2023 A slightly overdone plan:
IJmuiden – Newcastle – Harwich
4-6-2023 Rondje Kennemerland
Gisterenavond had ik er opeens zin in. Niks kozijnen schilderen morgenochtend, maar infietsen voor de vakantie. Tenslotte mag ik wel iets meer trainen dan vorig jaar, toen ik me beperkt had tot een retourtje Purmerend. De route is best pittig dit jaar, meteen in het begin al veel heuvels om te beklimmen.
Wat wordt de route dan? Op 30 juni heb ik een bootticket voor IJmuiden-Newcastle en daarna heb ik vier weken om thuis te komen. Als ik mijn plan volg, kruis ik mijn route van vorig jaar bij Stonehenge om dan langs de zuidkust naar Harwich te fietsen.
Het was vandaag NO 4 dus ik begon tegen de wind in. Via Wormer, Oost-Knollendam, Spijkerboor, Schermerhorn, De Goorn, Spierdijk, Spanbroek alles tegen de wind in. Toen via Veenhuizen naar de duinen.
Koffie is in Noord-Holland van oudsher een probleemproduct. Men drinkt hier liever bier, maar niet op de zondagochtend, dan heeft men een kater en ligt nog in bed. U begrijpt, zelfs de kroegbazen die met koffie een centje bij willen verdienen, houden hun tent op zondagochtend gesloten.
Tot mijn verrassing kwam ik in De Goorn langs het zelfbedieningsterras ‘t Koetje. Daarnstond een koffieapparaat dat voor twee euro een beker cappuccino beloofde. Nu is een belangrijke levensles dat als iets te mooi is om waar te zijn, het meestal niet waar is. Zo ook bij ‘t Koetje, waar de machine een cappuccino zonder melk serveerde. Daar stond ik met mijn kartonnen bekertje met wee vingers koffie.

In Veenhuizen staat een spuuglelijk kerkje uit de jaren 60 met daarin het praalgraf van Reinout van Brederode. De deur was op slot, maar als je je neus tegen de ruit drukt om de spiegeling van het zonlicht op te heffen, dan krijg je toch een idee.

Even later op de camping van Geestmerambacht was er echte koffie en zelfgemaakte cheesecake.
En toen via de Schoorl de duinen in en de Noordzeekustroute gevolgd tot Castricum. Daarna via Uitgeest weer naar Zaandijk.
29-6 Een dag voor vertrek
Wat is het plan? Het plan is wat ondoordacht. Het eerste deel is OK, dan fiets ik naar IJmuiden en van daaruit neem ik de ferry naar Newcastle. Het tweede deel had ik van te voren wat beter moeten onderzoeken, het blijkt geen route voor zondagsfietsers. Had ik nu maar wat meer getraind dan een halfbakken ritje door de duinen!
Hieronder een grafiekje van de hoogteverschillen op de route.

En mind you, dan ben ik pas in Portsmouth. Moet ik daarna nog langs de Engelse kust naar Harwich. Het enige positieve aan deel twee is de afstand, die is maar 1350 kilometer. Daarna is het dan nog pakweg 400 kilometer naar Harwich, dus de hele tocht blijft ruim onder de 2.000 kilometer. In vier weken betekent dat een daggemiddelde van 18/28*100= 65 kilometer. Nou dat moet te doen zijn.
En ik was het bijna vergeten, de traditionele weging voorafgaand aan de rit. Het enige betrouwbare aan deze cijfers, is dat ik daar sinds 2015 dezelfde weegschaal voor gebruik.
Gewicht 64,8 kilo. De doormeting levert de volgende waarden op: 16,3% vet, 59,7% vocht, 42,6% spier. Als ik dat vergelijk met de cijfers van vorig jaar, dan heb ik nu minder vet en meer spieren. Dat komt wel overeen met mijn waarneming, want mijn broeken zijn het afgelopen jaar aardig gaan knellen. De oorzaak is ongetwijfeld de sterke toename van mijn buikspieren, waardoor de omvang van mijn middel is toegenomen. Ik zei al, het enige betrouwbare aan de meting is de ceteris paribus.
Vanmorgen was ik nog even langs de huisarts, wie niet van medische praatjes houdt, mag hier stoppen met lezen. Ik had al een paar weken last van een geïrriteerde tepel en aangezien daar een moedervlek aan vast zit, wilde ik daar naar laten kijken. Bovendien was inmiddels de huid op borsthoogte behoorlijk rood geworden. De diagnose, na enig geknijp in de tepels, was: hoogstwaarschijnlijk een tekenbeet. Je kunt het niet aantonen in het bloed, maar je ontkomt niet aan een specifieke antibioticakuur, die je overgevoelig maakt voor zonlicht. Dat wordt nog een hele uitdaging op de fiets om dan niet te verbranden. Gelukkig is het nu een graad of 16 en bewolkt in Newcastle, maar hoe moet dat als het warmer wordt? Ik kan toch moeilijk met een lange broek aan gaan fietsen?
Enfin, met de geruststellende woorden “als u toch hoge koorts krijgt volgende week, ga dan nog even langs een dokter”, vertrok ik naar de apotheek. Niet slikken is natuurlijk geen optie, als ik Lyme oploop, kan ik dit wel als mijn laatste fietstocht beschouwen.
30-6 IJmuiden
Ja wat valt er dan te vertellen van zo’n eerste dag? ‘s Morgens nog gewerkt op het archief, daarna snel naar huis, omkleden en wegwezen. Via Buitenhuizen naar IJmuiden met een windje tegen.
Het was half bewolkt met een beetje zon en dat heb ik geweten. Ik had mijn benen wel goed ingesmeerd maar mijn hals niet. Knalrood dus. Het positieve hiervan is dat ik zojuist aangetoond heb dat smeren werkt.
Ik kreeg een sms om op tijd te zijn vanwege de verwachte drukte. Nou dat viel reuze mee, ik kon meteen naar de check in en na teruggeroepen te zijn door de douane die mijn paspoort wilde zien, was het nog een half uurtje wachten.


Bij het wachten op de kade stond ik naast een stel van 2 meter lengte, die samen op de tandem naar Schotland gaan. Op de Santos tandem wel te verstaan. De fietsen beginnen daar bij 6.000 euro en ik heb maar niet gevraagd wat die tandem gekost heeft. Ik stel me voor dat die elkaar ontmoet hebben via de datingsite 200+.
De hut is minimaal, qua afmetingen vergelijkbaar met een couchette in de trein. Je krijgt er een eigen douche annex plee bij die zo compact geconstrueerd is dat je kunt poepen en douchen tegelijk.

Nu zijn we net buitengaats en er staat een fijne deining, het schip slingert een heel klein beetje, net genoeg om te voelen dat je vaart. En ik zit met een biertje in de cocktailbar in afwachting van het eten te luisteren naar hitjes uit de vroege jaren 60 (waarschijnlijk allemaal rechtenvrij). Want van geld maken hebben ze hier wel kaas gegeten. Een flesje water uit de automaat kost 3 euro, in de tax free shop 2 euro. In je hut komt er gechloreerd water uit de kraan en een glas behoort niet tot de inventaris. Maar ik klaag niet hoor.

Afstand: 22 km
Tijd: 90 minuten
1-7 Littletown
Gisterenavond op de boot van het buffet gegeten, een redelijke keus en niet slecht klaargemaakt. Daarna me eens over de route voor morgen gebogen, wat is dat gidsje toch onduidelijk. In elk geval is de bestemming Durham en daar iets voorbij moet een camping zijn. Het zou de eerste camping zijn vanaf Newcastle, maar dat lijkt me sterk. Morgen maar even op internet zoeken. Een uurtje Wifi hier aan boord kost 4 euro en dan voel ik toch een bepaalde drempel.
Ik slaap vlak bij een autodek en elke keer dat het schip een stevige beweging maakt gaat er een auto alarm af. Ik hoop dat het steeds dezelfde auto is en dat ze morgenochtend met een lege accu staan, waarna ze tegen ferrytarieven van de boot gesleept moeten worden. In elk geval hoor ik het alarm niet meer als ik ‘s nachts een keer wakker word.
Bij het opstaan zie ik dat ik gisteren toch meer verbrand ben dan ik dacht. Dat gaat nog wat worden de komende anderhalve week als ik de hele dag buiten ben. Het nadeel van de antibiotica is niet alleen dat je overgevoelig wordt voor zonlicht, maar ook dat je darmflora aangetast wordt. Dat leidt dan weer tot het wegvallen van de comfortabele regelmaat van een toiletbezoek per dag. Een plasje langs de weg kan altijd, maar this is a different matter (letterlijk en figuurlijk). Enfin we gaan het zien vandaag.
Om 7 uur gaat het ontbijtbuffet open. Ik begin met drie bruine broodjes, dan een bord yoghurt met muesli en tot slot meloen en ananas. Zo kan ik er een paar uur tegen.
Na de douanecontrole (wilt u uw bril even afzetten) fiets ik vrij hoog op de Tyneoever naar Newcastle. Aan het begin van de stad is een Bike Hub, dat wil zeggen een werkplaats, koffiebar met gratis wifi en WC’s.

