdershond had last van heupdysplasie en kreeg daarom groenlipmosselpoeder door zijn eten. Ik kreeg op een gegeven moment ook zo’n last van mijn knieën dat ik niks meer kon. Ik kwam de auto niet meer uit, kon niet meer tennissen en op mijn knieën op het dek ging ook niet meer. Toen zei mijn vrouw, dat poeder moet jij ook nemen. Dat spul voor de hond smaakt heel vies hoor, maar je hebt het ook in capsules. Je moet online de hoogste dosering kopen, die je kunt krijgen. Als je twee keer per dag twee capsules slikt, dan merk je na een maand echt het verschil. Nu kan ik alles weer, ik tennis zelfs weer. Volgens mijn huisarts is het onzin, maar ik ben het levende bewijs dat het werkt. Ik bedank hem voor de tip als ik van boord stap, het is in elk geval een goed verhaal.

Hattem, een aardig stadje, maar de inwoners dwalen

Om de een of andere reden denk ik altijd dat de Veluwe vol zit met uitspanningen, herbergen en pannenkoekehuizen. Ik eet tegen twaalven een broodje hummus in Hattem en denk, over een uurtje eet ik ergens anders nog wat, zeg ik tegen mezelf. Tweeëneenhalf uur later zit ik op een bankje in het bos cruesli uit een zak te eten omdat ik het niet nodig vond om nog ergens brood te kopen. Pas in Vierhouten is er weer wat te eten, sterker nog, daar krijg je keuzestress van alle horeca. Als die lui zich nou eens wat meer zouden verspreiden, daar zou iedereen baat bij hebben. Een tweede misvatting van mijn kant is dat de Veluwe plat is, het gaat hier voortdurend op en neer en dat is jammer, want dat gaat ten koste van de snelheid.

In de supermarkt van Elspeet koop ik yoghurt en bessen voor het ontbijt, meer heb ik niet nodig. Ik sluit deze reis vanavond symbolisch af met een passende laatste maaltijd.
(Ik kon dit verhaal pas de volgende ochtend plaatsen bij gebrek aan bereik. Dat is de eerste keer deze vakantie, zelfs vanuit het afgelegenste fjord boven de poolcirkel en de meest desolate fjell heb ik altijd mijn verhaal kunnen doen. Maar hier op de Veluwe, in het dichtstbevolkte land van Europa, hier niet.)

Gefietste afstand: 87 km
Gefietste tijd: 7 uur

19-9 Amsterdam

Ik at Norsk Turmat gisterenavond, in goed Nederlands Noors reisvoedsel, een groene zak met heerlijke gevriesdroogde Tikka Masala. Kokend water erbij, goed roeren, tien minuten wachten en klaar. De wetenschap dat ik hem in de aanbieding kocht in de Mat Kroken van Oksfjord ver boven de poolcirkel, maakte deze zak extra lekker.

Na het eten las ik nog wat, totdat Mayke zich aankondigde met het gerinkel van haar fietsbel. Dat was lang geleden! De laatste keer dat we elkaar zagen was toen we afscheid namen op het vliegveld van Hammerfest, precies zeven weken terug. Het lijkt echt veel langer geleden, maar dat komt, behalve door het feit sat Hammerfest echt tot een andere en betere wereld behoort, door alle kilometers die ik sindsdien gefietst heb. Welbeschouwd heb ik na het bereiken van de Noordkaap een kleine zeereis gemaakt, een omgekeerde pelgrimage afgelegd van Trondheim naar Sundsvall, vervolgens mijn vrienden opgezocht in Linköping en daarna nog een toertje gemaakt langs de westkust van Denemarken.

Vanmorgen staan we relatief laat op, zo tegen zevenen. Maar het wordt ook steeds later licht en de vogels laten zich nauwelijks nog horen in de vroege ochtend. Kortom, de zomer loopt ten einde. Waar je dat ook aan kunt merken, is de dikke laag dauw die zich op de tent en de tassen heeft afgezet, het was niet koud vannacht, maar alles is kletsnat. Ook de binnenkant van de buitentent druipt van het water.

We fietsen door het bos de heuvel af naar Putten, dan langs de oude Zuiderzeekust naar Spakenburg, Eemnes en Laren. Via de Larense hei kun je tussen Hilversum en Bussum door naar de Vecht en dan kom je uiteindelijk opnieuw bij de kust en zo fietsen we dan via IJburg en Schellingwou naar Mayke’s huis in Noord.

