Le grand plan 2015

Een plan om er wat aan te doen

In de zomer van 2014 vielen me een paar dingen op. Ik krijg last van spekafzettingen op de heupen. Na een dag zeilen heb ik last van mijn rug. Van twee biertjes sta ik al op mijn kop. Mijn leeftijdgenoten vinden dat heel normaal, die zeggen dat dat er bij hoort. En dan krijg ik een hele opsomming van wat zij allemaal aan ouderdomssymptomen waarnemen. Tenslotte zijn we al bijna 60 nietwaar?

Maar ik vind het niet normaal. En ik weet hoe het komt. Ik beweeg te weinig. Ik heb een hekel aan sportscholen. Ik hou van hardlopen, maar word geplaagd door een terugkerende blessure (ja ik weet wat je denkt). En zo ontstond een plan.

Het plan is doodsimpel, ik ga op fietsvakantie. Als ik een maand lang op de fiets gezeten heb, is mijn spek weg, mijn rug weer zo taai als een wilg en kan ik weer normaal een biertje drinken zonder dat ik het contact verlies met mijn omgeving.

Dus ik kocht in maart een vakantiefiets bij de Vakantiefietser in de Westerstraat. Een maand later mocht ik hem ophalen en daar werd heel attent een foto van gemaakt.

fiets

Voor de belangstellenden onder jullie: een Koga Signature met Rohloff versnellingsnaaf en een riem in plaats van ketting. Lekkere dikke banden (28×2), hydraulische remmen en een dynamo in de voornaaf, waaraan je ook je iphone kunt opladen. En met een leren Brooks zadel.

In de weken daarop ben ik voorzìchtig gaan infietsen. De eerste keren had ik na 20 kilometer al een houten kont. Langzaam opbouwen dus. In mei fietste ik mijn eerste rondje Ringvaart en begon ik er zelf ook in te geloven. En na 500 kilometer gaf het zadel zich gewonnen en voegde het zich naar mijn zitbotjes.

Ondertussen was ik natuurlijk druk bezig met twee heel belangrijke zaken: de kleur van de tassen en de route. De tassen zijn uiteindelijk rood geworden (met een knalgele zak voor tent en matje).

En nu de route. Dat ik richting Frankrijk zou gaan, stond al snel vast. Maar hoever kun je komen in een maand? Als het meezit een heel eind natuurlijk. Dus dit is mijn plan:

Etappe 1: Amsterdam – Haarlem – Boulogne sur Mer via de kustroute. (400)

Etappe 2: Boulogne sur Mer – Eu – Jumièges – Saumur (552)

Etappe 3: Saumur – Tours – Bordeaux (400)

Etappe 4: Bordeaux – Cahors – Nevers (700)

Etappe 5: Nevers – Maastricht (675)

Etappe 6: Maastricht – Amsterdam (200)

Totale afstand ongeveer 2800 kilometer. Dat is niet alleen een groot plan, maar daar heb je ook een grote kaart voor nodig. Vandaar.

Ik vertrek 11 of 12 juli en kom ongeveer 10 augustus weer terug. Is dat te doen? Het lijkt me van wel, het is nog geen 100 kilometer per dag tenslotte. Ik hou misschien niet al te veel tijd over voor museumbezoek en dergelijke, maar daar ging het toch niet om? Het gaat om de strijd tegen heupspek, slappe rug en lage taks. Daarvoor mogen offers gebracht worden.

De voorbereidingen

IMG_3687

Er zijn twee soorten van voorbereiding. Er is de voorbereiding van jezelf, fysiek en mentaal en er is de voorbereiding van je uitrusting.

De voorbereiding van mezelf was eigenlijk niet zo moeilijk en de mentale voorbereiding was nog wel het eenvoudigst. Enthousiaste verhalen lezen op Internet en gidsjes met routes kopen. En filmpjes kijken op Youtube van mensen die op wereldreis zijn met de fiets. Dat werkt bij mij heel aanstekelijk.

De fysieke voorbereiding vroeg wat meer tijd. Ik schreef al dat ik het zadel moest leren verdragen. Maar je moet ook een goede ‘zit’ vinden, waardoor je geen last krijgt van tintelende handen en stijve schouders. Maar dan gaat het snel.

Wat hielp, waren de fietstochtjes met Katinka. Ik ken haar van een filmclubje en zij had mij op een keer mijn nieuwe fiets gespot. Zo gingen we een keer ’s avonds fietsen, maar niet nadat ik me er van vergewist, dat zij geen topsnelheden verwacht. Ik schat haar vijftien jaar jonger dan ik en dan moet je als vijftiger toch even opletten. Voor je het weet, fiets je hijgend achter een vrouw aan, dat is niet goed voor je ego. Maar we fietsten op een avond gezellig kletsend een rondje om de Westeinderplas van 55 kilometer en dat gaf moed.

Het weekend daarop fietste ik in regen en wind op en neer naar Bob en Hetty in Overijssel. Heen langs het IJmeer, dan over de Oostvaardersdijk en vervolgens langs het Ramsdiep totdat je vanzelf Overijssel binnenrijdt.

IMG_3685

Op de terugweg langs de oude Zuiderzeekust tot aan Harderwijk en dan de bossen in naar Amersfoort. Het hoogtepunt van die tocht was wel de pont van Genemuiden. Toen ik die op zondagochtend in de stromende regen opreed, nodigde de veerman me uit voor een kop koffie in de stuurhut. Crosby, Stills, Nash & Young stond luid op. “Dat is onze muziek hé”, zei hij. En zo voer ik drie keer de IJssel op en neer totdat ik mijn koffie op had.

Meer voorbereidingen

IMG_3750

Nee, dan de materiële voorbereiding. Die vraagt veel meer hoofdbrekens. Wat voor kleding en uitrusting moet je dan mee? Op mijn tochtje naar Overijssel had ik al ervaren dat de fietskleding van de HEMA weliswaar waterdicht is, maar dat je na een half uur het verschil tussen de binnen- en buitenkant niet meer opmerkt. Dat is wel jammer, want bij de HEMA koop je een heel pak voor twaalf euro.

Uiteindelijk kwam ik hier op uit. Drie korte fietsbroeken met zeem. Dat wil zeggen twee met een kunstzeem en eentje met een echte zeem. Die laatste kocht ik in 1980 en zit nog steeds heerlijk. Een afritsbroek zonder achterzakken en een wandelregenbroek met ritsen over de volle lengte van de pijpen. Verder een paar sandalen en een paar sportschoenen en regensloffen. Voor de bovenste helft van het lijf zonnebrand, een paar gewone katoenen t-shirts en verder wat extra laagjes zoals een fleece-trui. Daaroverheen een goed ventilerend waterdicht jack, dat ook als windstopper kan dienen. Voor het dineren een zwarte linnen broek. O ja, en, op veler aanraden, een helm!

En een rol Hansaplast. En gereedschap. Een reserveband. Extra remblokjes! Bandenplak!! Tiewraps!!! Gaffertape!!!! Een noodspaak!!!!! Ik wil inclusief tent en stoeltje niet meer dan 15 kilo meenemen. Of ik dat ga redden? Ik laat het nog weten. Ik heb al één hele slimme maatregel bedacht. Elke keer dat ik van een kaart affiets of uit een gids fiets, gaat die op de post naar huis. Want één ding is zeker, ik ga niet langs dezelfde weg terug.

Een zaak van gewicht

IMG_3752

Hoe minder gewicht je meesleept, hoe makkelijker het fietsen gaat. Nu goed, aan bagage heb ik me neergelegd bij 23 kilo, minder lukt niet meer. De kaarten (Michelin Régional 1:150.000) en gidsjes wegen samen al 2 kilo. En dan heb ik brood, chocopasta en bananen, noch de kleding die ik draag meegerekend.
Het is ook interessant om op te zoeken hoeveel andere fietskampeerders meenemen. Het minimum lijkt 15 kilo pp te zijn voor twee personen en ca 18 kilo voor iemand alleen.

Maar de vraag die nog niemand zichzelf gesteld heeft, is…. Maar ikzelf dan, hoeveel loos gewicht sleep ik aan mezelf mee? Dat is toch ook interessant om te weten? En nog veel interessanter is de vraag, of dat in de loop van de komende maand verandert. Bij de Blokker verkopen ze handige mensenweegschalen, die niet alleen je gewicht weergeven, maar je ook snel even doormeten. Dit was de uitslag:

Lichaamsgewicht: 68,4 kilo
(Althans deze meting heb ik aanvaard als de meest waarschijnlijke uitkomst, want acht metingen in tien minuten leverden vijf verschillende uitkomsten op, variërend van 64,9 tot 69,5 kilo. De laatste metingen waren steeds rond de 68. Over de andere waarden was het apparaat veel gedecideerder, die gaf het heel constant weer.

Vet: 19,2%

Water 56,3%

Spier: 40,7%

Nou mag een mens een beetje vet hebben, maar als ik het goed begrijp, draag ik nu 0,192*68,4 = 13,13 kilo vet bij me. Stel dat je 2 kilo ver achter de hand zou moeten hebben voor tijden van schaarste, dan zou ik toch ruim 11 kilo moeten verbranden of omzetten in spiermassa. Wat kan een maand intensief fietsen daaraan bijdragen? Het zal mij benieuwen. Over een maand sta ik weer op de weegschaal. Als je de verschuivingen deelt door het aantal afgelegde kilometers, krijg je een factor. Die factor wordt goud waard, want daarop baseer ik straks mijn Fiets je fit met Frans formule.

Join the FFF-program for a fitter life! Dankzij de 3 x F formule zien de vrouwen/mannen mij weer staan! Een fit bestaan was nog nooit zo simpel!

Dit was fase één van Le Grand Plan. Morgenochtend gaat fase twee in, van Amsterdam door de duinen en over de Maasvlakte naar de Zeeuwse eilanden.

Dag 1: Rockanje 11-7-2015

Maasvlakte

Maasvlakte

Om half acht vertrokken met oostenwind. Langs de Ringvaart tot voorbij de Kaag, dan via Warmond naar Katwijk. Een mooie gladde gladde zee en ik word overvallen door het vakantiegevoel. Het lijkt net alsof het jaren geleden is, dat ik de zee voor het laatst zag. En in Katwijk is er eindelijk koffie. Ik keek wel verlangend naar elk terras waar ik langs fietste, maar alles was dicht. Behalve de MacDonalds bij de A44 dan, maar er zijn grenzen.
De zon komt nu goed door en het wordt warm. En de wind ruimt naar het zuidwesten en trekt aan. Het is verleidelijk om te gaan zwemmen, maar ik durf mijn fiets met de spullen niet achter te laten op de boulevard. Dan langs de duinen naar Den Haag. De wind is inmiddels een dikke vier en ik moet stevig doortrappen om de gang er in te houden. Het gaat nu duintje op, duintje af. De gemiddelde snelheid valt me tegen, was die het eerste uur nog ruim 18 km, nu loopt die langzaam terug naar de 15.

Op het pad is het knap druk, hele troepen wielrenners, luid schreeuwend naar elkaar: tegenligger! (Dat ben ik dus). Ook interessant is de etiquette. Van zeilen ben ik gewend dat je elkaar groet en dat gebeurt hier ook. Althans, vakantiefietsers met bagage groeten elkaar. Maar daar is iets bijzonders aan de hand. Mannen groeten mij sowieso. Als een stelletje naast elkaar fietst, groeten ze mij beiden. Maar als ze achter elkaar fietsen, dan groet de man (die altijd voorop fietst) mij wel, maar de vrouw niet. Vrouwen alleen groeten wel, maar vrouwen samen groeten niet.

ferry

Op de ferry

In Hoek van Holland neem ik de ferry naar de Nieuwe Maasvlakte. Dat is een rare overgang, van de duinen naar een hyperindustrieel landschap, overal schoorstenen en gigantische blokkendozen achter hekken. En dan opeens een dijkje over en ik rijd door een prachtig duinlandschap met links het Oostvoornse meer. Een prachtige rit door de Oostvoornse duinen eindigt iets voorbij Rockanje. Daar sta ik nu op een veldje tussen de caravans. Naast mij een caravan met dubbele voortent en twee enorme koelkasten vol bier. Dat belooft wat voor vanavond. Tentje opzetten, douchen en meteen fietsbroek uitwassen en dan naar t campingrestaurant voor patat met biefstuk. En housemuziek op t terras. Wat kan t leven soms toch mooi zijn.

En dan nu de dagstatistiek!

Uren gefietst: 7.07.44
Gemiddelde snelheid: 15,1
Topsnelheid: 33
Afgelegde afstand volgens GPS: 107,6
Afgelegde afstand volgens de kaart (route nagelopen met de curvimeter): 98

Dag 2: Nieuwvliet 12-7-2015

Brouwersdam

Brouwersdam

Om kwart voor zes wordt ik wakker van een kraai in de boom boven mijn hoofd. Echt klaarwakker. Wakker wakker, zeg maar. Terwijl ik lig te bedenken waarom de kraaienjacht ook alweer verboden was, begint het zachtjes te regenen. Okee, okee ik sta wel op. Tegen de tijd dat alles ingepakt is en ik de natte tent in de zak gewerkt heb, is het weer droog. Een verstandig mens ziet daar een voorteken in, maar ik niet.

Hup de Haringvlietdam over, leuk dammetje, mooi uitzicht. Ik fiets over mooie oude dijkjes richting Brouwersdam. Voor deze dam wil ik nog even koffie drinken bij restaurant D’n Dollen Beer. Maar dat was al te dol. Tent op slot en beer nergens te vinden. Ik volg braaf de bordjes en rij bovenop de dam naar Goeree-Overflakkee. Pats! Wat een wind! Pal tegen en terwijl ik tergend langzaam naar de overkant kruip, zie ik links van mij een tweede weg in de luwte. Omkeren en onderlangs opnieuw beginnen? Welnee, wat een flauwekul. We doen de koninklijke route. Totaal uitgeput bereik ik de overkant. Op windfinder zie ik dat ik SW 6-7 tegen heb gehad.

En dan is er koffie. In hotel Het Klokje dat een uitnodigend bord buiten heeft staan. Wat een deceptie! Een zeldzaam smerige lauwe bak. Met een bevroren stuk appeltaart. Als er belangstellend wordt gevraagd of het smaakt en ik beleefd zeg dat de appeltaart wel wat fris was, is het vrolijke antwoord: Ja die bewaren we hier altijd in de koelkast! Waarvan akte. Als ik onbevredigd verder fiets, blijkt er 500m verder om de bocht een prachtig terras onder grote platanen met Illy koffie te zijn.

Om even aan de wind te ontkomen, fiets ik Schouwen Duiveland binnendoor. De laatste paar kilometers door de duinen bevatten een paar hele steile klimmetjes. Hijgend kom ik aan bij Staatsbosbeheer, die prima ecologische koffie bereidt in een echte espresso machine. Ik bereid me mentaal voor op de Oosterscheldekering. Daar was de Brouwersdam een lachertje bij. Een dikke 7 schuin rechts van voren en ik zit in zo’n laag verzet dat ik nog net 10 km per uur haal. En wat is dat kreng lang! Bij Neeltje Jans eet ik twee bananen om nog vooruit te kunnen. Als ik dan eindelijk aan het einde van de kering ben, moet ik nog een paar kilometer naar rechts. Voor het uitzicht sturen ze je over de dijk, dus nu dezelfde wind van linksvoor. Over het Veerse meer en dan eindelijk kan ik Walcheren in.

Eerst een spekpannekoek als lunch en dan in een rechte streep naar Vlissingen. Veel windsingels langs de wegen, dat scheelt. Dan met de pont naar Breskens (stevige deining) en dan nog tien kilometer naar de camping van Nieuwvliet. Je raadt het al, vanwege de dijkverzwaring worden de fietsers langs de buitenzijde van de duinen gestuurd. Tegenwind!

Maar dan. Hartelijke ontvangst, mooi plekje, prima douches. Eten om de hoek en dan merk ik dat ik aan de goede kant van de Schelde ben aangeland. At ik gisteren op de camping een taaie ribeye met een flesje bier en softijs toe, vandaag krijg ik voor hetzelfde geld een vers getapt glas dubbel, een gigantische kom verse vissoep (vers vers) en een perfecte biefstuk. Een gelukzalig gevoel maakt zich van mij meester.

De statistieken:

Gefietste tijd: 7.28.14
Afgelegde afstand volgens GPS: 96,8
Afstand volgens de kaart: 92
Gemiddelde snelheid: 13,0
Topsnelheid: 29,8

Dag 3: Pollinkhove 13-7-2015

Damstervaart

Damstervaart

Het hele verslag van deze dag is foetsie. Opgeslagen op mijn telefoon dacht ik, maar blijkbaar niet. Dus komt hier een samenvatting. Dit keer is het droog als ik inpak, maar niet te vroeg gejuicht! Zodra ik ga fietsen, begint het te regenen. Dat zal eigenlijk de hele dag zo doorgaan. Omdat ik me voorgenomen heb om wat meer pauzes te nemen, drink ik na een uurtje koffie in Hulst aan de grens. Daarna volg ik de Damstervaart naar Brugge. Een heel lange kaarsrechte vaart met bomen aan weerszijden. Omdat t zo regent, heb ik mijn regenbroek maar aangetrokken.