Toen werd het een 20 kilometer lange klim naar Consett over een oude spoorlijn die aan de monding van de Derwent begint, een zijrivier van de Tyne.

Ongeveer drie uur lang door een prachtige omgeving met groene valleien en oude spoorbruggen. Het is best doortrappen over de gravel terwijl je voortdurend moet afremmen voor mensen met loslopende honden en kinderen. Een keertje verkijk ik me op de steilte van de helling en voor ik kan afstappen, val ik om en lig ik op mijn rug naast mijn fiets.

Maar tegen twee uur ben ik toch in Consett. Ik eet een boterhammen met kaas in het park bij gebrek aan een pub. Daarna komt de beloning, 20 kilometer omlaag naar Durham.
Durham is een prachtige oude stad, maar wat een verkeerschaos. Eerst dacht ik daar te kamperen, maar de camping is alleen voor caravans. Ik doe een belrondje langs de campings in de omgeving, maar ik krijg alleen maar antwoordapparaten. Dan maar een bed and breakfast voor een keertje, want ik ga niet al die campings affietsen in de hoop dat ze toch open zijn maar te lui waren om de telefoon op te nemen. Dus nu heb ik een hele mooie kamer in York House in Littletown voor de prijs van ongeveer tien nachten kamperen.
Gelukkig was het niet zo warm vandaag en meest bewolkt, dus kon ik met lange broek en trui fietsen en is de verbranding beperkt gebleven. Alleen de ruggen van mijn handen waar de gaten van mijn fietshandschoen zitten en mijn neus zijn rood.
Afgelegde afstand 80 km
Gefietste tijd circa 6,5 uur
2-7 Kildale
Vanaf Littletown was het ongeveer 20 minuten fietsen naar The Farmers Arms. Eerst maar een kopje huisgemaakte groentesoep (gepureerd, dus geen idee welke groenten erin zaten, de soep was wel heel groen, dus dan weet je het wel). Daarna tagliatella met paddestoelen en applecrumble met ijs toe.
Je kunt wel merken dat je noordelijker zit, want het wordt nog later donker dan bij ons en om 5 uur is het al stralend licht.
Om 9 uur op pad. Ik had wel eerder gewild, maar op zondag mag je hier pas om half negen ontbijten. Ik kreeg twee croissants, gebakken eieren en tomaten met toast en yoghurt.
Eerst fiets ik een hele lange route omlaag naar de kust, alweer over een oude spoorlijn. Om op die route te komen moet ik langs een terrein met sloopcaravans. Overal liggen witte hopen plastic en oud papier. Als ik er bijna ben, verheft een van die hopen zich en heft een soort wolvengehuil aan terwijl hij mij aankijkt. Ik blijf ook staan en taxeer de situatie. Er zit een lange ketting aan dat beest, maar hoe lang precies? Er is maar een manier om daar achter te komen, ik doe een paar passen voorwaarts en het ondier komt ook in beweging. De ketting blijkt net niet lang genoeg om de hele breedte van de weg te bestrijken en ik kom er ongeschonden langs.
Koffie in Hartlepool in een pub waar iedereen al aan het bier zit om half twaalf. Als dat maar goed gaat! Het koffiesysteem is hier als volgt, je betaalt 1,50 aan de bar en daarna mag je zo vaak als je wil naar de automaat lopen en koffie pakken.

Hartlepool Battery


Lunch in een pub roodbakstenen buitenwijk van Seaton Carew, naast een wedkantoor en een supermarkt. Voor een paar pond krijg je een bord met lamsvlees, gebakken en gekookte aardappelen, aardappelpuree, wortelen, wortelpuree en groene kool. Daarbovenop ligt een soort luchtig deekbaksel. En dat allemaal op één bord! Het zit hier vol met bejaarden die eens lekker betaalbaar uit eten gaan.
Ik zit driftig te rekenen. Van hier naar Kildale is nog 35-40 km waarvan 25 stijgen. En dan moet ik nog door Middlesborough. Op dit moment schiet het niet erg op, er staat een harde westenwind en ik zigzag door een eindeloze buitenwijk zonder enig zicht op groen.
Ik mopper op mezelf dat ik deze idiote route heb uitgekozen. Normaal gesproken plan ik het zo, dat ik eerst minstens een week vrij vlak fiets, voordat ik me erg moet uitsloven. Dit is wel een beetje ondoordacht allemaal. Maar zolang het gaat, gaat het.
Eerst maar naar Middlesborough en dat betekent een lange rit door industrieterreinen. Daarna de stad zelf door, en dan ga je geleidelijk klimmen. Opnieuw door eindeloze armoedige buitenwijken, met overal groepjes blowende jongens en bierdrinkers. Je zou denken dat je dan de aandacht trekt op je fiets met die felgekleurde tassen, maar niets is minder waar. Ze keuren je geen blik waardig, het is alsof je niet bestaat.
En opeens ben ik weer terug op het idyllische platteland bevindt met uitzicht op de heuvels van de North York Moors.
In Great Ayton fiets ik langs een hotel en ik kan het niet nalaten om te even te vragen. Maar ik heb pech, de laatste kamer is net weg. Dan maar 7 kilometer door naar de kampeerboerderij in Kildale.

Daar kom ik tegen vijven aan. Mijn heupen en knieën zijn hartstikke beurs, ik ben benieuwd hoe dat morgen aanvoelt.
Afstand: 80 kilometer
Gefietste tijd: 7 uur
3-7 Whitby
Helaas, helaas, de dichtstbijzijnde pub was gesloten, dus ik moest hetzij zeven kilometer terug fietsen, hetzij brood eten. Ik koos voor het laatste, ik vond het wel mooi geweest zo. Boterhammen met kaas was ook goed na die uitgebreide lunch.
De camping van Kildale bestaat uit twee gladgeschoren hellingen. Ik was de enige kampeerder, dus ik had alle keus. Maar hoe goed ik ook zocht, ik vond geen vlak stukje. Er is ook een grote kampeerschuur, louter bevolkt door vrouwen, ik denk alleenstaande moeders met dochters. Toen ik op weg ging naar de genderneutrale wc- en douchestal om de modder van me af te spoelen, ontstond er paniek. “There are ladies in there” werd me al van verre toegeroepen. Mijn wachten werd beloond met vriendelijke begroetingen de rest van de avond.
Om kwart over zes sta ik op, na een hele koude nacht. Die dure slaapzak van mij zou comfortabel moeten zijn tot circa het vriespunt maar ik lag volledig gekleed te bibberen in die nepzak, bovendien op een scheve matras. Het was maar goed dat ik zo moe was, anders had ik geen oog dicht gedaan.
Na een ontbijtje naast de tent ga ik op weg. En het valt niet mee vandaag, ik moet regelmatig afstappen omdat de hellingen te steil zijn.



Na Danby krijg ik een paar flinke maar korte buien over me heen, ik schuil dan maar even onder een boom. De hellingen worden steeds korter en steiler, 25% is normaal hier. Ik sleur en duw me een ongeluk om die fiets elke keer weer boven te krijgen. Toch mag ik niet mopperen, om 13.00 ben ik op de camping van Whitby. En vlak daarvoor nog een prima BLT sandwich bij de bootjesverhuur in Ruswarp. Je kunt hier modern (supplank) en ouderwets (overnaadse houten roeibootjes) huren. Ik boek twee nachten, even de gewrichten en spieren laten herstellen.
Afstand: 40 kilometer
Gefietste tijd: 4 uur
4-7 Whitby – 2
Ik kreeg gisterenochtend een tip in Danby. Naast de ruïne van de abdij zit een kleine brouwerij. Daar ging ik naar toe voor een pint IPA en een pizza. Ik zat even te denken of ik die bestelling nog een keer zou herhalen, want die pizza was wel erg dun, maar ik vond dat het zo genoeg moest zijn. En anders zijn er altijd nog brood, yoghurt, appels en mueslirepen.

