Nur ein kleines Plan 2019

Proloog – Geen plan in 2018

In september 2017 wist ik het zeker, volgend jaar fiets ik een rondje Ierland. Maar er kwam wat tussen. Of liever gezegd, iemand kwam er tussen. Dus we besloten om samen naar Friesland op vakantie te gaan met de boot. Maar dan maak je toch een blog Frans op de boot?, hoor ik jullie al denken. Maar nee, zo werkt het niet. Want als je samen op vakantie bent, kun je niet de hele dag nadenken over je tekstje van de dag. Behalve op de dagen dat je niet vaart, natuurlijk. Dan kun je kiezen tussen stadje bezoeken, klusjes doen, lezen of schrijven. En dan nog, veel van wat je meemaakt, heeft vooral betekenis voor elkaar en minder voor u, lezer van dit blog.

Miste ik het fietsen dan niet? Als ik eerlijk ben, ja, ik miste het wel.

16-2 Een vroege lente, een oud geluid

Het is zaterdag 16 februari, de zon schijnt en het is 12 graden. Ik heb al meer dan een jaar niet verder gefietst dan de afstand Amsterdam – Zaandam. Dat gaat niet goed zo! Ik word chagrijnig, mijn broeken knellen en als ik in het stadhuis van Zaandam naar de vierde etage ren, heb ik moeite om rustig te blijven ademen. Hier moet wat gebeuren, anders transformeert mijn lijf tot een amechtige homp vet en water en mijn geest tot een somber woud van verlangen naar betere tijden. Dus vanmorgen maakte ik een klein en een groot plan.

Het kleine plan? Morgen fiets ik een rondje Haarlemmermeerpolder, uit en thuis ongeveer 70 kilometer. Dat zal me goed doen en helpen om de somberheid over mijn fysiek te bestrijden!

En het grote plan? Wat dacht je van een rondje om het kanaal? Nee niet het Noordzeekanaal, ook niet het Amsterdam – Rijnkanaal, maar Hét Kanaal! La Manche, The Channel! Je fietst van Amsterdam naar Hoek van Holland, neemt de boot naar Harwich en van daar naar Plymouth. Hup weer op de boot naar Roscoff en dan terug naar Amsterdam. Dat is ongeveer 2700 kilometer, lekker een maandje in de frisse lucht!

Van mijn fietsreis uit 2015 herinner ik me dat het in Normandië altijd vanuit het zuidwesten waait, dus als ik slim ben, fiets ik het tegen de klok in, dus het Engelse deel heen en dan het Franse deel terug. Maar dan heb je in Engeland toch tegenwind? Ja dat klopt, maar daar hebben ze van landelijke weggetjes met muurtjes en heggen, dus je fietst meestal in de luwte.

Maar morgen eerst het kleine plan!

17-2 Rondje Ringvaart

Grappig, ik bedacht me dat ik vier jaar geleden dit rondje ook een keer gefietst heb in het voorjaar. Toen reed ik om de zuid, vandaag ga ik om de noord.

Om half elf ga ik de deur uit. De zon schijnt al, maar het is nog fris, het is net 8 graden. In een klein half uurtje fiets ik naar de Ringvaart toe. Wat is West opgepoetst! Ik verbaas me over alle wandel- en fietspaden, buurttuinen en de tientallen van gemeentewege geplaatste borden die je de functie van het betreffende grasveldje of bosje verklaren. Zelfs de oude Osdorperweg ziet er tegenwoordig strak uit. De autoslopers zitten er nog wel, maar heten nu recyclebedrijven. Alleen de valse honden lopen als vanouds te patrouilleren achter de hekken.

Er staat een stevige zuidoostenwind, dus die heb ik minstens tot Haarlem in de rug. Bij Haarlem maakt de dijk een bocht naar het zuiden en dan moet ik toch mijn best doen om de vaart er een beetje in te houden. Ik merk dat ik heel lang niet echt gefietst heb. De snelheid zakt langzaam in, maar ik laat me niet gek maken. Rustig doortrappen met de blik op de horizon gericht. Na een uurtje fietsen ben ik bij de Cruquius en tot mijn plezier kun je er koffie drinken. Dat had ik niet verwacht in februari! Cappuccino met appeltaart graag en, o, doet u maar zonder slagroom! Trouwens, als je nog op zoek bent naar een leuke racefiets met fietscomputer, ze staan hier bij bosjes zonder slot, terwijl de heren binnen zitten op te snijden over hun prestaties op Strava.