Dan volgt nu een intermezzo voor Pieter Sparre. Even later wordt ik ingehaald door een vrouw in korte broek en blote benen op een elektrische fiets. Dat laat ik niet over mijn kant gaan. Ik trek mijn broek uit en zet de achtervolging in. Als ik haar bijna heb ingehaald, kijkt ze achterom. Ze slaakt een kreet en stuift er vol gas vandaar. Tja, als t zo moet. Ik trek die broek maar weer aan vervolg mijn weg in een rustiger tempo. Aan het einde van de vaart staat er een busje van de rijkswacht langs de kant van de weg. Vanachter de ruitenwissers kijken twee gendarmes me onderzoekend aan, ik knik vriendelijk en vervolg mijn weg.

In Brugge opnieuw koffie. Na Brugge verandert het landschap, het wordt heuveliger en bos wisselt af met kleine akkers. De wind trekt weer aan en ik moet flink doortrappen. Ik picknick in de regen in het bos, omdat het enige restaurant dat ik passeer me er te sjiek uitziet. Het landschap wordt wat saai, weilanden, akkers en groepjes rode bakstenen huizen. Dat gaat wel een uur of twee zo door.

IJzertoren

IJzertoren

In Diksmuide leidt de route langs de voet van de IJzertoren, een grimmige grijze betonnen pilaar, monument van Vlaams nationalisme. Na de Eerste Wereldoorlog is er een monumentale bakstenen toren geplaatst als herinnering aan de strijd van de Vlamingen tegen de Duitsers aan de oevers van de IJzer. Die toren is onder onopgehelderde omstandigheden opgeblazen, vandaar nu dit bomvrije betonnen exemplaar. (Ik vertel dit uit mijn hoofd, dus hou me de details ten goede). Op de resten van de oude toren staat het volgende gedicht:

Hier liggen hun lijken
als zaden in t zand
Hoop op de oogst
O Vlaanderenland.

Form follows function?

Form follows function?

Even overweeg ik om in Diksmuide te overnachten, maar dan zie ik op de kaart dat een stukje verderop een bad en breakfast is. Een warm bad, daar verlang ik naar! En ik vind het ook wel een aantrekkelijke gedachte om die naargeestige toren achter me te laten. Dat worden dan vijftien hele lange kilometers langs de IJzer, terwijl de wind aanzwelt en de regen me in het gezicht slaat. Het bad en breakfast heeft een briefje op de deur. Gesloten. Dan maar doorfietsen naar Lo, dat meerdere hotels heeft. Ik wil nu een kamer met ligbad, kan me niet schelen wat het kost. Alles blijkt vol of gesloten.

Dus eindig ik op de boerencamping van Pollinkhove, waar ik achter een heggetje nog een klein beetje beschutting tegen de wind vind. Het is dan even gestopt met regenen, dat dan wel.

En dan nu de statistieken (helaas deels uit t hoofd).

Uren gefietst: 8.30 (inclusief een uur zoeken naar hotels en camping)
Afgelegde afstand volgens GPS: ca 105
Afgelegde afstand volgens de kaart: 95
Gemiddelde snelheid: ca 12,nog wat
Topsnelheid: 29,iets

Dag 4: Tournehem sur la Hem 14-7-2015

Wattenberg

Wattenberg (Mont Watten)

Op de gebruikelijke tijd op, de hele camping is nog in diepe rust. Natte tent inpakken en wegwezen. Weer hetzelfde landschap, klein beetje golvend, hier en daar een uitgestorven dorpje. Ik voel de kilometers van gisteren nog in mijn benen en achterwerk. Ik neem me voor het nu echt een keer wat rustiger aan te doen. Opeens rijd ik een dorpje in, waar de voltallige brandweer met gepoetste helmen op het plein staat. Quatorze juillet en ik ben in Frankrijk! Even later drink ik koffie en kijk met wat bejaarde Fransen naar een megascherm waarop Hollande die ongeduldig staat te wachten op de militaire parade, die maar niet wil starten. Tussendoor interviews met de commandant die het luchteskader aanvoert en met een bestuurder van militaire drones, die niks los wil laten.

Het blijft verder allemaal een beetje van hetzelfde, enorme akkers met rogge, mais en ook wel vlas. En het blijft maar waaien, nog steeds pal tegen, maar daar ga ik niet meer over zeuren. Dat weten we nu wel. Ik zie de wind nu gewoon als een helling waar je tegenop fietst, schakelen naar een lagere versnelling en trappen maar. De wegen zijn hier van betere kwaliteit dan in België, wat het rijplezier ook verhoogt. Het wordt pas interessant als ik de loop van de IJzer verlaat (die inmiddels geslonken is tot een miezerig slootje) en wat meer ga stijgen en dalen. Net als ik wat brood en worst (ja nog uit Amsterdam) wil gaan eten, zie ik een oude ruïne. Het blijkt een vervallen middeleeuws klooster te zijn. Dit is Le Watt. Daarachter een mooie afdaling van 13%.

Onderaan in het dorpje zie ik een klassiek Frans restaurant, ik ga vol in de remmen en schiet het terras op. Net op tijd de keuken, sluit bijna! Nu neem ik revanche voor gisteren (ik at toen Adventurefood, ofwel avonturenvoeder, uit een plastic zak, bestaande uit korrels waar je heet water op giet. Het was een rijstcurry met vruchten om precies te zijn). Maar nu! Eerst melon au jambon avec cerises (heerlijke rinse kersen uit de streek), daarna de echte Franse steak tartare! Gemalen biefstuk gemengd met kruiden en een rauw ei. Dat kunnen ze alleen hier zo lekker maken. Voedsel voor mijn getergde spieren!!

Daarna begint het echte werk, lange steile hellingen, die ik niet altijd in een keer opkom (het lukt me maar niet om leestekens op de letters te zetten), afgewisseld met spectaculair eafdalingen. Boerderijen zoeven voorbij, valse waakhonden doen vergeefse pogingen om mij in te halen, maar ik ben iedereen te snel af! Tijdens de eerste afdaling hoor ik opeens de stem van mijn collega Annemieke die zegt: neem je wel een helm mee? Ai! Als ik uitgerold ben, zet ik m op. Na opnieuw een hele lange klim kom ik aan in Tournehem sur le Hem, mijn bestemming voor vandaag.

Als op hetzelfde terrein een hotel en een camping zijn gevestigd, beide met ruim plek, is de keuze snel gemaakt. Ik neem een kamer en hang de natte tent uit. Een interessant dorp, niet alleen omdat Le grand batard, broer van Karel de Zwijger en zoon van Filips de Goede hier gewoond heeft, maar ook omdat Julius Caesar hier een weg naar de kust liet aanleggen, om vandaar naar Engeland over te steken.

Caesar, Claudius, Hadrianus en Septimus Severus, allemaal reisden zij over deze weg

Caesar, Claudius, Hadrianus en Septimus Severus, allemaal reisden zij over deze weg

Het gebruik van een kamer stelt me in staat om een lastig probleem op te lossen. Ik heb even geaarzeld of ik dat zou opschrijven, maar het is een belangrijk onderdeel van deze laatste twee dagen geworden. En dit is bovendien een leerzaam verhaal voor alle avonturiers in de wildernis. Kijk, ik vond natuurlijk dat ik na een paar keer trainen wel opgewassen was tegen een maandje fietsen. Alle verhalen over de man met de hamer kende ik nu wel. Gewoon goed eten, niks aan het handje. Maar op wie ik niet gerekend had, was de man met de schaaf, met de billenschaaf om precies te zijn. Mijn achterwerk is er echt niet aan gewend is om zoveel uur per dag op een zadel te zitten. Dat vertaalde zich al na twee dagen in een blaar precies op de plek waar de zeem van de fietsbroeken ophoudt. Je kunt dit stukje overslaan hoor, als je niet geïnteresseerd bent in DHZ EHBO.

Maar omdat je niet op die plek kunt kijken, wist ik niet meteen wat er aan de hand is. Dus nam ik gisterenavond in de tent eerst maar een paar foto’s om te snappen waar dat stekende gevoel toch vandaan kwam. Ik kon toch moeilijk de spiegel uit het campingsanitair meenemen naar de tent! En ik keek in mijn Rode Kruis app, naar wat te doen bij blaren. 1.Trek twee steriele handschoenen aan. 2. Ga omzichtig te werk, etc. Nou ja, allemaal van die waardeloze aanwijzingen in mijn situatie. Ik kocht dus om te beginnen betadinezalf. Flink smeren tegen een mogelijke ontsteking, want anders is het einde vakantie en sta ik een week na vertrek, met hoon overladen, op perron 14a van Amsterdam Centraal. Maar smeren lost de oorzaak niet op. Dus ik naar de apotheek, want het Rode Kruis schrijft afdekken met second skin van Hansaplast voor (dat zal wel de sponsor van de app zijn). Dat merk verkopen ze hier natuurlijk niet, maar ze hebben wel gelpleisters om op een blaar te doen. Ook geschikt voor het zitvlak. Geef die dan maar.

Volgende probleem, en nu komt de hotelkamer in beeld, maak de wond schoon en vetvrij alvorens de pleister aan te brengen. Daar heb ik vanmorgen niet op gewacht, maar meteen in de wc van het café op goed geluk de pleister op de vette (van de zalf) blaar geplakt. Wat een opluchting, het fietsen ging al weer veel lichter. In het hotel vervolgens de boel goed bestudeerd in de spiegel en daarna een echte operatie uitgevoerd. Na het douchen de wond afgespoeld met sterilon. Toen met een nagelschaartje (ontsmet met een aansteker) in de rechterhand en de iPhone in de linkerhand (om beeld te hebben) als een echte chirurg de losse velletjes weggeknipt. Een soort van kijkoperatie zeg maar. Nog meer sterilon en toen een nieuwe gelpleister goed gepositioneerd.

En daarna une promenade par la village et une pression sur la terrasse. Want de zon schijnt weer!

Marie van Tournehem de la Hem

Marie van Tournehem de la Hem

Dagstatistieken

Gereden tijd: 5h40
Afstand volgens GPS: 73,3
Afstand volgens de kaart:
Gemiddelde snelheid: 12,9
Hoogste snelheid: 39

Dag 5: Roussent 15-7-2015

Tevreden fietser die een pain au chocola heeft gegeten

Tevreden fietser die een pain au chocola heeft gegeten

Vanmorgen vroeg nog research gedaan naar fietsen en blaren. Ik zal jullie alle verschrikkelijke uitwassen besparen die fietsers aan elkaar beschrijven. Net als alle elkaar tegensprekende adviezen, zoals natuurzeem is beter want dat geeft minder wrijving, nee kunstzeem dat is hygiënischer, vet je achterwerk in tegen de wrijving, nee nooit invetten dat verstopt de poriën. Maar ik vind ook nog wat bruikbaars. Regelmatig even stoppen en lopen, wat vaker een klimmetje staand maken en bij afdalingen ook gaan staan. Dan stroomt t bloed wat beter door. Dus daar heb ik me vandaag aan gehouden.

Soms is het een uitdaging om met ogen van de lezer te kijken. Vooral als het landschap gehuld is in nevels, het continu regent en je bril een soort van vitrage geworden is tussen jou en de wereld om je heen. Dan ben je vooral naar binnen gekeerd en niet zo bezig met wat leuk is om straks op te schrijven.

Vandaag heb ik de eerste echte klimmen gehad. Die kun je toch beter in de regen doen, dan in de brandende zon, hou ik mezelf voor. Ik bof maar dat het regent! En dan ook nog een verkoelend windje!
De eerste klim duurde drie kwartier over een knobbelige weg en bovenaan gebeurde iets moois. Daar lag een gloednieuwe pikzwarte asfaltweg te glimmen die zich uitstrekte tot in het dal, zo ver als het oog kon reiken. En hup daar ging ik.
Eerlijkheidshalve moet ik hier vermelden, dat ik in de remmen ging knijpen toen de snelheid boven de 40 kwam. Dat bochtenwerk met die tassen moet ik nog oefenen. En misschien hoeft t ook niet zoveel harder. De afdaling eindigde pal voor een enorm kasteel, helaas propriete privé .
Het is hier trouwens een prachtige omgeving, ook goed om te wandelen. Ik kom beslist nog terug.

Vandaag was een dag van mijlpalen. Ik heb de Noordzeeroute achter me gelaten en ben door de heuvels en de bossen van Le Wast naar Doudeauville gereden, waar ik de aansluiting op mijn nieuwe route naar Saumur heb gevonden. Die ga ik nu de komende 550 km volgen.

Tijdens de lunch in Desvres (terrine de lapin met patat voor 9 euro) heb ik een diepe belediging moeten incasseren. Twee bouwvakkers staan eerst uitgebreid mijn fiets te bestuderen. Dan informeren ze naar mijn route en vervolgens zegt de een: c’est un velo electrique, non?
NON! Monsieur, dit is een fiets op spierkracht!
Maar dan begint het lange dalen, ik volg de loop van de rivier La Course gedurende ruim 30 kilometer. Dat is 30 km de helling mee (dat compenseert mooi de tegenwind). Als ik na 75 kilometer weer een hele lange helling in het open veld op moet, begin ik het koud te krijgen. Inmiddels is alles doorweekt, het water staat in mijn schoenen en ik zit al een halve dag op een spons. En mijn andere bil steekt. Als ik langs een heel leuk landelijk hotelletje fiets, klaart het weer net wat op. Maar daar trap ik niet in, dat kan nooit lang duren. Dus ik neem weer een kamer en plak een pleister op mijn andere bil.

Leuk en landelijk

Leuk en landelijk

A room with a rather peculiar view

A room with a rather peculiar view

En dan weer de statistieken:
Tijd: 5:53:41
Afstand volgens GPS: 80,3
Afstand volgens Kaart: 75
Gemiddelde snelheid: 13,6
Hoogste snelheid: 40,8
Totaal gestegen 721 meter
Totaal gedaald 740 meter

Dag 6: Eu 16-7-2015

IMG_3791

Gisterenavond na het douchen wilde ik nog even wandelen. Het maakte niet uit welke kant ik opliep, overal werd ik aangeblaft door woedende honden. Toen een enorm bruin monster verwoede pogingen deed om zich door de spijlen van een gietijzeren hek heen te vreten, om maar aan mijn kant te kunnen komen, had ik er genoeg van. De hele natuur is tegen mij, ik ga wel weer naar het hotelletje.

Gelukkig is er een uitstekend diner in het hotel, ik neem er een half flesje Rhonewijn bij. Prompt blijkt het voorgerecht een halve meloen gevuld met port te zijn. Daarna komt er Gigot, een soort ribeye van schaap, daarna een plateau met kazen en tot slot bestel ik Iles flottantes (in de oven gedroogde kluiten eiwit, die drijven in een crème anglaise. Ik heb dat wel eens zelf geprobeerd te maken, maar dat ging niet goed. Nu heeft de kokkin mij het geheim uitgelegd. Dat wordt lekker slapen vanavond.

En dan, onder de koffie, hoor ik een klein piepstemmetje in mijn hoofd, wanneer begint de vakantie nou? Dit is toch vakantie, zeg ik. Maar ik vind t geloof ik niet zo leuk zo, piept het stemmetje. We fietsen alleen maar. OK, dan gaan we morgen Nouvion bekijken zeg ik, maar nu gaan we slapen! Ja naar Nouvion, woonplaats van Rene Artois!

In de ochtend is het opnieuw grijs, maar t regent niet. Na een uur wordt t een beetje warmer en halverwege de ochtend kunnen trui en lange broek uit. De wolken laten elkaar los en er komt steeds meer blauw in de lucht. Wauw, wat kan dat lekker zijn, zon!

In de bossen bij Nouvion

In de bossen bij Nouvion

Moet ik in het begin nog een paar keer flink klimmen, kuitenbijtertjes noemen ze die hellingen in het gidsje, langzaam aan wordt het steeds egaler.
Dan kom ik in de bossen bij Nouvion, waar Michelle van la Resistance zich jaren lang heeft schuilgehouden. Nu gaan we op zoek naar café Rene voor een koffie. Maar helaas, natuurlijk niets te vinden dat daarop lijkt, net zo min als een leuk pleintje. Je snapt niet dat ze niet iets georganiseerd hebben voor bedevaartgangers zoals ik. Bij de apotheek (meer pleisters) verwijzen ze me naar de enige plek waar je koffie kunt drinken, een brasserie aan de doorgaande weg. OK, dan doen we dat toch. Een hypermodern gebouwtje, La Détente geheten, met een restaurant aan de voorzijde en een frietluik aan de zijkant. Een kilometer of twee verderop, in een ander dorpje, tref ik ineens wel helemaal de ‘Allo ‘Allo sfeer uit de serie aan.