De pizzabakkers van Whitby
Die gedachte bleef ongeveer tien minuten hangen, terwijl ik nog een beetje rondkeek in een oud straatje en toen stapte ik een restaurantje binnen om een zeebaars naar binnen te werken met vooraf een pint pale ale. En toe een panna cotta met vers fruit, curd van citroen en rozemarijn en lemongelly geserveerd in een citroenschil. Heel bevredigend allemaal.
Het was overigens echte touristenchique waar ik at, met speciale aanbiedingen als zes oesters met drie soorten prosecco. Maar dat kon mij niet zoveel schelen.
Ik eet natuurlijk altijd alleen op vakantie en dan zit ik ook nog vaak te lezen op mijn ereader of te schrijven op mijn telefoon. En nooit iemand die zegt, leg die telefoon toch eens weg. Ik moet opeens denken aan die geweldige film van Peter Greenaway: The cook, the thief, his wife and her lover. De lover zit ook altijd alleen lezend in het restaurant waar zij ook komt met haar man, the thief. Voor wie het verhaal niet kent, the wife raakt geïntrigeerd door die lezende man en begint een affaire met hem, the thief komt er achter en laat the lover vermoorden, waarna the wife wraak neemt door the cook het lijk te laten bereiden en door the thief te laten opeten.
Dus nu weet je hoe ik de andere eters in een restaurant inschat, zie ik de hoofdpersonen van deze film om mij heen? Dan is het oppassen geblazen! Deze avond was de kust veilig trouwens, veel mannen op leeftijd met wilde t-shirts en sikjes in het gezelschap van vrouwen die minstens twee keer zoveel wegen als ik, geen kans op stille romances dus.
Het was overigens uitstekend eten, maar vanuit economisch oogpunt beschouwd, had ik beter een tweede pizza in de brouwerij kunnen nemen.
Na een beetje uitslapen, lees ik totdat de abdij opengaat wat in de nieuwe essaybundel over het Nederlands slavernijverleden, zo ben ik in augustus voorbereid op mijn aandeel in het onderzoek naar het Zaanse slavernijverleden. Of nou ja, abdij, wat er van overgebleven is dan, want het is een grote ruïne. Dat is het werk van Hendrik de VIII en zijn Act dissolving the greater monasteries. Daar heb ik in 1985 nog een paper over geschreven in het propaedeusecollege Nieuwe Tijd.
Tot mijn schrik krijg ik bejaardenkorting en van de weeromstuit koop ik de bezoekersgids erbij. Daar heb ik vijf minuten later al weer spijt van, want dat is extra gewicht op de fiets. Het is maar goed dat ik vroeg in de abdij ben, want Whitby blijkt een groot toeristenfeest.


Je struikelt er over de echte bejaarden met Nordic walking sticks, bejaarden met poedeltjes in kinderwagentjes, bejaarden die zo weggelopen lijken uit Britse televisieseries van vijftig jaar geleden. Heel bijzonder allemaal. Naast de abdij is ook een krankzinnige kerk met binnen een groot doolhof van kerkbanken, die in groepjes om en om door elkaar staan. Langs alle wanden staan geschilderde borden met stichtelijke teksten, duidelijk 19e eeuws.

Rondom de kerk liggen natuurlijk honderden graven met verweerde onleesbare stenen. Op de deur van de kerk een briefje met het vriendelijk verzoek niet te vragen waar Dracula begraven ligt. Dat doet een beetje denken aan Bakerstreet 224, waar nog altijd post voor Sherlock Holmes naar toe gestuurd wordt.


Hier ligt ie dus niet!
Onderaan de trappen (199 steps) naar de abdij lunch ik met soup en sandwiches met harde sixties en seventies muziek. Dat past dan ook wel weer in het hele concept.
Daarna naar het lokale museum, opgericht in de 19e eeuw met grote vitrines vol met curiosa. Vlinders en opgezette meeuwen, harpoenen, een gepatenteerd kraaiennest, experimentele kompasnaalden, een strijdbroek van kokosvezels van een eiland in de Stille Zuidzee en van datzelfde eiland prachtige strijdknotsen. Die zijn gesneden uit één stuk hardhout met een gebogen uiteinde waarop een puntige bol met een lange punt in het verlengde van de buiging. De kunst is, zo vertelt het bijschrift, om een mooi rond gat in iemands schedel te slaan zonder die schedel met de bol te verbrijzelen. Dat was alleen weggelegd voor de geoefende strijder, dat begrijp je wel. Ik denk dat je er na een man of tien wel handigheid in hebt gekregen. Verder hebben ze behalve veel 19e eeuwse foto’s van de strandbadende elite en vissersvrouwen op blote voeten ook een paar foto’s van in puin geschoten huizen.
Dat verhaal zit zo. In de eerste wereldoorlog voeren een paar Duitse kruisers naar de Engelse kust en beschoten een aantal dorpen, waaronder Whitby. De bewoonster van het betreffende huis kwam om en haar zoon schonk een door granaatscherven beschadigd schilderij aan het museum, op voorwaarde dat het nooit gerestaureerd zou worden, maar voor altijd zou getuigen van deze aanval.
Nou, genoeg verhalen verteld voor vandaag.
Gefietst: nee, alles gewandeld
5-7 Hunmanby
Om te eten opnieuw naar de brouwerij gegaan, je kunt daar goed binnen zitten aan grote tafels gemaakt van pallets. Op het moment dat je je pint tussen in plaats van op de planken zet, wordt het tijd om te vertrekken. Dit keer een pizza ham genomen. Ik had alleen wat gelopen, dus dat was genoeg.
Voor het eten zat ik wat te somberen over de zwaarte van de route, het echte werk moet namelijk nog komen, maar uiteindelijk besloot ik dat als ik maar 20 kilometer op een dag zou afleggen, dat dat ook goed is. En dat als ik het redt, dat ik volgend jaar de Andes ga proberen. Gewoon om te zien waar mijn limiet ligt, voordat ik ingehaald wordt door het verval van de ouderdom. Want dat was wel mijn constatering gisteren, toen ik spontaan bejaardenkorting kreeg aangeboden. Anderen hebben het altijd eerder door dan jijzelf. Je wordt oud en op een dag kom je de berg niet meer op. Maar dat moment ligt nog voor me.
Het regent een beetje als ik opsta, niet hard maar ik pak natuurlijk wel een natte tent in. Half acht weg, de route gaat weer over een oude spoorlijn, the Cinder Trail.

Het is nog maar een dikke 20 kilometer naar de camping van Hunmanby en die bestaat, is open en accepteert tenten, dat heb ik gisteren telefonisch allemaal gecontroleerd.

Een bekend trefpunt voor fietsers, maar niet vandaag
Ik heb het maar koud vandaag, ondanks drie lagen kleding. Om me heen lopen mensen in korte broeken te wandelen, ik snap niet hoe ze dat doen. Volgens mij hebben ze gewoon een ongeschreven regel, tussen 21 juni en 21 september loop je in zomerkleding.
Een tweede stop in het Clock Café aan de noordkant van Scarborough, leidt tot thee met een zalmsandwich. Dat is pal voordat ik aan de getijderoute begin. Dat is een pad dat bij vloed onderloopt, het is nu laag en eind van de middag pas hoog, dus dat komt goed. Die route wordt met veel bombarie aangekondigd, maar is in tien minuten gefietst en dan mag je als beloning je fiets over een gravelpad letterlijk tegen de klippen op duwen.

Scarborough, ik mag met bejaardenkorting de ruïne bezoeken (maar dat doe ik niet)
Maar goed, bij het Clock Café spreek ik een Engels echtpaar uit de omgeving en ook enthousiaste fietsers. Die raden me een andere route naar Hunmanby aan, omdat mijn route over een hele drukke en steile weg met inhaalverbod leidt. Dat advies volg ik graag op en zo sta ik een uur later bij een bordje “public footpath, no bikes please”. Nu kan ik Hunmanby al zien liggen dus ik denk, niemand die me ziet, ik ga ervoor. Toen minuten later haal ik twee wandelaars in en ik hou me van de domme. “I am a bit lost, is this the right direction to Hunmanby?”. Jazeker, maar verderop is een hek en daar moet je overheen klimmen. Maar we helpen u wel. Inderdaad, een groot hek en op slot. Alle tassen eraf en er overheen, daarna tillen we samen de fiets erover. O ja, zeggen ze daar is nog een hek, ziet u wel? Dat zijn kissing gates dus dat zal u wel lukken. Maar die kissing gates zien er van bovenaf zo uit

De camping, met de bloemrijke naam Orchard Farm staat als rustig beschreven. Dat klopt in die zin, dat er nauwelijks kampeerders zijn. Maar het trekkersveld ligt naast de doorgaande weg en de spoorlijn. En die leveren een hoop lawaai op.
Afstand: 60 kilometer
Tijd: 5 uur
6-7 Stamford Bridge
Gisterenavond naar de pub bij de camping gelopen, sorry we are fully booked. Die heb ik nog niet eerder meegemaakt. Was ik nu maar gaan fietsen, dan had ik meer opties gehad! Via google vind ik de Piebald Inn, een beetje vreemde naam, maar je kunt er eten. Als ik daar aankom: heeft u gereserveerd? Als ik nee zeg, wordt er vreselijk gepuzzeld en geschoven en ik krijg ik een plekje in één van de eetzalen. Helemaal afgeladen met liefhebbers van de goede Engelse pie. Want daar gaat het hier om, ze hebben 52 verschillende varianten. Met vis, met vlees, met nieren en pens en zelfs vegetarisch. Bij de bar hangt een groot bord waarop staat hoeveel exemplaren van elke pie nog beschikbaar zijn. Ik ga voor de geit, er zijn er nog maar 2, dus die moet wel goed zijn. Er komen chips en erwten bij (uiteraard). Ik zak lekker weg in mijn hoekje met een pint en schrijf mijn verhaal van de dag af. En inderdaad, een enorm stuk pie, vette jus en dikke patatten met groene doperwtjes. Toe neem ik sponge cake met aardbeienjam en custardsaus.
En ik had een plan, ik moest over twee dagen in Churchill’s Hotel in Wombwell zijn. Daar heb ik een kamer geboekt. Dat is nog 180 kilometer, maar overwegend vlak, dus dat gaat lukken. Ik probeerde ook nog de camping voor morgen te verifiëren, maar ze zijn continu in gesprek. Nou ja, dan bestaat het nummer in elk geval nog. Waarom Wombwell? Omdat ik van daaruit de Pennines in hapklare brokken kan oversteken. Je moet namelijk twee keer naar 500 meter klimmen over gravelpaden en nu kan ik het zo indelen dat ik niet beide pieken op één dag hoef te doen. En dan nog, ik word gewaarschuwd dat je die pieken moet beschouwen als “Alpine crossings”, dus niet doen bij mist, sneeuw, onweer en harde wind. Dat belooft wat!
Wat me de afgelopen dagen ook opgevallen is, is dat de Engelsen echte hondenliefhebbers zijn. Die oude spoorlijntjes worden ook als wandelpad gebruikt en je moet voortdurend afremmen voor mensen die keurig gecoiffeerde honden uitlaten, allemaal even goed gemanierd. Die komen meteen als het baasje roept en wachten keurig in de berm tot ik voorbij ben. Ik zeg dan altijd vriendelijk gedag en dankjewel. De meeste mensen knikken me dan vriendelijk toe, op de enkeling na die vindt dat fietsers hier niet thuis horen.
Ik werd gisterenavond om 11 uur wakker, er liep een hele groep lachende en pratende mannen voorbij. Ik dacht nog, de pub is zeker net dicht gegaan, maar even later brak er een hels kabaal los. Het bleken spoorwegarbeiders die in de nachtelijke uren de rails kwamen verwijderen. Daarbij wordt met mokers op ijzeren spoorstaven geslagen en met een soort gemotoriseerde schroefmachines worden de bouten los gedraaid. Ik moet zeggen dat ze wel doorwerkten want in de loop van de nacht verwijderden ze zich steeds meer van de camping.

