Den stora planen 2017

Een nieuw groot plan

Het hele verhaal staat op http://fransopdefiets.tumblr.com, ik ben nog wel even bezig om het verhaal in opgepoetste versie op deze pagina te publiceren.

Dit jaar heb ik een echt DOEL, de Zweedse stad Linköping. Daar woont Anton, een oude vriend van mij en ik ga bij hem een dubbelelpee ophalen, die hij dubbel heeft. Fill your head with rock heet die elpee en ik heb er mooie herinneringen aan. Onze vriendschap is ongeveer net zo oud als die elpee (maar dan zonder het versleten randje) en daarom heb ik er wel een stukje fietsen voor over.

Op het kaartje hieronder kun je mooi zien waar ik naar toe moet, Linköping ligt halverwege de E4, de snelweg van Göteborg naar Stockholm.

Maar hoe kom je op de fiets vanuit Amsterdam nou een beetje leuk in Linköping? Het eerste stuk is niet zo lastig, je fietst langs de Oostvaardersplassen en door de Weerribben naar Emmen. Daar begint de Jutlandroute en die rij je bijna helemaal uit. Daar is een prachtig boekje van, geschreven door Clemens Sweerman: Jutland fietsroute, In het spoor van de Vikingen. In Frederikshaven neem je de boot naar Göteborg. Op dit kaartje van de Europafietsers, kan je mooi zien hoe die route (blauwe lijn, nr 15) loopt.


Maar dan! Je ziet het probleem, Zweden is leeg op een dun lijntje na, dat langs de kust naar Noorwegen loopt! Zouden daar ook mensen fietsen die niet heel snel naar Noorwegen willen?

Nou heb ik twee jaar geleden een stuk van een Eurovéloroute gereden, dus misschien hebben die wat te bieden? En inderdaad, je kunt met hen dwars door Zweden fietsen naar de poolcirkel, of langs de Baltische kust naar Finland. Maar naar Linköping? Nee, dat ligt niet aan hun routes.

Er blijken nauwelijks boekjes en of routegidsen te koop voor iemand die van west naar oost door Zweden heen wil fietsen. Dat moet je zelf maar uitzoeken. Er is dus wel een mooie kustroute naar Stockholm, vanwaar je dan langs het Götakanaal naar Linköping zou kunnen rijden, maar die dat is niet efficiënt voor iemand die maar vier weken de tijd heeft. En je kunt ook niet zomaar een streep van Göteborg naar Linköping trekken, want dat land barst van de heuvels, ondoordringbare bossen en peilloos diepe meren waarvan je de overkant alleen vanuit de top van een boom en bij heel helder weer kunt waarnemen.

Gelukkig is er ook een website van de Zweedse fietsersbond, de Svenska Cykelsällskapet, al is die er vooral voor de Zweden zelf, de rest van de wereld moet zich maar met Google Translate behelpen. Die website heeft een engelstalige homepage, zodat je snapt waar de rest van de website over gaat. En als je daar een tijdje mee bezig bent, ga je de lol er weer van inzien. Het verhoogt het avontuurlijk gevoel tijdens de voorbereidingen toch enorm.

En op hun website vond ik dus een kaartje met de nationale fietsroutes. Eentje daarvan loopt zelfs door Linköping. Maar het kaartje maakt nog iets duidelijk, dit fietsgezelschap denkt in grote lijnen. Hoe kom je er nou achter of er meer routes mogelijk zijn?

Gepuzzel

Als je op opencyclemap.org inzoomt op de onderste helft van Zweden, dan komen er zowaar nog wat regionale fietspaden in beeld.

Die rode lijnen kende ik dus al, maar de paarse zijn nieuw. Dat zijn de regionale fietspaden. De grijze lijnen kun je negeren, want dat zijn snelwegen. Het punt is alleen dat je niet echt een beeld krijgt van het reliëf. Wat je dan kunt doen is heel ver inzoomen en je route opknippen in trajecten van 10-20 kilometer. Die zoek je dan weer op in bikemap.net, waar je een hoogtereliëf kunt laten samenstellen. Alleen heeft bikemap weer een voorgeprogrammeerde voorkeur voor andere routes dan opencyclemaps heeft, zodat je voortdurend maar zit te pielen met het verslepen van de bolletjes in je routelijn.

Dus stel je bent slim en je wilt proberen twee fietsroutes met elkaar te verbinden, dan zoek je eerst uit in opencyclemaps wat de opties zijn. Dus als ik van Göteborg naar Boras wil, moet ik die route in stukjes gaan samenstellen op opencyclemaps.

Die zoek ik dan op in bikemap.net, en daar krijg ik dan een hoogteprofiel bij. Dan zie je meteen dat het op dit stuk allemaal wel meevalt met het klimmen, dus dat is een optie.

Maar hoe hou je nog het overzicht. Je moet er niet aan denken om straks met driehonderd screenshots op je telefoontje weg door Zweden te zoeken. Nou laat daar nu een heel mooie analoge oplossing voor zijn? Alleen een beetje aan de prijs, want ze kosten EUR 21,- per stuk.