La Détente

La Détente

Ik neem me plechtig voor om niet te lang door te gaan vandaag. Ik heb er nogal een handje van om er toch telkens weer een uurtje aan te plakken, omdat t zo lekker gaat. Om na dat uurtje tot de conclusie te komen, dat ik beter had kunnen stoppen. Ik ga dus naar Eu, een plaatsje aan de Atlantische kust. Dat is ongeveer 65 kilometer.
Het kustgebied is hier hartstikke mooi, op de hoogste punten kijk je over volle akkers met wuivend graan en daarachter, in de verte, zie je dan de zee. En t wordt al maar warmer, ik geniet enorm van de zon en het zachte oostenwindje. Omdat ik geen restaurant kan vinden, picknick ik in een dorpje naast de kerk. Stoeltje in het gras en onder een grote boom. Vlak voor Eu begint een enorme afdaling en dan opeens sta je in een lawaaiige stad.
De camping is zo gevonden, in het park van het kasteel, pal tegen het centrum aan. Voor 6 Euro sta ik in de schaduw van een paar enorme bomen. Om half vijf heb ik kleren gewassen en gedroogd, mezelf gedouched en lig ik in de schaduw naast de tent.
O ja, vanavond kook ik zelf. Rijst met merquez en gestoofde tomaat en courgette. Belgische kersen toe.

Vive la France, Vive la vie!

A tent with a view

A tent with a view

O ja, de statistieken. Die zijn verloren gegaan, iPhone was oververhit geraakt. Wat ik nog weet is een afstand van 65 km, een top van 42,8 en fietsduur ruim vijf uur.

Dag 7: Yerville 17-6

Ik wilde nog weten hoe dit gewas heet

Ik wilde nog weten hoe dit gewas heet

OK, ik ben nu wel een beetje uitgeraasd. Ik ben niet meer zo gefixeerd op kilometers maken, het wordt tijd om weer eens om me heen te kijken. Wie woonde er ook al weer in Dieppe, op zo’n 10 km van de route? Juist, Natasja, die samen met haar man Amir daar een hotel heeft. Via Google heb ik haar zo gevonden, de Auberge du Vieux Puits heet het, naar het dorpje dat tegen Dieppe aanligt. Ik ken Natasja van mijn vorige werk, zij had toen samen met een vriendin een projectbureau in de museumsector en wij huurden haar in voor klussen. Dus Natasja gemaild en afgesproken dat ik om elf uur op de koffie kom. Dat wordt weer vroeg op en dan, bij het inpakken, ontdek ik dat ik de rubberen bedding van de stuurhouder van mijn iPhone kwijt ben. Gisterenavond verloren bij het boodschappen doen. Ik besluit de route terug te fietsen, wie weet ligt ie er nog. Maar vrijdag is marktdag in Eu en het hele centrum staat vol kramen en bestelbusjes. Kwijt is kwijt. Voorlopig vul ik de houder maar op met wc-papier tegen het rammelen. Een iPhone aan je stuur is echt ontzettend handig, want als het gidsje zegt, na 3 km schuin naar links, dan zie ik in 1 oogopslag wanneer dat punt bereikt is. Misschien kan ik in Dieppe een nieuwe houder kopen. Er staat weer een fris tegenwindje, maar het lukt me om iets over 11 bij Natasja aan te komen.

Onderweg zie ik nog iets geweldigs. Er komt me een Frans stel op een tandem tegemoet, dat me begroet met een luid geclaxonneer. Die tandem is een combinatie van een ligfiets voor en een gewone fiets achter. Zo kijkt de stoker niet tegen de rug van de machinist.

De tuin van de Auberge

De tuin van de Auberge

Ik moet lachen als Natasja met een baal wasgoed onder haar arm de trap afkomt, symbool van haar nieuwe leven. Ze hebben een prachtig huis op een heel mooie plek, met uitzicht op zee. De Auberge was vroeger onderdeel van het domein van de familie Dumas en Alexandre moet hier ook nog gewoond hebben. (Eén voor allen en allen voor één). Ik word hartelijk ontvangen, ik krijg een kleine rondleiding en we praten wat over ons gedeeld verleden en de mensen uit die tijd. Dan moet Natasja haar dochtertje ophalen uit de crèche. Wat me opvalt, is hoe goed ze hier geland is. Als ik op haar uitnodiging nog lunch op het terras, krijg ik een perfecte drie gangen lunch geserveerd door een Oostenrijkse stagiaire. Ze staan niet voor niets in de Michelingids. Na afloop komt Amir nog even uit de keuken, hij is ook de chef-kok hier. Op het terras voltrekt zich ook een kleine ramp, mijn iPhone valt op de grond en het glas aan de achterzijde zit vol barsten. Gelukkig is het niet de voorkant en heb ik duct-tape bij me. Inmiddels ben ik een ervaren plakker van achterkanten geworden, dus dit is zo gepiept.

IMG_3804

Eigenlijk wil ik op aanraden van Natasja nog een stuk over de krijtrotsen fietsen, maar tegen de tijd dat ik mijn nieuwe stuurhouder gescoord heb, begint het weer te regenen. Net op het punt dat ik moet beslissen, zie ik een fietspad dat over een oude spoorlijn loopt richting mijn eigen route. Treinen kunnen maar zachtjes klimmen, dus je bent verzekerd van een zachte helling die vriendelijk is voor je benen. Maar dan. Neem ik nu de laatste camping voor de komende 60 km of ga ik nog even door? Het giet inmiddels, dus worden het toch nog wat kilometers vandaag.

Het hotelletje in Yerville heeft een kamer met ligbad, tot mijn genoegen. Als ik vraag Avez-vous des chambres libres? Krijg ik als antwoord: ha! Hoeveel had u er gewild? Nou eentje is eigenlijk wel voldoende. In dat geval krijg ik la chambre chinoise. En het diner? Er is alleen le plat du jour: Patat met gefrituurde kippepoot, met een rolmops vooraf. Te nuttigen voor de televisie waarop ik een zeer bemoedigend weerbericht zie.

A room with a modest view

A room with a modest view

Totale afstand: 81,7 volgens GPS
Totale afstand volgens kaart: 76
Gemiddelde snelheid: 12,2
Hoogste snelheid: 39,3
Totale fietstijd: 6:41
Totaal gestegen: 711
Totaal gedaald: 618

Dag 8: Jumieges 18-7-2015

De mooiste ruïne van Frankrijk

De mooiste ruïne van Frankrijk

Er komen nu twee dagen van mooi weer, daarna gaat t weer regenen. Dus ik plan vandaag een halve rustdag in het dal van de Seine.
Ongeveer 40 kilometer fietsen schat ik.
Dan ga ik ook eens mijn Grand Plan evalueren, want wat jullie natuurlijk allang zagen aankomen, begint nu ook langzaam tot mijn hersens door te dringen. Ga ik door met mijn oorspronkelijke route tot de tijd op is, of kort ik het rondje in?

Ik ontbijt ook weer voor de televisie en ik kijk met de eigenaresse naar de yogales, waarin ‘de schildpad’ wordt uitgelegd. Die oefening doe ik elke dag, zegt ze, die is zo goed voor je rug.

Het is nog knap koud zo in de ochtend. Het zal niet meer dan twaalf graden zijn. Toch is dat perfect fietsweer. Jumieges is ook een mooie plek om te stoppen, omdat het aan de Seine ligt, dat wil zeggen, in het dal. Aan de overkant rijst een ontzagwekkende groene muur op, waar hier en daar witte rotsen doorheen schemeren. Niet voor niks heet het daar Haute-Normandie! Die beklimming komt morgenochtend wel, als het nog koel is.
In Jumieges bezoek ik eerst de overblijfselen van de abdij, geroemd als de mooiste ruïne van Frankrijk. Er staan nog indrukwekkende torens overeind en een deel van het schip van de kerk.
In een van de bijgebouwen is een tentoonstelling van landschapsfoto’s van Henri Cartier Bresson. Het valt me weer op hoe opgepoetst de wereld is waarin wij nu leven, in vergelijking met de jaren 50 en 60. (ja, ik schreef al dat dit blog in essentie gaat over ouder worden).

Echt de mooiste ruïne

Echt de mooiste ruïne

Dan naar de camping, er zijn er twee volgens het boekje. Een aan het water en een in het bos. Ik ga voor water. Maar als ik daar aankom, vind ik het maar niks. Receptie gesloten, jongeren op scooters met muziek. Ooit vond ik dat een pre, maar nu denk ik alleen maar aan mijn rust. Dan toch maar naar het bos? Die adverteert met een verwarmd zwembad, is dat dan een pre?
Als ik wat twijfelend daar naartoe fiets, kom ik langs een camping à la ferme. Ik zie een aantal half ingestorte schuren, kippen, wat caravans en een man die onder een afdak een kippetje zit te roosteren. Hier vind ik mijn rust wel!

Camping à la ferme

Camping à la ferme

Totale afstand: 44,3 volgens GPS
Totale afstand volgens kaart: 35,5
Gemiddelde snelheid: 13 7
Hoogste snelheid: 38,2
Totale fietstijd: 3:14
Totaal gestegen: 283
Totaal gedaald: 422

Dag 9: Bernay 19-7-2015

Pont over de Seine

Pont over de Seine

Zo grappig, gisterenavond begon t ineens te gieten. Dat betekende weer vroeg naar bed en een einde aan het vreugdevuur van de buurmeisjes, twee havo-docentes uit Haarlem. Die hadden van de boer een oude barbecue (en een brandblusser) gekregen om een houtvuurtje op te maken. Ze waren zeer geïnteresseerd in mijn tocht en mijn werk. Maar toen het woord archief viel, was t gesprek toch snel over. Volgende keer toch maar zeggen dat ik voor Unicef werk of van mijn aandelen leef.

En nu een woord tot jullie Lieve Lezers, hartstikke bedankt voor alle leuke berichten van afgelopen week. Dat stimuleert mij om door te schrijven.

Ik heb ook minder leuke berichten gekregen, zoals deze van AirBnB:
“Diderick heeft ingestemd met je verblijf bij Monumentaal huis in hartje centrum voor 5 gasten en 4 nachten met aankomst op don, 27 augustus…”
Wie is Diderick, over welk centrum hebben we het en wie heeft mijn account bij AirBnB gehacked? Als Diderick maar niet denkt dat ie geld van me krijgt. Hij zoekt t maar uit met zijn monumentale huis met hoofdletter M en zijn ck. Aansteller. Volgens mij heet ie gewoon Diederik.
Enfin, eerst uitzoeken hoe ik contact kan opnemen met AirBnB.

Gisterenmiddag boekje gelezen, gekeken naar de boer die met zijn antieke trekker zat te hannesen en een café met wifi gevonden. ‘Natuurlijk’ weer uitstekend gegeten voor weinig. Dat begon met Corsicaanse worst met vijgencompote, daarna kip met camembertsaus en vul de rest zelf maar in. De eigenaresse van het restaurant komt speciaal vragen wat ik van de worst vind. Zij is Corsicaanse en heeft de worsten zelf ingekocht.

Ik heb me ook op de route beraden. Het hangt r nu van af van hoe snel ik in Tours ben. Daar besluit ik dan hoe t verder gaat. Maar dat hele rondje van 2500 km is natuurlijk onbegonnen werk in die maand, dat wil ik nu wel toegeven.

Die regen en de camembertsaus hielden me wel uit mijn slaap, dus met een beetje brak gevoel, in de ochtendvroegte, alle natte zooi op de fiets gebonden, met de pont de Seine over (die stroomt behoorlijk hard!) en dan een hele lange klim door het bos. Een reetje langs het pad heeft me pas heel laat in de gaten en verdwijnt dan met een reuzesprong in de struiken.

Langzaam kom ik in het echte Normandië! Ik fiets langs kleine riviertjes met aan de oevers huisjes in Asterix en Obelix-stijl. Lage vakwerkmuren, steile, ver overhuivende rieten daken en bloembakken voor de ramen.

Asterix en Obelix stijl

Asterix en Obelix stijl

Nog geen everzwijn gezien trouwens, in de bossen hier. Je hoort altijd veel vogels (en honden) en verder zie je vooral koeien. En veel dode dieren langs de weg. Konijnen, een haas, twee uiltjes en gisteren zelfs een das lang de kant van de weg. De wegen zijn hier zo rustig, dat dieren verrast worden door het verkeer. Denk ik.
Dat verkeer is nog een verhaal apart. Fransen scheuren graag over die kleine weggetjes en als Hollander in de auto vervloek ik ze als bumperklevers, maar met fietsers zijn ze heel voorzichtig. Ze rijden in een enorme boog om je heen en anders blijven ze liever achter je hangen dan dat ze vlak langs je moeten. En je word dan niet betoeterd, ze wachten rustig tot er ruimte is of ik even de berm induik. Heel anders dan in België en Nederland dus.

Ik wilde vandaag weer een half dagje doen, dat komt ook beter uit met het volgende traject. Dus ik eindig in Bernay. Een prachtig middeleeuws stadje. Helaas is het ene hotel onvindbaar, het andere gaat pas om 5 uur open. Dus wat doe je dan? Precies, naar het plaatselijk museum. Tussen het kantwerk en de oude borden, hangen ook twee schilderijtjes van Jan van Goyen, beide van een gezicht op de burcht van Dordrecht. Verder veel dramatische schilderijen zoals La cuisine embarrassee, waarin de kok vertwijfeld naar een enorme berg wild en vis staart en de koksmaat de achterdeur uitsluipt. Of Les emigrants, een stelletje zeezieke landverhuizers aan dek van een bark. Dat soort werk dus. Maar een pracht van een negentiende eeuws gebouw zeg, met een enorme lichtkoepel boven de grote zaal.
Als de dames aan de receptie vragen wat ik er van vond en ik zeg dat ik de Jan van Goyens een leuke verrassing vindt, snappen ze me eerst niet. Aha Jann vann Goyenne! Vue de D’or Drekt.
En dan naar de kerk, mooie architectuur maar de ramen en het interieur zijn niet erg spannend.

Bernay

Bernay

Om kwart voor vijf ga ik op de stoep van het hotel zitten, om alle andere fietsers en wandelaars te slim af te zijn. Stel je voor dat de boel vol zit! Dan ben ik mooi in de aap gelogeerd, want dan kan ik met een natte tent naar de camping. Die moet natuurlijk eerst drooggefohnd worden. De deur gaat stipt open om en ik ben de eerste! Mijn fiets mag binnen aan de bar staan. Ik hang mijn tent uit in de kamer, doe een wasje en lucht gelijk de slaapzak.
Bon! Et qu’est-ce qu’on mange ce soir?

Fietsen bij de bar

Fietsen bij de bar

De statistieken:
Tijd: 4:34
Afstand volgens GPS: 59,7
Afstand volgens kaart: 63
Gemiddelde snelheid: 13.1
Topsnelheid: 36,9
Totaal gestegen: 553
Totaal gedaald: 471

Dag 10: Sées 20-7

Broglie

Broglie

Gisterenavond weer Normandisch gedineerd. Rillette de saumon fumee, een grote aardappel gehalveerd en uitgehold en dan gevuld met stukjes gekookte aardappel en spekjes, Canard confit. En voor de vitaminen een fruitsalade toe! Je zou denken dat ik alleen maar dikker wordt van al dat eten, maar het tegendeel is waar. Mijn lange broeken beginnen af te zakken en ik moet op zoek naar een riem. Alles dat ik eet wordt direct omgezet in energie en mijn vetreserves worden aangesproken.

Neem nou een dag als vandaag. Ik ontbijt in een hotel, dus dat biedt wat meer keus. Op de camping ontbijt ik meestal met stokbrood van gisteren en appelstroop met rozijnen. Dat vul ik dan later aan met een pain suisse of een pain aux amandes. Maar vandaag kan er goed ontbeten worden. Een croissant met frambozenjam, wat stokbrood om de rest van de jam op te maken, cruesli met yoghurt, een pot thee en vers appelsap. Om acht uur zit ik op de fiets. Koffie om negen uur en om half elf, tussendoor twee bananen. Om half twaalf eet ik een half stokbrood met paté die ik onderweg gekocht heb. Om kwart over een ben ik toch wat slapjes in de benen, merk ik. De rest van het stokbrood trekt me niet zo aan. Maar gelukkig is er in het volgende dorpje een brasserie met een Lunch de Formule 12 euro. Daar zitten allemaal kerels in geruite overhemden te eten, dus dat zit wel goed. Die Formule bestaat uit een hors d’oeuvre naar keuze uit de saladebar dan pasta met gestoofd rundvlees, uien en wat stukjes augurk, vervolgens wat van het kaasplateau en tot slot een flink stuk flan toe met een petit cafe. Uiteraard drink ik daar water bij, anders kan je net zo goed meteen een kamer nemen. Om twee uur weer op de fiets en om vier uur ben ik op de camping. Deze avond leek me een klein souper wel voldoende, dus ik neem een groot bord met daarop wat kaas, vlees, iets biefstukachtigs en patat.

Het zou de hele dag regenen vandaag, maar na een paar spatjes blijf het droog. Ik heb twee klimmen te doen, gewone (geen pittige of steile, dus 3e of 4e versnelling en heel rustig trappen maar), en verder golft het een beetje op en neer. Maar de eerste 12 km gaan weer over een geasfalteerde spoorweg, naar Broglie. Daar is de kerk open, dus even naar binnen gewipt. Bijna alles aan het interieur is 19e eeuws, maar er staan twee bijzondere 16e eeuwse houten beelden, die opvallen door hun eenvoud en expressie. Ik heb ze gefotografeerd met de iPhone, maar ze stonden in een heel donker hoekje en zijn nauwelijks te onderscheiden.

