25-8 Sjöbo

Op de camping at ik gisteren een salade uit de saladebar van de supermarkt. Na die warme lunch leek me dat voldoende. Het bleef trouwens rustig vannacht, ik heb niets bemerkt van Zweedse gauwdieven of gespuis. Het was wel koud vannacht, kouder dan ik tot nu toe heb meegemaakt. 

Ik ontbijt aan de picknicktafel bij de keuken in het zonnetje, het is fris, net 12 graden. Een Fries stel met een peuter schuift aan, die blijven een dagje staan want ze hebben pech met hun camper. Hij heeft zijn racefiets mee en beklaagt zich over de Zweedse wegen. Of het is gravel waar je slipt als je in de pedalen gaat staan of je eindigt op de snelweg. Ik vraag hem hoe hij zijn rondjes plant en hij gebruikt daar Komoot voor.

Het begin van de route is makkelijk en vrij vlak. Ik doe inkopen voor de lunch in Everöd. U heeft toch niet toevallig een koffiemachine vraag ik. Nee helaas niet, maar in Degeberga bij de Coop wel. Daar moet ik toch naar toe, dus ik zie nog even af van blikjes ijskoffie. En dan, bij Degeberga (als het woord ‘berg’ in de plaatsnaam zit kun je problemen verwachten) zie ik dat de Coop in een dal ligt en dat de route bovenlangs gaat. Wat te doen? Na een korte overweging overwint de koffiezucht, ik daal af en zie even later een huis met enorme letters op de gevel Café en Bageri.

Yes roep ik wat een goede beslissing was dat van mij. dat is straks de klim waard. Maar, er is altijd een maar in een koffieverhaal, het was binnen donker en de deur potdicht. Dan toch maar naar de Coop waar de ze trotse bezitter zijn van een Senseo apparaat. Bijna loop ik weer weg, maar dan realiseer ik me dat ditwaarschijnlijk de enige kans is vandaag. Ik leg me er bij neer en koop voor 11 kronen een bekertje Senseo. 

Daarna moet ik weer helemaal terug omhoog en nog hoger tot 150 meter. Dat stijgen duurt maar en de zon brandt inmiddels ongenadig op mijn pet, maar als beloning volgt dan een hele lange golvende slingerende weg door de bossen. De weg blijkt een cultuurhistorische route en ik kom langs oude boerderijtjes en schuren, met verklarende bordjes. 

Rond half een kom ik langs een bordje bij een gravelweg met Café. Het zal niet waar zijn. Volgens google is het open, dus ik waag het erop. En ja hoor, in the middle of nowhere is een oude boerderij waar je kunt lunchen De bediening is nogal sloom, je moet hier geen haast hebben. Ik bestel een pot thee en een sandwich met rosbief en terwijl ik zit te wachten wordt ik aangesproken door een Deense man van mijn leeftijd. Hij wil alles weten van mijn ervaringen met de Rohlof hub op mijn fiets (het versnellingssysteem) en hij vertelt dat hij elk jaar in Indonesië gaat fietsen. Hij koopt daar een fiets, voorziet die van zelf meegebrachte kettingbladen en verkoopt hem weer na afloop. 

Als dan mijn sandwich arriveert blijkt het een een klein plakje roggebrood met daarop een plakje rosbief. Nu heb ik net 21 afleveringen van de Odysseia achter de rug en in elke aflevering worden feestmalen aangericht met hele ossen en zwijnen aan het spit, er worden schenkels geofferd en men eet zich ongans. En ik vraag me af hoe Odysseus hierop zou reageren. Hij zou vleugels geven aan zijn woorden en uitroepen dat een dergelijk maal niet alleen een belediging is voor een gast, die zoveel ontberingen heeft geleden, maar dat een dergelijk vertoon van ongastvrijheid ook een belediging is voor de eeuwige goden op de Olympus en hij zou vragen om de rest van de koe. Maar ja, ik ben geen Odysseus, dus ik eet het braaf op en reken af. 

Zo tegen drie uur ben ik op de camping en voorlopig sta ik als enige op het tentenveld.

Afstand: 67,6

Tijd: 4:57