Ze missen weliswaar hoogtelijnen, maar ze tonen wel alle campings, uitzichtspunten, vaarroutes en, heel belangrijk, het reliëf. En dan snap je opeens veel beter waarom die fietspaden zo gek lopen, nl. er zijn behalve langgerekte steile heuvelruggen ook veel moerassen en kleine meertjes in Zweden. De kern van al mijn gepuzzel is natuurlijk, hoe rond ik het Vättern meer?
Om de noord of om de zuid? Ik heb een lichte voorkeur voor de zuidvariant, het Zweeds fietsgezelschap kiest voor de noordelijke ronding. Maar is er misschien nog een derde optie? Ja natuurlijk, er is altijd een derde optie! Halverwege het meer liggen Karlsborg (westzijde) en Motala (oostzijde) tegenover elkaar. En volgens dit Belgische echtpaar kun je met een oude loodsboot overgevaren worden, mits je maar een paar dagen van tevoren reserveert. Naar varen heb ik wel oren!

De stok achter de deur


Die oude loodsboot heb ik gevonden, hij heet de M/Y Modig en vaart op maandag, woensdag en vrijdag. Je moet wel vooraf reserveren, dus ik heb alvast een plekje geboekt op 24 juli.

Dat geeft mij ook meteen een reden om een beetje door te fietsen en niet teveel te lanterfanten. Nu is niets menselijks mij vreemd en zelfoverschatting is my middlename. Dus als realitycheck heb ik de volgende planning gemaakt.

7-7 Amsterdam – Heetveld 110 km
8-7 Heetveld – Emmen 76 km
9-7 tot en met 16-7 Emmen – Frederikshavn 807 km

Daar reken ik negen dagen voor, gemiddeld 89,5 km per dag. Dat moet toch te doen zijn? Zeker als je weet dat er in de zomer vaak een zuidenwindje staat en dat Jutland niet al te heuvelachtig is.

Frederikshavn – Goteborg 1 dag
Goteborg – Karlsborg 4 dagen

In totaal 16 dagen, dan hou ik zelfs een dag over! Dat moet lukken!

De fiets heeft inmiddels een grote beurt gehad bij de Vakantiefietser, er zit een nieuwe achterband op, ik heb de speling uit het stuur laten halen, nieuwe remblokjes laten plaatsen, het USB-contact laten fatsoeneren en nog wat van de kleine dingetjes. De olie in de Rohloff-naaf had ik zelf al ververst van de winter. Dus de fiets is er klaar voor.

Maar ben ik er klaar voor? Sinds maart fiets ik zo vaak als mogelijk naar mijn werk. Dat is 11 kilometer heen en 11 terug, inclusief de oversteek met de pont. Elke keer als ik op de pont sta, fotografeer ik de boom aan de zuidzijde van het kanaal.

Zo bouw ik al een kleine fietsconditie op, met twee stramme knieën als gevolg trouwens want mijn stadsfiets is misschien iets minder geschikt voor dat traject. Ik heb aan dokter Google gevraagd wat het kan zijn, maar die gaf zoveel verschillende antwoorden dat ik het er maar bij heb laten zitten. Ik doe wel elke dag de knie-oefening die bij alle beschreven kwalen aangeraden wordt, nl. zitten op een stoel en je been strekken. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op, ‘but it soothes the mind’ zoals de Engelsen dan zeggen.

En verder heb ik mijn uitrusting weer iets verbeterd, dit keer met een nieuw slaapmatje. Een half pond lichter en de helft kleiner. Je koopt er een soort nylon boodschappentas met slurf bij. Die slurf sluit je aan op het matje, je opent de tas zo wijd mogelijk en vouwt dan de bovenkant dicht. Je hebt dan een ballon met lucht en door op de tas te drukken, vul je het slaapmatje. Geniaal toch?

4-6 Infietsen

Er is maar één manier om een eind te maken aan het gepieker over mijn knie en dat is een flink stuk fietsen. Dan weet ik waar ik deze zomer aan toe ben. Er staat een mooie strakke westelijke bries, dus ik ga naar de Utrechtse heuvelrug. Langs de Overtoom, Weteringschans, Amstel, Omval, en de Weespertrekvaart waar de stadsvernieuwing heeft toegeslagen, het honk van de Hells Angels en de autosloperijen zijn vervangen door enorme huizen langs de vaart. Als dat geen voorbeeld van gentrification is? Voor je het weet ben je Diemen voorbij, fiets je door Driemond en langs Weesp richting Hilversum. Het is een mooie Pinksterdag en het is heerlijk rustig, iedereen ligt blijkbaar nog in bed. Aan de noordkant van Hilversum duik ik het bos en dan is het koffietijd bij de beeldentuin van De Zanderij.

Voor 5 euro krijg je koffie met zelfgebakken appeltaart en het tweede kopje is gratis. Als u zich afvraagt waar ze het van doen, de bediening bestaat uit kleine meisjes tussen de 6 en de 9 jaar die af en aan rennen. Opa en oma zien het tevreden aan.