Broglie

Broglie

Ruïne van St. Évroult-Notre-Dame-du-Bois

Ruïne van St. Évroult-Notre-Dame-du-Bois

Om kwart voor 11 heb ik al 27 km gereden en beide klimmen achter de rug. Maar dan. Dan komt er weer een enorme klim, die ik hijgend en vloekend volbreng. Dat hadden ze toch wel even kunnen vermelden? Ik kom in het dorpje La Ferte Fresnel. Hè wat grappig denk ik, Fresnellenzen, die gebruiken ze in vuurtorens. Maar stond die naam wel in de routebeschrijving? Nee dus, dat betekent: afslag gemist en een uitputtende beklimming voor niks gemaakt. Wat nu? Van omkeren kan geen sprake zijn (immer voorwaarts!) en met een beetje puzzelen haak ik verderop weer aan.

In Sées is het droog, dus ik waag het er op. Ik ga naar de camping en dan naar het stadje, nieuwe pansements pour des ampoules scoren en een beetje rondkijken. En wat eten. Want morgen wordt de zwaarste dag tot nu toe.

IMG_3840

En toen was ik het snoertje van de iPhone kwijt. Die voor nog maar 40% opgeladen was en nu nog maar 24%. Werkelijk geen idee waar dat gebleven is, mijn beste theorie is dat het tussen het stokbrood is geraakt en ik het heb opgegeten. In elk geval betekent dat geen GPS gebruik en geen berichten meer plaats, totdat ik een nieuw snoertje heb. Dat kan nog wel eens tot Tours (180 km) duren.
Now, look what a fine mess you’ve got us into this time!

Gefietste tijd: 5.23
Afstand volgens GPS: 73,4
Afstand volgens de kaart; 72
Hoogste snelheid: 53,3
Gemiddelde snelheid: 13,6 (De laagste snelheid wordt niet opgeslagen, maar sommige klimmen gaan met 4,4 km per uur en dat soms 20 minuten lang)
Totaal gestegen: 698
Totaal gedaald: 621

Dag 11: Sille le Guillaume 21-7

Moordende helling

Moordende helling

De dag is gered door het meisje van de receptie van de camping. Die stuurde me naar de hypermarche voor een snoertje. Daarvoor moest ik wel bereid zijn om zeven kilometer te fietsen en een gruwelijke afdaling maken van 20 minuten. Hoe dieper ik in het dal geraakte, hoe angstiger ik werd. Stel dat ze toch geen snoertje zouden hebben. Dan moet ik ook nog een uur omhoog fietsen en dat voor niks! Maar ik heb hem en de zaak is gered!

Nu eerst maar eten hier in t stadje en dan de klim naar boven proberen te maken. Alleen wel jammer dat de restaurants hier pas om half acht open gaan. Nu ik toch in het stadje ben, kan ik het wachten wel even combineren met rondkijken. Het is een interessante combinatie van historisch stadsschoon en asociale jeugd die elkaar op crossmotoren achterna zit door de smalle straatjes. De toeristen zitten wijselijk bovenop de berg op de camping in het bos.

Ik ben wel een beetje zuur dat ik juist deze dag geen trackrecord heb kunnen maken, want dit was de dag met de meest moordende hellingen en de bloedstollendste afdalingen tot nu toe. Ik heb beslist snelheidsrecords gebroken! Ter compensatie heb ik dan maar een foto gemaakt van de hoogtegrafiek uit het boekje, in de hoop zo toch nog enige bewondering bij jullie te kunnen oogsten.

Het was trouwens een romantisch dagje, landschappelijk gezien dan. Eerst door nevelige bossen, daarna afwisselend langs ruisende beekjes met overhangende rotspartijen en dan weer over heuvels met weidse vergezichten.

Romantisch

Romantisch

Tussendoor bezocht ik een middeleeuws kerkje, met een bijzondere muurschildering van een rustende maagd Maria.

Luierende Maria

Luierende Maria

En ik heb een meteorologische anomalie meegemaakt. Ik heb minstens drie uur in de brandende zon gefietst, omringd door donkere wolken, die beloofden om hun inhoud over mij uit te storten. Maar waar ik ook ging, de zon bleef schijnen op mijn pad. En zo durfde ik wel voor de tweede nacht achtereen naar een camping te gaan.

Totale afstand volgens de kaart: 69 km

Gefietste tijd: ongeveer 6.30

De statistiek van  vandaag

De statistiek van vandaag

Dag 12: Durtal 22-7

Een echte col

Een echte col

Gisterenavond sliep ik al bijna toen ik opeens een flinke dreun hoorde, waarna het begon te spetteren op de tent. Zie je wel, dacht ik nog, twee nachten achter elkaar kamperen, dat is vragen om problemen. Daarna viel ik in een diepe slaap. Vanmorgen om 6 uur, bleek alles nog kurkdroog. Vreemd toch. Zou ik dat gedroomd hebben? Ik droom sowieso veel hier (of ik onthou mijn dromen beter). Van mensen die ik al 30 jaar niet meer gezien heb, zoals Cees Geluk en Arie hoeheetieookalweer, van een toneeldocente bij wie ik dit voorjaar een cursus deed en die per se wil dat ik de kostuums naai voor haar nieuwe voorstelling (maar dat kan ik helemaal niet), of van een verkoop van de inboedel van mijn grootouders waarbij alles dat ik voor mijzelf apart gezet heb, door mijn nichten voor een habbekrats verpatst wordt aan vreemden.

Maar wat een dag vandaag, de zon scheen, de tegenwind stak pas tegen de middag op en ik had alleen in de ochtend nog enkele steile hellingen te beklimmen. Ik verlaat nu de ruige Normandische heuvels en bossen en betreed een wereld van de Loirevallei, kastelen, bloemen en wijn. Je ziet veel roofvogels hier, zoals valken maar ook hele grote, bruin en met vleugels die aan de onderzijde wit gekleurd zijn. Misschien zijn dat buizerds? Ik moet het vanavond even opzoeken.

Waar is de zon?

Waar is de zon?

De verleiding is groot om iets te zeggen over de lunch, maar de heer R.O. te A. maar tijdelijk verblijvende te T. in P. laat het volgende weten: “Als wij jouw tempo hadden aangehouden was ik nu nog onderweg naar Praag geweest. Het minimum moet echt naar de 100 getrokken worden, anders kom je alleen maar aan met de diners en luxe ontbijtjes. ’s Avonds alleen bier met een blikje tonijn”. Nu ken ik toevallig die rattenvanger met wie hij naar Praag gefietst is, maar als hij denkt dat het hoogtepunt van mijn vakantie zou zijn om te roepen: “Doe eens gek, we trekken nog een tweede blikje tonijn open, vanavond”, dan heeft hij het mis. Maar hij heeft wel een punt, je kunt ook teveel nadruk leggen op het eten. Nou ja heel kort dan, de lunch van 12 euro: terrine de porc, stukje rivierbaars in sauce fruits de mer met frites, kaas en Iles flottantes. Douze! En verder doe ik er het zwijgen toe!

Gewoon negeren zulke borden, dat doen we in Nederland ook

Gewoon negeren zulke borden, dat doen we in Nederland ook

O en hier op de camping kost de Wifi 5 euro voor een uur, dus ik moet nog op zoek naar een internetcafe. Ik begrijp die prijs niet, zij hebben er toch geen monopolie op? Het is goedkoper om nu via Vodafone te internetten, alleen gun ik ze dat niet, want die boeven hebben me weer iets aangesmeerd. Ik blijk een Alles-in-1-op-reis-dagbundel te hebben. Dan kun je voor 2 euro per dag een bepaalde hoeveelheid bellen, sms’en en internetten. Maarrrrr en hier komt de aap uit de mouw, het tarief gaat in zodra je er gebruik van maakt. Dus als ik nu 1 sms verstuur, dan kost die 2 euro. O ja, en vanavond kook ikzelf.

De dagstatistiek:

Tijd: 5:36
Afstand volgens GPS: 80,6
Afstand volgens de kaart: 80
Gemiddelde snelheid: 14,4
Hoogste snelheid: 48,9
Totaal gestegen: 638
Totaal gedaald: 844

Dag 13: Savigny en Veron 23-7-2015

Eindelijk koffie in Mazé

Eindelijk koffie in Mazé

Het weer is een beetje als gisteren. In de ochtend is het kil en zwaar bewolkt. Om een uur of tien kan je trui uit en om elf uur moet je gaan smeren. Ik heb nog één serieuze klim voor de boeg, daarna wordt het steeds vlakker. Na een half uurtje zie ik al een cafe dat open is, maar ik mag nog geen koffie van mezelf, eerst moet ik die klim achter de rug hebben, die gelukkig in het eerste uur van de dag zit. En dan volgt, tot mijn verbijstering, het ene koffievrije dorp na het andere. Fermé le jeudi, en vacances, a vendre, wat ze al niet verzinnen om maar geen koffie te hoeven schenken. Pas na 20 kilometer is er in Mazé een cafe met terras, waar de wielerclub van Saumur aan de koffie zit.

Als de heren opstappen, krijgen ze mijn fiets in de gaten en dan staat er opeens een groep uitermate opgewonden Franse heren om me heen. Ze moeten alles weten van de drijfriem en de versnellingsnaaf. Ik word door de begrafenisondernemer van het stel met fiets op de foto gezet en krijg zijn kaartje met emailadres. Dus, kom je ooit in Saumur te overlijden, bel dan de firma Carpe Diem en vraag naar Mr Bernard Gasté, simple mortel (ik verzin dit echt niet!).

De wielerclub uit Saumur

De wielerclub uit Saumur

Een half uur later sta ik ineens aan een zonovergoten Loire. Ik fiets een lange Baileybrug over en keer me dan nog eens om, om naar die barre woestenij te kijken, die Normandië heet, en die ik nu definitief achter me gelaten heb. Ik hang mijn helm achterop en zet mijn zeilpet op, wel zo prettig met al die zon. Bovendien heeft die helm 17 ventilatiesleuven, waar de zon onbarmhartig doorheen schijnt. Stel je het bruiningspatroon op mijn schedeldak eens voor, als ik die helm nog twee weken op hou! Het gaat nu wel een stuk harder, hele stukken boven de 20 km. Aan het eind van de ochtend staat de gemiddelde snelheid op 17,5. In de middag daalt dat weer, ik fiets dan wel een vlak traject, maar de paden zijn van zulke slechte kwaliteit, dat al je wervels in elkaar gestampt worden zodra je een beetje gaat doorfietsen. Vaak zijn het een soort gravelpaden die door de uiterwaarden lopen.

Mon moment de gloire, je traverse le Loire

Mon moment de gloire, je traverse le Loire

Het laatste stukje voor Saumur is me te ingewikkeld, ik rij rondjes en ik kom steeds bij hetzelfde winkelcentrum uit. En ik heb wel een beetje haast, want ik vrees dat VVV tussen de middag dicht gaat. Ik ben er toch op tijd en koop een routegids van het Loiretraject van de EV6, de EuroVeloroute vanaf Warschau. Die moet ik dus achterstevoren lezen, want hij gaat stroomafwaarts en ik fiets stroomopwaarts. En dat is te merken ook. Om de tien minuten komen me groepjes vrolijk zwaaiende vakantiefietsers tegemoet, ik krijg er een lamme arm van. Ik lijk wel de enige vis die tegen de stroom inzwemt.

De EV6 is ook de oplossing voor mijn probleem met de route. Om toch op eigen kracht thuis te kunnen komen en een nachtje te kunnen logeren bij een kennis in de Morvan, fiets ik langs de Loire naar Nevers, om dan via Vézelay noordwaarts te gaan.

Fellow travellers in Candes St. Martin

Fellow travellers in Candes St. Martin

De stemming zit er goed in en voor het eerst in de vakantie zet ik een muziekje op. Ik begin met Jaap Fischer, want die kun je zo leuk meezingen. Net als ik dan Ik zoek de rust van een kist (van een dorre houten kist, in een hoekje van een kerkhof, waar geen tuinman komt etc.) ten gehore breng, kom ik aan in Candes St. Martin. Een piepklein dorpje met een prachtige 14e eeuwse kerk. Hoog bovenin zie je in de hoekjes van het dakgewelf beeldhouwwerk uit dezelfde periode. Na nog een uur fietsen vind ik het welletjes, door dat gestuiter over die gravelpaden, krijg ik een beurs achterwerk. Vanavond eens uitrekenen wanneer ik in de Morvan kan zijn, dan zal ik mijn kennis daar eens mailen met een ETA.

Candes St. Martin

Candes St. Martin

Gefietste tijd: 6:03
Afstand volgens GPS: 90,8
Afstand volgens de kaart: 94
Gemiddelde snelheid: 15,0
Topsnelheid: 34,0
Totaal gestegen: 490
Totaal gedaald: 479
Playlist: Jaap Fischer, Leonard Cohen

Rilly-sur-Loire 24-7-2015

Fietspad langs de Loire

Fietspad langs de Loire

Ik word in alle vroegte uitgezwaaid door de meisjes in de genitale fase. Dat moet ik even uitleggen, anders begrijpt u mij verkeerd. (Ze hadden het zelf ook niet helemaal goed begrepen, trouwens). Gisterenavond zat ik op het terras van de camping naast een gezin uit Leiden, drie dochtertjes in de leeftijd 3 tot 7. De jongste was aan het uitleggen hoe je gedachten kunt lezen en ik zat daar wat bij te grijnzen. Toen vroeg hun moeder opeens in het Nederlands aan mij, of ik haar kon helpen met haar iPhone. Ja natuurlijk kon ik dat. Waarop het oudste meisje zei: ‘O nee, u heeft alles kunnen horen van wat wij zeiden’. Ik: ‘Welnee, dat is toch niet beleefd, ik heb juist expres niks gehoord van wat jullie zeiden’. ‘O gelukkig maar’ is haar antwoord, ‘want we zitten namelijk in de genitale fase, we maken steeds grapjes over pies’. Haar ouders en ik krijgen de slappe lach terwijl de meisjes heel serieus blijven knikken.

Het is een bijzonder landschap waar ik doorheen rijd in de ochtend.

De hele ochtend is het haast een vooroorlogs Hollands rivierenlandschap (of Gelders eigenlijk), je fietst over smalle dijkjes met links uiterwaarden met wilgen en rechts kleine huisjes. Het is dat je in de verte de heuvels ziet met grote huizen en af een toe een kasteel, anders zou je vergeten dat je in Frankrijk was.

Visschuit met ankersteen

Visschuit met ankersteen

Ik probeer me gedichten te herinneren die ik ooit geleerd heb, maar kan er niet een meer van begin tot eind voordragen. De eerste acht regels van Shall I compare thee to a summers’ day gaan nog net, maar zelfs van Slauerhoff’s Voor de verre prinses, herinner ik me niet meer dan een paar regels. En Marsman’s Paradise Regained wil al helemaal niet meer lukken. Vanavond opzoeken op Internet en morgen op de fiets weer oefenen!

Ik lunch in Tours (nee, ik geef geen geen details) en neem natuurlijk een kijkje in de kathedraal. Waarom natuurlijk? Omdat Sint Maarten de eerste bisschop van Tours was en mijn zoon Maarten heet. En omdat een van zijn opvolgers, Gregorius van Tours, een groot historicus was. Die schreef onder andere de Historia Francorum.

Sint Maarten deelt zijn mantel

Sint Maarten deelt zijn mantel

Om half vier in Amboise heb ik r eigenlijk genoeg van, het is benauwd en er komt onweer aan, maar dit is een vreselijk toeristisch oord. Klein stadje met een burcht en duizenden toeristen. Als ik vraag waar de camping is, wijst men naar de brug, waar een karavaan van dampende campers voor het stoplicht te wachten. Zo wanhopig ben ik nu ook weer niet, dat ik mijn avond tussen de satelliettelevisie kijkende toeristen ga doorbrengen! Dan fiets ik nog liever door naar Chaumont-sur-Loire.
En dan is daar opeens, als ik het stadje bijna weer uit ben, op een heel stil pleintje, een petit salon du thé.

Intermezzo voor Jan Hoving (een intermezzo, lieve lezers, is een klein stukje fictie, dat ik speciaal voor iemand heb ingelast in een verder geheel waarheidsgetrouw verslag).

In die salon staat een heel aanminnig lachende dame achter een toonbank vol taarten. Ze gaat gezellig naast me zitten en kijkt me voortdurend smachtend aan, terwijl ik haar thee drink en haar abrikozentaartjes oppeuzel. Zal ik dan toch maar in Amboise blijven? Het is alsof ze mijn gedachten kan lezen, want ze schuift nu wel heel dicht tegen me aan en O, wat ruikt ze heerlijk naar pioenen. Maar dan opeens valt het kwartje. Een mooie vrouw in een winkel vol zoetigheden? Waar heb ik dat eerder gelezen?
En ik spring overeind en roep l’addition s’il vous plait! Het is alsof er een schaduw over de theesalon trekt, even wordt het heel koud en het lijkt alsof haar gelaat plotseling 80 jaar ouder is. Maar dan hervindt zij zich, de zon gaat weer schijnen en ze zegt op zachte toon, dix euro’s monsieur.