In de serie eigenaardige kerktorens

Larense hei

Gefietste afstand: 76,7 km

Gefietste tijd: 5 uur

20-9 Zaandijk-1

Gisteren kookte Mayke, en ik mocht zeggen wat we gingen eten. Het werd geroosterde aubergines met burrata en gebakken gnocchi. Het was fijn om weer in een bekende omgeving te zijn en in een vertrouwd bed te kunnen slapen.

Vanmorgen zit ik iets na achten op de fiets voor de laatste 17 kilometer naar Zaandijk. En wat is Amsterdam Noord druk! Overal slierten schoolgaande kinderen op de fiets, die weer worden ingehaald door hun klasgenootjes op de fatbike, elke derde fiets die je ziet is een bakfiets met een moeder in een zwarte legging of een vader met paardenstaart op het zadel en files voor alle stoplichten. Als Amsterdammer bezuiden het IJ heb ik Noord altijd beschouwd als een verzameling dorpen met daartussen woonwijken voor havenarbeiders en als een no-go area die je maar beter kunt mijden als je geen problemen wil. Inmiddels is Noord uitgegroeid tot een stad op zich, nog steeds heeft het een totaal eigen en on-Amsterdams karakter maar het landelijke ga je pas weer ervaren als je in Oostzaan komt.

Langs het spoor van Oostzaan naar Zaandam

De Bleeke Dood, ik ben er bijna


p>

Het Zaanse bakkertje, nog 100 meter

Het huis staat er nog

De tuin vraagt om aandacht

Als ik thuis kom, denk ik, waar ga ik beginnen? Ga ik uitpakken en wassen, ga ik het stof van vier maanden afnemen, ga ik de post doornemen? Dan realiseer ik me weer dat ik maandag niet hoef te werken en dat het niet zoveel uitmaakt waar ik begin. Een bak koffie met iets lekkers van het Zaanse bakkertje is misschien het beste begin van mijn nooit meer eindigende vakantie.

Morgen volgen de harde cijfers, zowel de afstanden als de finale metingen van mijn fysiek en dan weren we of de hele onderneming zin heeft gehad.

Gefietste afstand: 17,6 km
Gefietste tijd: 1:15

21-9 Tot slot in Zaandijk – de metingen

Laat ik beginnen met de opwekkende cijfers.

Ik fietste in totaal 6.849,7 kilometer in 543 uur. Met al dat klimmen dat ik gedaan heb, is 12,6 km per uur geen slecht gemiddelde.

En dan nu de teleurstellende cijfers.

Bij vertrek woog ik 63,8 kilo, nu nog 63,5. Dat betekent dat ik gemiddeld 22,8 kilometer moest fietsen om één gram gewicht te verliezen.

Maar wat verloor ik dan? De percentages vet, vocht en spier hebben zich als volgt ontwikkeld.

Vet van 17,9 naar 18,5%

Vocht van 57,7 naar 57,2%

Spier van 41,5 naar 40,8%

Hieruit mag ik concluderen dat dieet zwaarder weegt dan inspanning. Immers ik at voor twee (ook de taart bij de koffie at ik in dubbele porties), dus dat leidde tot een onsje vet meer. Tegelijk leverde ik iets in qua spiermassa, dus ik had meer kwark moeten eten en minder Griekse yoghurt.

Tenslotte hoe zit het dan met de ontwikkeling van de omvang van buik en benen?

De buikomvang nam af van 89 naar 86cm

Linkerdij

Boven de knie van 33 naar 36cm

Onder de lies van 47 naar 46cm

Rechterdij

Boven de knie van 37 naar 37,5 cm

Onder de lies van 50 naar 51 cm

Die laatste cijfers treffen me wel. Aan mijn kleding kan ik merken dat mijn benen aanmerkelijk steviger zijn geworden, maar het vertaalt zich niet terug in mijn metingen. Alleen boven de linkerknie meet ik relevant verschil en dat klopt ook wel met wat ik zie.

Maar als we nu eens anders kijken. Boven de linkerknie was de dikte (als we het been voor het gemak even als volmaakte cilinder voorstellen) 10,51 cm en die is nu 11,46, dat is een toename van bijna 10%! Dat is dan ook de enige plek waar we een significante verandering hebben zien optreden.

Enfin, ik denk dat ik dat gedoe met het meten maar beter kan loslaten.