Het is heel mooi en afwisselend fietsen ala je eenmaal aan de goede kant van Hilversum zit. Veel bos, beetje hei.
In Bilthoven mis ik de afslag naar Huis ter Heide, waar ik natuurlijk weer een beetje laat achterkom. Zo van hé de zon zou toch rechts moeten staan en niet links? Enfin, langzaam rijpt het plan om tot Arnhem te fietsen. Na 55 kilometer begint mij linkerknie dan toch te knakken, net alsof de botten hun plekje niet helemaal kunnen vinden. Rustig doorfietsen maar, ik merk vanzelf wel tot hoe ver ik kan gaan.

Na 68 kilometer in Doorn ga ik aan de lunch. Het is dan half twee, eigenlijk een uurtje te laat, maar op tijd stoppen blijft moeilijk. Een flinke BLT-sandwich geeft voldoende energie om het laatste stuk aan te durven. Gelukkig is er onderweg altijd nog uitwijk mogelijk naar Veenendaal en Wageningen. Maar dat doe ik niet hoor.

Ik vind het een mooie oefening voor de vakantie zo. Ik kan weer wennen aan het langdurig zitten op een zadel en met die wind in de rug vlieg ik letterlijk naar het oosten. Goed voor het moreel ook, ik zie mezelf al zo door Denemarken suizen volgende maand. Mijn knie knakt af en toe wat, maar het lijkt niet erger te worden. Bij de laatste klimmetjes in Arnhem voel ik hem wel, maar dat lijkt me normaal, ik heb er dan al 100 kilometer op zitten. Toch voor de zekerheid maar even langs de huisarts deze week, wie weet heeft zij nog goede tips.

Ik ben precies op tijd voor de intercity naar Den Helder van 17.01. Die zit al behoorlijk vol met fietsen, maar gelukkig is er nog een plek over. Blijkbaar zijn meer mensen op het goede idee gekomen om een stuk met de wind mee te fietsen.

En de rest van de foto’s, mijnheer Hoving? O ja, de foto’s. Vrijwel niet aan gedacht! En het was zo mooi vandaag!

Totale afstand: 117,5
Fietstijd: 6.37

22-6 Het uur U nadert

Het geheim van de knie is dat ie moet fietsen! Fiets ik een paar dagen niet, dan gaat ie opspelen, maar na een dagje Arnhem voelt ie weer 20 jaar jonger aan. Dat geeft vertrouwen.

Bovendien heb ik van mijn docente Alexandertechniek Maria Vahervuo een paar waanzinnige knie-oefeningen opgekregen, die ik zo getrouw mogelijk probeer uit te voeren. Ga eens op het puntje van je stoel zitten en strek je been. Hoe lang hou jij dat in de lucht? Een andere doe je liggend met gestrekte benen. Til je ene been langzaam een stukje op, laat het rustig zakken en op het moment dat je met je hiel de grond voelt, hup weer omhoog. Doe dat 20 keer om te beginnen.

Ik heb besloten om drastisch minder kaarten en gidsen mee te nemen. Voor de route van Emmen naar Frederikshaven heb ik nu één gidsje, voor Zweden vier fietskaarten. Dat weegt samen 530 gram, 1200 gram minder dan mijn pakket van vorig jaar. Dat zet zoden aan de dijk. (Overigens betaalde ik voor dit setje kaarten ongeveer 20 euro per ons). Met de gewichtsbesparing van het matje mee, bespaar ik al anderhalve kilo!

Helaas ontkom ook ik niet aan de wet van de communicerende gewichten, ik moet nl. extra pakketten bergbeklimmersvoer inslaan vanwege de voorspelde barre omstandigheden in noord Denemarken en Zweden. U zult zich herinneren dat ik vorig jaar aan de voet van de Bismarcktürm in het Spreewald met twee ambtenaren van de gemeente Wierden aan een tafel zat. Die hadden het jaar ervoor in Denemarken gefietst en enorm geleden onder de gebrekkige voedselvoorziening. Boterhammen met tevredenheid en knorrende magen waren hun deel. Dat zal mij niet overkomen natuurlijk!! En in Zweden schijnt het helemaal erg te zijn, prachtige natuur maar niks te vreten dan bessen in het bos of als je geluk hebt gehaktballen bij de Ikea.

Die zakken werken heel simpel. Je snijdt de bovenste reep van de zak, je gooit er drie deciliter kokend water er op en na 8 minuten is het smullen maar. Had ik vorig jaar zes van die zakken mee, dit jaar worden het er tien, hopla dat is weer zeven ons erbij. De gewichtswinst ten opzicht van vorig jaar loopt zo weer terug naar 1 kilo. Maar 1 kilo minder gedurende 1450 kilometer, dat merk je toch? Toch?