Ik reken af en spring op mijn fiets om de laatste 22 kilometer naar Chaumont-sur-Loire af te leggen. De camping daar blijkt A la ferme te zijn, een hartelijke boer heet me welkom en even later sta ik onder een koude douche in de stal me af te vragen hoe je een dag als deze nou het beste kunt typeren.

Gefietste tijd: 6.56
Afstand volgens GpS: 102,4
Afstand volgens de kaart: 107
Gemiddelde snelheid: 15,5
Topsnelheid: 37,3
Totaal gestegen: 586
Totaal gedaald: 537
Playlist: George Brassens, Tom Barman&Guy van Noten, Orfeo van Gluck door Kathleen Ferrier

Olivet 25-7-2015

Als je melig bent van de Loire, is alles grappig

Als je gallisch bent van de Loire, is alles grappig

De boer heeft vers brood beloofd vroeg in de ochtend, maar om 8 uur is er nog niemand te bekennen en ik had om 6 uur al honger! Maar het wachten wordt beloond, wat een heerlijk vers brood brengt die man mee. Anders eet ik altijd de resten van de vorige of de voorvorige dag!

Op de fiets heb ik, tot nu toe, niets aan te merken, maar dat zadel en ik zullen wel nooit vrienden worden. Ik vraag me echt af of ik wel het goede zadel heb voor mijn bouw. Na twee weken heb ik nog steeds een beurs achterwerk en je zou verwachten dat zo langzamerhand over zou zijn. Maar het blijft ongemakkelijk zitten.

Verder verbaas ik me erover hoe de grond, die zulke goede wijnen voortbrengt, zo hard kan zijn. Het is maar goed dat ik s’avonds zo moe ben, anders kwam ik nooit in slaap. Dat mijn self-inflatable matje zichzelf gedurende de nacht deflates, helpt natuurlijk ook niet mee. Soms kom ik ’s morgens zo stijf als een plank uit die tent rollen.

Ik word zo langzamerhand wel een beetje Gallisch van de Loire. Het landschap is de hele tijd hetzelfde. Ik word helemaal blij als ik na 78 kastelen en 12 kathedralen langs een kerncentrale fiets. Wat een prachtige eenvoud, twee koeltorens rijzen als brede tailles op uit een eiland in de Loire, met daaromheen wat kubusvormige gebouwen. Victor Hugo heeft ooit eens heel mooi beschreven hoe een stoomlocomotief er uit zou zien als een chimaera, als die door een middeleeuwer ontworpen zou zijn. Zo probeer ik me de koeltorens voor te stellen, als men ze door middeleeuwers zou laten bedenken. Waarschijnlijk als twee opengesperde leeuwemuilen of drakekoppen.

Moderne horizon

Moderne horizon

Dat ik die kastelen vrolijk links kan laten liggen, is omdat ik denk, dat is leuk om een keer met de auto te doen. Bovendien kost het goed bezoeken van een kasteel heel veel tijd, terwijl het thema van deze vakantie toch beweging is.
‘Hé reiziger, stap eens af.’ ‘Nee, ik kan niet, ik moet voort, ik moet voort!’ ‘Maar waarheen dan, waarheen?’ ‘Dat weet ik niet, maar ik zal t weten, als ik er ben!’ ‘Vaarwel dan, reiziger, moge u gedragen worden op de vleugels van de wind’. En zo was het vandaag ook, voor het eerst had ik lange stukken echte meewind.

En tot slot wil ik hier nog even de vraag opwerpen of het ethisch wel verantwoord is om je te vergapen aan kostbaarheden die door oorlog en eeuwenlange uitbuiting verworven zijn. Moesten we die kastelen niet gewoon teruggeven aan de nazaten van de lijfeigenen? De wortelnotenhouten dressoirs en de mahonie nachtkastjes opstoken in de stadsverwarming van Orléans? De kuilen in de wegen vullen met fijngestampt Sèvresporcelein? De gobelins laten vermaken tot winterjassen voor de clochards van Parijs? De tuinen verkavelen tot volkstuintjes voor de minima? A bas, à bas les seigneurs! Vive la Peuple! Liberté, égalité et fraternité.

De brug van Chaumont sur Loire

De brug van Beaugency

Lunch in Beaugency, wat een prachtig orgel hebben ze daar in de kerk, met Vlaams houtsnijwerk. O en ga nooit eten bij Le Patio in Beaugency, zelden zo een ongeïnteresseerd stelletje aanstellers aangetroffen. Die smijten een kaart op tafel, vragen niet wat je wil drinken en bij het afrekenen roepen ze luidkeels dat mijnheer geen dessert en koffie genomen heeft. Dat klopt, mijnheer wou de bediening niet langer tot last zijn. Dixi.

Niks van aantrekken, gewoon omheen fietsen.

Niks van aantrekken, gewoon omheen fietsen.

De statistieken

Gefietste tijd: 5.58
Afstand volgens GPs: 92,6
Afstand volgens de kaart: 91
Gemiddelde snelheid: 15,6
Hoogste snelheid: 34,9
Totaal gestegen: 468
Totaal gedaald: 473
Playlist: Agnes Obel, El Pino & the volunteers

Briare 26-7-2015

Lekker historisch wegdek

Lekker historisch wegdek

Beetje brak en pap in de benen, dat krijg je van al die praatjes! Of zou het van die twee artisanale witbiertjes komen die ik gisteren voor het eten dronk? Mijn theorie is juist dat ik er straks meer op kan. Niet minder!

Toch heb ik er om half tien al weer een kwart van de afstand opzitten. Ik wil vandaag in Briare eindigen, daar moet een pracht van een ijzeren brug van Eiffel te bewonderen zijn. Althans volgens de Duitse buren van gisteren, zelf fanatieke fietsers. Alleen kwamen die wel met de auto, de fietsen achterop. Dus elkaars fietsen besproken en bewonderd. Volgens hem is mijn zadel te breed voor mij. Dat zou kunnen natuurlijk.

Sully sur Loire

Sully sur Loire

Dat ik de laatste dagen niet veel over eten heb geschreven, komt ook doordat het eten eigenlijk beneden alle peil was. Gisterenmiddag pizza en ’s avonds een aluminium bakje aangebrande aubergines, de dag ervoor s middags nog wel aardig gegeten maar s’avonds noodrantsoen en de avond daarvoor lasagne a la camping. Maar vandaag sla ik weer toe. Voor de lunch in Sully sur Loire vind ik een chique restaurant met een bordje fietsers welkom op de deur. Ik neem het menu Du Terroir, bestaande uit een amuse, gazpacho au melon (dat moet ik zelf eens maken) paté de foie gras met bessengelei en een heel klein duivekatertje (ja, ja, ik weet t, maar waarom is het dan zo duivels lekker?), lamscarré met venkel, de kazen (hoe maak je een afgewogen keuze uit een kar met 35 soorten?) en tenslotte een toren bestaande uit een mokkapuddinkje, daarop een koekje, daarop een halve geconfijte appel en bekroond met een flinterdun gefrituurd deegbloempje. En daarnaast een bolletje gemberijs.
Het is hier zo chique dat de conversatie aan de tafels, voornamelijk bemand door oudere echtparen me hun volwassen kinderen, nauwelijks boven gefluister uitkomt. Pas als de flessen bijna leeg zijn, ontstaat er iets dat op een geanimeerde sfeer lijkt. Zelfs monsieur le maire luncht hier. En toch, fietsers welkom! Dat mag ik wel. Maar goed dat ik buiten nog even snel een lange broek heb aangetrokken.
Dat het daarna zo begon te hozen, dat je denkt, dit komt nooit meer goed, leek me wel een passend antwoord op deze uitspatting.

Typisch Franse reactie op gezag

Typisch Franse reactie op gezag

Trouwe lezers zullen zich het eerste intermezzo (stukje fictie) herinneren over de achtervolging langs de Damstervaart. Dat inspireerde mijn vader tot het volgende fictief gesprek, waarin het geval aan tafel besproken wordt door zijn ouders en broer (we spreken hier van voor 1958, het jaar waarin zijn vader overleed).
“… hoorde ik ineens mijn vader zeggen: “Die jongen mag wel uitkijken: zometeen zit hij in een Franse gevangenis zijn proces af te wachten, waarbij hij veroordeeld zal worden wegens angstaanjagende intieme handelingen.“ “Is iemand achterna rijden een intieme handeling?”, vraagt mijn moeder. “Zo’n vaart zal het toch niet lopen?” “Jij bent net zo luchthartig als je zoon, die dat weer heeft doorgegeven aan Frans. Die had toch kunnen opmaken uit het gedrag van die niet groetende vrouwen, hoezeer die blootgesteld staan aan de avances van vervelende mannen?”
“Ze staan niet, ze berijden”, hoor ik Marius (mijn broer) zeggen….

Misschien is het wel aardig om hier nog een andere vraag te behandelen, van mijn lieve vriendin A.V., officieel wonende te M. maar feitelijk zonder vaste woon- of verblijfplaats. Voel je je nooit eenzaam, vraagt zij. Dat heb ik me tot nu toe niet gevoeld. Ja, ik mis wel eens gezelligheid (of iemand die pleisters kan plakken op plekken waar ik niet kan kijken), maar dat is toch wat anders. Er is zo veel te zien onderweg, veel te beschrijven, ik lees ’s avonds nog wat op mijn e-reader (als ik niet te moe ben) en heb elke dag wel een praatje. De ene keer wil een moederlijke Drentse mij van haar thuis gedraaide gehaktballen laten mee-eten, de andere keer fiets ik samen met iemand een stukje op, er is altijd wel wat. En onder het eten schrijf ik aan dit blog, dan zijn mijn lezers mijn gezelschap.
De eenzaamheid voel je niet als je alleen loopt of fietst, die voel je pas als je geen aansluiting kunt maken met anderen.

Alles goed en wel, maar die brug in Briare dan? Dat is geen brug, dat is een wereldwonder, het mooiste en langste aquaduct dat ik ooit gezien heb. En ik ben er nog overheen gefietst ook!

Aquaduct van Briare, onbetwist een wereldwonder

Aquaduct van Briare, onbetwist een wereldwonder

De statistieken zijn een beetje verregend vandaag!

Gefietste tijd: ongeveer 6 uur
Afstand volgens de kaart 95,5
Gemiddelde snelheid:15,5
Gestegen en gedaald: niet veel
Playlist: The Doors

Onderzijde viaduct

Onderzijde viaduct

Cuffy 27-7

Waarom toch Frans, waarom wij?

Waarom toch Frans, waarom wij?

Doe eens gek en bestel gefrituurde visjes als voorgerecht, dan krijg je niet drie visjes op een bordje maar 100 kleine visjes in een kom, die allemaal beschuldigend aankijken met hun grote gefrituurde ogen. Maar ja, zo is het leven, het is eten of gegeten worden. Zo zit ik aan t avondeten met uitzicht op het haventje van Briaire in Auberge Le Pont Canal. Ik ben heel blij met de sleutel van kamer 2 in mijn linkerbroekzak. Als t droog wordt, maak ik nog een klein avondwandelingetje en dan slapen, want ik ga morgenochtend vroeg naar Nevers, het meest zuidelijke punt van mijn tocht. Ik ben nog twee dagen verwijderd van Winne in Glux en Glenne, die mij dinsdagavond aan het diner verwacht.
Nou ik heb t allemaal uitgerekend en het zou precies moeten kunnen. Morgen wordt t wel even doortrappen, want volgens Windfinder wordt het hier morgen WZW 5-6 en mijn route loopt OZO. Met die dalen en heuvels weet je nooit hoe t precies uitpakt, ik heb nu wel ervaren dat je de wind soms mee en soms tegen hebt op zulke dagen. Het waait hier met de Franse slag, zullen we maar zeggen.

Nog een keer het wereldwonder

Nog een keer het wereldwonder

Hoe het uitpakte? Het was scherp aan de wind. Dat Loiredal is één grote windtunnel. Na 30 kilometer ploeteren, was er eindelijk eens een café open, ik ben daar naar binnen gewankeld en werd opgevangen door de stamgasten, die aan de ochtendrosé zaten. De waardin greep al naar de cognacfles, ik riep nog net op tijd, non, seulement café au lait. De stamgasten bleken Amsterdamkenners, want wat een bende is het toch in dat Quartier Rouge van jullie en dan die drogues. Enfin, zo werd het toch nog een geanimeerd koffiepraatje.

Windtunnel

Windtunnel

Dat ging maar door met die storm, het leek de Oosterscheldedam wel. En net toen ik dacht, misschien kan ik me hier wel over de bergen laten waaien, dan ben ik een dagje eerder bij Winne, toen boog de Loire af naar het oosten. Vanaf Sancerre werd het beter. Ik kreeg wind van opzij en af en toe zelfs van achter.
En toen ging het weer hard en was ik rond het lunchuur in Pouilly en had er al 60 kilometer op zitten. Nu denkt iedereen bij Pouilly aan wijn en daar zou ik maar aan blijven denken, want het eten hier stelt niet veel voor. De restaurants zijn gesloten of staan te koop en de enige bar serveert een daghap bestaande uit doorgekookte groente en een lap halfgare eend. Niet dat ik me het daarom minder liet smaken, integendeel, want je moet het doen met wat je hebt, nietwaar? En ik mag ter verontschuldiging namens de kok aanvoeren dat deze plat du jour slechts € 8,90 kost.

De rest van de dag fietste ik afwisselend langs kanalen en dan weer de Loire zelf. Prachtige sluisjes, kleine haventjes, ik wist niet dat het bestond. Als ik te oud ben om te fietsen en te zeilen, ga ik hier met een bootje varen.

Monument voor een fietser

Monument voor een fietser

En zo eindig ik dan vlak buiten Nevers in hotel La Grenouille, dat wordt opgevrolijkt door afbeeldingen van eenbenige kikkers op krukken en in rolstoelen. Daar kan ik me mentaal voorbereiden op mijn eerste bergetappe, want Winne zit op 683 meter hoogte! Ik met mijn grote mond ook altijd.

Hotel de Kikkerbil met proper uitzicht

Hotel de Kikkerbil met proper uitzicht

De statistieken

Gefietste tijd: 6.42
Afstand volgens GPS: 103,3
Afstaan volgens de kaart: 104
Gemiddelde snelheid:15,4
Hoogste snelheid: 32
Totaal gestegen: 357
Totaal gedaald: 311
Playlist: David Bowie, Fay Lovsky

Glux en Glenne 28-7

Kleine sluis, groot moment! Ik verlaat de Loire en sla af naar het Canal du Nivernais

Kleine sluis, groot moment! Ik verlaat de Loire en sla af naar het Canal du Nivernais

Dit wordt een dag van records, dat kan niet anders. Bij het opstaan check ik nog even het weerbericht voor Aeroport de Nevers. Men verwacht W 4-6 en ik ga nog even zuid en dan oost!
Maar het eerste record van de dag is dat er pas na 45,2 kilometer koffie te krijgen is. Ik fiets nu over gravelpaden langs 19e eeuwse kanaaltjes met om de paar kilometer een sluisje met sluiswachterswoning en daarin een sluiswachter. Die hebben nauwelijks iets te doen, als er om het uur wat pleziervaart voorbij komt, hebben ze een drukke dag. Wat is er nu logischer dan dat zij een handeltje beginnen in verse koffie en gevulde koeken? Maar nee hoor, geen haar op hun hoofd.
En dan hangt er om je lekker te maken, regelmatig op een brug een verweerd bord met Bar ouvert tous les jours en een grote pijl daaronder of Auberge du Canal 3 km. Ik trap daar niet meer in/heen, als je dan gaat kijken, is dat ding altijd dicht of te koop.

Sluiswachterswoning

Sluiswachterswoning

In Decize doe ik boodschappen, ik koop verse nougat en wijn voor Winne (bij haar thuis staat altijd zo’n prachtige etagère met zoetigheden op tafel).
De wind zet lekker door en dat is mooi, dat heeft hoop op een steuntje in de rug bij de beklimming straks. In de verte zie ik af en toe al de dreigende contouren van de Morvan zich aftekenen tegen de zomerse Franse lucht.
Ik besluit voor één keer om te picknicken tussen de middag, want ik zit nog vol van de bavette van het Charolais rund van gisteren en alles wat daaromheen geserveerd werd. Ik koop stokbrood, verse geitenkaas en appel-frambozensap uit de regio.

Een mooi kanaal, maar in de verte loert de Morvan.

Een mooi kanaal, maar in de verte loert de Morvan.

Om kwart over een buig ik van t kanaal af. Om half twee ben ik in Vandenesse en dan kom ik langs een Auberge met een plat du jour voor slechts 13,50. Even wankel ik, maar dan verman ik mij en fiets door. Om twee uur ben ik al in Moulins d’Englebert. Dat gaat goed zeg, die beklimming gaat van een leien dakje.

Ik wordt verwacht voor het diner, dat begint hier nooit voor half acht. Dus ik heb nog even voor de laatste 25 kilometer. Eerst maar even een Perrier op het terras van Bar Le Commerce, die gedreven wordt door een geblondeerde dame van mijn leeftijd die duidelijk gek is op hardrock uit de jaren 70.

Om drie uur ben ik in Onlay, die heuvels hier zijn echt een lachertje, nog maar 12 kilometer! En dan, dan slaat de Morvan genadeloos toe en het lachen vergaat me. Die laatste 12 kilometer kosten me ruim 2 uur en terwijl ik mezelf omhoog sleep, denk ik, dit is toch niet normaal op je 58e!