Het is een totaal ander landschap vandaag, grote heuvels met uitgestrekte akkers. Er staat een vlagerige koude wind tegen. Nadat ik weer eens mijn fiets naar boven geduwd heb en met bonzend hart sta te wachten tot mijn ademhaling weer een beetje gekalmeerd is, besluit ik tot een ernstig gesprek met mezelf. Waar zijn wij eigenlijk mee bezig, mijnheer Hoving? Dit is nog lang niet het zwaarste deel van de route en je komt nu al kracht en conditie tekort. Komt daarbovenop nog eens het besef dat ik een dag achterloop in mijn hoofd en de kamer in Churchill’s Hotel voor vanavond geboekt heb in plaats van morgenavond en dat is nog 120 kilometer hiervandaan.
Tijd voor pas op de plaats. Ik ga naar de camping van Stamford Bridge vlak bij York. Daar krijg ik een prachtige plek aan een vijver op een enorm grasveld.

Kiest u maar een mooi plekje uit
En ik sla aan het rekenen. Zelfs met een betere conditie wordt het hard werken om op tijd in Harwich te komen als ik eerst naar Southampton wil. Dus ik maak een nieuw plan. Optie 1: kortere dagafstanden en langer wegblijven is niet mogelijk. Ik heb ook maar vier weken vakantie. Optie 2: ik zoek de route van de LF1 op, die gaat van Hull naar Harwich en die is een stuk minder inspannend. Dat lijkt me de beste keuze. Morgen naar York om te proberen een gids van die route te krijgen en dan overmorgen op pad. Kan ik intussen nog een beetje bijkomen van de afgelopen twee dagen.
Het is wel een teleurstelling, maar ik merk dat dit plan toch wat te hoog gegrepen was.
Gefietste afstand: 62
Tijd: 5 uur
7-7 Stamford Bridge
Gisterenavond naar een hippe tent om te eten, ik krijg een plekje naast de WC deur. Maar natuurlijk mag u ook ergens anders zitten :-). Ik nam een biefstuk voor de spieren en toe sticky toffeepudding. Gewoon een stukje fruit zit er bij die Engelsen niet in, dat moet je zelf maar organiseren als je thuis bent.
Op de camping een beetje gehangen en even wat boodschappen gedaan, veel energie zit er niet meer in vandaag. Verder weer gelezen in de slavernijbundel, alle artikelen eindigen met de mededeling dat nog veel onderzocht moet worden. Verder is het zoals altijd op het eerste gezicht een eenvoudige kwestie, maar hoe meer je leest, hoe meer vragen je jezelf gaat stellen.
Ik ben nu over de helft met de antibioticakuur en die rode vlek is bijna weg. Ik zal blij zijn als het over is, want vanmiddag heb ik mijn oren ongenadig verbrand. Gewoon niet goed gesmeerd.
‘s Nachts bedacht ik me opeens hoe ik het probleem met de app van Tumblr moest oplossen. Afmelden en weer aanmelden natuurlijk! Have you tried to turn it off and on again? En dat werkte. Ik werd wakker van de bruine ganzen waarmee ik het gras en de vijver moet delen. Die slapen ‘s nachts ook, maar af en toe schrikt er eentje wakker na een nachtmerrie over een vos en die begint dan vreselijk kabaal te maken en dan komt de de hele troep in beweging. Alarm, wegwezen! Even later blijkt er niks aan de hand te zijn en valt de groep weer in slaap.
Ik wil hier graag even reclame maken voor Head and shoulders. Ja inderdaad de shampoo. Ik was nl. mijn eigen verantwoorde biologische shampoo met gember kwijt geraakt. Nu doe ik alle smet die shampoo, douchen, scheren, de afwas en mijn kleding. Maar gelukkig verkochten ze op de vamping waar ik was ook zeep, ik kon kiesen uit een dubbelpak zeepblokken van Dove of Head and shoulders. Ik koos voor het laatste, want dat zit in een flacon. Mijn kleding heeft er nog nooit zo fris en schoon uitgezien en dat moedigde me aan om de handvatten van mijn fiets aan te pakken. Daar zit een dikke laag vuil en zonnebrandcreme op, die in de loop der jaren was ingebrand en niet te verwijderen leek. Maar nu komt het, even bevochtigen, dik Head and shoulders erop, tien minuten laten intrekken en dan met de schuurspons er overheen. Ze zien er weer als nieuw uit. Alleen mijn laatste haren, die heb ik er niet mee mee durven wassen, uit vrees met een kale glimmende schedel thuis te komen.

Kerkje van Malton

Ik kon in York geen gidsje vinden van deze route, wel eventueel detailkaarten, maar dan moest ik wel bereid zijn om ongeveer 20 kaarten te kopen voor pakweg 300 pond. Nog los van het extragewicht leek me dat geen goede investering. Dan moet het maar op de telefoon, tenslotte staan alle grote fietsroutes in mijn onovertroffen mapy.cz app. De app is gebaseerd op openstreetmaps, maar alle doorgaande wandel en fietsroutes staan er ook in. Het is alleen een crime om op je telefoon te navigeren, vooral in de regen of felle zon.
Wat ik wel in York vond, was shampoo van het merk Faith in Nature. Ja, dat is mijn merk, dat geloof heb ik ook!!

Engelsen zijn echte dierenliefhebbers
Afstand: 30 km
Tijd: 2 uur
8-7 Gilberdyke
Toen ik gisterenmiddag terug kwam uit York, was het een stuk drukker geworden op de camping. Aan de andere kant van de vijver had een stel zijn tent opgezet, de auto er naast, was daarna 50 meter verderop aan het water gaan zitten en had de audio van de auto lekker hard aangezet. Die ging om half tien ‘s avonds wat zachter en niemand die er wat van zei. Al die tijd dreunden de bassen over het water. Blijkbaar hoort dat hier zo. Dit keer had ik netjes gereserveerd in het restaurant in de hoop op een betere plek, maar nee. Ik zat nu naast de voordeur tegenover de geluidsbox boven de bar. Het wordt zalmsteak, zonder toetje dit keer. Dat zal ze leren. En ga dus nooit gaan eten in Restaurant 10 in Stamford Bridge.
Om 6 uur sta ik op, de zon schijnt al op de tent, die kurkdroog is. Iets over zeven ben ik op weg, de zon schijnt werkelijk ongenadig, de uitdrukking koperen ploert komt in mij op. Ik zweet in mijn lange broek, die niet uitkan omdat ik nog aan de antibiotica zit.
Vanaf York volg ik weer een oude spoorlijn, dat trapt heerlijk door, niks geen zware hellingen. Tussen York en en Riccall fiets je langs alle planeten uitgevoerd op schaal. De afstanden tussen de planeten zijn ook op schaal. Dus er zitten heel wat kilometers tussen Uranus en Neptunus. Ik heb al eens eerder zo’n project gezien in Duitsland, maar daar waren allen de bollen op schaal en niet de afstanden tussen de planeten.

Om half tien koffie en koek van chocola met gestampte biscuitjes in een tearoom in Riccall.
Wat later begint het te betrekken en ik waag het erop. Ik trek die lange broek uit en breng een dikke laag vet aan. Het is zo ontzettend warm. Iedereen loopt en fietst in korte mouwtjes en broeken, behalve ik, zei de gek.
In Selby fiets ik even de stad in en wordt beloond met een prachtige 12e eeuwse kerk. Als ik binnenloop is een kinderkoortje aan het oefenen, die kleine meisjes zingen best op een hoog niveau. Ik heb een van de liederen opgenomen en zal die opname later op de website toevoegen aan het verhaal.