Quantified self 1

Vorig jaar was ik nogal teleurgesteld in de uitkomsten van de metingen aan mijn lijf. Een maand fietsen veranderde nauwelijks tot niets aan de omvang van mijn benen of aan mijn gewicht, noch aan de verhoudingen tussen de percentages water, vet en spier. Daarom wilde ik dit jaar mijn metingen concentreren op mijn gemoed. Ben ik gelukkiger vóór of ná mijn fietstocht. Zo’n meting heeft natuurlijk ook zijn beperkingen, want ik merk dat mijn geluksgevoel al toeneemt als ik alleen maar aan een fietsvakantie denk! En bovendien, hoe meet je geluk?

Nou mocht ik laatst voor mijn werk aanschuiven bij de projectgroep geluk, waar ook een (zelfbenoemde) geluksprofessor aan deelneemt, Patrick van Hees. Die zegt: DOM maakt gelukkig. DOM staat voor Doelen stellen en waarmaken, Oplaadpunten creëren en Mensen ontmoeten. Dat klinkt zo gek nog niet. Maar hoe méét je dat nou? Daar kwamen we niet uit. Sommige projectgroepleden werden zelfs boos toen ik die vraag stelde. Want je moet geluk niet willen meten. Toen ik van de schrik bekomen was en een beetje ging zoeken op het web, kwam ik er al snel achter dat er geen algemeen aanvaarde methode is, die je in een half uurtje op jezelf kunt toepassen.
Dat rechtvaardigt dat ik hier mijn eigen voorlopige conclusie trek: fietsen maakt gelukkig en denken aan fietsen ook.

Toch maar op de weegschaal gaan staan dus, maar die metingen van mijn benen laat ik dit jaar achterwege hoor. Je krijgt net iets teveel associaties met foute wetenschap op die manier. En bovendien wil ik helemaal niet dat jullie dat weten!
En wat zegt de weegschaal?
Mijn gewicht bedraagt 63,7 kilo, mijn percentages vet, vocht en spier respectievelijk 18,7, 56,9 en 41,1%. Je zou denken dat het opgeteld bij elkaar 100 % zou zijn, maar dat is dus niet zo.

Het meegeleverde boekje maakt duidelijk wat er aan hand is. Spieren bevatten ook vocht, er is sprake van gedeeltelijke dubbeltelling. Eerst meet het apparaat het totaal aan vocht, inclusief dat wat in de spieren zit. Als dan de spieren gemeten worden, wordt het vocht dat daarin zit, niet afgetrokken van het resultaat. Is dat nou een smart weegschaal? Ik bedoel, met al die slimme technologie in huis, waardoor je koelkast leverancier nog eerder dan jijzelf weet dat je je vanavond wil bezuipen, dan moet zo’n apparaat dit sommetje toch ook kunnen maken?

Als je even nadenkt, bevindt dus 16,7% van het vocht dat in mijn lichaam aanwezig is, zich blijkbaar in mijn spieren. Dat is ruwweg 2/7 van het totaal aan vocht!!!

Nu even doorrekenen. Ik weeg 63,7 kilo, daarvan is 11,9 kilo vet (een flinke frituurpan vol), de overige 51,8 kilo is een mix van vocht en spier. Omdat er wel vocht in je spieren zit, maar geen spieren in je vocht, moet het spierpercentage naar beneden bijgesteld worden met (18,7 + 56.9 + 41,1) – 100 = 16,7%. Hou ik over 24,4% spiermassa, oftewel 15,3 kilo stoofvlees. De rest (36,5 kilo) is nattigheid. Ik schat dat je zo’n drie emmers overhoudt als je mij uit zo knijpen, omdat het soortelijk gewicht van lichaamsvocht natuurlijk wat hoger ligt dan zuiver water.

En hier laat ik dit onderwerp voor wat het is, in augustus volgt de hermeting.

Slapeloze nachten

De afgelopen week was een spannende week. Wekenlang woei de wind gestaag uit het zuidwesten, wat natuurlijk ideaal is voor mijn plan. Maar afgelopen weekend werd ik onaangenaam verrast, de altijd nauwkeurige voorspellingen van Windfinder voorzagen een omslag in de windrichting naar noordoost, ingaande de nacht voor mijn vertrek. En werd er zaterdag nog NO 3 voorspeld, op zondag was het NO 4-5.

En zo lag ik dus zondagnacht naar het plafond te staren en zag mezelf al dagenlang tegen een straffe noordooster in ploeteren. Hoe was het mogelijk, juist als ik ga vertrekken, draait de wind tegen! Maar dinsdagochtend gebeurde er iets bijzonders, volgens het KNMI zou de wind vrijdag gewoon uit het westen komen, niks noordoost.


En ja hoor, 12 uur later ging ook Windfinder overstag. Donderdag NO, maar vrijdag vanaf 05.00 UTC +1 ruimt de wind naar WZW 4-5. En zo is het nu, 8 uur voor mijn vertrek, nog steeds! Ik slaap weer als een roos en zie mij morgenochtend als een jonge god over de Oostvaardersdijk sjezen.

O ja, voor ik het vergeet, het gewicht van mijn bagage bedraagt dit keer 22 kilo. Dat is anderhalve kilo meer dan vorig jaar??? Hoe is dat in Godsnaam mogelijk? Ik had toch juist flink bespaard op gewicht? Nou ja, wellicht dat ik er onderweg nog wat uitgooi.