Die excursionnistes zitten tegenwoordig op Ko Samui.

Die excursionnistes zitten tegenwoordig op Ko Samui.

Het blijft maar steil omhoog gaan. Als ik er dan eindelijk ben, klopt de werkelijkheid niet met het kaartje van Googlemaps, dat ik op mijn telefoon had opgeslagen. Ik ben als de dood de verkeerde weg in te slaan en daarna weer opnieuw omhoog te moeten, dus ik bel Winne. Ik sta bij de kerk, zeg ik. Zie je mijn huis niet? Je staat er voor!

Het huis van Winne

Het huis van Winne

De statistieken
De GPS heeft zichzelf gereset, dus nou weet ik nog niet, hoeveel ik feitelijk geklommen heb. Daar zit maar één ding op en dat is opnieuw naar boven!
Gereden tijd: 7.30
Afstand: 104

Glux en Glenne bis 29-7-2015

Onbekende soldaat

Onbekende soldaat

Vandaag de eerste en enige echte rustdag, een sejour!
’s Morgens vroeg gaan we met de auto naar de bakker. Daar staat een mevrouw achter de toonbank met het hoogste piepstemmetje dat ik ooit gehoord heb. Winne vertelt dat ze samen met haar man de bakkerij begonnen is. Toen de zaak een beetje liep, wilde ze weer van haar man af, maar de zaak moest wel voortgezet worden. Om haar ex zo min mogelijk te zien, heeft zij 15 jaar lang de bestellingen bezorgd met de auto als hij in de zaak was. Pas sinds enkele jaren kan ze het weer verdragen om met hem in de winkel te staan.
Er zijn trouwens meer mooie verhalen te vertellen over opgebroken relaties in het dorp. Zoals van dat Nederlandse echtpaar dat à la “ik vertrek” een camping bij het dorp begon. Na een paar jaar werd zij (laten we haar Ans noemen) verliefd op de Nederlandse overbuurman (laten we zeggen Kees). Dat vond de man van Ans nog niet zo erg, maar de vrouw van Kees wel. Na een hoop gedoe ging de Kees tijdelijk in Zaandam wonen om zich te bezinnen en toen niet lang daarna Ans voor een paar weken naar camping in Drenthe ging om een beetje tot zichzelf te komen, beginnen in Glux de speculaties. De toenmalige Nederlandse eigenaren van het dorpscafé (berucht om zijn garnalen die naar zeepsop smaken) waren ook niet vies van een relletje en gingen eens rondbellen in Nederland om er achter te komen of die twee daar samen zaten. Hallo Kees, hoe is t nu met je, het valt zeker niet mee etc. En hoe is t nu met Ans? Met Ans? Geen idee zegt Kees. Hoezo? En zo kwam Kees er achter dat Ans in Drenthe zat. Hij is toen spoorslags naar Ans afgereisd, ze zijn elkaar daar in de armen gevallen en ze leefden nog lang en gelukkig.
En tot zover de (licht geparafraseerde) dorpsroddels, lieve lezers.

Na het ontbijt wandel ik naar de kerk, waar een tentoonstelling is van de plaatselijke fotoclub. Het thema is bomen en die heb je hier in overvloed. De bossen hier waren in de oorlog een welkome schuilplaats voor de Maquis, het Franse verzet. In het kerkje bevindt zich een momument voor de toenmalige abbé, die ook kapitein was in het Franse leger. Hij had banden met de Maquis, is verraden, opgepakt en vermoord door de Gestapo.

In de middag ga ik naar de Mont Beuvray, waar de oude Keltische stad Biberacte heeft gestaan, die nog door Caesar genoemd wordt in De bello Gallico als zijnde de grootste stad van de Galliërs. Je kunt daar een prima rondleiding krijgen langs de opgravingen van een Nederlandstalige gids.
Bovenop de heuvel, waar je een fantastisch uitzicht heb tot aan de Rhonevallei, werd tot voor kort elk jaar een jaarmarkt gehouden, opgevrolijkt door de verkiezing van de druidesse van het jaar. Twee karren met dames, gehuld witte gewaden, werden daarvoor de heuvel opgereden. Tegenwoordig vindt men dat allemaal teveel gedoe.

Hier zou Caesar gestaan kunnen hebben

Hier zou Caesar gestaan kunnen hebben

Winne haalt me op met de auto en we gaan naar Moulins Engilbert om wat te drinken onder de linden. Ik barst van de honger (ook als je niet fietst, blijf je blijkbaar in een hoge verbrandingsstand staan), dus scoor snel een kaasbroodje en iets dat een mix is van paté en bladerdeeg.
’S avonds trakteert Winne op een diner in Chateau Chinon in een restaurant met uitzicht. Maar eerst rijden we nog even langs de fontein van Tingeluy en Nikki de St. Phalle.

Cadeautje van Mitterand.

Cadeautje van Mitterand.

Als ik dan s’avonds in bed lig en bijna slaap, hoor ik mijn linkerbil zeggen: fijn hé, een dagje niet fietsen. Écht fijn, zegt mijn andere bil. Wacht maar tot morgen jongens, brom ik.

Corbigny 30-7

Encore du canal

Encore du canal

Na het ontbijt word ik uitgezwaaid door Winne vanaf haar balkon en dan ga ik naar beneden. Dat valt nog tegen, ik ben net lekker op gang in de afdaling, ik snijd de eerste bocht perfect aan, zie bij de eerste bocht een tijdelijk waarschuwingsbord staan met gra…, oh nee, er is vers split gestrooid. Heilige Christoffel breng mij heelhuids door deze bocht, dan… En dan ben ik er al ongeschonden doorheen, voordat ik mijn belofte kan uitspreken. Prompt ga ik flink in de remmen om de snelheid onder de 30 te houden. Na een dik uur sta ik met het zweet in mijn handen onderaan de berg.

Franse aak

Franse aak

En zo kom ik weer terug aan het Canal Nivernais en daar ga ik weer langs een schier eindeloze reeks van sluisjes. De route blijft maar dalen, bij elke sluis zakt het pad weer drie meter. Op een gegeven moment gaat het kanaal onder een heuvel door, ik ga daar dan overheen langs een spoor van gemetselde ventilatieschachten.

Ventilatieschacht

Ventilatieschacht

Vlak bij Corbigny is een kleine camping. Dat lijkt me een goede plek, het is morgenochtend nog iets van drie uur naar Vézelay, dan kan ik daar mooi lunchen en de kerk bekijken.

Ik krijg een hele uitleg over de muziekavond die volgeboekt is, echt goede muziek hoor, en dat ik dus niet in het restaurant kan eten. Maar als hij voor mij wil reserveren in een restaurant een paar kilometer verderop, zegt de vrouw achter me, die net uit een VW-busje is gestapt, anders eet u toch met ons mee? We eten eenvoudig, maar als u wil? Ik zeg graag! Gegrilde paprika met gehakt, geroosterde broodjes met tomaat, glaasje wijn. Superlekker en gezellig!
Het is een jong stel met twee kleine kinderen in een gehuurd VW-busje, model 1970, maar gloednieuw want uit Brazilië geïmporteerd. Ze vinden het geen succes, want het ding gaat niet harder dan 95 en heeft geen stuurbekrachtiging.
Ze hebben vroeger zelf ook veel gefietst en vinden het duidelijk leuk om mij als fietser een beetje te verzorgen, ik hoef niet eens te helpen met de afwas. Gelukkig had ik nog een vers kaasje uit de Morvan dat ik kon inbrengen.

Feest op de camping

Feest op de camping

De statistieken

Gefietste tijd: 4.40.30
Afstand volgens GPS: 77,8
Afstand volgens de kaart:
Gemiddelde snelheid: 16,6
Hoogste snelheid: 48,3
Totaal gestegen: 423
Totaal gedaald: 906

Playlist: William Shatner – Transformed man

Vincelles 31-7

Ander landschap

Ander landschap

Gisterenmiddag is een felle koude noordenwind opgestoken en ik weet niet wat me meer dwars zit, de richting of de temperatuur. In elk geval werd ik om half zes wakker van een kudde klaaglijk loeiende koeien, die het waarschijnlijk net zo koud hadden als ik. Koeien zijn heel rustige grazers, maar bij gebrek aan gras of bij een ander ongenoegen, kunnen ze vreselijk tekeer gaan.

Het was werkelijk te koud om op te staan, maar om half zeven moest ik er toch aan geloven. Bibberend en mopperend heb ik mijn boeltje gepakt en om half acht was ik en route. Met verkleumde handen reed ik naar Corbigny, toen de zon net boven de heuvels uitkwam.
Het landschap is totaal anders nu, grote glooiende heuvels met enorme eiken in de weilanden. Ik moet weer hele stukken klimmen, maar in vergelijking met de Morvan is dit een aangenaam tochtje. Als ik nog 16 kilometer van Vezelay ben, zie ik voor het eerst in de verte de contouren van de basiliek.

Ik kom vandaag de eerste echte pelgrims tegen, of liever, wandelaars die zich richting Vezelay begeven. Al snel begrijp ik dat je drie soorten pelgrims hebt.
De eerste soort, dat zijn de verkenners (scouts), jongeren die lopen in grote groepen. Ze zien er niet erg contemplatief uit, eerder uitgelaten.
De tweede soort is de high-tech pelgrim. Die is uitgerust met Nordic walking sticks, compressiekousen, ademende waterafstotende kleding en felgekleurde jasjes. Deze pelgrims lopen in paren, zijn noch contemplatief noch uitgelaten, maar verplaatsen zich met verbeten trek op het gelaat in marstempo naar de basiliek.
Nee, neem dan de derde soort. Een eenzame wandelaar met eenvoudige schoenen, kleine rugzak, een petje en een wandelstok of staf, zich voortbewegend met bedaarde maar constante tred, je ziet aan alles dat zij niet gedreven worden door groepsdwang of prestatiedrang maar door een verlangen naar vrede en vergeving. In hen vermoed ik de ware pelgrims, maar wie zal het zeggen? Voor hetzelfde geld zijn het gewoon zwervers of dagjesmensen, je weet het niet.

Vezelay is natuurlijk een plek, waar de lokale bevolking al sinds de 11e eeuw gespecialiseerd is in het uitschudden van de pelgrim. Een aaneenschakeling van restaurants, brocanterieën, wijnhandels met de naam Au cave Pelerin en aanstellerige horeca. Drink ik aan de voet van de heuvel nog een cafe au lait voor 1,60, hier wordt diezelfde koffie geserveerd in een zogenaamd middeleeuws kruikje en kost ie het dubbele. En dat terwijl men in de middeleeuwen helemaal geen koffie dronk! Enfin, je hebt je er maar aan te onderwerpen of te ver(t)rekken.

Vézelay

Vézelay

Ja maar de basiliek dan Frans, zeg daar dan wat over. Nou die is indrukwekkend, vooral vanwege het dubbele voorportaal met prachtig beeldhouwwerk van het laatste oordeel, omringd door heiligen en scenes uit het oude testament. Van het oorspronkelijke interieur is namelijk niet veel over, op de kapitelen na, die zich buiten bereik van beeldenstormers en revolutionairen bevinden. Overigens was er in de 19e eeuw niet veel meer dan een ruïne van over, totdat Viollet Le Duc (de Franse Cuypers, zeg maar) de regie van de restauratie op zich nam.

Miles Dei

Miles Dei

Na de lunch (nee, niet het pelgrimsmenu) daal ik weer af richting kanaal om richting Auxerre te rijden. Ik blijf me verbazen over die koude noordenwind, ik vraag me oprecht af welke heks dat bekokstoofd heeft. Zou het de heks uit Amboise zijn? Of eentje uit het Noorden? Kan iemand daar misschien een emmer water overheen gooien? Er zit maar één ding op en dat is doortrappen.

In Asnieres kom ik langs een overdekt bassin, volgens mijn gidsje is dit “een aardig romaans washok”. Ik kan er inderdaad geen onaardigheid aan ontdekken. Bij Vincelles beginnen donkere wolken zich samen te pakken, een goed moment om de tent op te zetten. Misschien gaat het vannacht wel regenen en mag ik morgen in een hotel!

Dat aardige washok

Dat aardige washok

De statistieken

Gefietste tijd: 5.00.45
Afstand volgens GPS: 75,3
Hoogste snelheid: 42,1
Gemiddelde snelheid: 15,0
Totaal gestegen: 758
Totaal gedaald: 795

Playlist:
Laurie Anderson – Mister Heartbreak
Neil Young – Le Noise

Troyes 1-8-2015

Wat heb ik nu weer gedaan! Ik wilde eerst patat met knakworst eten uit de campingfrituur, maar maakte eerst nog even een ommetje. Hangt er aan de overkant van het kanaal een bord, restaurant Les Tilleuls, one minute walk. Ach je kunt altijd even gaan kijken toch. Dat werd een amuse van selderiesoep met een zout poffertje, vooraf terrine van kreeft met auberginekaviaar en een mousse van pistache, daarna rogvleugel geflankeerd door rijst bereid in de inkt van de octopus met gekookte tentakeltjes als hoofdgerecht dan een compote van rabarber met stukjes abrikoos om de mond even op te frissen en ten slotte vers fruit toe. Bij dat alles dronk ik twee glazen lokale witte wijn, waarvan ik de naam thuis beslist ga opzoeken. O ja, bij het eten werden vier soorten huisgebakken brood geserveerd, naturel, met noten, met olijven en met spek. De eigenaar is een groot gastheer met belangstelling voor zijn gasten en een goede conversatie. Als hij merkt dat ik uit Nederland kom, troont hij me mee naar de gang, waar drie tekeningetjes hangen gemaakt van Corneille aan de borrel door een van de ander leden van de Cobragoep. Het is een soort decompositie van diens gezicht in drie fasen.

Hé een kanaal!

Hé een kanaal!

Ik had vanaf het terras aan de Yonne niet alleen uitzicht op de wijngaard maar ook op de zwaluwen die laag over het water scheerden. Zelfs de koude noordenwind was voor de gelegenheid even gaan liggen. Na deze maaltijd heb ik heerlijk geslapen op die keiharde grond.

Intermezzo voor Rob Out.

Ik ben failliet! Men heeft mij een promesse laten ondertekenen en ik moet mij elke maandagochtend melden op de prefecture van Auxerre! Maar ik ga dit natuurlijk niet betalen, dat is belachelijk. Er zit maar één ding op, zoals de Engelsen zeggen: to make a dash for it! Ik moet zo snel als ik kan door de bossen richting Luxemburg. Daar zoeken ze me niet.
En het begon nog wel zo goed. Ik liep een wat smoezelig kamertje binnen van een oud en verveloos pand, waar een man luid smakkend een bord leegwerkte. Of ik wat kan eten hier. Hij schat mij eens in, zegt dan, ja ik denk t wel en brengt mij naar een overdekt terras met tafels gedekt met damasten kleden. Toen had ik natuurlijk nattigheid moeten voelen, maar ja, ik had honger. Het tweede signaal dat het fout zat, was de hoeveelheid personeel die zich met mij ging bemoeien. Of mijnheer goed zat, of mijnheer een aperitief wenste, of mijnheer op de hoogte was van de lokale wijngaarden etc., etc. Maar ja, een mens wordt graag gestreeld, nietwaar? En dus liet ik mij alle strijkages welgevallen. En toen de rekening kwam, trok ik welgemoed mijn creditcard, zonder naar het bedrag te kijken. Mais non monsieur, dit huis accepteert alleen platinum cards van American Express. Tja, zei ik, dan moet ik even gaan pinnen en keek, toen pas, voor het eerst naar het bedrag en ik loeide van verontwaardiging: tricheurs! En toen kwam er gendarmerie bij, en toen, nou ja, jullie hebben dit vast allemaal wel eens meegemaakt. Kortom, een weinig verheffende toestand, die mij er toe gedwongen heeft, te proberen om dit land als een dief in de nacht te verlaten. Maar het is maar 300 kilometer naar de grens, dus dat moet lukken.

Einde van het intermezzo.

Vanmorgen was het droog en dus ga ik vanavond weer kamperen. Als ik opsta ligt mijn bril in drie delen naast me. Hoe is dat nu weer in godsnaam mogelijk? Bril gerepareerd, boeltje ingepakt en als ik zit te ontbijten staat de buurvrouw op. Die fietst met haar zoon en hond naar het zuiden. De hond zit in een karretje en ik kom nu eindelijk te weten hoe dat zit met die karretjes. Heel veel Fransen rijden namelijk met een karretje achter hun fiets. Nou dat is een drama, ze maken elkaar wijs dat het handig is, maar het tegendeel is waar. Die karretjes zijn zijwindgevoelig, stuiteren alle kanten op, fungeren als een permanente rem omdat je ze over elke hobbel heen moet trekken en ze zijn te breed voor smalle grindpaden. Volgend jaar moet de hond maar meerennen, zegt ze vrolijk. Ik ben benieuwd wat de hond daarvan vindt.

Hoe heeft dit nu weer kunnen gebeuren?

Hoe heeft dit nu weer kunnen gebeuren?