Na twee koffie en een stuk appeltaart ben ik weer opgewarmd en ga ik verder, tegen de wind in naar Zwaanshoek, Beinsdorp, Lisserbroek en dan de bocht om richting Buitenkaag. Daar eet ik een boterham op een bankje, terwijl ik tevreden over het water staar. Even denk ik dat ik een déja vu heb, maar dan weet ik het weer. Hier at ik een banaan op de eerste ochtend van mijn fietstocht naar Frankrijk!

Vanaf Weteringbrug heb ik de wind weer in de rug en ik zweef over het asfalt terug naar de brug bij de Lutkemeerpolder. Daar wel over het water en dan langs dezelfde hippe borden naar de Ookmeerweg en zo terug naar huis.

Tijd: 4:12

Afstand: 77,83

Gemiddelde snelheid: 18,5

Hoogste snelheid: 28,2

Gestegen: 95 meter

Gedaald: 96 meter (huh, in een rondje?)

22-4 Kampen – Amsterdam

Ik had een leuk idee. Omdat het dit paasweekend prachtig weer is en er een straffe oostenwind voorspeld wordt, is de beste training natuurlijk om met de trein naar het oosten te gaan en dan terug te rijden naar Amsterdam. Sommigen zouden het andersom doen, maar ik kan je verzekeren, dat is geen goede training. Dat is de situatie waarvoor je traint en waarvan je hoopt dat die zich nooit zal voordoen. En waarom dan niet met de trein naar Meppel, dan stop ik onderweg voor koffie in Heetveld bij Bob en Hetty.

Helaas ging de trein ergens werkzaamheden niet verder dan Kampen-Zuid, zoiets kunnje van tevoren weten, maar ik kwam er natuurlijk pas op het perron achter. Dat stukje naar Heetveld fiets ik dan wel even. Dat bleek nog best een pittig stukje, 18 kilometer tegen de wind in door een aantal sombere dorpen tussen Kampen en Genemuiden. Begrijp me niet verkeerd, de vreugde van de Heer heerst er in elke woning, maar vrolijk ziet het er niet uit.

Na de koffie en een snelle boterham rijd ik om 12.12 weer het terrein af, vast besloten om alles uit de oostenwind te halen. En dat lukt tot de Ketelbrug perfect. Ik rijd gemiddeld 25 km per uur, terwijl ik goed rechtop in het zadel zit, om zoveel mogelijk rugwind te vangen.

De Noordoostpolder is de nieuwe bollenstreek

Daarna ga ik een zuidwestelijke koers rijden en de wind kiest een zuidoostelijke hoek. Soms heb ik zijwind, soms wind mee. Alles bij elkaar gaat het net iets minder vlot dan het eerste deel. In Lelystad zit ik er wel een beetje doorheen. Het zadel doet zich voelen, mijn beenspieren protesteren en de zin brandt. Ik heb me gisteren trouwens wezenloos gezocht naar mijn zonnebril, maar nergens gevonden. Zal ik met de trein? Nee, ik capituleer niet. Gewoon doortrappen, de pijn gaat meestal vanzelf weer over. En vandaag is dat ook zo. Als ik aan het eind van de dag thuis aankom, ben ik immens tevreden met mezelf.

Afstand: 134,2

Gemiddelde snelheid: 19,9

Hoogste snelheid: 32,1

2-6 Schiedam – Amsterdam

Ik ging met de trein naar Schiedam. Dat was tweede keus, want naar Hoek van Holland gaat geen trein meer. Je vraagt je af of de boot nog wel vaart. Om tien over acht stapte ik in en mijn fiets kan er nog net bij. Ik was mijn pet vergeten en dacht halverwege even over teruggaan, maar goed dat ik dat niet gedaan heb.

Het wordt de eerste zomerse dag met temperatuur tot 30 graden, zeggen ze. Het zal mij benieuwen, want er hangt sluierbewolking. Maar het is echt verjaardagsweer. Tweeënzestig ben ik nu en sta op het punt mijn eerste huis te kopen. Maar dat is een ander verhaal. Al is het wel van belang voor het vervolg van dit blog, want een rondje kanaal zit er waarschijnlijk niet in. Volgende week hoor ik of de financiering rond is, dan krijg ik eind juli de sleutels. Mijn alternatieve planning om de driehoek Amsterdam-Praag-Berlijn af te maken, door van Amsterdam naar Berlijn te fietsen langs de R1.

Het eerste stuk vandaag is een beetje zoeken, veel Schiedams buitenwijken. En industrieterreinen. Af en toe fiets je een stukje langs de Nieuwe Waterweg. Maar waarom ga je dan naar Schiedam? Het is de wind, het is de wind, mijn kind. Die blaast mij straks naar Amsterdam. In Maasluis is een sjiek hotel, dus daar hebben ze vast cappuccino. Ja, maar jammer genoeg uit Joure en uit de automaat.