7-7 Heetveld

Vanmorgen zat ik om iets over half zeven op de fiets. Door het Vondelpark en de PC Hooft rij ik naar de Weteringschans om dan via de Nieuwe Vaart bij het Amsterdam – Rijnkanaal te komen.
Op de Weteringschans word ik aangesproken door een fietser, die onderweg is naar zijn woonboot, die in het kommetje bij de Schellingwouderbrug ligt. Als het zwaar geregend heeft, slaan daar de stoppen door. Dus hij gaat op weg naar zijn werk even langs om te kijken hoe de ark erbij ligt. Ik vergat natuurlijk weer om de belangrijkste vraag te stellen, waar sliep hij dan de afgelopen nacht? Bij IJburg steek ik het kanaal over en fiets langs de Diemerzeedijk naar Muiderberg.


Het IJmeer in de vroege ochtend, dat zwarte streepje is Pampus.

Daar koop ik een muffin en twee perziken. Over de Hollandse brug en dan langs de IJmeerdijk naar de Oostvaardersdijk. De beloofde wind laat het een beetje afweten, dus ik rij als een gewone sterveling op eigen kracht naar Lelystad. Bij de Pampushaven eet ik de muffin op, die kletsnat is van binnen, met de perziken. Perziken behoren tot de familie van de steenvruchten vanwege hun pit, net als abrikozen bijvoorbeeld. In dit geval begint de steen al onder de schil. En dan maar klagen dat de middenstand verdwijnt op het platteland.

Langs de dijk zie ik opeens een bestelwagen bij het water staan met het opschrift: Verse vis van de VD44. En verdomd, in het water ligt de VD 44 en de heren staan de vangst van vandaag naar de wal te gooien.

In Lelystad neem ik koffie met appeltaart. Rustig eten is er niet bij, want de mussen vinden appeltaart nog lekkerder dan ik. Met mijn rechterhand werk ik de taart naar binnen en met de linker mep ik naar de mussen op de tafel. Die zijn dat gewend en springen routineus naar achteren om vervolgens opnieuw aan te vallen.


Gewetenloze mussen

Daarna gaat het snel, ik ben in no-time bij de Ketelbrug en daarna ga ik over het Pionierspad langs het Ramsdiep. Vlak voor het Kadoelermeer is een prachtig uitzicht gecreëerd over het Zwarte Water. Landschapskunst!


Landart in het Zwarte Water

Bij het Kadoelermeer moet ik de brug over en dan verdwaal ik natuurlijk weer in Heetveld. Dat dorp bestaat uit drie straten en ik ben er al drie keer verdwaald op de fiets! Echt waar! Maar toch, tot ieders verbazing (inclusief de mijne) sta ik om half drie al bij Bob en Hetty in de tuin.

Gefietste tijd: 6.11.20
Gefietste afstand: 110 kilometer
Gemiddelde snelheid; 17,8
Hoogste snelheid: 27,6
Totaal gestegen: 276 meter
Totaal gedaald: 285 meter

8-7 Ter Apel

Vanmorgen was ik niet zo vroeg op als gisteren. Een paar glazen Vollenhovense triple, gegrilde zalm met witte wijn, kortom het was heel gezellig maar geen topsportersdieet. En wat heb ik heerlijk geslapen in een grote kast op een luchtbed van een halve meter dik. Dat van die kast moet je letterlijk nemen, zij hebben namelijk naar één slaapkamer in hun chalet. Dat chalet wordt trouwens steeds mooier, elke keer dat ik er kom, heeft Bob weer verbeteringen doorgevoerd. Afgelopen jaar heeft hij er ramen bijgeplaatst en er ligt een enorme stapel hout te wachten om een dubbele buitentrap met platform van te maken.
Na een licht ontbijtje word ik uitgezwaaid door Bob en Hetty en om kwart voor tien zit ik in hartje Meppel aan een tweede ontbijt van koffie met croissants. Dat Meppel heeft best een mooi centrum trouwens.

Het is flink bewolkt en er staat een zacht windje in de rug, net genoeg om je comfortabel te voelen. Vanaf hier ga ik langs de Hoogeveensche Vaart naar, inderdaad, Hoogeveen. Daar kan ik vast lekker lunchen. Die vaart is niet zo spannend, maar het rijdt wel lekker door!


Er zijn blijkbaar ook Hovings die wel geaard zijn.

Om half twaalf ben ik in Hoogeveen en ik heb alweer flinke honger. Tijd voor een derde ontbijt of eerste lunch. Als ik dan een soort van horecaopleidingscentrum met de naam Smaaq zie, stop ik subiet. Hier kun je veel eten voor weinig! Het blijkt te gaan om een lunchroom waar jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt leren werken. Die worden hier opgeleid tot werknemer 3.0 volgens de folder in gruwelijk beleidsjargon die op tafel ligt. Je zou er je eetlust van verliezen! Maar voor viereneenhalve euro krijg je er prima boterhammen met kaas, een kluit Johmasalade en koffie. Ik kan het iedereen aanraden!