Mijn dag is goed ingedeeld, eerst tien kilometer langs het kanaal naar Auxerre, dan drie serieuze klimmen van 2-3 kilometer en 5-8% stijging en verder een golvend landschap door de wijngaarden, met in de middag nog twee klimmen van een kilometer of meer. Ik heb er zin in en zit vol energie. Het waait zelfs niet of nauwelijks en om halftien heb ik het al zo heet, dat ik mijn trui en broek uittrek, de helm verruil voor de pet en voor het eerst in weken mijn zonnebril opzet.
De dag bestaat uit een tocht langs eindeloos veel kleine dorpjes en gehuchtjes, vrijwel zonder enig koffiepunt of andere middenstand. Als je wat wil hebben, moet je dus goed opletten. Rond lunchtijd fiets ik langs een traiteur en daar sla ik in voor een kleine picknick, worst, wat quiche, van dat soort dingen.

Auxerre in de ochtend

Auxerre in de ochtend

Ik wilde eigenlijk vlak onder Troyes naar een camping, maar die blijkt bij een jeugdherberg te horen en daar kom ik niet zomaar op. OK denk ik, dan fiets ik wel door naar de camping municipal van Troyes, dat scheelt morgenochtend weer 10 kilometer. Leuke camping, maar wel een Nederlands dorp. Gelukkig heeft deze camping ook een snackbar, dus ik kan opnieuw proberen om mijn voornemen van gisterenavond uit te voeren.

Kathedralen van het graan.

Kathedralen van het graan.

De statistieken
Gereden tijd: 7.09
Afstand volgens GPS: 100,2
Afstand volgens boekje: 100
Gemiddelde snelheid: 14,0
Hoogste snelheid: 43,1
Totaal gestegen: 838
Totaal gedaald: 823

Playlist: vogeltjes en de wind in mijn oren

Châlons en Champagne 2-8-2015

IMG_4008

Gisterenavond heb ik maar eens gewoon het campingmenu gegeten, couscous met stukjes wortel, een braadworst, twee kippepoten en een stuk schenkel en daarna appeltaart. Het geheel smaakte zeer bevredigend, mag ik wel zeggen.

En het lijkt wel of de grond zachter wordt, naarmate je noordelijker komt en in exclusievere wijndomeinen slaapt. Afgelopen nacht sliep ik in de Chablis, morgen in de Champagne. Dat belooft wat!

Vanmorgen was ik weer lekker op tijd weg. Bij de bakker zag ik de kok van gisterenavond, hij kwam de bestellingen van de campinggasten ophalen. Jij bent ook vroeg op, zei hij verbaasd. Tja, ik zat niet aan tafel bij dat groepje Ieren dat tot diep in de nacht gezongen heeft (en waar ik vrij zorgeloos doorheen geslapen heb).

Na een half uurtje komt er een oudere man op een racefiets in een knalgeel en iets te strak pakje naast me fietsen. Waar gaat u heen? Naar Châlons? Maar dan zit u helemaal verkeerd, u moet de Route Nationale hebben, die is veel korter. Nee hoor, zeg ik, deze weg is veel rustiger en ik wil nog niet dood. Maar hoe rijdt u dan precies, vraagt hij weer. Als ik dat allemaal uitgelegd heb, roept hij vrolijk, maar dan fiets ik toch een eind met u mee! Oh nee, dat heb ik weer, een bejaarde kletskous op een racefiets. Een praatje is altijd welkom, maar ik hoef geen uren durende gesprekken. Hem er uitfietsen lukt natuurlijk niet met al die bagage, maar ik kan wel het omgekeerde doen en bij de eerstvolgende helling laat ik het tempo flink zakken, terwijl de goede man maar doorkletst over het weer en het gebrek aan fietspaden in Frankrijk. O, u heeft zeker zware bagage, zegt hij begrijpend. En op dat moment wordt er achter ons getoeterd en komen er nog twee heren in strakke gele pakjes op een tandem voorbij, die ons toeroepen dat we wel een beetje moeten doorrijden. Waarop mijn ongenode reisgenoot mij toeroept, je vous laisse en hij haakt aan bij de tandem. En zo keert de zondagse rust weer.

Landschap ontworpen voor één fietser.

Landschap ontworpen voor één fietser.

Om 10.00 heb ik al een derde van de afstand naar Châlons afgelegd en dat is fijn, want het belooft vandaag aardig warm te worden. Ik fiets over eindeloze heuvels met enorme akkers, met hier en daar een boom en verder geen mens in zicht. De hemel is strakblauw en de zon brandt erop los. Helemaal het weer waar ik drie weken op gewacht heb.
Af en toe kom ik door een gehuchtje van tien huizen en een enorme kerk, die meestal potdicht zit. In Vignes is er zowaar een mis, er wordt gezongen als ik langsrijd. De kerk van Dammartin is wel open, er staan een twee mooie oude beelden van Sint Maarten en van de heilige Martha. Het zijn allemaal stevige lage gebouwen, met kleine ramen en een houten klokketoren. Waarschijnlijk zijn ze ooit gebouwd met een dubbel doel, als fortificatie en als gebedshuis.

Sint Maarten

Sint Maarten

Het reisgidsje waarschuwde dat er na de eerste 20 kilometer geen enkele winkel of uitspanning meer is tot Châlons. Dus ik sla op tijd een lunch in (worst, brood, appelsap, bananen). Dat gidsje heet heel toepasselijk Langs oude wegen, en dat zijn het ook. Vol scheuren en gaten, ik hobbel er maar zo een beetje overheen.
En ik zie een overdaad aan doodgereden dieren vandaag. Twee vossen, een ree, een marter en dan natuurlijk de gebruikelijke konijnen. Gelukkig zie ik ook nog een levende ree in een bietenveld en weer veel buizerds.
En ik zie twee stelletjes vrolijk zwaaiende vakantiefietsers die naar het zuiden fietsen.

Op de grens van twee departementen, die elk hun asfalt ergens anders betrekken.

Op de grens van twee departementen, die elk hun asfalt ergens anders betrekken.

Om drie uur ben ik al op de camping van Châlons en dat is mooi, want volgens mijn boekje ga ik morgen echt de wildernis in en moet ik tot Maastricht nergens meer op rekenen. Althans er is hier en daar wel wat te koop, maar ik heb geen idee hoe ver ik morgen kom. Ik moet veel klimmen de komende dagen en mijn knieën beginnen al aardig te kraken. Dat zal het effect zijn van meer beenspieren en dus meer kracht op de gewrichten, die dat niet kunnen compenseren. Dus ga ik vanavond nog eens fatsoenlijk eten en wat rantsoenen inslaan zoals blikjes groente en vis…
Maar dat liep toch weer anders dan gedacht, in Châlons en Champagne, die grote stad, is alles dicht op zondag, zelfs de Carrefour! Ik had geen zin in die veel te dure brasserie in het centrum, dus werd het weer de campingsnackbar. Een hamburger met patat en daarna een salade met geitenkaas en geroosterd brood. Dat was voldoende om de ergste honger te stillen.

Het leuke aan het vergeefse tochtje naar de binnenstad, was die wel heel stoere Zweedse vrouw die precies dezelfde fiets had als ik, tot en met de sticker achterop van dezelfde winkel. Ze had met haar vorige fiets een reis door Afghanistan gemaakt en daar toch wel wat problemen mee gehad (met de fiets dus). Zij had deze fiets speciaal in Amsterdam laten opmeten en afleveren. Zij fietste nu wat rond in Frankrijk, ter voorbereiding op een tocht door Afrika. Excuse me, can we have a chat, riep ze. En ze wilde heel graag weten of mijn fiets ook zo een gek geluid maakt in de 7e versnelling en of mijn aandrijfriem ook soms piepte en hoe ze de spaakspanning moest controleren en, en, en. Gelukkig ratelt mijn versnelling ook in zijn 7e en piept mijn riem ook als ie een beetje vochtig is. En de spaakspanning controleer je gewoon op de hand, telkens twee spaken vastpakken en lichtjes knijpen. Als er dan eentje afwijkt qua spanning, voel je dat direct. Zichtbaar opgelucht nam ze weer afscheid.

De statistieken

Gefietste tijd: 6.07
Afstand volgens GPS: 92,8
Afstand volgens de kaart: 94
Gemiddelde snelheid: 15,1
Hoogste snelheid: 40,7

Totaal gestegen: 536
Totaal gedaald: 564

Playlist: Glenn Gould – Goldberg variations, opname 1955

Doulcon 3-8

In de schaduw van die enkele boom

In de schaduw van die enkele boom

De dag begint warm vandaag, om 8 uur Ioopt het zweet al over mijn rug. Of zou dat het slechte campingmenu zijn? Daar moet ik toch eens wat aan gaan doen.
Ik begin de ochtend met boodschappen doen in Courtisols, volgens mijn boekje een van de weinige mogelijkheden vandaag. Daar is inderdaad een winkel met het opschrift Boulangerie/epicerie. De hele epicerie bestaat uit een rek met daarin blikjes zuurkool met spek, dozen eieren en flessen water. Ik kies een blikje zuurkool uit, reken 4 euro af en draag het met beide handen voorzichtig naar mijn fiets. Verder blijkt onderweg alles inderdaad dicht, met de lunch ben ik in Vienne le Chateau, de supermarkt is daar op maandag gesloten, het restaurant staat te koop, maar gelukkig heeft de bakker een lunchformule, voor 6 euro krijg je een half stokbrood met ham, een blikje Orangina en een gebakje!

Ik heb nog heel wat te klimmen vanmiddag, dus dit moet snel opgegeten worden. Het liefst op een officiële Aire de Pic-nic. Die is hier ingericht naast de plaatselijke visvijver en waar twee heren een stukje Frans vissen aan het opvoeren zijn. Ze gooien eerst de hengels uit en gaan dan het vuur in de betonnen barbecue, die bij de picnickplaats hoort, eens goed opstoken. Ondertussen kijken ze met een half oog naar de hengels en af en toe roept er eentje merde of putain, stormt naar de hengels, geeft er eentje een zwiep en loopt dan weer terug naar het vuur. Als het vuur goed brandt en de houtskool flink gloeit, wordt het toch tijd dat de vissen eens gaan happen. Om de vissen aan te sporen om naar de hengels en het aas toe te zwemmen, smijten de heren stenen in alle uithoeken van de vijver. Tegen de tijd dat de rimpelingen in het water verdwenen waren, had ik mijn broodje wel op, dus ik kan jullie helaas geen verslag meer doen van de effectiviteit van deze methode, noch van de lunch van de beide heren.

Dan komt de eerste serieuze klim van vandaag, over een bosweg van 5 kilometer langs l’abri du Kronprinz. Ik ben daar niet gaan kijken, maar de Duitsers hadden in de Eerste Wereldoorlog voor de zoon van de keizer een eigen loopgravenstelsel aangelegd, met luxueuze onderkomens, ver van de frontlinie. Daar kon hij dan het commando over voeren zonder gevaar te lopen.

In het volgende dorp is zomaar een Carrefour! En die staat helemaal niet in mijn boekje. Ik koop liters water, sinaasappels en chips. De buitentemperatuur blijkt daar 38 graden te zijn en ik moet nog drie klimmen van 12%. Dat klimmen werkt gaat als volgt, een klim van 5% doe ik in zijn 4, eentje van 6-7% in zijn 3, die van 8-9% in zijn 1 of 2. De conclusie ligt dus voor hand, dat er geen verzet bestaat voor een helling van 12%, althans niet als je 25 kilo aan bagage en eten meesleept. En dan zit er maar één ding op, afstappen en je fiets omhoog zeulen. Gelukkig zijn die hellingen nooit lang, maar het voelt elke keer weer als een nederlaag.

Bovenop de heuvels is het snikheet, je ziet kleine wervelwindjes over de kale akkers kringelen. De dorpen en de begroeiing vind je in de beekdalen, zie je in de verte een paar bomen dan weet je dat daar een dalletje is met een paar huizen er in. Ik zie windveren in de lucht, dat betekent weersverandering, hopelijk is het morgen wat koeler.

Halverwege de middag rijd ik door een bos en als ik een open plek zie , is dat een mooi rustpunt. Die open plek blijkt een Duits oorlogsgraf uit WO I, een veldje van honderden eenvoudige bronzen kruizen met op elk de naam en rang. In een stalen kast bij de ingang, ligt een boek van en Duitse oorlogsgraven stichting met daarin alle namen en de geschiedenis van het kerkhof. Dat is wat anders dan de pompeuze Amerikaanse monumenten die ik onderweg zag, met marmeren zuilen en wapperende vlaggen.

Duitse graven uit WO I

Duitse graven uit WO I

Nu had ik dus in Dun sur Meuse willen landen maar het werd drie kilometer eerder op Le lac vert, een gigantisch complex om een meertje heen, met honderden staanplaatsen.
Ik was zo blij dat ik het woord camping zag! En mijn benen konden niet meer. Dus nu zit ik tussen de caravans van Franse vakantiegangers, die allemaal hun chien mechant meegenomen hebben en met een touwtje aan hun onderkomen bevestigd om dat te bewaken, terwijl zij zijn gaan zwemmen. Dat wordt straks slalommen naar de uitgang.

En het avondeten? Nee, niet nog eens hamburgers en patat. Dat zou heel erg ongezond zijn en dat past niet in de FFF-formule. Dus op naar de brasserie en het menu van 25 euro, plat de viandes, bavette avec echelots en salade de de fruits frais du saison toe. Soms is het maar goed dat je alleen reist, na deze bavette waren mijn kaakspieren totaal uitgeput, ik kon geen woord meer uitbrengen.

Afstand volgens GPS: 100,5
Afstand volgens de kaart: 99
Gemiddelde snelheid: 15
Hoogste snelheid: 42,8
Totaal gestegen: 891
Totaal gedaald: 791

Geen muziek geluisterd, daar was het te heet voor.

Lescheret 4-8

Het wordt hier steeds romantischer

Het wordt hier steeds romantischer

Om vijf uur s morgens begint het zachtjes te regenen. En om 6 uur regent het lekker door. Dat klopt dus van die windveren. Maar is het niet gek, dat het weer altijd van het ene uiterste in het andere schiet!
Het landschap wordt steeds romantischer en dus steeds steiler, dat betekent ook steeds harder werken. Heel veel hellinkjes, weitjes en bos, vooral veel bos. Op zoek naar koffie bots op ik op de Notre Dame van Avioth. Een enorme laatmiddeleeuwse kerk in een piepklein gehucht. Je kijkt je ogen uit, een prachtig gebeeldhouwde natuurstenen preekstoel.

Rommelige kerk in Avioth

Rommelige kerk in Avioth

En dan ben ik opeens in België! Ik kom langs de abdij van Orval, waar tientallen toeristen hun campers staan vol te stouwen met dozen bier. Ik besluit de abdij te gaan bekijken, maar als ik af wil stappen, val ik met fiets en al om. Hier helpt geen geestelijk voedsel, ik moet naar de herberg. Na een enorme salade van vis en paté en een half brood ben ik weer mens. Terwijl ik zit te eten, is er een enorme wolkbreuk. Het water stroomt langs de wegen omlaag.

In het staartje van die bui vertrek ik weer. En dan wordt het wel een saaie middag, eindeloos lange wegen door het bos, die ook eindeloos blijven stijgen. Daarbij word ik regelmatig ingehaald door racende Belgen, dus na een uur ben ik doorweekt en zit ik onder de modder. De wegen zijn hier ongelooflijk slecht, vol scheuren en gaten, zodat je erg moet oppassen bij de afdalingen.

Preekstoel in de Notre Dame d'Avioth

Preekstoel in de Notre Dame d’Avioth

In Lescheret vind ik het welletjes, hier moet ergens een Nederlandse camping zijn met een restaurantje. Volgens het boekje hebben ze ook kamers.
En ja hoor, ik word ontvangen door een hele strenge mevrouw, die op mijn vraag naar een kamer antwoordt: die hebben we wel, maar de regen is voorbij, dus u kunt hier prima kamperen. En daar moet ik het dan maar mee doen. Vervolgens brengt ze me naar een veldje en wijst heel precies aan, waar ik mijn tentje op moet zetten, anders krijgen we maar problemen met de andere gasten. En dat willen we niet, toch? Nee mevrouw, zeker niet!

Gereden tijd 6:49
Afstand volgens GPS: 88,1
Afstand volgens de kaart:
Gemiddelde snelheid: 12,9
Hoogste snelheid: 48,2
Totaal gestegen: 1.148
Totaal gedaald: 855

Lienne 5-8-2015

Zonsopgang

Zonsopgang

Het avondeten verliep gisterenavond net als de ontvangst. Er was één voorgeschreven gerecht, nl. escalope de veau oftewel kalfsschnitzel met een saus van tomatenpuree, enige frieten en een handje haricots verts. Et la cuisson, saignant of à point? (Daar zal zelfs een Frans snackbarhouder nog naar informeren). Dat maken wij wel uit mijnheer, weet u wel hoeveel werk dit is? In gedachten trek ik het duurbetaalde blikje zuurkool met worst al open. Maar dan komt de vraag of ik nog een dessert wil, ijs of een Luikse wafel met kersen. Als ik vraag of de kersen vers zijn, het is tenslotte nog kersentijd, blijft het even stil. Maar mijnheer, waar moet ik in godsnaam verse kersen vandaan halen? Het antwoord, acht kilometer verderop bij de groenteboer in Léglise, daar zag ik ze vanmiddag nog liggen, slik ik wijselijk in. Kom maar op met die wafel, leve de calorieën!