Vanaf nu heb ik geen routeboekjes meer. Alleen mijn telefoon en de kaart op een schaal van 1:250.000. Gelukkig is het eerste deel naar de brug over de Humber uitstekend bewegwijzerd.
Het wordt steeds zwaarder bewolkt, het is drukkend weer, onweersvliegjes zitten op mijn bril, in mijn oren en in mijn neus. Ik word in Cliffe aangesproken door een Engelsman op de racefiets. Hij doet elke dag 100 mijl en zijn vrouw rijdt voor hem uit in de auto met eten en de bagage. Tja, zo kan het ook. Ik kom snel terug voor de Pennines besluit ik, maar dan zonder tent en met een aanloop, zodat ik lekker ingefietst ben als de zware hellingen komen. De route is te mooi om hem niet te doen en als ik dan de boot van Rotterdam naar Hull neem, pak ik de route gewoon op waar ik nu afgedraaid ben.
In Howden begint het dan toch echt te regenen. Ik duik snel een tearoom in voor lunch, daarna bekijk ik de kerk of wat er van over is. De helft is ingestort, maar wat er nog overeind staat, is indrukwekkend.


En ik bel alvast een camping verderop, Sandholm Lodge Holiday Park, een park met een indrukwekkende website en restaurant, dan zit ik vanavond goed.

met brugwachtershuis

Koffie en boeken
Dan nog een half uur naar de camping en wat een verrassing, dit holiday park bestaat uit twee grasveldjes met stacaravans en daar tussen wat open plekken voor kampeerders. Het sanitair bestaat uit twee douches en twee plees en het restaurant bestaat niet. In de stromende regen staat een man zijn voortent af te schrobben met een bezem.

De jaarlijkse regenselfie
Ik zet in mijn tent op, zie dat Maarten gebeld heeft en ik bel terug. Volgens hem is het niet zo gek dat ik die heuvels niet op kom, dat ligt aan de antibiotica. Ik wil het graag geloven. Dan ga ik even liggen en val prompt in slaap.
Als ik wakker word, is het droog en bloedheet in de tent. Nu of nooit, denk ik en ik spring op de fiets en race naar Newport (en nee, dat ligt niet aan het water). Eens kijken of er iets te eten valt, de vrouw van de camping was er somber over.
Gefietste tijd: 4,5 uur
Afstand: 64 kilometer
9-7 Market Rasen
In het dorpje Newtown vond ik al snel een pub met in grote letters restaurant op de gevel. Binnen was het een heksenketel, getatoeëerde mannen en vrouwen die in een haveloze uitgewoonde ruimte met pints in hun handen door elkaar stonden te schreeuwen en te lachen. Achter een soort gefortificeerde bar met een loket waar je kon bestellen, stond een frêle blond meisje. Ik loei door het gat: do you do meals? Ontkennend hoofdgeschud. Een met inkt bewerkt hoofd naast me, riep iets over fish and chips en Indians. Hij riep nog meer maar door zijn accent en de herrie om me heen, ontging me de strekking. Kijk, een Indiaas restaurant leek me wel wat. Ik stak mijn hand op als bedankje en groet en ging op zoek naar de Indiër.
Dat werd een grote fles Kingfisher bier, shaslicks vooraf en lamscurry. Daarna terug naar de tent voor een diepe slaap. Om half twaalf werd ik wakker, het hoosde werkelijk.
Ik heb natuurlijk geen enkele haast, maar toch ben ik om 6 uur echt wel wakker. Ik fiets terug naar de Humber, naar Faxfleet en vandaaruit naar de brug bij Hull. Als ik me ergens sta te oriënteren, komt er een hond blaffend op me af. Ja sorry, zegt een vrouw, hij kan niet tegen wielen. Nou lijn hem dan aan, denk ik, net als al die andere baasjes doen. Ik fiets stapvoets weg en de hond zet woest blaffend de achtervolging in, achterna gezeten zijn baasje die aldoor roept, come here now, what is this. Een andere vrouw levert er vanuit haar scootmobiel weer commentaar bij. Haha, such a small dog chasing a big bicycle!
Het laatste stuk naar de brug gaat langs het water, dat begint bij het Riverside Café in North Ferriby, dat tot mijn verrassing om half tien op de zondagochtend al open is. Dat worden twee cappuccino’s en een fruit scone.

Dé brug
De brug zelf is een makkie, met aan twee zijden een breed fiets- en voetpad en prachtig uitzicht over de Humber.

Het weer is best fijn voor zo’n zongevoelig typje als ik, het is bewolkt met af en toe een flauw zonnetje. Boven zee hangen de buien en verderop landinwaarts is de hemel blauw.
In het tuincentrum Deepdale, dat zichzelf cyclists cafe noemt, stap ik af om wat te eten. Bij binnenkomst is er net als op Schiphol een afzetting van paaltjes met lint. Na even wachten komt er een meisje dat me doorlaat. Verbaasd kijk ik om me heen in een ruimte met wel 20 tafels, waarvan er twee bezet zijn. Ik bestel op hoed geluk een sausage and bacon bap. Dat is dus een plat wit broodje met het genoemde beleg.
Daarna begint tot mijn verdriet de zon steeds feller te schijnen en de onweersvliegjes verschijnen ook weer. Ik heb van die fietshandschoentjes met open bovenkanten en mijn handen worden daar steeds roder, ondanks de dikke lagen factor 50, die ik er op smeer.
Het wordt zwaar weken deze middag, de klimmen worden steeds langer en steiler en het wordt steeds heter. Er is zelfs een paar kilometer nauwelijks waarneembaar pad, ik begin enorm te twijfelen, maar mijn tsjechische app projecteert me toch echt bovenop de route.



Afstand: moet ik nog narekenen, ik denk circa 80 kilometer
Tijd: 8 uur
10-7 Woodhall Spa
Toen ik de campingbaas van het Lindsay Trail Touring Park om tips vroeg voor het avondeten, zei die: Reken er maar niet op dat je iets te eten kunt krijgen, er zijn duizenden mensen en alles is volgeboekt. The horse-races, you know. En om die mededeling nog eens kracht bij te zetten, trok de ene na de andere onweersbui over. Geen weer om van deur tot deur te gaan in de hoop op een maaltijd. Tussen de buien door maakte ik snel een zak noodvoer klaar, kerrierijst met vruchten heet het. Het gaat om de calorieën hield ik mezelf voor, kom op, een hapje voor pappa, een hapje voor mama, even doorzetten. Na het eten probeerde ik nog een stukje podcast te luisteren, maar het vallen van de regen op de tent overstemde alles.
Om half zes ben ik wakker, de lucht is helder en het is ijskoud. Als ik opsta, blijk ik niet de enige die wakker is. De eerste honden worden al uitgelaten. Het is een echte camping voor wandelaars, in de toiletten kun je allerlei wandelroutes vinden. Die wandelaars verblijven overigens in comfortabele caravans en niet in tenten. Alles is nog kletsnat natuurlijk, de zon schijnt nu wel weer, maar drogen gaat nog wel even duren in deze kou. Dus ik pak alles in en neem me voor om op tijd te stoppen. De weersverwachting voor vandaag is zon in de ochtend en regen in de middag. Nou, dan maar hopen dat die regen een beetje laat komt.
In Lincoln wil ik de kathedraal wel zien. Daarna nog een paar uurtjes fietsen en dan ergens een camping. In Nettleham, vlak voor Lincoln is een communitybuilding met daarin een goede koffiebar, een bibliotheek en wifi uiteraard. Cappuccino met verse gembercake doet wonderen voor de vermoeide fietser.
In Lincoln fiets je zo naar de kathedraal toe, alle wegen leiden naar het hart van de stad. Het is een enorm gebouw, ik loop er eerst eens omheen en kom in een militaire uitvaart terecht. Allemaal kerels in donkerblauwe uniformen met tritsen gepoetste medailles op de borst.
Nadat ik het hoofdportaal bekeken heb, ga ik naar het visitor’s centre. Daar parkeer ik mijn fiets, maar waar is mijn stuurtas? Ik race terug naar het hoofdportaal en daar staat hij nog. In die stuurtas zit alles, paspoort, portemonnee, telefoon etc.
Het interieur is prachtig, maar niet te fotograferen, veel te groot. Ik richt me maar op de details, overal waar twee bogen samenkomen bijvoorbeeld, is een klein mannenhoofd uitgehakt. En nooit zijn er twee dezelfde. Er is een aparte legerkapel, vol met vaandels, sommige half vergaan en langs de wanden borden met de namen van gesneuvelde soldaten in al lang vergeten campagnes in Azië en Afrika.


Dus ik had nog een bevestiging via de email moeten krijgen, maar volgens mij is dat xs4all.nl niet helemaal goed overgekomen. Want hoe spel je xs4all begrijpelijk voor een engelsman? X-Ray, Sierra, Four, Alpha, Lima, Lima Dot November, Lima.