Na nog een heleboel kanaal met kleine huisjes en schoffelende mannen in geruite bloezen (zie je er één dan werkt ie, zie je er twee dan staan ze met de handen in de zakken het werk te bespreken) wordt het een spekpannekoek in Geest. Het is dan pas 13.00 en je kunt Emmen al ruiken. Bij wijze van spreken dan, want ik heb geen idee hoe Emmen ruikt.


Drents kanaal (de Verlengde Hoogeveensche Vaart)

In Sleen is een groot dorpsfeest aan de gang met mudrun en een concours hippique. Voor de ouderen onder jullie die zich afvragen wat een mudrun nou weer is, het is niets anders dan een hardloopwedstrijd waarbij je jezelf een aantal keren door een modderige sloot moet worstelen en je na afloop door de dorpsbrandweer wordt schoongespoten. Daar word ik aangesproken door een heel geïnteresseerde dame die precies wil weten waar ik vandaan kom en waar ik naar toe ga. Haar man staat het vanaf een afstandje aan te horen en geeft commentaar met gesnuif en ongelovig gelach. Uit Amsterdam, jaja. Naar Zweden? Ha!

In Emmen begint het echte werk, want tegenover het station begint de Jutlandroute. Als ik op de kaart sta te kijken, word ik aangesproken door een oude Drent met pretoogjes. Of hij me kan helpen. Als ik Nee dankjewel zeg, begint ie hartelijk te lachen. Je kunt het veel beter zelf uitzoeken, zegt ie, want dan weet je tenminste waar je bent. Hij vindt het helemaal leuk wat ik doe. Na Emmen komt er een eindeloos fietspad van scheefliggende tegels en ik stuiter op en neer op mijn zadel.

In Ter Apel ben ik het zat en ga naar de camping. Een enorme halflege camping aan een meertje, vlakbij het centrum. De eigenaar is heel druk en opgewonden want er is vanavond een groot scoutingfeest en binnenkort organiseert hij, jawel, een mudrun. De stapels autobanden liggen al klaar, zegt hij trots.


Touristenbureau van Ter Apel

En ik heb geen asielzoeker gezien vandaag.

Totale afstand: 90,1 kilometer
Gemiddelde snelheid: 16,2
Hoogste snelheid: 24,6
Gestegen: 290 meter
Gedaald: 276 meter

9-7 Mollberg

Het was knap koud afgelopen nacht, ik denk dat het vanmorgen toen ik opstond niet warmer was dan tien graden. Alles was kletsnat van de dauw, maar het was wel een mooie ochtend.
En ik ben heel tevreden over mijn nieuwe matje, het weegt minder, het is opgerold veel kleiner en het slaapt echt fantastisch.

Om half acht ben ik er vandoor. Het is een mooi bosrijk gebied, het is er doodstil en de enige levende wezens die ik zie, zijn enorm grote hazen. Echt tientallen zie ik er op de weg, in de berm en in de tuinen van de herenboerderijen, waarvan de heren nog liggen te maffen.


Laantje bij Ter Apel


Grenzen zijn typische Nimby gebieden. Je vindt er kerncentrales of windmolens.

Om negen uur steek ik de Ems over. Ik zou wel een kopje koffie lusten, maar er is nergens koffie te krijgen, behalve bij het benzinestation, dat ik uiteraard links laat liggen.

Om 10.00 wordt mijn stijfkoppigheid beloond, in Neubörger is Antjes Snack und Coffeshop open. Ik neem een grote koffie met een croissant. De koffie komt uit zo’n krom apparaat, dat in Nederland ook zo populair was voor de Nespresso uitgevonden werd. Je krijgt van die schuimende en tegelijk waterige koffie. Het duurt even tot ik op de naam kom, Senseo.

Het is hier een zacht glooiend landschap met veel bomen en kleine veldjes. Er moet hier ergens een Middeleeuwse vorst begraven liggen, Surwold, een formidabel tegenstander van Karel de Grote. Niemand weet waar precies, maar heel veel mensen weten zeker dat hij in een gouden kist ligt. Die is nog niet gevonden, maar ze komen hem vanzelf een keer tegen denk ik, want er wordt nog steeds veen afgegraven hier. Ik zie geen turftreintjes rijden, het is zondag tenslotte, maar kruis wel regelmatig een smalspoor dat wordt gebruikt voor de turfwinning.
Wat ik ook kruis, is een magneetzweefbaan op palen. Dat is haast landschapskunst als je er van een afstandje naar kijkt.

Ik heb me voorgenomen om dit keer niet teveel over eten te schrijven. En dat vind ik moeilijk, want een belangrijk deel van mijn dag wordt beheerst door eten. Waar kan ik eten, wat ga ik eten, wanneer heb ik voor het laatst wat gegeten enzovoorts. Nou je kunt hier dus bijna nergens eten, althans niet langs mijn route.