Niewe Waterweg

In Monster heb ik toch maar een pet gekocht in een surfshop. Voor drie tientjes heb je r eentje uit de instapklasse. Het alternatief is een verbrande knar en daar profiteren ze van. Maar ze verkopen er ook echte cappuccino, dat is fijn! Het is nu twaalf uur, dus het gaat best snel!

Kwart voor twee en ik zit ergens tussen Den Haag en Katwijk. De hitte doet zich nu wel voelen en het water is al bijna op. Het was even zoeken naar een bankje in de schaduw dat niet bezet was, maar ik zag toevallig een bankje iets van het pad af. Na vijf minuten snapte ik waarom ik de enige was, het stikt hier van de rode bosmieren. En niet van die kleintjes, nee het zijn uit de kluiten gewassen joekels, die mijn kuiten bestormen zoals een horde strandgangers de haringkar bestormt, zodra deze tot stilstand gekomen is. Dus ik zit nu op de tafel met mijn voeten op de bank, als de boswachter nu maar niet langskomt.

Om drie uur ben ik de boulevards van Katwijk en Noordwijk voorbij. Het is daar gigantisch druk natuurlijk en vol met auto’s, waarvan de bestuurders oprecht verwachten dat juist zij die laatste parkeerplaats naast de strandopgang zullen bemachtigen. Wat is dat toch met de mens? Enfin, de belangrijkste vraag is, waar sla ik af? Ik besluit bij de jeugdherberg en dan via De Zilk naar de Ringvaart. En zo kwam ik om half zes weer thuis.

Tijd: 6:28

Afstand: 106,3

Gemiddelde snelheid: 18

10-6 Arnhem – Amsterdam

Vanmorgen ging de wekker om 7 uur. Het eerste kwartier heb ik besteed aan argumenten waarom ik vandaag niet zou moeten fietsen. Het gaat onweren aan het eind van de middag, ik moet mijn huis opruimen, het boek voor de leesclub uitlezen, een offerte afronden, onderzoek doen naar renovatievloeren etc.

Uiteraard sta ik braaf om tien over 8 op perron 6 van station Sloterdijk op de trein naar Nijmegen te wachten. Er moet tenslotte ook getraind worden. Om half tien stap ik uit in Arnhem. Onderweg kijk ik nog even naar de buienradar, om 5 uur vanmiddag gaat het los, dus dan moet ik wel (bijna) thuis zijn. Maar dan mag ik wel een beetje doorfietsen vandaag. De eerste uren gaat dat prima, ik kocht koffie op het station van Arnhem en fietste daarna langs het spoor terug tot Ede. Daar zakte ik af naar het zuidwesten om langs de noordkant van de Utrechtse Heuvelrug te fietsen.

Spoorlijn bij Wolfheze

Voorbij Veenendaal kom je langs een paar heideveldjes en daar eet ik een banaan en bestudeer een educatief bord met uitleg over het Egelmeer. Dat blijkt een verbastering te zijn van Aegil Marum, de naam die de Romeinen aan deze plek gaven. Het is niet meer dan een komvormig dalletje, waar makkelijk water in blijft staan. Vooralsnog is de hemel strakblauw en is er geen vuiltje aan de lucht.

Egelmeer

Tegen enen ben ik vlak bij Austerlitz en eet daar een boterham op een interessant bankje. Op de zitting staat de tekst: Spreek hier af, ga samen verder. Ook interessant is dat het bankje met een heel dun staaldraadje verbonden is met iets onder de grond. Je kunt het dus niet meenemen, mocht je daar op uit zijn. Er zijn wat schapewolkjes aan de hemel.

Om half twee kruis ik de startbaan van de vliegbasis Soesterberg, achter mij is de lucht hoofdzakelijk grijs, voor mij vooral blauw.

Om kwart voor drie passeer ik het raadhuis van Dudok in Hilversum en de luchten beginnen er dreigend uit te zien.

Om drie uur rij ik de Melkmeent op en voel de eerste fijne druppeltjes. Echt doorzetten doet de regen niet, af en toe een paar druppels dat is alles.

Om vijf uur ben ik thuis en ik heb goed doorgefietst met twee pauzes van een kwartier. Om zeven uur is er dan een flinke bui en tien minuten later is t weer droog.

Gefietste tijd: 6.44

Afstand: 116,3

Gemiddelde snelheid: 17,1

Gestegen: 452 meter

Gedaald: 479 meter

Het hele verhaal vind je hier