Art by the road

Als ik de tent heb opgezet en gedoucht, komen de eerste straaljagers over. Er zit hier ergens een luchtmachtbasis. Nou ja, er moet toch geoefend worden door de Oekraïners, denk ik maar.
Afstand: ca 60 kilometer (de afstanden later nog op te zoeken)
Tijd: 4,5 uur
11-7 Gedney
Er viel telkens een spatje regen. daarna was het weer een half uur droog. Maar toen ik een hapje ging eten op een terras, werden de druppels wat dikker. Ik wachtte niet af of het weerbericht klopte, maar ging naar binnen. Ik volg het weerbericht sinds vandaag via de app van de Met Office, het Britse KNMI. Die geven nauwkeurig uitziende voorspellingen af voor elke plaats. Voor deze dag was de voorspelling voor Woodhall Spa, droog tot twee uur vannacht, dan regen tot vijf uur en dan weer droog. Als het waar is, is het perfect. Maar goed, ik werd prompt doorverwezen naar het restaurantgedeelte, in de lounge mag niet gegeten worden. Daar belandde ik met een echtpaar dat de hele maaltijd zwijgend naar binnen werkte, ik vroeg me af of ze zich door mijn aanwezigheid niet op hun gemak voelden. Ik dacht nog, zal ik naar ze toelopen en in heel slecht Engels zeggen: praat maar gewoon met elkaar, ik volg het toch niet. Maar ze zagen er niet uit alsof ze in de stemming voor grappen waren.
Je gaat trouwens een heel andere kijk krijgen op nat en droog. Thuis is nat vooral oncomfortabel, heb je een regenpak voor op de fiets en wacht je bij voorkeur totdat het droog wordt, voordat je de deur uitgaat. En als je naar je werk moet en het regent, dan is het gemopper niet van de lucht. Maar als je de hele dag buiten bent, kun je nat worden toch niet vermijden. De vraag is dan vooral, hoe heb ik er zo min mogelijk last van en hoe en wanneer droog ik wat nat is. Tijdens eerdere tochten vluchtte ik richting hotel als het ging regenen of als alles nat was. Nu blijf ik gewoon kamperen en kijk wat er gebeurt en hoe ik het oplos. Zo kom ik er achter dat al die nattigheid veel minder erg is dan thuis. Je accepteert gewoon dat je kleding nat is en je weet dat droogt ook wel weer. En als ik een keer natte sokken aan moet trekken, heb ik wel even koude voeten, maar dat trekt ook weer bij. En het grappige is, dat ik me bij die gedachte heel goed voel. Geen regenstress meer! Na de regen komt zonneschijn!
O ja, maar wat at ik? Ik nam een rumpsteak van de barbecue met geroosterde tomaten en champignons met patatten natuurlijk onvermijdelijk en toe een Lemon roll, een soort mengsel van merengue met creme en citroen.
Het begint steeds harder te waaien, ik ben blij met mijn plekje in de luwte van het bos. Koud is het trouwens totaal niet.
‘s Morgens om negen uur ben ik in Boston. Ik zou de kerk wel willen bekijken, maar het kerkplein is een verzamelplaats voor zwervers en overduidelijke junks. Het lijkt de Amsterdamse Zeedijk in de jaren tachtig wel! Daar laat ik mijn fiets met bagage niet zo maar tussen staan, je moet de kat niet op het spek binden. Er is een koffietent open en ik parkeer mijn fiets goed voor het raam. Als ik daarna verder fiets, valt me op hoe haveloos de stad en de mensen zijn.



In Holbeach kom ik rond het middaguur aan met een holle maag, ik stop bij de eerste gelegenheid, een klassieke tearoom met plastic interieur. Doet u mij maar een pot thee en bruine boterhammen met gebakken eieren, bacon en worstjes. Daar was ik onderhand wel aan toe. Zo ongezond heb ik het nog niet eerder uitgekozen. Onder het eten vind ik een camping aan de route, die aangeprezen wordt vanwege de alternatieve sfeer en de yogaruimte. Ik kan gewoon online boeken, dus dat doe ik dan maar. Wel doe ik eerst nog even boodschappen. Vanwege het schuldgevoel om die lunch, hou ik het bij krentenbrood, tomaten en een komkommer. Ik heb nog kaas, dus dan is er een uitwijkmogelijkheid voor het geval er vanavond alleen maar quinoa te krijgen is.
Dan kom ik in de laatste kilometers tot mijn verbazing nog langs twee slagschepen van plattelandskerken, achtereenvolgens in Fleet en Gedney.




Afstand ca 70 kilometer
Tijd ca 5 uur
12-7 Sandringham
Ik sprong na de lang verwachte bui die dan om vijf uur eindelijk langs kwam, op de fiets en racete naar het dichtstbijzijnde stadje. Dinsdag avond is geen uitetengaansavond in Long Sutton. Alles is gesloten en de pubs hebben de keuken dicht. Uiteindelijk slaag ik toch in Palmers Ale House met een gevel die iets 18e eeuws suggereert, klein en donker, maar achter die gevel staat je reinste nieuwbouw. Een enorm restaurant en ik ben de enige eter.
Verder zit er de eigenaar met twee hele dikke vrouwen puzzels op te lossen die over popmuziek uit de jaren 50 en 60 gaan. Hij geeft een heel college over waarom Buddy Holly een breekpunt in de muziekgeschiedenis is. De serveerster is duidelijk niet Engels maar ik kan haar niet goed plaatsen. Zwart haar, niet zo veel en half lang, heel strak naar achteren gebonden, ovaal hoofd, kleine mond, neus en ogen. Eerst hou ik haar voor Indisch, naderhand denk ik Bengaals? Of misschien Caribisch? Uiteindelijk besluit ik Ethiopisch. Bij alles zegt ze No worries, dat klinkt wel grappig maar wat bedoelt ze er mee?? Ik heb het nog niet eerder gehoord. Of is dat het equivalent van “komt in orde”?
Vooraf neem ik Kimchi fritters, twee dikkerdjes van iets kazigs met pitjes. Die spoelde ik weg met twee pints Amber ale, ik was nogal dorstig. Als hoofdgerecht pappardelle met cavolo nero en plakjes rosevalaardappel, nogal gepeperd maar dat helpt tegen de verstopte neus, met een klein glas Syrah, iets te warm geserveerd, maar dat is engels denk ik. Toe nam ik de summer pudding, dat is een kegel griesmeelpudding, paars gekleurd met bessensap, gevuld met verse bosbessen en op de punt van de kegel een aardbei. En het geheel staat in een badje van room. En toen moest ik nog vijf kilometer terug naar de tent fietsen! Ik kon niet meer!
Vanmorgen een uur later dan normaal wakker geworden, dus ik zat pas om acht uur op de fiets. Het is heel ander weer dan gisteren, er staat een frisse zuidwesten wind en de zon schijnt. Daar zou ik nu toch weer tegen moeten kunnen.
In Wisbech is er gelegenheid voor koffie. Het is een stadje met een prachtig centrum bestaande uit een grote ovaal van huizen met een tuin en burchtje in het midden.
In West Walton stop ik nog een keer voor een 12e eeuwse kerk met losse toren.



Lunch in Kings Lynn ook al weer zo’n naargeestige kustplaats. Best mooie oude huizen en gebouwen. Maar alles is versleten en de inwoners zijn dat ook. In de winkelstraat zit tussen de kortingswinkels en gokkantoren een grote lunchroom. Ik neem er een vegetarian breakfast (available all day), bestaande uit een groenteburger, gebakken ei (op toast uiteraard), twee visschijven en een heleboel grote champignons. Vanavond eet ik een niemendalletje, een liflafje met een glas water en niks meer dan dat, echt waar.
Tegen tweeën kom ik langs een camping aan de route, zo eentje waar je korting krijgt met je camping key card. Heel wat campings zijn aangesloten bij de Campingandcaravaningclub en daar kun je dan goedkoop staan. Ik vind het prima zo, het is een mooi dennenbos en volgens de Met Office krijgen we vanmiddag onweer.
Gefietste tijd: 4,5 uur
Afstand ca 60 kilometer
13-7 Baconsthorpe
Gisterenmiddag arriveerde er een tweede fietser op de camping, die naast mij geplaceerd werd. Een nogal schuwe man, die al schrok toen ik hem gedag zei. Geheel volgens voornemen dineerde ik met een soort vruchtenbrood uit de supermarkt, tomaat komkommer en kaas. Oh ja, en ‘s middags at ik een rol digestive biscuits, maar dat zijn koekjes, dus dat geldt niet.
Om 5 uur ‘s morgens krijgt er iemand een enorme hoestbuien en ik hoor de schuwe man opstaan. De duiven zijn ook al wakker trouwens, het stikt er hier van. Als ze niet met elkaar klieren door met gespreide vleugels tegen elkaar op te springen, dan koeren ze. Dat gaat in een vast patroon, roekoekoe roekoe (bis). Het hele bos galmt er van om vijf uur.
Ik ontbijt met meer vruchtenbrood, om precies te zijn Pocklington’s Award Winning Plumbread With Cherries. Smaakt het beste met notenpasta van de Albert Heijn, beter dan met cheddar, zoals op de verpakking wordt aanbevolen.
Ik kom nog langs het landgoed Sandringham of eigenlijk langs de enorm lange muren en hoge poorten, je kunt het huis vanaf de weg niet zien. Je kunt het wel bezoeken, gezien de enorme parkeerplaatsen, tearooms en wegwijzers richting de kaartverkoop langs de weg, maar niet om kwart over zeven in de ochtend. Dan maar niet.