Als ik er 90 kilometer op heb zitten, wil ik wel naar een camping. Maar dat lukt niet, althans de receptie van de camping in Winterstede die ik op het oog heb, gaat pas over 2,5 uur open. Het barst hier van de campers, maar ik zie geen trekkersveldje. Ik wil hier geen uren zitten wachten op de mededeling, “Es tut mir Leid, aber wir acceptieren keine Zelte hier”. Gelukkig is de volgende camping al over 25 kilometer. Dan die maar!


Als je die sticker ziet, zit je goed.

Als ik er dan bijna ben, kom ik langs een B&B met de naam Hof Mollberg. En dan bel ik toch maar even aan. Er is niemand thuis, tenminste er wordt niet opengedaan. Ik hoor wel stemmen, maar dat zullen gasten zijn. Als ik ze opbel, vragen waar bent u dan? Voor de deur. Maar heeft u wel geklingeld? Doch, doch, zeg ik. Dan vliegt de deur open en staat er een blonde Duitse gekleed in bikini en een zijden sjaal om haar schouders en een mobiel in haar hand. Ik hoef niks te zeggen, ja ze hebben kamers vrij, 37,50 inclusief groot ontbijt. Gaat u zitten, u zult wel moe zijn, wacht neemt u een lekkere punt kwarktaart, ik trakteer! Tja, wat doe je dan? Je neemt die kamer, je eet die taart en je voelt je ongelooflijk tevreden.

Gefietste tijd: 7.39.25
Afstand: 118,3
Gemiddelde snelheid: 15,5
Hoogste snelheid: 28,8
Totaal gestegen: 417
Totaal gedaald: idem
afstand: 118,3

10-7 Osten

Gisterenavond at ik voor het eerst Ostfries. Matjesharingfilets met Bratkartoffeln en huisvrouwensaus. Dat is een mix van zure room, dille, stukjes appel, spek, augurk en ui. Daarna heb ik nog een aflevering van Tatort gekeken en toen viel ik om.
Vanmorgen ging ik na een vorstelijk ontbijt weer op pad. Past u goed op uzelf en krijgt u geen ongelukken? Ik beloof het!
En ik fiets prompt verkeerd, dankzij een fout geplakte sticker. Eigen schuld, moet je maar op de kaart kijken. Dankzij Tsjechische fietsapp Mapy.cz op basis van Open Street Maps kan ik de route met een kleine omweg weer oppikken.

Het is een saai landschap, weiden, wilgen. Nou geeft dat niet zo, want de wegen zitten vol scheuren en kuilen dus ik heb al mijn aandacht voor de weg nodig. Anderhalf uur lang hots ik tussen de vervallen boerderijen en kerkdorpen door, totdat ik in Ovelgönne kom.


Saai!

Bij Zum König von Griechenland serveren ze hele grote cappuccino’s. Dan ben ik al vlak bij de Weser waar het zachtjes begint te regenen.
Vlak voor de Weser bekijk ik nog even het kerkje van Golzwarden.


Ze behandelen hier het Oude en Nieuwe Testament in afbeeldingen.


Genesis.

Toren met een funderingsprobleem. Dat lossen ze op door de galmgaten dicht te metselen.

Het veer over de Weser

Die regen houdt de hele middag aan, ze is niet heel storend, maar je koelt er wel vanaf. Wat ook de hele middag aanhoudt, is de doordringende gierlucht die boven de landerijen hangt. Overal wordt gier uitgereden.

De laatste 30 kilometer komen de eerste klimmetjes, ik moet af en toe flink terugschakelen om nog vooruit te komen.

Net zo’n toren zag ik vorig jaar in Wesel

Ik eindig in het Hotel Fähre Krug aan de Oste een getijderivier die parallel aan de Elbe loopt. Het hotel staat pal naast een zweefveer uit het begin van de 20e eeuw en ik krijg een kamer met balkon en een prachtig uitzicht op de rivier en het veer. Het enige nadeel is, je raadt het al, de gierlucht die van de overkant komt aanwaaien.

Het zweefveer van Osten

Fährekrug

En als je nu denkt, die Hoving leeft er maar op los, dan kan ik je verzekeren dat een kaartje voor de schouwburg in Amsterdam duurder is dan een nacht in dit hotel.
Maar waarom slaap je alweer in een hotel, je hebt toch een tent mee? Nou daar heb ik vandaag grondig over nagedacht en het antwoord luidt als volgt. De hotels op het Duitse platteland hebben zeer lage prijzen, goede bedden en een uitstekende keuken. In Denemarken daarentegen, zijn de prijzen torenhoog en met de kwaliteit van de bedden en de keuken heb ik geen enkele ervaring. Bovendien ben ik ben nog aan het infietsen en heeft mijn karkas en goede nachtrust nodig om te kunnen herstellen van de dag. Dus ik heb besloten om tot de Deense grens in eenvoudige hotels te slapen, maar daarna slaap ik in mijn tent.