Het plekje dat mij aangewezen is, blijkt ook het speelveldje van veertig ontremde kinderen te zijn, die krijsend heen en weer rennen om mijn tent. En de ouders zien het allemaal glimlachend aan. Die lieverds toch! Ik maak me nu toch ernstig zorgen, was ik ook zo een ouder? In elk geval valt het nog niet mee om in slaap te komen.

Ik wil nog een laatste bijzonderheid kwijt over deze camping en dan houd ik er over op. Op mijn vraag naar de wifi (welke camping heeft er nu geen wifi), krijg ik een dikke folder in mijn hand gedrukt, waarin alle gevaren van wifi voor de gezondheid breed worden uitgemeten. Ik begrijp dat het voor mijn eigen bestwil is, dat hier geen wifi aangeboden wordt.

’s Morgens vroeg is de hele camping in een dichte mist gehuld, alles druipt van het vocht. Dus weer een nat boeltje ingepakt en op welgemoed op weg naar Bastogne.

Ochtendnevel in de Ardennen

Ochtendnevel in de Ardennen

En dan gebeurt het. Ik maak voor het eerst in mijn leven een verkeersslachtoffer. Of nou ja, maak. Het slachtoffer is in dit geval ook dader. Het is nog vroeg in de ochtend en ik geniet van een suizende afdaling tussen Clichimont en Assenois, als er opeens een dier links uit berm schiet en keihard op me af komt rennen. Ik denk eerst aan een dolle hond, maar honden bewegen heel anders. Maar dan zie ik een grijze streep op zijn rug, het is een das. Als ik die tussen mijn spaken krijg, dan maak ik een flinke smak en waarom heb ik mijn helm eigenlijk niet op? (omdat de zon in mijn ogen scheen, koos ik voor een pet). Het stomme beest mikt precies tussen mijn wielen, ik geef nog een enorme schreeuw en dan raak ik hem met mijn achterwiel. Ik hoor een geluid alsof hij in één keer alle lucht uit zijn longen blaast. Ik stop en fiets terug en verwacht een zieltogende das in de berm te zien liggen, die uit zijn lijden verlost moet worden. Maar het slachtoffer is nergens te vinden, ook niet in het veld rogge naast de weg.

Later die dag wordt ik nog een keer opgeschrikt door wild. Ik fiets langs de Ourthe door het bos, als vlak voor mijn neus een reebok oversteekt. Gelukkig zoekt deze niet de confrontatie, maar verdwijnt tussen de bomen.

Ourthe

Ourthe

Ik stop vandaag op het laagste punt van het traject, op een camping aan de Lienne. Deze camping wordt ook al gerund door Nederlanders, volgens mij uit de Amsterdamse onderwereld. Zwaar getatouteerde heren hangen aan de bar en stevig opgemaakte dames staan er achter. Ik vind het allemaal prima, zolang ze maar kunnen koken en geen tikkertje gaan spelen rond mijn tent. Want ik sta hier pal aan een kabbelend beekje en dat is het enige geluid dat ik nog wil horen vandaag.

Gefietste tijd: ca 6.20 (de GPS heeft een tijdje uitgestaan)
Afstand volgens de kaart: 87
Afstand volgens GPS: 79,1
Gemiddelde snelheid: 13,2
Hoogste snelheid: 44,6
Totaal gestegen: 994
Totaal gedaald: 1.279

Ik overwin de ene col na de andere.

Ik overwin de ene col na de andere.

Dilsen 6-8-2015
Ik moest op Googlemaps opzoeken waar ik ben, ik wist t gewoon niet meer. Ik heb een beetje moeite om alles op een rijtje te zetten, dus laat ik me beperken tot het feitelijk verslag.

Ik wist dat t warm zou worden vandaag, dus ik ben extra vroeg opgestaan, zodat ik voor zevenen al aan het fietsen was. De route begon met 4 km vlak en dan 7 km steil omhoog en dat doe je t liefst voordat de zon er zich mee gaat bemoeien. En het was de ene helling na de andere, zodat ik om tien uur, halverwege alweer een nieuwe helling van 3 km in de brandende zon, bij de bakker een tweede ontbijt nam, aangevuld met een abrikozentaartje en een halve liter chocomelk.

Het groene dal, het stille dal

Het groene dal, het stille dal

Een uur later was ik in de vesting van Limbourg, tijd voor meer koffie en aardbeientaart. Ik las in mijn gidsje dat deze middeleeuwse stad in een lus van de rivier de Vesdre is gebouwd op een hoge heuvel, die alleen door de heel sterken geheel in het zadel genomen kan worden. Even werd ik overweldigd door het euforisch gevoel dat opkomt op die momenten dat je je realiseert dat je iets heel bijzonders hebt gedaan, maar toen realiseerde ik me dat de gids zuidwaarts is geschreven, terwijl ik noordwaarts fiets. Met andere woorden, die bewuste helling kon ik na de koffie op mijn gemak afdalen.

Limbourg

Limbourg

En zo kwam ik al ploeterende over de Waalse heuvels opeens een Nederlands verkeersbord tegen. En dat dirigeerde mij naar een echt Nederlands fietspad met glad asfalt. En dat was een opluchting!

Het fietsen door Wallonië, mijn lieve lezers, is namelijk bepaald geen genoegen. Om te beginnen, zijn de wegen in deplorabele staat. Deze wegen zijn sinds de slag om de Ardennen in 1944 niet meer serieus bijgehouden. Althans, het onderhoud lijkt er uit te bestaan dat er af en toe iemand met een emmertje vloeibaar asfalt op uitgestuurd wordt, met de opdracht het eerste beste gat te vullen dat ie ziet. Dat betekent slalommen tussen de kuilen en scheuren en, wat erger is, constant afremmen in de afdalingen om te voorkomen dat je over de kop slaat.
Voor een fietser in de heuvels geldt de wetenschap: what goes down, must come up again, en die wetenschap is alleen te verdragen als je ook voluit down kunt gaan. Maar als je, zoals vandaag, stapvoets omhoog én omlaag moet, dan wordt een zware wissel getrokken op de moraal (sic).

Maar er is nog een reden, waarom het fietsen in Wallonië zo anders is dan Frankrijk of Nederland. Het verkeer neemt hier apocalyptische vormen aan. Over al die scheuren en kuilen daveren opleggers met staalplaten en trucks met aanhangers vol krijsende varkens of blèrende schapen, jakkeren bestelbusjes met aanhangers met daarop kleine draglines en open auto’s met dreunende muziek en daartussen bewegen zich open vuilniswagens, postbodes, bakkerskarren en ga zo maar door. En daarbij probeert iedereen zo snel mogelijk van stoplicht naar stoplicht te komen, dus bij elk groen licht gaat het gas op de plank, wordt zo snel mogelijk de maximaal toegestane snelheid bereikt, waarna men weer vol in de piepende remmen gaat voor het volgende rode licht. Ik hoop dat jullie mij deze kleine uitweiding willen vergeven, maar er was een moment dat ik mij naast de weg wilde opstellen met een afgebroken tak, om de eerste de beste auto te lijf te gaan. Nu terug naar de harde feiten.

Zo stond ik dus om kwart over drie voor Maastricht CS met de volgende vraag in mijn hoofd: zal ik? Nee, zei ik toen en rechtte mijn rug, nee, ik zal niet. Ik neem de koninklijke weg, hetgeen in mijn geval de Zuid-Willemsvaart betekent, aangelegd door koning Willem I. En toen daar om half zes een wit bordje langs die vaart stond, met daarop een groen fietsje, een groen bedje en een pijl, dacht ik, dit is een teken dat ik niet mag negeren.

Zuid-Willemsvaart

Zuid-Willemsvaart

En tien minuten later stond ik oog in oog met een madam met de paniek in haar ogen, want de kamer was niet aan kant. Ach mevrouw, als de lakens maar schoon zijn, of (en dit is mijn troefkaart) is er misschien iets anders in de buurt dat u kunt aanbevelen? Nee dat kan ze natuurlijk niet, want haar kamer is de mooiste, dus terwijl ik naar t restaurant fiets, dat haar man mij aangeraden heeft, kuist zij de kamer.

De statistieken

Gefietste tijd: ruim 9 uur

Afstand volgens de gps: 81,6 (na een pauze weer eens vergeten aan te zetten)
Afstand volgens de kaart: 115

Gemiddelde snelheid: 9,8
Topsnelheid: 44,3
Totaal gestegen: 892
Totaal gedaald: 1.072

Playlist:
Woody Guthrie- best of
Coco Rosie- Noah’s Ark
Hans Zilver- Voor de verre prinses
Colosseum- Valentine suite

IJsselstein 7-8-2015

Ik deed nou wel een beetje grappig over de eigenaresse van Het Vossenhol in Dilsen, maar het was natuurlijk heel sportief om zo’n totaal verwilderde, naar zweet stinkende man met een rood aangelopen hoofd in haar huis toe te laten. Dus, mochten jullie ooit in de buurt van Dilsen op zoek naar een slaapplek zijn, dan kan ik het Vossenhol van harte aanbevelen!
s’ Nachts om half vijf begon het te onweren en te hozen van de regen, en daar lag ik uiterst tevreden naar te luisteren, het was van dat onweer dat opgesloten zat in een bocht van de rivier, dus dat ging door tot half acht. Telkens verwijderde het zich en daarna kwam het weer dichterbij.

Na een heerlijk ontbijt van louter streekproducten en zelfgemaakte jam ging het verder door Belgisch Limburg langs de Zuid-Willemsvaart, tot het punt waar het kanaal naar het oosten afbuigt richting Weert. Daar ging ik noordwestelijk door de Kempen slingerend over de Nederlands-Belgische grens, tot ik opeens voor de Achelse kluis stond, een enorm Benedictijner klooster. Hoeveel monniken zouden daar nog wonen? De grote ommuurde kloostertuin lijkt totaal verwilderd.

Wie hier binnentreedt, laat meer dan have en goed achter.

Wie hier binnentreedt, laat meer dan have en goed achter.

In de bossen is een deel van de zgn. dodendraad gereconstrueerd, het geëlektrificeerde hek dat de Duitsers in WO I tussen België en Nederland plaatsten. Als je het ziet, vraag je je af hoe dat mensen heeft kunnen tegenhouden. Maar het plaatsen van hekken om mensen te verhinderen de grens over te steken (in dit geval smokkelaars en Belgische verzetslui) is duidelijk geen noviteit.

De dodendraad

De dodendraad

Tijdens de lunch in Riethoven valt mij een mooie gedachte in, wat als de jonge pelgrim nu eens onderdak voor de nacht vroeg aan de oude pelgrim? Dus ik bel mijn vader, ben je thuis vanavond? Ja hoor, kom maar.
Dat lieve lezers, was wel het sterkste staaltje van grove zelfoverschatting van de hele reis! Want ik moest eerst nog door Steensel via Knegsel, Zandoerle en Wintelre over de Oostelbeerse heide en de Kampinaheide, zodat toen mijn vader om half vijf belde of het al opschoot, ik loog dat ik al in Vught was, terwijl ik toch echt aan de rand van Boxtel een trui om mijn zadel stond te binden. Maar ja, afspraak is afspraak, dus hup!

Via Den Bosch kun je in een rechte lijn naar Zaltbommel en onderweg kom je langs het wegrestaurant De Lucht, nog bezongen door Neerlands Hoop. Daar verkopen ze gebraden kippen en daar kun je goed op fietsen. Na Zaltbommel komt Geldermalsen en dan ben je in een wip in Culemborg. Om negen uur stond ik in de ondergaande zon op de gierpont.

De gierpont van Culemborg

De gierpont van Culemborg

Ja en dan ben je er al bijna, je kunt de televisietoren van IJsselstein al zien. Maar wat is die Lekdijk krankzinnig lang! En kom je dan eindelijk bij de plofsluis van Nieuwegein, dan mag je niet direct naar je eindbestemming. Voor fietsers (die hebben toch nooit haast) heeft de gemeente een prachtige route om Nieuwegein heen gecreëerd en om zich er van te verzekeren dat je niet stiekem afsnijdt, zijn alle doorgaande wegen verboden voor fietsers verklaard.

Om half elf stond ik met mijn fiets voor de deur, mijn vader was nog wakker en het bier was koud!

De statistieken
Gereden tijd: 10.45
Afstand volgens de GPS: 166,7
Afstand volgens de kaart: niet te reconstrueren
Gemiddelde snelheid: 15,5
Hoogste snelheid: 27,9
Totaal gestegen: 600
Totaal gedaald: 659

Playlist: Cellosonates 1 en 2 van Brahms

Amsterdam 8-8-2015

Utrechts weidelandschap

Utrechts weidelandschap

Nadat ik ben uitgezwaaid door mijn vader, fiets ik door het Hollandse, pardon Utrechtse, weidelandschap terug naar Amsterdam. Via Harmelen en Waverveen kom ik op de Ronde Hoep terecht. Gek eigenlijk, dat als je op bekend terrein fietst, je zo weinig bijzonders opvalt. Terwijl er toch genoeg is om je over te verbazen. Zoals de drie cafés op een rijtje in Wilnis, die alle drie een bord op de stoep hebben staan met de tekst Zelfgemaakt Italiaans schepijs. Daar zit een enorm verhaal achter, dat kan niet anders.

Of al die slierten motorrijders, die van het mooie weer gaan genieten. Maar waar zit nu eigenlijk de lol? Stel je bent motorrijder, je wordt vroeg wakker, de zon schijnt en je denkt, kom ik bel mijn vrienden van de motorbende en we gaan toeren. Dan trek je je zwarte leren broek aan, je zwarte laarzen, een zwart leren jack, zwarte handschoenen en tenslotte Et je een zwarte integraalhelm op met een getint vizier dat een smalle blik op de wereld biedt. En dan denk je geen moment, hè ik zou wel eens de wind door mijn haren willen voelen of de zon op mijn huid. Dat gaat er bij mij niet in.

Ik besluit mezelf te trakteren op een lunch bij de Voetangelbrug. Grappig, ik ben niet de enige die op dat idee gekomen is. Maar we kunnen allemaal doorfietsen, want de eigenaar is op vakantie.

De cirkel is rond, ik ben weer bij de Nieuwe Meersluis.

De cirkel is rond, ik ben weer bij de Nieuwe Meersluis.

Ik bedenk dat ik, zodra ik thuis ben, naar de slijter ga om mezelf te trakteren op een wijn uit een van die vele wijngaarden waar ik langsgefietst ben. Daar bak ik dan een ribeye bij met een hele grote berg verse groenten, want die heb ik maar mondjesmaat gezien.

Maar als ik thuis kom, kan ik eerst langs de fietsenmaker. Het eerste beeld dat ik zie is mijn stadsfiets zonder zadel. Dat heeft een of andere onverlaat ontvreemd tijdens mijn vakantie. Het tweede beeld is mijn dronken bovenbuurman met cowboyhoed op, die een onsamenhangend verhaal begint over de lekkere wijven in Frankrijk.

Ik denk dat ik maar weer omkeer.

Welkom thuis

Welkom thuis

De statistieken

Gefietste tijd: 3.46.20
Afstand volgens GPS: 53,5
Gemiddelde snelheid: 13,6
Hoogste snelheid :21,8
Totaal gestegen: 97
Totaal gedaald: 96

Playlist: Graham Bond Organisation – Live at Klooks Creek

Het uur van de waarheid

Werkt de fiets je fit met frans formule nu echt?

Bij een eerste oppervlakkige waarneming lijkt de formule resultaten te boeken. Mijn buikje is minder (maar niet weg) en het spek op de heupen is zo goed als weg. Ik heb duidelijk meer beenspieren en mijn schouders zijn ook steviger geworden en ik heb al twee weken geen last meer gehad van mijn rug. De alcoholtolerantie is met één glas toegenomen, drie bier is nu het maximum.

Maar dan de harde cijfers! Bij mijn vertrek woog ik 68,4, nu weeg ik 65,3! Dat is een mooi resultaat. En verder is er geen fluit veranderd volgens mijn weegschaal. Het vetpercentage is met 0,2% toegenomen, het waterpercentage met 0,1% afgenomen en het spierpercentage zelfs met 0,5% afgenomen! Dus over het geheel is volgens deze weegschaal van het merk Soehnle mijn situatie verslechterd. Dit kan toch niet waar zijn? Heb ik hier tweeduizendvijhonderdvierentachtig kilometer voor gefietst, mijn achterwerk een maand lang mishandeld, eindeloze hellingen beklommen, me dan eens urenlang nat laten regenen en me dan weer laten verschroeien door een meedogenloze zon?

Ik weiger deze uitslag te accepteren. Die weegschaal gaat morgen terug naar de Blokker, dat apparaat is je reinste boerenbedrog!

IMG_4006

Zeg Frans?
Mja?
Zei jij nou dat je 2584 kilometer gefietst hebt?
Ja?
En je oorspronkelijke plan naar Bordeaux wat toch 2700?
Jaaaaaa?
Nou dat scheelt maar 116 kilometer, waarom is dat dan niet gelukt?