In Burnham Market koffie en een scone. Het is hier een een stuk welvarender, goed geklede mensen en ik zit in een hele oude winkel. Naast mij zit een gezin dat komt ontbijten en een ellenlange lijst opgeeft aan de bejaarde uitbater die alles zuchtend en steunend noteert. Als hij het eten brengt zijn de thank you’s en de wonderful’s niet van de lucht.
Iets verderop zit een warme bakker en daar koop ik een zuurdesembrood voor 5 pond. Het meisje, gekleed in zwart t-shirt zoals het hoort bij een hippe bakker, pakt het brood met een grote tang van de plank en deponeert het in een bruin papieren tasje. Ik wou nog zeggen, ja maar voor 5 pond koop ik ook twee Pocklington’s Award Winning Plumbread With Cherries, maar ik denk niet dat dat hier in goede aarde valt.
Om half elf ben ik in Wells next the Sea. Ik maak er een kleine omweg voor met een reden. Nog voordat ik mijn eerste boot had, las ik eindeloos veel zeilverhalen, uitgegeven door Hollandia. Die kocht ik bij De Slegte in de ramsj, want blijkbaar was er destijds niet veel markt voor. Zo ontdekte ik Maurice Griffiths die in de jaren 30 prachtige boeken heeft geschreven over het kustzeilen in The Wash (zo heet deze bocht van de zee). Hij schrijft heel aanstekelijk over de genoegens van scharrelen tussen de zand- en grindbanken en het landinwaarts varen op de getijdestroompjes. Dat deed hij in kleine gaffelgetuigde houten kottertjes of sloepjes met alleen een kompas en zijn kennis van het gebied. Geen VHF, GPS, AIS, GMDSS of dat soort grappen. Als ik er nu over nadenk, is dat precies wat mij altijd zo aangesproken heeft in het zeilen, het rommelen met je boot en proberen op mooie plekjes te komen.

Het is hier supertoeristisch en een kopje koffie aan de haven zit er om deze tijd niet in, alles zit bomvol om deze tijd. In het dorp koop ik nog een paar sinaasappels en een half pond Norfolk kersen, enorme paarse joekels.
Ik heb een uitstekende lunch in Warham, gefrituurde haloumi op een bedje van licht aangemaakte veldsla met couscous en biet. Na Warham buigt mijn route af naar het binnenland. Maar waarom nou? Het is hier zo mooi in de kuststrook, elk dorpje zou zo in een aflevering van Midsummer Murders voor kunnen komen. Ik besluit de Noordzeeroute los te laten en over te stappen op te stappen op de Norfolkroute. Ook uitstekend bewegwijzerd trouwens. En ik wordt prompt beloond met de ruïnes van Binham Priory. Voor wie zich afvraagt waarom al die kloosters in puin liggen, dat komt door The Act dissolving the greater monasteries uit 1566 van Hendrik de Achtste. Die besloot om een eind te maken aan de economische en politieke macht van de kloosterordes. Voor wie daar meer van wil weten, ik heb er ooit tijdens mijn studie een paper over geschreven, dat stuur ik je op verzoek graag toe.


Zo eindig ik vandaag op een gigantische camping, ter grootte van enkele voetbalvelden met ik denk drie gasten.

Het enige waar ik me zorgen om maak, is het gekraak van de cranks. Dat klinkt elke dag een beetje luider en ik kan niet goed bepalen wat de oorzaak is.ook klinkt het volstrekt onregelmatig, soms even niet, dan twee tikjes peromwenteling, dan vijf. De trapas draait soepel en er zit geen enkele speling in. Ook de kettingbladen zitten stijf op hun assen. Het enige wat ik kan vaststellen, is dat als ik de crank vastpak en er hard op duw, je het voelt en hoort tikken. Nou ja, ik schat nog drie dagen naar Harwich, als de fiets dat volhoudt, ben ik tevreden.
Afgelegde afstand: ca 80 kilometer
Gefietste tijd: 6 uur
14-7 Geldeston
Gisterenavond at ik in the Feathers in Holt. Het was steakavond, de formule is dat je voor één prijs een steak met sla en patat, een glas wijn en sticky toffeepudding toe krijgt. Je krijgt altijd 8 ounce vlees, maar hoe meer je betaalt, hoe hoger de kwaliteit van het vlees. De rumpsteak, de middenkwaliteit, is uitstekend kan ik je vertellen. Voor minder geld krijg je een flat iron en voor meer geld sirloin.
Ik word om vijf uur wakker, het is al licht, maar de zon steekt nog nauwelijks boven de horizon uit. kwart over zes weg. Voor vanmiddag is van 13-24 zware regen voorspeld, het zal mij benieuwen. In elk geval is het zaak om op tijd ergens te zijn. Ik heb goede benen vanmorgen, het begint er weer op te lijken. De knieën protesteren nog wel wat, maar ik fiets weer met gemak de heuvels op. Ik zoek een beetje mijn eigen weg tot Reepham waar ik op de Kustroute aansluit, tot Norwich loopt die over een oude spoorlijn, dat fietst lekker weg.

Om half tien in Norwich, cappuccino in een delicatessenwinkel en ik neem meteen een lekker broodje mee met schapenkaas en marmelade.
Als ik Norwich uit ben, word ik ingehaald door een dertiger op een gloednieuwe fiets. Hij wil daar volgend jaar mee naar Istanboel fietsen en ziet in mij een geschikte vraagbaak. Ben Gore heet hij, opgegroeid in King’s Lynn, ooit als stuntman gewerkt voor de tv, nu psychiatrisch verpleegkundige. We fietsen samen een uurtje op.
Lunch in Loddon, ik heb zo’n idee dat ik vanavond niet uit eten ga, dus neem een risotto met geroosterde groenten en lemon parfait toe. Daar drink ik gewoon thee bij trouwens. Lekker vegetarisch en rijk aan calorieën.
Ik krijg nog wat technisch advies van Bob over de app met betrekking tot het gekraak. Alles goed natrekken zegt hij, nou dat zal ik vanmiddag doen.
Om twee uur staat de tent en inmiddels regent het flink. Dat blijft zo tot middernacht is de voorspelling, ik ga het allemaal meemaken. Voorkopig lig ik droog en ga een tukje dien. Ik schat dat het nog twee dagen fietsen is naar Harwich, ik zou misschien zondagavond de nachtboot kunnen nemen. Maar eerst kijken hoe ver ik morgen kom, er is een stormwaarschuwing afgegeven en guess what, ik moet recht tegen die storm in.

15-7 Haskerton
Mijn voorgevoel gisteren was juist. Het regende vanaf het moment dat ik mijn servet opvouwde na de lemon parfait. Ik fietste nog een uurtje door de regen en arriveerde toen bij de Three rivers camping, noem het maar beekjes trouwens, waar de Britse elite van het buitenleven geniet. Je kunt er les in Canadese kano’s nemen en zwemmen zonder verdrinkingsgevaar. De camping zelf bestaat uit een strook gras van pakweg 30 meter breed en 400 meter lang. Ik kreeg mijn plekje helemaal aan het einde van de strook, dus als ik naar het toiletgebouw wilde, liep ik vijf minuten door de regen langs alle landrovers met gepersonaliseerde nummerborden en kampementen die zo uit de catalogus van Noble Outdoorlife komen. Stel je enorme partytenten voor van het merk Coleman met daaronder grote tafels, picknickmanden en wijnkoelers, gecapitionneerde klapstoelen, vuurkorven gevuld met eersteklas gedroogd hout, aan te schaffen bij de receptie, en tot slot kleine slaaptenten. Tot diep in de nacht knalden de kurken (uiteraard worden hier geen blikjes opengetrokken), renden de kinderen rond en zaten de jachthonden elkaar achterna. Ik ben gewend dat het na tienen stil is op de camping, maar dit is een andere wereld.

Vanmorgen word ik iets over vijven al wakker, aan de overkant van de sloot, pardon river, was een boer met machines bezig op zijn land. Ik pak de natte bende in. Ik had gehoopt dat de storm al gearriveerd zou zijn, dan had ik een fijne droge tent gehad, maar het is nog windstil en alles zit onder de dauw.