De weersvoorspellingen zorgen trouwens voor gemengde gevoelens. Morgen wordt het ZW 4-5 en dat is heel, heel goed. Maar woensdag verwachten ze N 5-7 en dat is heel, heel slecht. Tegenwind en kou! Maar ja, wat doe je eraan. Zo’n vakantie is net het echte leven.

Gefietste tijd: 7.17.35
Afgelegde afstand: 112,5 kilometer
Gemiddelde snelheid: 15,4
Hoogste snelheid: 32,2
Totaal gestegen: 428 meter
Totaal gedaald: 444

11-7 Hamdorf

De kaart van de Fährekrug bestaat uit 3 pagina’s vis en en halve pagina vlees. Dan ga je het noodlot niet tarten en neem je een vis. Ik kies voor Lisander (tongschar) met gekookte aardappels en botersaus. Gutbürgerliche Küche!

Als ik opsta regent heel hard, maar dat is tien minuten later voorbij. In een dik uur kom ik aan het veer over de Elbe. Er staat een lange rij auto’s en dan is het toch een soort van kinderlijk genoegen dat je daar zo langs kunt fietsen.

Als de boot aanlegt, zie ik allemaal badeendjes in de staanders van het beweegbare brugdek op de wal. Een foto maken zit er niet in, de klep is al omlaag en de fietsers moeten er als eerste af. En met het personeel hier valt niet te spotten, dat heb ik op het Weserveer al gemerkt. Een automobilist die niet precies hun bevelen opvolgt, krijgt de wind van voren. “Heb ik soms gezegd dat u naar links moest sturen?”


Aan de overkant, ligt Glückstadt, een havenstadje met een mooi marktplein. Een stadje met zo’n naam kun je toch niet links laten liggen. Op de markt zie ik de eerste vakantiefietsers, een heel gezin met twee kleine kinderen op een eigen minitraveller en een peuter in een karretje. En allemaal in sportkleding met helmen natuurlijk. Op de markt koop ik hele grote kersen en een Matjesbrot.

Elbe, maar als ik zeg Noorpolderzijl, geloof je het ook

Daarna rij ik heerlijk in het zonnetje met de wind in de rug langs de Elbedijk, totdat de lucht vrij snel betrekt, het hard begint te waaien en na tien minuten een enorme onweersbui losbarst. De regen komt dwars over de weg en ik kan geen 100 meter ver zien. Ik zie nog wel een bordje Radlercafe 400 meter en sta op de pedalen om daar te kunnen schuilen. Je raadt de afloop al: Alleen in de weekends open dus, niet vandaag. Ik schuil nog even achter een muurtje, maar dat helpt niet veel. Dan maar doorfietsen en natregenen. Nou weet ik ook weer hoe soppen in je schoenen klinkt.

Toen ik hierlangs kwam, regende het nog niet. Deze bushalte hoort bij een houtzagerij.

Na een kwartier is het ergste voorbij en dan kom ik langs een bouwmarkt met een cafetaria. Hoera! Daar hebben ze prima broodjes met worst. De muren hangen vol met foto’s van de twee dames die de broodjes smeren, ze hebben blijkbaar sportvliegen als hobby. Je vraagt je af waar ze het van doen, want een half stokbrood met beleg kost hier maar drie euro. Als ik er daar twee van op heb, schijnt de zon weer. Maar niet voor lang. Na een kwartiertje begint het weer gestaag te regenen. Op zulke momenten moet je gewoon aan iets leuks denken, dat helpt. Zoals gisterenochtend, toen ik vlak voor Ovelgönne langs de start van een wielerwedstrijd voor vijftigplussers kwam. De heren begonnen spontaan te klappen en met hun bellen te rinkelen. Dan fiets je daarna toch even harder.

Langs eeuwenoude wegen…

Onderweg moet ik denken aan de krantekoppen over de rellen in Hamburg. Eergisteren stonden er enorme foto’s van relschoppers op de voorpagina’s met de vraag wie deze mensen herkende. Vandaag bij de bakker zag ik dat er eentje herkend was, een jongen van 19 die nog bij zijn oma woont. Dat detail is natuurlijk een belangrijke opmaat naar de kop van morgen, je mag kiezen. Optie 1: Oma wanhopig, ik heb er alles aan gedaan om hem op het rechte pad te houden. Optie 2: Terreuroma zet kleinkind aan tot rellen, zij sympathiseerde in de jaren ‘70 met de Rote Armee Fraktion. Ik hou jullie op de hoogte!
Enfin aan het eind van de middag kom ik bij het Kielerkanaal, of het Nord-Ostseekanal zoals ze het hier noemen en dan schijnt de zon weer.

Veer over het Kielerkanaal

Stoom en kolendamp

Dat volg ik een tijdje en als ik dan weer afbuig, kom ik in het eerste van drie plaatsjes achterelkaar, waar overnachtingsmogelijkheden zijn. En bij het eerste hotel is het raak. Ik krijg een half appartement met dakterras met avondzon.

Gefietste tijd: 6.05.56
Totale afstand: 93,46
Gemiddelde snelheid: 15,3
Hoogste snelheid: 30,8
Totaal gestegen: 305
Totaal gedaald: 306