Maar de procedure dus. Je zoekt een plekje, gaat dan naar de groene schuur en vult het formulier in, stopt het in een envelop, en dan loop je naar het woonhuis en dat gooi je met het geld door de achterdeur naar binnen. Je mag het geld ook overmaken, maar daarvoor ontbreken een aantal gegevens op het formulier. Dus ik bel maar even op en ik mag naar het huis komen.
Daar hangt weer een briefje op de achterdeur: ring the bell, use the knocker, open the door and shout! Terwijl ik dit op me laat inwerken loopt een boze pakjesbezorger voorbij en ik zie dat er een oude dame in de serre zit. Beleefd meld ik me en ik krijg eerst een hele uitleg over het pakje dat niet afgegeven mag worden, daarna gaat het over haar recente hartaanval en tot slot kan ik mijn probleem uitleggen. Ik wil graag contant betalen, maar heb het niet gepast. Ik heb twee tientjes en wil zes pond terug. Eerst krijg ik 60 pence terug, maar daar ga ik niet mee akkoord. Na enig nadenken, erkent ze de fout en krijg ik het juiste wisselgeld. Het formulier wil ze niet aannemen, dat moet in de bus. Ik schrijf er voor alle zekerheid op dat ik contant betaald heb en in welke vorm.
Als ik de tent opzet komt er een man op me af, die me uitnodigt voor drinks. Nou zeg ik, eerst even douchen. OK zegt hij, ik heet Andy en we zitten in het motorhome. Maar als ik daar dan later aanklop, is er niemand. Ik denk dat hij bedoelde, ga je mee naar de pub? Maar waar hij dan kan zitten, ik heb geen idee. Nou ja, mijn drinks komen nog wel vanavond. En die tent was natuurlijk in een minuut drooggewaaid, wat een wind!

Gisterenavond zat ik in de verkeerde pub. Ik bedoel het was wel een sfeervolle pub, maar de kaart was niet geweldig. Verkeerde keuzes met eten, al weer een rumpsteak maar nu met gefrituurde uienringen en een bak sla. Maar toen ik terug kwam op de camping, waren Alan en Jill er weer en die nodigden me uit voor koffie in hun motorhome. Er was nog een vrouw van begin zeventig, met de stem van mrs Bucket uit Keeping up appearances. Zij had na de dood van haar man een klein bestelautootje om laten bouwen tot minicampervan en reist daar mee rond.
Deze ochtend doe ik heel rustig aan en fiets dan in het zonnetje naar Woodbridge voor koffie.


Er gaat een voetveer van de landpunt voorbij Sutton Hoo naar Felixstowe, maar op de foto te zien is het gewoon een sloepje. De vraag is dan ten eerste hoe krijg ik mijn fiets met bagage daarin en vraag twee is of dat bootje überhaupt gaat na met al die harde wind die recht het zeegat in blaast. Ik waag het er niet op, maar ga gewoon via Woodbridge naar Felixstowe, er is een mooi fietspad voor aangelegd. In Felixstowe gaat een pont naar Harwich, dus dat scheelt een flink stuk fietsen. Het is een mooie fietstocht door de heuvels naar Felixstowe. De stad zelf valt reuze tegen. Volgens Alan was het havenfront mooi opgeknapt, maar ik zie dichtgetimmerde huizen, gokhallen en Fish en Chipstentjes. Het is best even zoeken naar de steiger van de ferry, die staat nergens aangegeven. Als ik er met behulp va Google Maps arriveer, zie ik een soort van kiezelstrandje met een bord met dienstregeling. Het is kwart voor drie en de volgende pont gaat om half vier. Het verzoek is je kaartjes online te kopen. Dat wil best doen terwijl ik op de pont wacht. Ik verheug me nu al op een kwartiertje varen en dan lekker naar de pub.
Maar als ik dan naar de website ga om te betalen, verschijnt er een boodschap op het scherm. Due to the stormy weather the ferryservice is cancelled Sunday 16th.
Waaaaat?? Nondeju, wat nu? Hoving, wat ben je toch een sukkel. Zo slim als ik vanmorgen bedacht dat het pontje naar Felixstowe niet zou gaan, zo dom ben ik er nu vanuit gegaan dat dit wel een grote veerpont zou zijn. Er zit niks anders op dan om te fietsen via Ipswich en Manningham. Dan denk je dat je er bijna bent, je kunt de het gebouw van de Stena Line al bijna zien en dan moet je nog een dikke 50 kilometer. Gelukkig heb ik nog even de tijd, ik moet er uiterlijk half elf zijn, maar ik ben toch even uit het lood geslagen.
Google geeft een snelle route naar Ipswich, dwars tussen de containerterminals door en vervolgens over een fietspad langs de snelweg. Van Ipswich naar Manningham is er geen fietspad meer, je moet gewoon over het randje van de tweebaans provinciale weg waar de maximumsnelheid 60 mijl is. Ik hou mijn ellebogen in o niet door de buitenspiegels geraakt te worden. En dat crankstel maar kraken en tikken. In Manningham aangekomen ben ik helemaal flauw van de honger en gaar van het voorbijrazende verkeer. Zo vriendelijk en voorzichtig iedereen op het platteland is, zo agressief rijden ze hier. Ze scheuren met 90 vlak langs je, dus je moet goed focussen op de witte lijn langs de kant van de weg. In Ipswich steekt zelfs iemand zijn hoofd uit het autoraam en roept iets van fuck terwijl hij me woedend aanstaart. Gelukkig stopt de bestuurder niet, want anders was het nog een interessante situatie geworden.

Ik kijk nu al uit naar een grote pint aan boord.
17-7 Zaandijk
Na die versterkende lasagna sprong ik weer op de fiets en reed richting Harwich. Het advies van google was om niet de kortste weg te nemen, maar met een grote bocht ernaar toe te rijden. En dat was een goed advies, want zo hoefde ik maar één keer te klimmen, waarna ik bovenop de heuvelrug naar Harwich reed. En dit laatste stukje was werkelijk prachtig, fijne laantjes en binnenweggetjes en mooie uitzichten. Een fijn afscheid van Engeland zo. Zo kwam ik om acht uur aan bij de boot, een uur voordat het boarden zou beginnen, had ik de triangel rondgefietst en was ik hemelsbreed niet ver verwijderd van het punt waar ik vijf uur eerder stond.


Na de douche dan toch nog de verdiende pint IPA gehaald en toen als een blok in slaap gevallen. Om vijf uur gaat de wekker, het is dan zes uur Nederlandse tijd. Kreunend sleep ik mij naar het ontbijtbuffet. Dat stelt niet veel voor, maar als je van tevoren boekt is het betaalbaar. Ze hebben in elk geval yoghurt en schalen met vers gesneden fruit. Om kwart over acht rij ik de kade op, om kwart voor toen koffie bij de watertoren van Scheveningen. Hier zat ik een jaar terug ook, maar toen ploeterde ik tegen de wind in op weg naar huis terwijl ik nu naar huis waai.
Deze wind van vandaag is de terecht verdiende beloning voor alle tegenwind in Engeland. Af en toe valt er een fel koud buitje van drie minuten, maar verder schijnt de zon. Om kwart voor elf in Katwijk, helemaal op de zuidpunt van de boulevard zit een wit houten restaurantje, daar is de koffie ook goed weet ik uit ervaring. Om twaalf uur aan de sandwich in het restaurantje tussen Noordwijk en Zandvoort met de gegrilde groenten, vanaf nu is het afgelopen met alle steaks, scones, flapjacks, pints en andere ongezonde zaken. Ik moet nog op de weegschaal, maar vrees het ergste.

Om 15.30 ben ik dan echt thuis.

22-7 Zaandijk
Nu ik weer een paar dagen thuis ben, is het tijd voor de slotbeschouwing. Allereerst, hebben deze twee weken enige invloed gehad op mijn karkas?
Gewicht voor: 64,8, na: 62,2
Vet voor: 16,3%, na: 23,2%
Vocht voor: 59,7%, na 53,2%
Spiermassa: 42,6%, na 38,5%
We mogen op basis van deze cijfers vaststellen dat twee weken fietsen in de Engelse heuvels uiterst schadelijk is voor het lichaam. Als ik dit nog een aantal weken had doorgezet, had dat desastreuze gevolgen gehad! Ik was dan niet alleen geheel uitgedroogd, maar had ik ook al mijn spieren ingewisseld voor vet. Ik had geen meter meer kunnen fietsen. Hieruit kan ik maar één conclusie trekken, Engeland valt af als gezonde fietsbestemming. Nooit meer naar Engeland!
Vervolgens mag ik ook concluderen dat een goede voorbereiding cruciaal is als je een route met veel beklimmingen kiest. Een paar rondjes om de polder zijn dan niet voldoende. Of je moet de trip zo inrichten dat de eerste twee weken als voorbereidingstijd gelden, omdat je relatief vlak fietst en de heuvels pas daarna komen.
Ook kan ik iedereen afraden om de hele dag buiten te zijn als je een antibioticakuur volgt, die je hypergevoelig maakt voor zonlicht. Je kunt smeren tot je eruit ziet als de verschrikkelijke sneeuwman, maar dan nog verbranden je neus, je oren en de ruggen van je handen.
Wat betekent dit nu voor volgend jaar? Welke kant moet ik dan op? Het westen valt af om de bovengenoemde redenen, het is slecht voor het lichaam. Het zuiden valt af vanwege de opwarming van de aarde. Fietsen bij veertig graden of meer is geen pretje, dat heb ik in 2022 al ervaren. Het oosten valt af, want Duitsland heb ik inmiddels voldoende verkend. De conclusie dient zich onontkoombaar de conclusie aan, go north old man, go north!
